|
ZEM
XVI – 000663 - GEZIN Lauwers – De Wilder 1702 Weerde
Jan Lauwers huwde op 5 februari 1702 in Weerde Sint-Maarten met Cecile De Wilder (De
Welder). Jan Lauwers was gedoopt op 7 maart 1680 in Eppegem Sint-Clemens als zoon van Peter Lauwers en
Elisabeth Daems [ZIE EPP XIV – 000552]. Cecile De
Wilder was gedoopt op 15 september 1680 in Weerde als dochter van Frans De
Wilder en Anna Adriaens. Zij overleed op 47-jarige leeftijd op 22 juni 1728
in Zemst. Jan bleef 23 jaar weduwnaar en overleed op 2 juli 1751 in Zemst,
71 jaar oud, aan “rottende koorts”. In deze periode waren E.H.
Balthazar Van den Brande (+1702), E.H. Paul Van Hamme (1703-1709), E.H.
Erasmus Van de Poel (1709-1737) en E.H. Jan Cornelis (1737-1777)
pastoors in de Sint-Pieter parochie in Zemst.
·
Anne
Marie Lauwers werd gedoopt op 13 oktober 1702 in Weerde
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren grootvader Peter Lauwers en grootmoeder Anna Adriaens. Zij huwde op
31 januari 1729 in Zemst met Jan Baptist Verbelen [ZIE WEE XVII – 000772].
·
Frans Lauwers werd gedoopt op 7
augustus 1704 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren grootvader Frans De
Wilder en tante Elisabeth Verlinden. Frans overleed ongehuwd op 25 november
1756 in Zemst op 52-jarige leeftijd. Er werd vermeld dat hij een gratis
uitvaart kreeg, altijd doofstom was geweest, en dat hij dood was aangetroffen.
Frans was niet zwaar ziek geweest volgens de melding, maar hij moet wel
stevig onderkomen zijn geweest toen hij werd gevonden. Hij had zijn moeder
verloren in 1728, zijn oudste zus was in 1750 overleden en zijn vader was
vijf jaar eerder in 1751 overleden.
·
Elisabeth Lauwers werd gedoopt op 8 maart
1706 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren tantes Elisabeth en Johanna De
Wilder.
·
Petronilla Françoise Lauwers werd gedoopt op 6 maart
1708 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Peter Jacobs en tante
Françoise Balemans.
·
Johanna Lauwers werd gedoopt op 6
februari 1711 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Corneel
Lauwers en tante Johanna Leemans.
·
Catherine Lauwers werd gedoopt op 23
september 1712 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Jacques Le
Page
(Le Pagie) en tante Catherine Van Gijsel.
·
Gielis Lauwers werd gedoopt op 11
januari 1715 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Gielis De
Wilder Gielis en tante Cecile Lauwers .
·
Jan Lauwers werd gedoopt op 21
augustus 1717 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Jan Van Loock
en tante Johanna Ceulemans.
·
Hendrik Lauwers werd gedoopt op 18
februari 1720 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Hendrik Le
Page en tante Maria Ceuppens (Coppens).
·
Antoon Lauwers werd gedoopt op 20
september 1722 in Zemst Sint-Pieter. Doopgetuigen waren nonkel Antoon Van
Steenwinckel en tante Catherine Ceulemans. Anna Vertommen was de vroedvrouw
van dienst. Antoon overleed ongehuwd op 1 mei 1776 in Zemst op 53-jarige
leeftijd. Bij zijn begrafenis werd vermeld dat hij altijd doofstom was
geweest en een gratis uitvaart kreeg.
Het gezin telde
meerdere gehandicapte kinderen. Twee doofstomme zonen en een doofstomme
dochter werden vermeld. Het kroostrijke gezin moest alle zeilen bijzetten
om doorheen moeilijke omstandigheden te laveren. Een netwerk van verwanten in
de streek bood ondersteuning. Op 3 september 1716 werd vermeld dat Cecile
De Wilder met haar broer Jan hun deel van een hofstede met grond en
toebehoren verkochten aan de Heerestraet in Weerde aan Jacques Le Page, een
pachter en kozijn uit Weerde. Het stuk grond grensde aan dat van de
erfgenamen van Corneel Lootens.
|
Het Weerde van Lauwers-
De Wilder in 1702
Weerde
lag in die tijd als het ware op een eiland, omsloten door de Zenne en een
afleiding van deze rivier. Het dorp huisvestte slechts 47 huishoudens in
1702. Het werd ook Weerde-op-Zenne genoemd. Van de kerk waarin Jan
en Cecile huwden in 1702, en waarin tot 1722 hun kinderen werden gedoopt,
is nog enkel een deel van de toren bewaard gebleven. Tijdens de Eerste
Wereldoorlog werd de kerk bijna geheel vernield en ze werd vanaf 1925 vervangen
door een neogotische kerk, met behoud van de westtoren. De glasramen
dateren van 1937. Een gotisch Mariabeeld uit de 16e eeuw en een
17e eeuw schilderij van Jezus met Martha en Maria zijn de
weinige elementen die Jan en Cecile nog zouden herkennen in het interieur.
De
Sluistoren met de kademuren uit de 13e eeuw aan de huidige
Watermolenstraat stond er toen ook. Van de twee volmolens die er begin 18e
eeuw nog draaiden en van de sluis zelf, is geen spoor meer. In de periode
dat dat het gezin Lauwers-De Wilder er woonden, werden er wollen stoffen en
zeemleder gevold. Van het vroegere tolhuis is niet meer dan een
ruïne overgebleven na de Duitse beschietingen van 1914.
De aanleg van de E19 in
1970 zou een deel van het dorp afsluiten van het centrum, en in 1977
verloor de gemeente haar zelfstandigheid bij de fusie met Zemst.
Kaart: situering van de
parochies in de omgeving Zemst in de eerste helft van de 18e
eeuw. In die periode was de steenweg van Mechelen via Vilvoorde naar
Brussel een hoofdbaan.
De autosnelweg E19 als
belangrijke noord-zuid verbinding (naast de A12) in Vlaanderen werd tussen
1970-1981 aangelegd en zou de parochie Sint-Maarten met een in 1702 nog
onbestaande fysieke barrière scheiden.
De
bebouwing was aan het begin 18e eeuw aanzienlijk minder. Open
ruimten zijn er nog, maar er was nog meer natuur, akkergrond, weiland en
bos in de leefomgeving begin jaren 1700.
Kaart: zicht op de omgeving
in 1712 (Fricx-kaart
via Geopunt Vlaanderen)
De wereld
was hoe dan ook anders honderden jaren geleden: de geluiden van de natuur
en landelijke arbeid en veeteelt overheersten op het zeldzame geklingel van
een bel of een torenklok na. Er waren geen ‘zelfrijdende koetsen’ en
het geraas van de autosnelweg of in de verte loeiende sirenes, er waren
geen ‘ijzeren vogels’ die de lucht doorkliefden. Dat deden enkel de
vogels. Van industriële mechanische machines was al evenmin sprake in de
landelijke omgeving. De nachten waren gewoon donker, de lichtbronnen schaars.
Kaart: zicht op de bebouwing
en woonkernen in de 20e eeuw.
Binnenshuis
klonken huiselijke geluiden zoals een knetterend vuur, een pruttelende
ketel, de alledaagse gesprekken. Muziek maakte men zelf. Er was geen
grammofoon of radio en al evenmin was er sprake van beeldschermen of een
rinkelende of zoemende telefoon. Hoe vreemd zou men hebben opgekeken indien
men in de toekomst kon kijken.
|