10 11
|
|
Blog -
Het
wapen op de schoorsteenmantel - "Hoc virtutis opus" (Bonheiden)
De oorsprong van het eerste wapen met de molenijzers
De familie de Brouchoven de Bergeyck voldeed in alle opzichten aan de vormgeving van het
linkse wapen en de omkadering (zie wapen rechts), zowel door het voorkomen
van de drie molenijzers die 2 en 1 werden
geplaatst als door de gravenkroon bovenaan (zie verder) en de opstaande
leeuwen. Het
huis de Brouchoven de Bergeyck
was een Belgische adellijke familie. Ze behoorde tot de adelstand sinds het
begin van de 17de eeuw. De zes broers van Brouchoven uit
's-Hertogenbosch werden in 1607 in de adel van het Heilige Roomse Rijk
opgenomen, en werd in 1620 rechtsgeldig gemaakt in de Nederlanden door de
aartshertogen Albrecht en Isabella. Jan-Baptist
van Brouchoven (1619-1681) was onder meer gekend door zijn
liefdesrelatie, en later huwelijk, met Hélène Fourment (1614-1673), de jonge
weduwe van Peter Paul Rubens (1577-1640). Brouchoven werd raadsheer bij de
Hoge Raad der Spaanse Nederlanden, de Consejo de Flandes in Madrid. In
1665 werd hij baron en in 1676 graaf van Bergeyck. Zijn zoon, Jan van
Brouchoven van Bergeyck (1644-1725) werd de meest illustere onder de Van
Brouchovens, eerst als raadsheer van financiën, als thesaurier-generaal, als minister
van Landsverdediging en Financies en ten slotte als feitelijke stadhouder van
de Spaanse Nederlanden. Nadat
de Franse Revolutie de adel had afgeschaft, werd dit voor de meeste families
weer goed gemaakt door het herstel van de adellijke status onder het Verenigd
Koninkrijk der Nederlanden. Niet echter voor de Bergeycks die het vertikten
een aanvraag tot adelserkenning in te dienen. Het verhinderde niet dat ze
gewoonlijk als 'graaf de Bergeyck' werden aangesproken, de 'van Brouchoven'
voorlopig weinig gebruikend. Het is
pas in 1877 dat Florimond een herstel van de adellijke status aanvroeg en
verkreeg, in 1898 aangevuld met de toekenning van de grafelijke titel aan
alle mannelijke afstammelingen. Het is duidelijk dat men de officiële
erkenning vanwege de Nederlandse of later de Belgische overheid lange tijd
niet nodig achtte om verder als adellijke familie te leven en door de
samenleving erkend te worden. Het statige kasteel 'Cortewalle' in
Beveren-Waas en het stadspaleis op de Meir van Antwerpen ondersteunden de vleiende
reputatie van de Bergeycks. Bekendste vertegenwoordigers en genealogie
·
Gerard van Broeckhoven,
eerste heer van Bergeijk (1626) o
Jan-Baptist van Brouchoven
(1619-1681), heer van Bergeijk, vervolgens baron (1665), vervolgens graaf
(1676) §
Jan van Brouchoven
(1644-1725), tweede graaf van Bergeyck §
Nicolas-Joseph van Brouchoven
(1691-1765), zoon van voorgaande §
Pierre-Philippe van Brouchoven
(1729-1807), zoon van voorgaande §
Charles-François van
Brouchoven (1766-1811), zoon van voorgaande §
Charles de Bergeyck
(1801-1875), lid van het Nationaal Congres (België) §
Louis André de Bergeyck
(1805-1868) §
Florimond de Brouchoven de
Bergeyck (1839-1908), zoon van Louis-André en schoonzoon van
Charles §
Louis de Brouchoven de
Bergeyck (1871-1938) |
|
De oorsprong van het tweede wapen met achtpuntige ster en adelaar
Dit wapen was bekend in het Antwerpse van de gelijknamige drukkerij
aan de Vrijdagmarkt in Antwerpen. De ouders van Paul Frans Moretus hadden een
buitenverblijf in Berchem, gekend als “Het Prieel”. Paul Frans Moretus
huwde met Catharina Theresia van Colen in 1780 en woonde o.m. in
Ekeren-Kapellen (Hof van Kapellen of Moretushof), in Merksem (Hof
ter Linden), in Hoboken (Scaldisburg) en in Antwerpen. De familie
was verwant met van Colen (afkomstig uit Aken, vanaf de 16e
eeuw in Antwerpen), heren van Boechout, De Man (die drie morenkoppen
voerden in hun familiewapen), van Havre (waaronder baronnen en graven;
de familie voerde twee opstaande leeuwen naast hun familiewapen). Een zoon, Augustijn
Moretus, die in 1815 huwde met Pauline della Faille en die o.m. op
het Schoonselhof in Wilrijk woonde, werd bekend als weldoener van
ouderlingen. Hij was de stichter van het Instituut Sint-Joseph in Kapellen,
een toevluchtsoord voor ouderlingen. Augustijns dochter Zoé Moretus
huwde in 1871 met Emiel Geelhand. In geen van deze families kwamen
molenijzers voor in hun familiewapen.
De kroon bovenaan de wapens duidde op een grafelijk wapen (oude
heraldiek in België en Frankrijk). In De
éénhoofdige adelaar met opengesperde veren was heraldisch eerder Oostenrijks
of Pruisisch van oorsprong. Met twee koppen ging het om de dubbele adelaar
van het Heilig Roomse Rijk. Eénkoppig leek deze op de Franse adelaar, maar
diens veren stonden niet open, en de Duitse (ook Pruisische) adelaar die
evenwel een andere spreidstand van de veren had, met de punten van boven naar
beneden. Het hoofd hoorde naar de rechterzijde gewend zoals gevonden, anders
sprak men van een ‘omgewende’ adelaar.
“Dit is een onverwacht mooi cadeau. Enkele elementen
wist ik. Maar dit was voor mij nog nooit een mooi aansluitend verhaal. Om het
verhaal rond te maken wil ik toevoegen hoe het schild hier geraakt is. Mijn
ouders hebben het kasteeltje ‘Plantin’ te Kapellen einde de jaren 1950
gekocht van de een van de kinderen van graaf Louis de Brouchoven. Ik ben in
dat kasteel geboren. Ik het er nog vage herinneringen aan. Grote kaders in de
gang, een grote kluis, de tuin. De luiken aan buitenzijde, de hoge plafonds,
wanden met leer bekleed, kelder, grote ouderwetse keuken, er was zelfs een
ouderwetse lift, etc.…. En vooral het schilderij van Moretus in de
schoonste plaats. Dit herken ik als ik het Moretus museum bezoek ik Antwerpen
aan de vrijdagmarkt.
|
||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
[1] Nederlandse
vertaling in het boek "Het geslacht Viëtor en aanverwante familiën",
geschreven door Mr. H. Haitzema Viëtor in juni 1910.
[2] O.a. Godfried
van Mierlo, tweede bisschop van Haarlem-1570, molenijzers in keel (rood) op een
veld van zilver.
[3] Straeten
voerde een zwart schild, waarop drie molenijzers van goud, geplaatst 2 en 1,
met in het midden een klaverblad van goud. Dit familiewapen konden we bijgevolg
uitsluiten.
[4] O.m. Rietstap
Heraldische Bibliotheek p. 220
[5] De
Roover waren ook heren van Montfoort; in 1479 werd een wapen met molenijzers
vermeld bij de buitenpoorters van Leuven. (1162-1222) Ridder Edmond de Roode
uit St. Oedenrode, Volgens een legende was hij legeraanvoerder van Hendrik II,
graaf van Cuyk, had de leiding in oorlogshandelingen in 1167 tegen Boudewijn II
van Holland, die bisschop van Utrecht was. Hij maakte zoveel buit dat hij de
bijnaam de Roovere kreeg. Emont kreeg zes zoons,
waarvan er drie, Gottfried, Fillip en Gisbert in de geestelijke stand traden, terwijl zijn zoons
Arnout van Roode, Hendrik van Montfoort en Gerlach de Roovere stamvaders werden van families, die op
verschillende plaatsen uitgebreide bezittingen hadden en die allen drie
molenijzers in hun wapen voerden.
[6][6] Van Breugel
voerde een wapen in achtergrond keel met drie zilveren molenijzers of de
inversie daarvan met een uitgeschulpte schildzoom, alles van zilver.
[7] Hendrik Willem Adriaan van Oordt (1888-1975) voerde
een familiewapen met drie molenijzers.
[8] Van Dongen
voerde een wapen van keel, waarin een gekanteelde balk met drie molenijzers van
zilver, geplaatst 2 en 1. Ook dit wapen kon worden uitgesloten.
[9] Van Iersel
voerde een wapen met drie zwarte molenijzers, geplaatst 2 en 1, in een veld van
zilver.
[10] Zoals op een grafzerk in
de Hervormde kerk van Vught, NL: geschulpt schuinkruis, vergezeld boven van een
achtpuntige ster; helm met rond de hals een penning aan koord of ketting.
Helmteken: uitkomende krijgsman met zwaard en schild. Tekst: Hier liggen begraeven Peeter, Elisabeth ende
Franciscus Cleymans, kynderen van Gysbrecht
Cleymans, controleur-generaal van Sijne Majesteyts (Mts) Licenten ten
Platten Lande van Brabant, die storfven anno 1641
[11] Alfen voerde in zilver een achtpuntige, zwarte
ster.