© laurentii.be 2026

 

Genealogie Van Praet

Hoe Excellent van Weerde, hoe hogher ghe-eert.

 

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog (deze reeks)

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

 

 

Verhalen  - 1260 – (van) Praet en het boek van Reinaard De Vos

 

In het episch dierdicht "Van den Vos Reynaerde", algemeen beschouwd als een hoogtepunt van de Nederlandse middeleeuwse literatuur, trad een zekere Praet op, een eerder melancholisch en neerslachtige vriend van de hoofdrolspeler, de sluwe vos Reinaert. 

 

Afbeelding: een vos met menselijke trekjes, uit een middeleeuws getijdenboek

 

Het boek werd geschreven in het Middelnederlands in de dertiende eeuw door een zekere Willem "die ook Madocke maecte" (van Boudelo?). Het was een opmerkelijk boek omdat het een parodie was op middeleeuwse auteursprologen en slotwoorden en omdat onder het voorwendsel van een schelmenroman de draak werd gestoken met machthebbers, burgerij en clerus en deze dus tal van verwijzingen bevatte naar historische figuren uit die tijd. Het boek sloot literair aan bij een grotere verzameling vossenverhalen, de 'Renart le Roman' van Perrout de Sainte Cloude. Het was gebaseerd op het eerste verhaal van deze verzameling, 'Le Plaid' (het pleidooi), verschenen in 1160.

 

Eén manuscript van "Van den Vos Reynaerde" bleef integraal bewaard. Het "Comburgse handschrift" was een codex van tussen 1380 en 1425, vermoedelijk afkomstig uit een Gents kopiistenatelier, dat Willems verzen bevatte. In dezelfde tijd was er ook een dichter, Jan (van) Praet, die vooral bekend bleef door zijn werk "Spieghel der Wijsheit" of "Leeringhe der Zalichede" (13e of 14e eeuw, datering onduidelijk). Wij vermoeden dat het hier om Jan van Praet ging, onderdiaken en kanunnik van Sint-Donatius in Brugge, vermeld in 1226-1258, en zoon van Boudewijn II van Praet. Tijdgenoot en schrijver Jan van Praet moet model hebben gestaan voor de figuur van Praet in het boek over de vos Reinaard.

 

De middeleeuwse auteurs hanteerden een rijke beeldspraak. In "Den hoet[1] van Minnen" werd de betekenis uitgelegd van bloemen waaruit "de krans der liefde moet worden gevlochten", een beeldspraak die ook Jan Praet bijvoorbeeld gebruikte om de vijf deugden van Maria te beschrijven: haar goedertieren werd gesymboliseerd door de kersouw, ootmoed door de acolei, getrouwheid door de goudsbloem, reinheid door de lelie en haar liefde door de roos. "De genade van Maria", volgens Jan Praet, "verlicht het hart van de mens". De gedichten van Jan Praet kenmerkten zich door een sierlijke en heldere taal, in een welluidend Westvlaams. Hij beheerste de meest uiteenlopende vers- en strofevormen, schreef in kwatrijnen met gekruist rijm en in doorlopende verzen met gepaard rijm. 

 

Jan van Praet was ongetwijfeld een dichter, die met dichterlijke visie en poëtisch gevoel schreef en niet met naargeestig prozaïsch gemoraliseer. Het leerdicht van Jan van Praet handelde nochtans over de strijd tegen de hoofdzonden, voorgesteld als "de boom der zonden" (arbor vitiorum), een stam, hoogvaardigheid, met zes takken. De priesters moesten het ontgelden wegens wellust, luiheid en hebzucht. Het gedicht bevat ook een uitvoerig verhaal van het leven van Jezus.

 

Blog  - Beeldspraak in bloemen: de vijf deugden van Maria

 

De “kersouw” of het madeliefje symboliseerde goedertieren.

De “akolei” symboliseerde ootmoed.

De “goudsbloem” symboliseerde getrouwheid[2].

De “lelie” symboliseerde reinheid.

De “roos” symboliseerde liefde.

© familiewapen: bewerkingen op wapen onder Public Domain. – Bewerking afbeelding vos onder Public Domain, middeleeuws getijdenboek 13e eeuw.– © Foto’s bloemen uit private collectie 2012-2015.

 

 

 

 



[1] De hoet werd ook de “havermaat” genoemd in het Brugse Vrije. Deze maat kwam naar verluid overeen met 198,56 liter. In de Kasselrij Ieper was dit eerder 194,80 liter volgens Duvosquel. Alternatief werd de korenmaat of “razier” gebruikt (158,70 liter in het Brugse Vrije, 121,42 liter in de Kasselrij Ieper) en deze is allicht iets beter te vatten: 1 mud waren 6 zakken of 12 razieren (48 spinten, 96 achtendelen in de Kasselrij Ieper.  In de Kasselrij Kortrijk was de korenmaat 1 zak of 126,42 liter - terwijl er ook een Leiemaat werd toegepast van 127,44 liter - en de havermaat 1 zak of 132,02 liter.

[2] In verse of gedroogde vorm werd de bloem gebruikt als kleurstof voor kaas en boter, in vervanging van saffraan.