|
Stamlijnen in het
hertogdom Brabant
In het hertogdom
Brabant waren er vanaf het begin van de 15e eeuw twee
voorouderlijke stamlijnen die tot varianten van Lauwens en Lauwers hebben
geleid. De eerste was de Mechelse stamlijn die we als “Hombeek-Leest” of “Klein-Brabant”
aanduiden . De tweede was een
stamlijn ontstaan in Meise en Grimbergen, die we als de “Grimbergse”
stamlijn duiden . Beide stamlijnen
zijn via voorouders van Joris Lauwers verwant.
In de Grimbergse lijn
vinden we meiseniers, en deze families woonden vaak in dezelfde streek als
de stamlijn Klein-Brabant.
Uit de Mechelse
stamlijn kwamen de stamlijnen Hombeek-Leest, Werchter en Aarschot-Langdorp
voort.
Het bleek verder op
dat verwante families in de Limburgse Kempen uit de lijn Hombeek-Leest waren
ontstaan via de stamlijn Aarschot-Langdorp waarin
mijnwerkers voorkwamen. Niet alle families Lauwers zijn overigens
noodzakelijk verwant.
Historische
vindplaatsen, onder meer bij de poorters in Antwerpen, laten vermoeden dat
er ook zoiets als een Antwerpse stamlijn moet zijn die is ontstaan uit de
voorouders van het Graafschap Vlaanderen. Ook de “Klein-Brabantse” en de “Grimbergse”
stamlijnen hebben voorouders die inweken vanuit het graafschap Vlaanderen.
De familie “Lauwen”, met
uitzondering van een enkele schrijfvariant van Lauwens, is afkomstig uit
Nederland, verwijst naar voorouders Luyten, en is niet verwant.
|