Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

ZEM XIX - 001723 – GEZIN Lauwers – Silverans 1819 Zemst

 

Pieter Jan Lauwers  huwde op 29 juni 1819 in Zemst met Ann Catherine Silverans. Pieter Jan Lauwers werd gedoopt op 24 maart 1792 in Zemst Sint-Pieter als zoon van Jacques Lauwers en Barbara Walkiers [ZIE ZEM XVIII – 001582]. Hij was landbouwer in Zemst en omstreeks 1834[1] opzichter van werken aan “de ijzeren weg” of spoorweg. Anna Silverans was geboren op 10 februari 1793 in Berg als dochter van Jan Silverans en Anna Sermeus en werkte bij het huwelijk als dienstmeid. Haar vader was op 26 september 1817 op 51-jarige leeftijd overleden in Berg. Hij maakte het huwelijk niet meer mee. Haar moeder bleef als weduwe wonen in Berg, tot haar overlijden in 1832.

 

Het gezin Lauwers-Silverans woonde omstreeks 1834 in de Geerdegemstraat 26 in Mechelen vlakbij de toenmalige Geerdegemhoeve. De omgeving zou de decennia daarna ingrijpend veranderen, zodat er in 2025 nog nauwelijks sporen zijn van hoe die er uitzag omstreeks 1830. Pieter Jan Lauwers overleed op 22 mei 1857 in Mechelen, 65 jaar oud. Anna Silverans overleefde hem ruim drie jaar en overleed op 21 oktober 1860 in Mechelen op 67-jarige leeftijd.

 

·         Joseph Lauwers  werd geboren op 18 mei 1827 in Zemst. Hij huwde met Johanna Catherine Peeters [ZIE MEC XX – 001885] en hertrouwde na haar overlijden op 30 oktober 1856 in Muizen met Elisabeth Peeters [ZIE MUIz XX – 001909]. Joseph was werkmanaan den ijzeren weg” of spoorwegarbeider. In 1872 woonde het gezin aan de Half Galg 65 in Mechelen terwijl Joseph als piocheerder, of seingever bij werken aan de spoorweg, werkte. Hij was grondwerker in 1883 en woonde toen aan de Half Galg 107 in Mechelen. Bij zijn overlijden in 1895 woonde het gezin aan de Half Galg 105 en werd de toen 68-jarige Joseph werd vermeld als meester-piocheerder.

 

 

1835 – Pieter Jan en zoon Joseph Lauwers, werkmannen aan “den IJzeren weg”

 

Er werd vaart gezet achter de aanleg van de spoorweg nadat deze in het pas onafhankelijke België groen licht kreeg van de eerste regering in mei 1834. Kort na de beslissing om een spoorweg aan te leggen, op 9 juni 1834, was al een oproep verschenen tot grondwerkers, metsers, timmerlieden, vrachtvervoerders en schippers. Pieter Jan Lauwers  was bij de eersten geweest om daar gehoor aan te geven.

 

Op 21 augustus 1834 loste het Belgische schip “Leopold I” een lading spoorstaven in de Antwerpse haven. Op 20 september 1834 werd de eerste stoomlocomotief er gelost en drie dagen later een tweede. Deze lokten heel wat kijklustigen. In oktober 1834 volgden de eerste zes treinstellen, eveneens uit Engeland. Al op 12 november was “La Flèche” bedrijfsklaar, en de twee andere locomotieven “Le Stephenson” en “l’ Eléphant” waren dat in februari 1835.

 

De inhuldiging van het traject Mechelen-Brussel volgde al op 5 mei 1835. Er was een halte (nog geen station) op de zuidelijke oever van de Leuvense vaart naast het eigendom Coloma in Mechelen. Enkele dagen later had men prijs. De locomotief “La Flèche” belandde op 8 mei 1835 in de Leuvense vaart door een stuurfout van de (Engelse) machinist. Twee andere locomotieven, “Le Stephenson” en “l’ Eléphant” maakten verder de dienst uit. Op 10 mei was de locomotief al terug geborgen en bedrijfsklaar.

 

Toch was de spoorlijn een succes. Tussen 7 mei 1835 en 31 juli 1835 werden bijna tachtig duizend reislustigen vervoerd van Mechelen naar Brussel, en een evenredig aantal in de omgekeerde richting. In de volksmond sprak men van een reis met “de vapeur” (stoomtrein). Het vervoer- en postwagenbedrijf Van Gend van Engelbert Lauwers  (1788-1872) opende op 7 mei 1835 een postkoetsdienst tot Antwerpen, men bood op Coloma overnachting en eetgelegenheid aan. Niet alles liep even vlot.

 

Afbeelding: spoorwegkaartje van 1835. De prijs varieerde van 1 frank 50 centiem tot 2 frank 50 centiem. Men had de keuze tussen luxueuze berlines, diligences, of wagons met overtreksels of open.

 

Een zekere De Motte belandde in de gevangenis omdat hij vervalste spoorwegkaartjes aan de man bracht. Wie vanaf het station de stad wou bereiken, was aangewezen op de bakboot (voortbewogen langs een ketting) om de Leuvense vaart over te steken, moest dan door een veld en dan de Oude Brusselse steenweg volgen tot aan de Oude Brusselse poort[2]. Omdat de eerste spoorwegbedding al eens te laag lag, liep het spoor soms onder water in Eppegem. Dwarsliggers in wit hout bleken te licht en moesten worden vervangen, en ook de rails liepen wel eens breuken op. Er moesten spoorwegbruggen aangelegd die de nieuwe staat handen vol geld kostten samen met onteigeningen, in Laken, in Zemst, in Eppegem, alsook een draaibrug over de Leuvense vaart in Mechelen. Ook al bleek het toenmalige Mechelse stadsbestuur een koele minnaar van deze nieuwigheden, tijdens de eerste treinrit stonden lang het hele traject bewonderaars in de handen te klappen en te juichen.

 

De nationale overheden werden alsnog in de stad onthaald met kanonschoten, het gelui van klokken en het spelen van de beiaard. In een grote tent speelde de harmonie van Brussel en het regiment van de gidsen, alsook de in Mechelen gekazerneerde Jagers-Te-Paard.

 

Toch werd er ook geklaagd over het nieuwe vervoermiddel: er was een tekort aan treinen (aanvankelijk vier ritten per dag) - Men moest soms reizigers weigeren en een plaats op de terugrit was niet gegarandeerd, er werden spoorwegkaartjes aan woekerprijzen herverkocht - de trein bracht een toevloed van vreemdelingen mee (“Alle hotels zijn volzet!”), de rijtuigen vielen niet in de smaak – Men bekloeg zich wel eens over de open rijtuigen: waarom kregen die geen dekzeil? -

 

Het spoorwegavontuur ving aan met reizigersvervoer. Pas in februari 1838 volgde een aanbod voor goederenvervoer. Latere treinstellen zouden in het Arsenaal van Mechelen worden vervaardigd, in het vroegere Predikherenklooster in de Stassartstraat. John Cockerill in Seraing begon met de productie van Belgische locomotieven in 1835. Deze kregen ronkende namen mee als “l’Anversois”, “Le Belge”, “l’Escaut” en “Bayard”.

 

 

 

 

 



[1] Op 1 mei 1834 had de kersverse Belgische regering het licht op groen gezet voor de aanleg van het spoor. In naam van koning Leopold I tekenden de ministers Rogier van Binnenlandse Zaken en Lebeau van Justitie. De lijn Mechelen-Brussel zou een jaar later op 5 mei 1835 al worden ingehuldigd. De lijn Mechelen-Antwerpen werd in mei 1836 ingehuldigd.

[2] De ‘Oude Brusselse Poort” werd in april 1839 afgebroken na de bouw van Egmontpoort. Bronnen: ondermeer “Bijdrage tot de geschiedenis van de Belgische Spoorwegen te Mechelen”, M.C.G. Rogier, 1979.