Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

tot 233.000 jaar geleden – Wat DNA leert over onze voorouders

 

Haplogroepen

 

De resultaten van zo’n DNA-onderzoek vertalen zich in wat men een haplogroep noemt. Bij afstammelingen van wat wij de “Klein-Brabantse” of de “Hombeeks-Leestse” stamlijn zijn gaan noemen, was het resultaat van het DNA-onderzoek “I1*” of voluit “I-M253*”. Bij het onderzoek van 2008 werd dit nog benoemd als “patroon I1a”. Haplogroep I dateert van minstens 23000 jaar geleden en wordt vandaag de dag gevonden in heel Europa, met lage frequenties in Noordoost Afrika, centraal Siberië, het Nabije Oosten, de Kaukasus. De groep vertegenwoordigt één van de oudste bevolkingen in Europa.

 

Intussen weten we ook dat enkele andere takken Lauwers als resultaat haplogroep R1b opleverden.

 

De historische migratie van haplogroep I-M253

Afbeelding met tekst, kaart, atlas, schermopname

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Geni-ale stamboom onderzoek (K.U.L.), 2017

National Geographic / Waitt Society onderzoek, 2008

 Andere bronnen

(WP = Wikipedia)

* Archeologische DNA-vondsten

 

-195000 homo sapiens (o.m. vondsten Omo-rivier, Ethiopië))

-705000 BC gemeenschappelijke voorouder met Denisova 8 (-134000 > -103600 BC), Altai gebergte, zuid-Siberië

-368000 BC gemeenschappelijke voorouder met Neanderthaler (-40000 Feldhofer grot in Neander vallei)

-233000 tot 200000 jaar geleden: stamouder op Afrikaans continent (Homo sapiens)

 

-79000 tot -31000 jaar geleden in hedendaagse Ethiopië, Kenia of Tanzania

 

-60000 jaar geleden uit Afrika (BF)

-60000 jaar geleden migratie uit Afrika (naar Azië, via de kusten, BF)

 

Zuid-Azië (CF > F)

-50000 jaar geleden Euraziatische Adam (merker M168) in Slenk /Rift vallei

-50000 einde IJstijd Noord-Europa
merker M168 Haplogroup CT (volgens Phylogenetic Ancestral Tree R-Z9)

Midden-Oosten (IJ)

-45000 jaar geleden migratie uit Afrika (merker M89), tweede migratiegolf naar Midden-Oosten

-33000 jaar geleden (merker I-L758)

-40000 migratie naar Europa (Cro-magnon mens, klimaatveranderingen)
-40000 tot -20000 jaar geleden werd de Sahara route ontoegankelijk wegens woestijnvorming (geen terugkeer mogelijk)

-26000 jaar geleden migratie naar Europa vanuit het Midden-Oosten
-23000 
Haplogroep I ontstaan
-20000 jaar geleden gemeenschappen in de Balkan (
merker M170)
-15000 jaar geleden einde IJstijd, migratie naar Noord-Europa

-27000 jaar geleden ontstond I1 vanuit I* (WP)

-26000 gemeenschappelijke voorouders in Tsjechië [Praag, Zuid-Moravië], in Italië [Messina], in Duitsland [Baden-Württemberg], in België [Goyet], in Polen [Wilczyce], in Zwitserland, in Spanje [Burgos, Murcia, Solsona, Granada], in Bulgarije [Shumen, Sliven], in Hongarije [Szolnok], in Oostenrijk [Goldenen Stiege], in Montenegro [Duga], in Servië [Bor, Noord-Banat], in Frankrijk [Aisne], in Schotland [Dornoch], in Portugal [Lissabon], in Oekraïne [Zaporisja], in Engeland [Guernsey] (migraties binnen Europa)[1]

-20000 hoogtepunt nieuwe IJstijd (Gravettiaanse cultuur, Opper-Paleolithisch, jagers-verzamelaars)
- Uit 
M170 ontstond M253 (WP)
- nauwelijks pre-Neolithische 
I1 sporen

-11000 jaar geleden uit Zuiden van Europa ("postglaciale expansie") (I > I1a)

-6500 -5500 vondsten I1 DNA in Stora Karlsö (-5500 BC) Gotland, in Hongarije (-5300 BC), beiden uitgestorven takken, en in Skåne (-2010 en -1750 BC)
-5500 -4500 
(merker M253)

-18000 tot -5500 jaar geleden verdween het Doggerland onder de zeespiegel [vermoed woongebied haplogroep I1].
-12000 tot -6500 jaar geleden weinig sporen 
I1 (steentijdperk of Neolithicum, ontstaan landbouw en domesticatie dieren)
-5600 tot -4250 BC Lineaire Aardewerk cultuur: deze informatie is consistent met de Neolithische verspreiding van 
I1 vanuit Hongarije van deze cultuur en de volgende Trechterbeker cultuur (4000-2700 BC) in Noord-Duitsland en in zuidelijk Scandinavië.

-6970 > 6622 BC gemeenschappelijke voorouder Doggerland 9 in Doggerland

 

-2800 Strijdbijl Cultuur Noord-Europa
-1750 Noorse Bronstijd (zuiden van Scandinavië en noorden van Germaanse rijk, langhuizen)

-4500 tot -3500 Bronstijdperk
-4200-2650 BC Trechterbeker cultuur: zowel de Trechterbeker cultuur als de Pitted Ware cultuur tonen een samengaan tussen het Neolithisch ontstaan van landbouwgemeenschappen en het  Mesolithisch bestaan van jager-verzamelaar leefgewoonten. Op het eind van deze cultuur won 
I1 aan momentum.

-3638 > -3527 BC gemeenschappelijke voorouder met Sonder Tastrup, Falster, Denemarken

-2900 > -2600 BC gemeenschappelijke voorouders met Ajvide, Eksta, Gotland, Zweden

 

Hoe komt het dat hedendaagse Scandinaviërs hoofdzakelijk behoren tot de haplogroepen I1, R1a en R1b

(terwijl er zo weinig vondsten van het DNA zijn in de middensteentijd na -10500 BC)

 

I1 zou de eerste groep zijn geweest die migreerde naar Scandinavië tijdens de overgang naar landbouw gemeenschappen tussen -4200 en -2300 voor Christus.

 

Afbeelding met binnen, gereedschap

Automatisch gegenereerde beschrijvingHet is aannemelijk dat de vestiging van I* en I2 tijdens de steentijd in de noordelijke landen, ook in Lapland en in Finland, kwam door enkele landbouwers en rundveehouders die er gingen wonen. Die waren bijna exclusief I1. Dit was ook de periode dat het eerder genoemde “Doggerland” steeds verder onder de golven verdween door het smeltende ijs.

Foto: voorbeeld van een strijdbijl uit de Chalcolitische tijd uit -1500 en -1300 BC.

 

Een alternatieve hypothese gaat er van uit dat voorouders van de haplogroep I1 zich samen met voorouders van de haplogroep R1a-2284 in Denemarken, in Zweden en in Noorwegen vestigden tijdens de Chalcolitische tijd tussen -4000 en -3000 voor Christus, en tijdens de vroege bronstijd tussen -4500 en -3500 voor Christus. Men associeert dit met de zogenaamde Stijdbijlcultuur.

 

Niettemin zijn er momenteel oudere sporen van I1 DNA in Scandinavië tot 6500 jaar geleden.

 

 

Wat weten we van de origine van I1-M235 en R1a?

 

De origine van I1-M253 wordt doorgaans gesitueerd tussen -20000 en -15000 jaar oud buiten Scandinavië. Er zou pas tussen -11000 en -9000 jaar geleden een migratie naar Scandinavische landen hebben plaats gevonden. I1a of I1* zouden als eersten de noordelijke landen hebben bewoond.

 

De ene theorie houdt het bij een vroege migratie, onder meer vanuit het voormalige Doggerland na de IJstijd, een andere kijkt iets recenter en houdt het bij inwijking van de Baltisch Slavisch sprekende Touwbeker cultuur tussen -2900 en -2450 VC, gelijktijdig met de migratie van R1a1ab1 Z282. Recenter onderzoek wijst er op dat de ontwikkeling van de I1a2 L22 variant, de oorspronkelijke Y-haplogroep in Scandinavië, vermoedelijk -20000 en -15000 jaar geleden te situeren is in Centraal Europa en dat de inwijking in Scandinavië minstens een 6500 tot 5500 jaar geleden plaats vond.

 

Wanneer we dit schrijven, zijn er geen oudere historische vondsten in Scandinavië. De sporen van R1a dateren momenteel van de Touwbekercultuur 4900 tot 2400 jaar geleden. I1 was alleszins prominent aanwezig in de Scandinavische landen in -1750 BC. We zitten dan in de noordelijke bronstijd, en deze haplogroep wordt ook vaak bestempeld als voorouderlijk aan Germaanse volkeren.

 

Tijdens het Viking tijdperk (800 tot 1100 nà Christus) was er een ruime uitwijking van I-M253 vanuit Scandinavië.

 

Bij een onderzoek uit 2020 werden de overblijfselen van 442 Viking individuen onderzocht uit meerdere archeologische sites in Europa en I-M253 bleek daarbij de meest voorkomende haplogroep. Noorse en Deense Vikings lieten bijvoorbeeld DNA-sporen na in Engeland en in Ierland, terwijl de Zweedse Vikings sporen nalieten in Oekraïne, Rusland, Finland en Estonia.

 

R1b, de andere voorkomende haplogroep bij laurentii

 

R1b is de meest voorkomende haplogroep in West-Europa, met meer dan 80% in Ierland, de Schotse Highlands, westelijk Wales, de Atlantische kust van Frankrijk, Baskenland en Catalonië. Het is ook vaak voorkomend in Anatolië en de de Noordzeekust van Europa, met “hotspots” in de Vallei van de Po in Noord-centraal Italië (+70%), Armenië (35%), de Basjkirs van de Oeral regio van Rusland (50%), Turkmenistan (+35%), de Hazara in Afghanistan (35%), de Oeigoeren van Noordwest China (20%) en de Newah in Nepal (11%). Een subgroep R1b-V88 is typisch voor de sub-Sahara in Afrika en wordt gevonden bij 60 tot 95% van mannen in Noordelijk Kameroen.

 

Wat DNA ons vertelt, is geen exacte wetenschap. In een stamboom kan het DNA-haplo profiel uiteraard wijzigen, bijvoorbeeld wanneer een ongehuwde moeder haar familienaam behield en kinderen kreeg die de naam verderzetten in volgende generaties. Buitenechtelijke en voorechtelijk vaderschap kon voorkomen, al toonde onderzoek dat dit véél zeldzamer was dan algemeen wordt aangenomen.  In zo’n geval kregen nakomelingen soms een ander “Y” profiel mee dan de officiële vader.  Herkenbare fysieke kenmerken en “familiale trekjes” bevestigen dan weer een vermeende verwantschap.  

 

 

Geneografisch I-M253 – uit het onderzoek van 2008

60 000 jaar geleden

 

Moderne wetenschap gaat hand in hand met genealogisch onderzoek. Via het DNA kan men geografisch traceren van waar de voorouders komen. Uit ons DNA bleek dat de voorouders in mannelijke lijn afstamden uit Afrika. Deze voorouders migreerden tienduizenden jaren geleden via het Nabije Oosten naar het Zuidoosten van Europa, om via de Balkan[2] in Noord-Europa uit te komen zo'n 15000 jaar geleden. De aanwezigheid in Vlaanderen was van recentere datum, en werd gedocumenteerd ongeveer 1200 jaar geleden.

 

DNA onderzoek

 

Het DNA-onderzoek identificeerde de Lauwens/Lauwers afstammelingen van de stamlijn Hombeek-Leest als behorende tot haplogroep I in mannelijke lijn (Y-chromosomen). De genetische kenmerken gingen terug tot 60 000 jaar geleden, naar de bekendste ‘merker’ van alle niet-Afrikaanse mannen, M168, de ‘Euraziatische Adam’, en volgde dan een stamlijn tot de hedendaagse afstammelingen die behoren tot de haplogroep M170, ook wel haplogroep I genoemd.  De Y-chromosomen volgden de merkers: M168 > M89 > M170.

 

 

Vanaf 60 000 jaar geleden - Wat genetisch onderzoek ons leert

 

Ieder van ons draagt DNA die een combinatie is van genen geërfd van zowel moeder als vader, die onze fysieke kenmerken en ons voorkomen bepalen: kleur van de ogen, grootte, gestalte,… Eén uitzondering is het Y-chromosoom dat van vader op zoon onveranderd wordt geërfd, generatie na generatie. Onveranderd, tenzij een mutatie plaatsvindt: dit wordt een unieke ‘merker’ die toelaat doorheen generaties de afstamming in kaart te brengen. Het DNA Y-chromosoomonderzoek waaraan we deelnamen, liep in de schoot van een ruimer onderzoek van de Waitt Family Association met steun van de National Geographic Society. 

 

Het DNA-onderzoek identificeerde de Lauwens/Lauwers afstammelingen als behorende tot haplogroep I 1. De genetische kenmerken gaan terug tot 60 000 jaar geleden, naar de bekendste ‘merker’ van alle niet-Afrikaanse mannen, M168, de ‘Euraziatische Adam’, en volgde dan een stamlijn tot de hedendaagse afstammelingen die behoren tot de haplogroep M170, ook wel haplogroep I genoemd.  De Y-chromosomen volgen de merkers: M168 > M89 > M170.

Soms is er meer dan één mutatie-element dat meespeelt in een specifieke genetische tak. Dit is het geval bij haplogroep I, waarvoor twee merkers kenmerkend zijn, of M170, of P19. Beide merkers komen altijd samen voor. Beide merkers kunnen dus worden gebruikt om de afstamming na te gaan.   Wanneer een merker wordt geïdentificeerd, wordt nagegaan wanneer deze het eerst voorkwam, en in welke regio in de wereld. Elke merker is in essentie het begin van een nieuwe tak in de familiestamboom van het menselijk ras. Die merkers gaan ver terug in de tijd, en nog niet alle merkers zijn geïdentificeerd om het plaatje volledig te maken.

Vandaag de dag vindt men leden van deze haplogroep in het zuidoosten van Europa en centraal Europa, met relatief hoge concentraties onder de Scandinavische bevolking. Volgens sommige studies zouden 40 tot 50% van de noorderlanden van Scandinavië tot deze haplogroep behoren. Een  gelijkaardige frequentie van voorkomen vindt men onder de bevolking van het noordwesten van de Balkan in de Dinarische Alpen[3], een bergketen in Zuid-Europa die door landen als Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro, en Albanië loopt. Relatief hoge frequenties komen voor in sommige delen van Zuid-Frankrijk en in Normandië.

 

De vroegst bekende voorouder werd geïdentificeerd via merker M168, ongeveer 50 000 jaar geleden, in Afrika. Deze zogenaamde ‘Euraziatische Adam’ leefde in de IJstijd in het warmere en vochtige klimaat van Afrika. Deze verre voorouder leefde meest waarschijnlijk in het noordoosten van Afrika, in de regio van de Grote Rif vallei, ook wel de “Grote Slenk” genoemd.

 

Afbeelding met buitenshuis, hemel, natuur, Struikgewas

Automatisch gegenereerde beschrijvingVolgens schatting ging het om een 10 000 individuen. Zij gebruikten stenen werktuigen, en er waren vroege sporen van kunst en ontwikkelde conceptuele vermogens. Archeologisch en skeletonderzoek doen vermoeden dat de moderne mens anatomisch ontwikkelde in Afrika zo’n 233 000 jaar geleden, dat deze stelselmatig uit Afrika emigreerde en de rest van de wereld begon te koloniseren zo’n 60 000 jaar geleden. Op dit migratiemoment begon het verhaal van de voorouders van onze familie.

 

Deze verre voorouder leefde meest waarschijnlijk in het noordoosten van Afrika, in de regio van de Grote Rif vallei, ook wel de “Grote Slenk” genoemd, in het hedendaagse Ethiopië, Kenia of Tanzania, zowat 31 000 tot 79 000 jaar geleden. Wetenschappers houden het op meest waarschijnlijk 50 000 jaar geleden. Zijn nakomelingen werden de enige die deze migratie buiten Afrika zouden overleven, waardoor hij de gemeenschappelijke voorouder is van iedere niet-Afrikaanse man die vandaag de dag leeft.

Afbeelding: de Olduvai-kloof in Tanzania, 2006[4] 

De Rif vallei of de Slenkvallei is bekend vanwege antropologische vondsten van de eerste mensen en aapmensen, vooral in de Olduvaikloof ("wieg van de mensheid").

 

De moderne mens kwam als Cro-Magnonmens circa 40.000 jaar geleden naar Europa, maar bestond in Afrika al langer. Deze 'Afrikanen' worden wel gezien als voorlopers van de Neanderthaler en Cro-Magnonmens. Met de vondst van de twee schedels bij de Omo-rivier in 1967 werd deze theorie onderbouwd. Wetenschappers hadden deze twee schedels op 130.000 jaar gedateerd. Nieuw onderzoek leek aan te tonen dat twee schedels van Homo sapiens mogelijk veel ouder (195.000 jaar) zijn.

 

De Cro-Magnonmens was een latere tijdgenoot van de Neanderthaler. De Cro-Magnonmens verscheen blijkens archeologische vondsten ca. 40.000 jaar geleden in Europa. Hij was anatomisch niet te onderscheiden van de moderne mens, maar wel van de Neanderthaler die na zijn verschijnen langzaam zeldzamer werd en uiteindelijk uitstierf.

 

Vergeleken met de Neanderthaler was de Cro-Magnonmens qua lichaamsbouw tengerder en minder gespierd. Hij werd bekend door de merkwaardige beendervondsten in onder meer Cro-Magnon, Aurignac en La-Madeleine. Zijn gestalte was aanzienlijk groter dan die van de Neanderthaler, gemiddeld mat hij 1,75 m. tot 1,80 m. De schedels vertonen grotere verschillen met die van de Neanderthalers dan met die van huidige mensen.

 

De oer betekenis van mens[5]  komt overeen met de wetenschappelijke naam Homo sapiens (Latijn: "verstandige" of "denkende" mens). Het woord homo, hominis is mogelijk verwant met humus: "aarde, bodem". Het Franse homme wordt zowel gebruikt voor "mens" als voor "man", hetgeen het bekende woordenspel "Madame, vous êtes un homme" mogelijk maakt. Het Hebreeuwse adam: "mens" wordt wel verbonden met adamah: "aarde", hetgeen een parallel met homo oplevert. Dit alles verwijst naar de oude mythe dat de mens uit klei was gekneed.

 

De Afrikaanse IJstijd werd gekenmerkt door droogte eerder dan koude. Omstreeks 50 000 jaar geleden begonnen de ijskappen van Noord-Europa te smelten. Een periode van warmere temperaturen en hogere vochtigheid brak aan in Afrika. Delen van de onherbergzame Sahara werden bewoonbaar. De woestijn veranderde in een savanne, het wild breidde zijn territorium uit naar de aangroeiende groene corridor van graslanden. Onze voorouders volgden het goede weer en de wilde dieren waarop ze jacht maakten. In die periode evolueerde de intellectuele capaciteit van de ‘moderne mens’: verbeterde gereedschappen en wapens, het vermogen om vooruit te plannen, samenwerking, en een betere kennis om met natuurlijke bronnen en levensmiddelen om te gaan. Dit leidde tot migratie naar een nieuw territorium, dat werd geëxploiteerd, en waarbij andere hominidae of mensachtigen soms werden verdreven.

 

Zo’n 45 000 jaar geleden volgde een verdere uitwijking naar Noord-Afrika en naar het Midden-Oosten.

 

Naar schatting tienduizenden mensen bevolkten de halfdorre graslanden. Zij bewerkten steen, ivoor en hout. Deze voorouders met merker M89, komen voor in 90 tot 95% van alle niet-Afrikanen. De eerste mensen die Afrika verlieten, volgden een kustroute die uiteindelijk in Australië zou eindigen. Onze voorouders volgden evenwel de uitbreidende graslanden en kwamen in het Midden-Oosten en verder terecht. Zij behoorden tot de tweede grote migratiegolf uit Afrika.

 

Zo’n 40 000 jaar geleden veranderde het klimaat opnieuw. Het werd kouder en strenger. Droogte sloeg toe in Afrika en de graslanden werden woestijn. De volgende 20 000 jaar zou de Sahara route ontoegankelijk worden. Dit liet onze voorouders geen andere keuze dan of in het Midden-Oosten te blijven, of verder te trekken. Terugkeren naar het zuiden was geen optie meer. Terwijl heel wat nakomelingen van M89 in het Midden-Oosten bleven, volgden onze voorouders de kuddes buffels, antilopen en mammoeten  met ander wild naar het hedendaagse Iran, en een grote Afbeelding met kunst

Beschrijving automatisch gegenereerd met lage betrouwbaarheidgroep migreerde naar de steppen van Centraal-Azië. Men zou de halfdorre graslanden als een soort oude snelweg kunnen bekijken, uitgestrekt tussen Oost-Frankrijk tot Korea. Deze voorouders migreerden vanuit het Noorden van Afrika naar het Midden-Oosten en vervolgens zowel naar het oosten als het westen (via de zogenaamde ‘Centraal-Aziatische snelweg’).

 

Afbeelding: vondsten van de Gravettiaanse cultuur

 

Het was een kleinere groep die er voor koos naar het noorden te verhuizen, naar Anatolië en de Balkan. Zij wisselden het traditionele grasland voor wouden en hoger gelegen land. Dit is de groep waarvan wij afstammen.

 

Afbeelding met Snack, voedsel, Fastfood, koekje

Automatisch gegenereerde beschrijvingZo’n 20 000 jaar geleden woonden onze voorouders in het zuidoosten van Europa, op het hoogtepunt van een nieuwe IJstijd. Het ging om honderdduizenden mensen, gerekend tot de Gravettiaanse cultuur, of ook Opper-Paleolithisch. Deze cultuur vertegenwoordigde een tweede technologische fase in het prehistorische West-Europa. Ze werd genoemd naar La Gravette in Frankrijk, waar heel wat nieuwe werktuigen werden gevonden ten opzichte van de voorafgaande Aurignac cultuur. Het Gravettiaanse wapentuig bevatte bijvoorbeeld smalle stenen bladen gebruikt voor de jacht op groot wild. Deze cultuur werd ook gekenmerkt door weldadig kraswerk op rotsen en afbeeldingen van volronde vrouwen – die ook wel eens ‘Venus’ figuren werden genoemd (zie foto: een bekende 'Venus' uit de Gravettiaanse cultuur is het Venusbeeld van Willendorf). Het kleine beeldhouwwerk, vaak niet groter dan een hand, stond in het teken van vruchtbaarheid, en beeldde vaak zwangere vrouwen uit. Mogelijk ging het om godinnen.

 

Onze vroege Europese voorouders gebruikten gezamenlijke jachttechnieken, creëerden schelpenjuwelen, en gebruikte beenderen van mammoeten om hun huizen te bouwen. Recente vondsten wijzen er op dat deze Gravettiaanse voorouders de kunst verstonden om kleding te weven met natuurlijke vezels, al zo’n 25 000 jaar geleden, lang voor de veronderstelde ‘uitvinding’ van weefkunst die tot voor kort werd gesitueerd ongeveer 10 000 jaar geleden.

 

De voorvader die de merker M170 toevoegde aan het DNA, werd zo’n 20 000 jaar geleden geboren. Hij moet geboren zijn in één van de geïsoleerd  levende gemeenschappen die de laatste trekken van de IJstijd wisten te overleven. Dat was vermoedelijk in de Balkan.

 

Afbeelding met natuur, buitenshuis, landschap, hemel

Automatisch gegenereerde beschrijvingFoto: De hoogste berg van de Dinarische Alpen is de Dinara en ligt in de provincie Split, noordelijk van Split en Šibenik in Kroatië. De Dinara is 1.831 meter hoog.

 

De ijskappen die het grootste deel van Europa bedekten, begonnen te smelten zo’n 15 000 jaar geleden. In die periode koloniseerden onze voorouders Noord-Europa. Uit deze lijn kwamen de Vikings voor. Het genetisch onderzoek toont aan dat de Lauwens/Lauwers families in de mannelijke lijn verwant waren met 'Noormannen'.

 

Het waren vooral Deense Vikings die Vlaanderen aandeden, alsook Engeland, Frankrijk (Normandië) en Nederland; de Zweedse Vikings spitsten zich toe op het Oosten, en zouden hun naam geven aan het grootse gebied dat zij aandeden ('Rus'-land). Er zijn meldingen van plunderingen te Antwerpen in 836, waarna de Rupelstreek, Gent, Kortrijk, Doornik, Leuven en de Maasstreek volgden.  De Vikings hielden thuis op de Britse eilanden en in het Zuiden van Frankrijk, en dat is de verklaring voor het voorkomen van genetisch verwanten in onder meer de Keltische bevolking en in het Zuiden van Frankrijk.

 

Afbeelding met kaart, Aarde, Wereld, tekst

Automatisch gegenereerde beschrijvingAfbeelding: Vikinggebieden en reizen

 

De nederzettingen aan de Franse kust leidden tot de naam "Noormannen- gebied", of "Normandië". De naam Normandië werd overigens pas in 911 gegeven toen Karel III, koning van toenmalig Frankrijk, het gebied afstond aan Rollo, de leider van een dreigende Vikingmacht. Willem de Veroveraar (1027 - 1087) was - hoewel een 'bastaard' - een afstammeling van Rollo. Zijn vader was Robert I, Hertog van Normandië en Arlette, zijn moeder, was de dochter van een tin bewerker. Willem zelf huwde Mathilde, een dochter van Boudewijn V, Graaf van Vlaanderen. Op 28 september 1066 versloeg hij de troepen van de Engelsman Harold bij Hastings Afbeelding met tekst, Lettertype, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.en toen lag voor hem de weg open naar de Engelse kroon. In het leger van Willem de Veroveraar bevonden zich overigens heel wat Vlaamse krijgslieden. In het gevolg van de Normandiërs emigreerden heel wat Vlamingen in de 11e eeuw naar Engeland[6]. Ook in Brugge hadden de Noormannen een "brygghia" of "aanlegplaats" gemaakt van waaruit ze het binnenland plunderden.

 

Afbeelding: Viking bodemvondsten van de 7e-9e eeuw uit het Oostzeegebied: fibula, kruisjes en riembeslag. (Privé collectie Laurentii)

 

Hier eindigt het geneografisch onderzoek. De voorouders van de Lauwens en Lauwers families in onze stamlijn, begon, althans langs vaderlijke lijn, lang voor de eerst geïdentificeerde voorouders in de 13e eeuw in het Graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant, bij nakomelingen van Vikings in Zuid-Engeland en in de Nederlanden.

 

Afbeelding met persoon, kleding

Automatisch gegenereerde beschrijvingToen ik in 2008 voor het eerst deelnam aan een DNA-onderzoek, had ik geen idee tot welk nieuw inzichten dat kon leiden. Het ging om een geneografisch onderzoek van National Geographic en de Waitt Society. Op basis van veranderingen in het Y-chromosoom over meerdere generaties, wilde men achterhalen wie de voorouders in mannelijke lijn waren.

 

Het resultaat stemde verrassend overeen met wat we al wisten uit genealogisch onderzoek. Er waren de voorouders die we in kaart hadden gebracht. Er waren ook wapenschilden en heraldische symbolen ontdekt waarvan de geschiedenis ons eeuwen terugvoerde in de tijd. Zowel het stamboomonderzoek als de wapenkunde leken al te wijzen op een Viking verwantschap ergens in de 9e en 10e eeuw.

 

In 2017 stond ik opnieuw DNA af voor een onderzoek van de K.U. Leuven. Er kwamen nieuwe inzichten in historisch DNA-onderzoek naar boven. Haplogroep I1* wordt als een typerende Scandinavische haplovariant beschouwd. Ook bij haplogroepen als R1a en R1b is er een indicatie in die richting.  Dit wil niet per definitie zeggen dat er voorouders bij Vikings moeten worden gezocht. Haplogroep I1* kwam volgens het Leuvense onderzoek “De Geni-ale stamboom” sporadisch ook al voor in onze contreien aan het eind van de laatste IJstijd (-15000 jaar geleden). Dat er in deze periode nauwelijks sporen van I1* waren gevonden, wees in de richting van het verdwenen “Doggerland”, een landbrug tussen Engeland, de Nederlanden en Scandinavië. Dat was een woongebied dat na de laatste IJstijd verdween onder water.

 

We wisten al dat de stamboom vóór de Mechelse Joris Lauwerens Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving in het hertogdom Brabant terug ging tot de families Lauwereyns in het Graafschap Vlaanderen. De Mechelse Joris was in 1570 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle gehuwd met Christine van Dormael. Zijn voorouders kenden we inmiddels ook, vanaf het huwelijk van Odin Lauwereyns van Diepenhede  met Johanna Van Velthuysen in 1247 in Brugge. En de voorouders van ridder kruisvaarder Odin kenden we ook, met voorouders uit Engeland en Cadzand tot in 865. Een flinke sprong in de tijd.

 

Het familiewapen van Odin was ontleend aan de heren van Cadzand en bevatte heraldische elementen van voorouders in onder meer Suffolk, Engeland. Er waren in die voorouderlijke lijn opvallende verwantschappen met gekende Viking geslachten.  Nóg verder terug in de tijd zouden de heren van Cadzand afstammen van de koningen van Wales die door de Engelsen werden verdreven. Dat bleek uit het oudst bekende familiewapen van deze familie. Nakomelingen van Odin – liet dat nu net een echte “Viking” naam zijn – voerden tot in onze tijd familiewapens met afgeleide heraldische kenmerken.

 

Alvast één afstammingslijn van de heren van Cadzand behoorde tot de R1b haplogroep, terwijl ook haplogroep I-M253 in een andere gedocumenteerde tak voorkwam.

Bij hedendaagse Lawrence families weten we dat Y-chromosoom DNA-onderzoek zowel Haplogroep I-M253 (in Sussex, VK, Schotland en Frankrijk) opleveren als andere (E-M2, E-M35, G-M201, J-M269, R-L21, R-M269 elders in de Angelsaksische wereld). Er zijn behalve I-M253 ook varianten als I-M170 en I-L170 bekend bij uitwijkelingen aan de oostkust van de VS. We beschikken dus ook over een breed referentiekader om mee te vergelijken.

 

In de rand van dit Y-chromosoom onderzoek naar voorouders moet ik toch vermelden dat het om de afstamming in mannelijke lijn gaat. Mitochondriaal X-chromosoom onderzoek is veel rijker, maar laat helaas niet toe om rechtlijnig verder in de tijd te zoeken. Geen stamboomonderzoek is volledig zonder ook de voormoeders te bekijken die sporen nalieten in onze genen. Tegenover deze anonimiteit staat evenwel dat men in mitochondriaal onderzoek de percentages van ‘etnische’ afstamming wel kan terugvinden. Mannelijk of vrouwelijk, we zijn een smeltkroes van vele genen.

 

Bekende voorbeelden van I-M253

 

Bekende I-M253 personen uit geneografisch onderzoek zijn onder meer:

·         de grondlegger van de Verenigde Staten Alexander Hamilton,

·         de Varangiaanse Simon, stamouder van de Russische Vorontsov familie met prins Mikhail Semyonovich, de Rurikid prins Sviatopolk, zoon van Vladimir de Grote, 

·         Birger Jarl, “hertog van Zweden” van het huis Bjälbo en stichter van Stockholm (stoffelijk overschot onderzocht in 2002). Het huis Bjälbo leverde ook drie koningen van Noorwegen en een van Denemarken in de 14e eeuw. 

·         William Bradford, gouverneur van de Mayflower, 

·         William Brewster, passagier van de Mayflower, 

·         generaal Robert E. Lee en andere Lee’s van Virginia, 

·         Robert I van Schotland, ook bekend als Robert the Bruce, en leden van de clan Bruce, 

·         mannelijke leden van het Huis van Grimaldi,

·         VS-president Andrew Jackson,

·         de Russische schrijver Pyotr Tolstoj,

·         de IJslandse dichter Snorri Sturluson, 

·         wetenschapper Emanuel Swedenborg en andere leden van de familie Swedenborg, 

·         Siener van Rensburg uit de Boer oorlogen in Zuid-Afrika,

·         de Finse zakenman Björn Wahlroos,

·         de Finse wiskundige Rolf Nevanlinna, 

·         uitvinder Samuel Morse,

·         de voetballers Svante en Sebastian Larsson,

·         de Zweedse Youtuber Felix Kjellberg,

·         de Zweed Björn Andrésen, wiens voorouder Johan Andrésen aan de Zweeds-Noorse grens leefde, 

·         acteur Chris Pine.

 

Verwantschappen van voorouders met andere Viking-families

 

Aangetrouwde families bij de voorouders van Joris Lauwerens Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving uit Mechelen waren vóór de 13e eeuw onder meer:

 

·         Wessynton (Washington), 

·         Torfin “de Deen”, 

·         de Tafford, 

·         Wallace, 

·         kruisridder Robert Lawrence, 

·         Capet de France,  

·         de Warenne

·         Rurikid de Kiev, 

·         het huis van Ivrea, de Suffolk,

·         de Deense koning Rollo via Rognvald (Ragnar) Eysteinnsson, “Jarl” of stichter van een Viking koninkrijk,

·         Eysteinsdottir

 

 

Bij recent vergelijkend onderzoek duiken onder meer nauwe (DNA-)verwanten op met families in Schotland, Ierland, Engeland en in Scandinavische landen. Zo vonden we bijvoorbeeld matchen met DNA-profielen bij families Stevenson, Stephenson, Griffin, Deverick, Frank, Hall en Crone, Foulger in vergelijkende databases met een Engelstalig publiek (VK en VS, 37 tot 46 strings).

 

De deelname aan genealogisch DNA-onderzoek heeft de afgelopen decennia veel aan populariteit gewonnen. Dat leidt tot nieuwe inzichten in de migratie van mensen over de eeuwen heen. Overigens: er is niet zoiets als een “Viking” DNA-profiel. Wanneer men de geschiedenis van volkeren bekijkt, is de diversiteit van DNA onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de mensheid. Zoals eerder gesteld, blijkt dat ook uit het veel rijkere mitochondriaal onderzoek, waarin de voormoeders ook aan bod komen.

 

 

11000 jaar geleden - Het verdwenen Doggerland

Een team van wetenschappers heeft een verborgen stuk van prehistorisch Europa in kaart gebracht. Doggerland, zoals het ‘Britse Atlantis’ wordt genoemd, ligt op de bodem van de Noordzee en strekte zich uit van Schotland en Denemarken tot aan Bretagne. Het gebied verdween tussen 18.000 en 5.500 vóór Christus onder water door de langzaam stijgende zeespiegel en een tsunami.

Wetenschappers hebben het onderzeese landschap Doggerland genoemd, naar een grote zandbank voor de Engelse kust. Doggerland (een enkele keer Doggersland genoemd) is vernoemd naar de Doggersbank. Dogger is een oud Nederlands woord voor een vissersboot waarmee op kabeljauw werd gevist (oud Nederlands: 'dogghe').

“Uit onderzoek van 3D-reliëfkaarten van oliemaatschappijen waar we mee samenwerken, blijkt dat een groot gedeelte van het gebied was bedekt met ijs, zo’n 20.000 jaar geleden. Toen het ijs smolt, kwam meer land vrij, maar tegelijk steeg het zeewater. Het stijgen van de zeespiegel is dus niet nieuw, het is een cyclus die al dikwijls heeft plaatsgevonden op Aarde.”, citeert een onderzoeker.

Het onderzoek naar Doggerland loopt nog verder. Wetenschappers buigen zich onder andere over mogelijke menselijke grafheuvels, een mammoetmassagraf en intrigerende rechtopstaande stenen die op de zeebodem zijn ontdekt. Het is zeer waarschijnlijk dat er verwanten hebben gewoond in dit onder de zee verdwenen gebied. Het was een landmassa tussen de landstreken waar vroege voorouders voorkwamen, in wat nu Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en de Nederlanden zijn.

Al in 1913 schreef de Britse paleo botanicus Clement Reid dat de Noordzeebodem archeologische voorwerpen moest bevatten waaronder oude menselijke resten. Destijds waren er te weinig mogelijkheden om de zeebodem goed te onderzoeken. Doggerland was een uitgestrekt gebied tussen Engeland en continentaal Europa. In periodes met een lage zeespiegelstand was dit gebied onderdeel van de droogliggende bodem van de Zuidelijke Noordzee. Dit was het geval tijdens elk glaciaal. De laatste keer vond dat plaats tijdens het Weichselien, de koude periode die zo'n 11.000 jaar geleden eindigde. Regelmatig vinden vissers in dit gebied botten in hun netten wanneer die over de zeebodem slepen, van mammoeten, leeuwen, neushoorns, hyena's en andere uitgestorven of uitgeweken dieren.

 

2500 jaar geleden - Voorouders aan de Zenne en de Dijle

De Brabantse Lauwers- en Lauwens familie woonden vanaf de 15e eeuw voornamelijk in de omgeving Hombeek-Leest, aan de oevers van de Zenne, waar zij verwant werden met andere families die de Zenne- en de Dijlevallei bevolkten.

Afbeeldingen: Het "stamgebied" van de Brabantse families van Leest en Hombeek. Uit archeologische vondsten o.m. te Hombeek en Leest, weten we dat het gebied aanvankelijk werd bewoond door Nerviërs, een Germaanse stam die het gebied al bewoonde in 200 voor Christus, hoewel de meeste volkeren in het gebied dat nu 'Vlaanderen' heet een eerder Keltische oorsprong hadden. De families die de Zennevallei bewoonden, hadden een voorgeschiedenis die minstens 2200 jaar teruggaat in de tijd.

 

De oorspronkelijke Keltische stammen, die het gebied al bewoonden in 450 voor Christus, hadden geen duidelijk afgebakende woongebieden met grenzen zoals we die vandaag kennen. Julius Caesar sprak eerder van "confinium" voor gemeenschappelijke stroken waar geen van twee buurvolkeren vaste afspraken konden laten gelden, en van "fines", gebieden waar een bepaalde groep het voor het zeggen had. Daartussen lagen niemandslanden, moerassen of wouden bijvoorbeeld, die men moest doorkruisen om het gebied van een andere groep te bereiken. Enkel dichtbevolkte streken, waar invloedssferen elkaar raakten, hadden min of meer grenzen, en dus ook grensconflicten. De situatie bestond op alle niveaus, tussen groepen van stammen, tussen stammen of volkeren onderling, tussen kleinere groepen of gemeenschappen, tussen families en gehuchten.

Kaart: Caesar maakte zelf een inventaris op van de krijgers van stammen der Belgae die hem confronteerden:     60000 Bellovaci[7], 50000 Suessiones, 50000 Nerviërs, 15000 Atrebaten, 10000 Ambiani, 25000 Morini, 9000 Menapii, 10000 Caleti, 10000 Veliocasses, 10 000 Viromandui, 19000 Atuatuci, 40000 CondrusiEburonenCaerosiPaemani die als "Germani" werden bestempeld.

 

Caesar kwam tot de vaststelling dat deze stammen bezwaarlijk allemaal als "Galliërs", als synoniem voor Kelten, konden worden beschouwd. Blijkbaar hadden ook heel wat Germanen de Keltische cultuur geassimileerd. Stammen als de Nerviërs en de Trevieren die belangrijke posities bekleedden in Belgica, gingen zelfs prat op hun Germaanse oorsprong (zijnde "afkomstig van over de Rijn"), en ook archeologische vondsten lijken dit te bevestigen. Volgens sommige bronnen bewoonden de Nerviërs al in 400 vóor Christus het gebied tussen de Zenne en de Dijle. De plaatsnaamkunde bevestigt dit ook: bewaarde toponiemen verraadden een Germaanse klankstand, behalve bij de meest zuidelijke stammen die een Keltische 'klankkleur' vertoonden. Over een groot gebied rondom de Rijn werd nog ten tijde van Caesar een taal gesproken die zeer oude Indo-Europese bestanddelen had bewaard. Daarin hadden zich al rond 250-200 vóór Christus Germaanse invloeden voorgedaan.

De Nerviërs waren veruit de grootste Belgische stam en boden ook het meeste verzet tegen Caesar. Ze waren gevestigd in de streek tussen Samber en het Kolenwoud, tussen Schelde, Dijle en Samber. Zij boden hardnekkige weerstand onder de leiding van Boduoguat bij de rivier Samme (bovenloop van de Zenne), een bijrivier van de Boven-Schelde in 57 voor Chr.. Bij deze veldslag dreven ze Caesar tot op de rand van een nederlaag. Caesar wist echter de bovenhand te houden[8]. In 54 voor Chr. vormden ze opnieuw een leger en kwamen weer in opstand. De streek was in 51 voor Chr. volledig onderworpen door Caesar. Belgica werd een provincie van Gallië, met als hoofdstad Durocortorum Remorum (Reims). Julius Caesar beschreef de typische hagen waarmee Nerviërs de wegen en velden afzoomden: zij hadden geen noemenswaardige ruiterij en streden vooral te voet. Ook 'kanten' en houtwallen waren typische afzoming van velden en wegen. Deze speelden met name in het voordeel van de opstandige Nerviërs.

Nervische stater van het epsilontype: op de voorzijde, een rudimentair stuk van een hoofd, op de keerzijde, een paard met een driehoekig hoofd met daarboven een wiel met vier spakenAfbeeldingNervische 'stater' munten van het epsilontype: op de voorzijde, een rudimentair stuk van een hoofd, op de keerzijde, een paard met een driehoekig hoofd met daarboven een wiel met vier spaken. Sommige stammen bleven met instemming van Rome munt slaan. De Gallische muntheren grepen terug naar de voor hen vertrouwde beelden- en propagandataal en gaven op die manier de indruk nog steeds vrij te zijn en niet onderworpen aan de Romeinse heerschappij. De munthervorming van keizer Augustus (23 – 17 v. J.C.) voorzag in de oprichting van keizerlijke muntateliers, verspreid over heel Gallië en in een voldoende, gecontroleerde uitgifte van Romeinse munten. Kort daarop, viel de Gallische aanmunting voorgoed stil[9]. 

Dat de gronden in Hombeek, Leest en Heffen sinds lange tijd permanent werden bewoond, werd aangetoond in 1939 met archeologische vondsten teruggevonden in de Zennebedding. Het betrof IJzertijdvaatwerk, en Romeins en Middeleeuws aardewerk. Het staat vast dat het gebied nog voor onze tijdrekening door Nerviërs werd bewoond. Deze stammen hadden een nederzetting gesticht aan de monding van de Zennebeek en de Leibeek. Deze nederzettingen werden gesticht op de hoger gelegen linkeroever. De rechter Zenneoever bestond immers bijna volledig uit drassig moerasgebied[10] . De Nerviërs die onze gewesten bewoonden, hadden wellicht een eigen naamgeving voor de hedendaagse dorpen en gehuchten, maar die kon tot nu niet worden achterhaald. De eerste naamgevingen stammen uit de Frankische periode (eveneens een Germaanse stam) vanaf 370 na Christus, toen volgens sommige bronnen een grote volksverhuizing plaatsvond.

In de 4e-5e eeuw werd er in Hombeek, net als in de omliggende gebieden, op zijn minst één Frankische nederzetting gesticht, Eggelgem[11] . De meeste van deze nederzettingen bevonden zich op de linkeroever van de rivier. Ze zijn langsheen de waterloop te vinden vanaf het Zennegat tot in het Brusselse. Deze nederzettingen waren afzonderlijke herenwoningen. Sommige van deze hoven zijn later uitgegroeid tot dorpen, zoals Eppegem, andere behielden hun karakter van herenwoning, zoals het Hombeekse Eggelgem. We kennen ze nog uitsluitend via overlevering, achternamen of lokale plaats- of gehuchtnamen. Binnen de grenzen van Mechelen, Zemst en Hombeek vinden we EglegemBerbelgemZwivegem, Adegem, Ouwergem, Releghem, Heisegem en Prolegem.

Vanaf de 9e eeuw, na het hoogtepunt van het Karolingische rijk dat aanving in de 7e eeuw, zijn er sporen van Deense koningen (Vikings) die zich in de streek kwamen vestigen, zoals Onulfus van Wolvertem en diens vader Volkaard I van Anderlecht in de 11e eeuw, die op gelijke voet stonden met de heren van Grimbergen.

Pas in de hoge Middeleeuwen wordt ook het Brabantse deel van Hombeek bewoond, zij het veel minder dichtbevolkt dan het Mechelse. Het Brabantse deel heet Smalbrabant of Klein Brabant, terwijl het Mechelse de naam Hombeek draagt. Andere, meer gebruikte, benamingen waren Ophombeek en Neerhombeek. Neerhombeek hoorde bij de heerlijkheid Mechelen, terwijl Ophombeek onder het gezag stond van de hertog van Brabant. In de Karolingische periode werd de latere vrijheid van Mechelen (inclusief Neerhombeek) overgedragen aan de kerk van St-Lambertus te Luik.

 

1500 jaar geleden – Frans of Vlaams? Germaans of Keltisch?

In het West-Vlaams komen blijkbaar nog de meeste Ingvuoonse invloeden voor, eigen aan Saksen die zich tijdens de Germaanse volksverhuizingen in de 4e tot 6e eeuw aan de kusten vestigden.

Andere volkeren die onze gewesten aandeden die worden vermeld: (Germaanse) Vandalen, Goten, overwegend (Salische) Franken. De Frank Clovis stichtte in de 6e eeuw het 'Frankenrijk' in onze gewesten. Toen de Romeinen onze gewesten aandeden goed 6 eeuwen eerder, woonden in Vlaanderen nog vooral "Belgae", een Keltische bevolking, die - althans cultureel - verdrongen werd door de Germaanse en Saksische invallers, vooral in Vlaanderen.

Behalve de volksverhuizingen,  speelden ook de rooftochten van Magyaren en Vikings (8e tot 10e eeuw) en de bijna permanente interne oorlogsvoering een rol in de ontwikkeling van het 'Vlaanderen' van de vroege middeleeuwen. De omschrijving 'Vlaanderen' zou overigens pas voor het eerst voorkomen in de 7e eeuw. 

Afbeelding: Een groep enthousiastelingen brengt de "Kelten" opnieuw tot leven[12].

De oorspronkelijke Keltische stammen hadden geen duidelijk afgebakende woongebieden met grenzen zoals we die vandaag kennen.

Boven Germaanse en Keltische accenten in de taal, stond blijkbaar een "algemeen Keltische" taal die door de handelaars en leiders werd gebruikt. In deze klasse bevoorrechten werden vaak Keltische namen gebruikt.

De Romeinse schrijver Tacitus vermeldde dat Germanen in Gallië als het ware "Galliërs" waren geworden (assimilatie van de Keltische cultuur), terwijl de Griekse schrijver Strabo de Germanen aanduidde als een volk ten oosten van de Rijn, die zich onderscheidden omdat ze "nog groter, nog woester en nog blonder" waren.

Hij vermoedde dat deze "Germani" (Latijns voor "echt") beweerden dat zij "ras Kelten" waren. Eén en ander maakt duidelijk dat het niet eenvoudig is om de oorsprong van volkeren eenvoudig in hokjes te plaatsen. 

Afbeelding: Publius Cornelius Tacitus, ca.55-117 na Christus

 

Julius Caesar had er, ter verantwoording van zijn veroveringspolitiek, alle belang bij te beweren dat beneden de Rijn enkel "Galliërs" woonden en dat de "Germanen" enkel boven de Rijn gevestigd waren. Het Romeinse rijk deed er in ieder geval alles aan om Germaanse volksverhuizers te beletten de Rijn over te steken, terwijl de Germaanse Franken bondgenoten werden in een machtsuitbreidend gebied onder de Rijn[13], dat in de 6e eeuw tot de Frankische Merovingse dynastie zou leiden. Het was allicht ook geen toeval dat Julius Caesar het meest ongenadig tekeer ging tegen stammen met een 'Germaanse' signatuur: AtuatuciEburonesUsipetes en Tencteri

 

Toen de Romeinse keizer Caligula (37-41) in zijn zegetocht ook Germanen wilde laten paraderen, maar er geen vond onder de krijgsgevangenen, zocht hij de grootste exemplaren van de Galliërs uit, die hun haar moesten laten groeien en het rossig kleuren. Aldus de Romeinse geschiedschrijver Suetonius in zijn circa 120 na Christus geschreven boek "Levensbeschrijving der Romeinse Keizers" (De vita Caesarum). Hieruit bleek nog eens dat de Gallische Kelten niet zover hebben afgestaan van hun 'Germaanse' naburen.

 

Afbeelding: Romeinse re-enacters van het I Röhmercohorte Opladen (DE) en het Legio IX (BE) reconstrueren de geschiedenis van de Romeinen in het oude Gallië7.

 

 

 

 

 

Foto's re-enacters (c) re-eanacters gezelschappen (zie refertes hoger) - Foto munten uit nationale collectie Nationale Bank van België (Public Domain) - Kaartbewerking Zenne- en Dijlevallei van (c) integraal waterbeleid.be onder gebruiks-voorwaarden - Historische kaart Belgica onder Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0, Feitscherg, 2005 (Bron: Wikipedia DE). - Beeld Tacitus onder Public Domain (Bron: Wikipedia). - Familiewapen Laurentii - De kaart is een eigen bewerking van een kaart van Wereldatlas De Dag Antwerpen uit 1938. Afbeelding fragment tapijt van Bayeux van 1068 onder licentie Creative Commons CC BY-SA 3.0 / Public domain - Bron: Wikipedia.

 

1000 jaar geleden - Vikings in de lage landen

Met wat we nu weten, is de oorsprong van de Laurentii[14]  in België te vinden in de omgeving van Brugge in het voormalige graafschap Vlaanderen kan deze teruggaan tot tussen de 9e en de 12e eeuw. Een DNA-onderzoek via de mannelijke lijn leidde tot Haplogroep H1-a, wat wijst op een genetische verwantschap met Deense Vikings, maar er waren geen aanwijzingen dat dit verband hield met de aankomst van Vikingen in de streek van Brugge. 

In het eerste kwart van de 9de eeuw teisterden de noormannen de Vlaamse kust, maar een plaatselijk garnizoen zou deze dreiging hebben kunnen afslaan. Zo verhaalde het Liber de gestis regum Francorum[15].

Vanaf halfweg de 9de eeuw dook de naam Brugge op in documenten en op munten. De allereerste vermelding kwam voor in een inventaris van kerkschatten van de Sint-Baafsabdij in Gent uit de periode 851-864, Breviarum de thesauro Sancti Bavonis[16] Daarin werden  kerkschatten vermeld die uit angst voor de invallen van de Vikingen in veiligheid werden gebracht.

De oorspronkelijke naam van de nederzetting ‘Brugge’ zou Rogia zijn, een afgeleide naam van de Reie. Vanaf de 8e of de eerste helft van de 9e eeuw onderging de naam een taalkundige evolutie die alleen door invloed van het Oudnoors is te verklaren. Er zou toen een contaminatie hebben plaatsgevonden met het Noorse bryggia [17]  dat “aanlegplaats” betekende. Deze naam was enkel te verklaren vanuit intense en langdurige contacten met Vikings, een Scandinavisch volk, of zelfs de aanwezigheid van een belangrijke vreemde kolonie. Heel wat woorden in het scheepsjargon werden ontleend aan het Oudnoors, zoals stag, beting (van beitass) en kiel (van kjörl)[18].

Afbeeldingbeeld van Boudewijn I van Vlaanderen, met de ijzeren arm, aan de gevel van het stadhuis van Brugge

Wanneer Boudewijn I met de Ijzeren Arm in 862 volgens de legende Judith, de dochter van de Franse koning Karel de Kale schaakte en met haar naar Brugge vluchtte, moest hij naar verluid vooral de streek beschermen tegen de invallen van de noormannen. Daarvoor werd een burcht op de huidige "Burg" in Brugge gebouwd. Boudewijn werd de eerse graaf van Vlaanderen en regeerde als dusdanig van 877 tot 879. Ook zijn zoon, Boudewijn II de Kale, die gehuwd was met Elfridis, dochter van de Engelse koning Alfred de Grote (rex 871-899), had als graaf van Vlaanderen de handen vol met het beteugelen van invallen van noormannen. Dit bleef duren tot Arnulf van Karinthië, koning van Germanië, de Noormannen defintief versloeg in de Slag van Leuven aan de oevers van de Dijle in 891. Het vervolg speelde meer op Engelse bodem, maar Brugge en Vlaanderen raakten er bij betrokken.

██ Vikinggebieden in de 8e eeuw - ██ Vikinggebieden in de 9e eeuw - ██ Vikinggebieden in de 10e eeuw

██ Vikinggebieden in de 11e eeuw - ██ gebieden die slachtoffer van regelmatige rooftochten door Vikingen waren

 

Sweyn Gaffelbaard (960-1014), de zoon van Harold Blauwtand (910-986/7), koning van Denemarken, huwde een eerste keer met Gunhilde van Polen en hun zoon Harold IV (994-1018/9 is de vader van Cnut (995-1035) de Grote, koning van 1016 tot 1035. Uit zijn tweede huwelijk met Sigrid werd een dochter geboren, Astrid, die trouwde met Richard II, de hertog van Normandië. Tijdens zijn bewind bezocht Cnut de Grote met zijn tweede vrouw Emma Brugge in 1026. Emma, dochter van Richard I van Normandië, was weduwe van de Engelse koning Aethelred II. Wanneer Cnut stierf en Harold I Hazevoet, zoon uit zijn eerste huwelijk, ten onrechte koning werd, vluchtte Emma van Engeland naar Brugge. Wanneer haar eigen zoon Harthacnut, die ze had met Cnut, dan koning werd in 1040, keerde zij terug naar Engeland. Bij het overlijden van Harthacnut werd hij opgevolgd door een zoon die Emma had met haar 1e man, koning Aethelred II. Het werd Edward de Belijder, koning van Engeland van 1042 tot 1066.

Edward was getrouwd met Edith, de dochter van Gytha en Harold Godwinearl of Wessex. Wanneer Harold Godwin zich teveel ging bemoeien, verbande Edward de familie naar Brugge. Enkel Harold II Godwineson, één van de zonen, ontsnapte hieraan en werd de opvolger van Edward in 1066. Hij werd in de Slag bij Hastings verslagen door Willem I, de Bastaard (de Veroveraar) genaamd, die gehuwd was met Mathilde van Vlaanderen, dochter van graaf Boudewijn V van Rijsel.

Cnut de Grote was de oom van Sweyn II Estridson (° 1020 ?-koning 1047-1074). Zijn zoon werd koning Cnut IV de Heilige (°1040 ?) in 1080, tot hij vermoord werd in 1086. Hij was gehuwd met Adela, dochter van Robrecht I de Fries. Hun zoon was Karel de Goede (° 1083 ?), die als Deense prins graaf van Vlaanderen werd van 1119 tot hij vermoord werd in 1127.

Brugge was overigens niet de enige Vlaamse stad met een Vikingverleden. Deense Vikings die in Engeland door Alfred de Grote waren verslagen, staken in 879 het Kanaal over en gebruikten Gent als uitvalsbasis. Zij trokken in 881 naar Asselt aan de Maas in Midden-Limburg om van daar uit strooptochten uit te voeren tot in Keulen, Bonn, Koblenz en Trier[19]. De Frankische vorsten trachtten kwaad met kwaad te bestrijden en beleenden kustgebieden aan Deense Vikings als Harald en Rorik, die al vóór 840 door Lodewijk de Vrome als leenman werden aangesteld in Dorestad en omgeving. Dit bleek weinig effectief, ook bij de opdeling van het Karolingische rijk in 843, omdat de Viking leenmannen slechts een kleine militaire bovenlaag uitmaakten van de samenleving, en vaak afwezig waren omdat zij deze lenen niet permanent bewoonden.

Niet alle Deense Vikings waren krijgsmannen, en het is duidelijk dat velen zich integreerden in de cultuur van hun nieuwe thuisland en opgingen in de inheemse bevolking. Hoe dan ook kon de aanstelling van Deense leenmannen niet bewerkstelligen dat de Vikingaanvallen ophielden na het uiteen vallen van het Karolingische rijk.

Afbeelding: Viking omega fibula`s en Viking Kruishangers, twee gedecoreerd met mythische draak figuren, uit de 8e tot 11e eeuw[20]. Datering: Vroeg middeleeuws - Viking periode - 8e/11e eeuw.

Op lange termijn was hun invloed op het economisch en staatkundig vlak nochtans onmiskenbaar. De handel viel niet stil maar verlegde zich, de zeevaartkunde verbeterde, en de versterkte vestigingen, vaak ontstaan als vluchtplaatsen, vooral aan de kust, met de militaire versterking door lokale heersers, werden steeds effectiever – het centrale gezag was immers aanzienlijk afgebrokkeld en deze omstandigheden versnelden de desintegratie van het Karolingische rijk.

De aanwezigheid van Deense Vikings in Vlaanderen boeide ons omdat een Y-chromosoom onderzoek op mannelijke descendenten Lauwens in de 21e eeuw wijst op een Deense Vikingoorsprong[21]. Deze genetische lijn werd ook ontdekt in een mitochondriaal onderzoek van een stammoeder van de familie Hernandez op de Canarische eilanden. Deze stammoeder heette Juana Lorenzo en was een Vlaamse immigrante uit Brugge wiens naam oorspronkelijk als Johanna Lauwens/Lauwers Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving werd gespeld.

 

Vikings in het hertogdom Brabant

 

Vanaf de 9e eeuw, na het hoogtepunt van het Karolingische rijk dat aanving in de 7e eeuw, zijn er sporen van Deense koningen (Vikings) die zich in de streek kwamen vestigen, zoals Onulfus van Wolvertem en diens vader Volkaard I van Anderlecht in de 11e eeuw, die op gelijke voet stonden met de heren van Grimbergen.

 

1066 - Mathilde van Vlaanderen, Koningin van Engeland

De geschiedenis van Vlaanderen en Engeland was sterk verweven vanaf de vroege middeleeuwen. Eén van de meest markante gebeurtenissen vond plaats twee eeuwen voor we een spoor vinden in de familiegeschiedenis via Odin Lauwereyns van Diepenhede , gehuwd in Brugge in 1247. Zijn voorouders waren mogelijk verwant met de 'Lawrence' families in Engeland[22], en we weten van nakomelingen die naar Engeland terugkeerden.

Op 28 september 1066 landde de Normandische Hertog Willem 'de Veroveraar' met een vloot van meer dan vijfhonderd schepen bij Pevensey Bay[23]. Hij wilde het koningschap van Engeland opeisen. Bij de Slag bij Hastings, ontmoetten zijn 10000 manschappen de 7000 soldaten van de Angelsaksische Koning Harold. 14 oktober 1066 woedde er de befaamde Slag bij Hastings waarin Harold sneuvelde. Op Kerstdag 1066 werd Willem in de Westminster Abbey in Londen tot koning van Engeland gekroond. Willem 'De Veroveraar' was getrouwd met Mathilde, de oudste dochter van Boudewijn V, graaf van Vlaanderen. In Willems leger zaten veel Vlamingen, naast Bretoenen, Normandiërs, en Fransen van Parijs en het Ile-de-France. De Vlamingen vormden met hun schitterende wapenschilden en heraldische praal de trotse rechterflank bij Hastings.


Afbeelding: op het tapijt van Bayeux zijn de Vlamingen herkenbaar door hun lange schepen en maliënkolders

Het wereldberoemde Tapijt van Bayeux toonde de gehele Normandische verovering van Engeland, vanaf het vertrek uit Frankrijk en de waarneming van de komeet van Halley tot aan de landing in Engeland en de beslissende slag bij Hastings in 1066. Het tapijt zou gemaakt zijn tussen 1066 en 1077, dus onmiddellijk na de verovering. Het is niet zeker of Willem de Veroveraar zelf de opdracht had gegeven tot het vervaardigen van het tapijt. Vermoedelijk was het Odo, de bisschop van Bayeux en een halfbroer van Willem, die de opdracht gaf ter voorbereiding van de inwijding van de kerk van Bayeux in 1077.

Het tapijt werd in het Frans "La Tapisserie de la Reine Mathilde" genoemd, wat speculatie uitlokte of de koningin het zelf zou hebben geborduurd op linnen met gekleurde wol en gouddraad. Door het huwelijk werden de machtigste leenheren van de koning van Frankrijk, de hertog van Normandië en de graaf van Vlaanderen, verwant. Voor Willems aanspraak op de troon, was overigens niet onbelangrijk dat Mathilde afstamde van zowel Karel de Grote, "de Heilig Roomse Keizer", als van Alfred de Grote, de koning van Engeland in dezelfde (9e) eeuw. Mathilde was bovendien de kleindochter van de Franse koning Robert II.

Willem beloonde zijn Vlaamse strijders vorstelijk. Zo werd Gilbert van Gent, een streek- en generatie genoot van Razo van Melle, als heer van Folkingham beleend met uitgestrekte gebieden in het noorden van Engeland. Er was zelfs sprake van een Vlaamse gemeenschap in Northumbrië, en onder Willems opvolger Hendrik I werd een groep Vlaamse kolonisten uit Northumbrië overgeplaatst naar het district Rhos in Pembrokeshire in Wales. Hij plaatste verwanten van zijn Vlaamse vrouw op sleutelposities. Ook in Schotland kregen steeds meer Vlamingen vaste voet aan de grond, vooral nadat David I in 1124 de Schotse troon besteeg. Zijn vrouw Koningin Maud was een achternicht van Willem de Veroveraar. Mathilde kwam in mei 1068 naar Engeland, werd er in Westminster gekroond tot koningin van Engeland, en schonk haar Vlaamse bloedverwanten tal van Schotse domeinen.

In de 12e eeuw werd Vlaanderen zwaar geteisterd door overstromingen, en ook dat was een aanleiding om naar Engeland te trekken. Hendrik I van Engeland bracht heel wat van hen onder in een boerennederzetting in Pembrokeshire, in het zuiden van Wales. Dat had er plaatselijk invloed op de Welshe taal die in die periode bijna volledig leek te verdwijnen.

 

Vlaamse emigratie over het Kanaal

Uit de gegevens van het Domesday Book blijkt dat de Vlamingen die zich na de slag van Hastings in Engeland vestigden, vooral in de zuidelijke graafschappen Essex, Hertford, Bedford, Northampton en Somerset. Vlamingen kregen grondgebied in de Welsh Marches, en in Pembrokeshire verdrong het Vlaams zelfs het Welsh. Ook noordelijker werden Vlamingen vermeld in Yorkshire en Lincoln.

Nog vóór 1066 was er al sprake van migratie van Vlamingen. In de wolindustrie waren er al Vlaamse handelaars actief[24]. In de 12e eeuw waren er meldingen in de Schotse regio Galloway, toen ook bekend als Walweitha. Willem van Ieper, die in de 12 eeuw verbannen was naar Kent, was één van de iets meer bekende Vlamingen die in de eeuw nadien naar Engeland emigreerden.

Ook zilversmid Robert Lauwereyns (Lawrence), een zoon van de Vlaming Laurens van Cadsant, geboren in 1120 in East Sussex, ging omstreeks 1150 werken voor de heer van Lancaster. Op het eind van de 13e eeuw was er sprake van een echte Vlaamse Hanze, een groep van Vlaamse handelaars, in Londen. Er waren meldingen van de confiscatie van goederen van Vlamingen in Dundee, Perth, Berckwick-on-Tweed in Schotland. Er waren meldingen van Vlamingen verspreid wonend in Engeland, Wales en Schotland. Een Hugo Oisel van Ieper werd door Koning John beloond met het ereburgerschap van de stad Londen in de 13e eeuw. Vlamingen behoorden tot de meest welgestelde geldschieters van de Engelse koningen. In East Anglia werd beroep gedaan op Vlamingen (en Hollanders) bij het droogleggen van moerassen. Een plaatsje als Kings' Lynn heeft typische trapgevels en steenconstructies die zondermeer als 'Vlaams' konden worden bestempeld.

In Schotland ingeweken Vlaamse ridders werden de voorvaderen van een veelvoud aan beroemde Schotse geslachten zoals de families Fleming (nazaten van Baldwin the Fleming, wellicht uit Gavere), Lyle (vroeger Lille), Bruce (met wortels in Leuven), Campbell (vroeger Erkenbald), en Douglas (afstammelingen van Theobald the Fleming uit het Ieperse). Zij bouwden, in de traditie van de Nederlanden, op militair kwetsbare plaatsen versterkte kastelen, die ‘burgh’ werden genoemd. Ook families Lumbard [Lombaerts], Johnston, Stevenson / Stephenson, Crothers/Carothers/Carruthers,  Matheson [Matthijsen], Evans zouden in die tijd[25] van uitgeweken Vlaamse families afstammen.

Heel wat topografische namen en landgoederen verwezen naar Vlaamse bindingen. Niet minder dan 5 Schotse domeinen droegen ‘Flemington’ in hun naam. Ook het Nederlands liet zijn sporen na. Een knappe meid heet nog steeds een ‘felle bonnie’. Een kind dat weent, wordt ‘Yammering’ genoemd. Een sterke wind heet ‘snelle wind’ en de kleinste vinger heet ‘pinkie’.

In de 16e eeuw ontvluchtten Vlamingen de godsdienstige conflicten in Vlaanderen en tienduizenden kozen voor emigratie naar Canterbury, Londen, Sandwich en Norwich. Heel wat van deze uitwijkelingen keerden terug toen het klimaat beterde in de Lage Landen.

Ook in latere eeuwen zijn er onmiskenbaar migraties. Robert Lauwers, zoon van Jan Lauwers, werd ingeschreven op 29 oktober 1481 als poorter van Gent. Hij was getrouwd met Jeanne Van der Stichelen en was geboren in Engeland. Zijn inschrijving droeg de melding "Hooiaerd in den Inghele". Jan Lauwens was uit Zierikzee, Zeeuws-Vlaanderen, in 1436 naar Engeland getrokken[26].

De krijgers die met Willem de Veroveraar naar Hastings trokken, met King John naar Bovingen, met Willem van Ieper naar Kent, met Marlborough naar Oudenaarde, met Wellington naar Waterloo, met Generaal Allenby naar leper, met veldmaarschalk Lord Gort naar Duinkerke, tot de achtste Armoured Division en de bevrijding van Gent, Antwerpen. Sommige van deze soldaten bleven ter plaatse. Zij stichtten in Engeland een gezin en vormden daardoor een nog hechtere band tussen deze en gene zijde van het Kanaal. Handelaren waren aanvankelijk vooral bedrijving in de wolsector. Later breidde de handel zich uit tot laken, luxegoederen, wandtapijten, lederartikelen, boeken, brandschilderwerken, miniaturen, kleding.

 

 

 

 

 



[1] gemeenschappelijke voorouders o.m. met ‘Pavlov’ in de regio Zuid-Moravië, Tsjechië (-29300 > -27500 BC), met Tagliente 2, Veneto, Italië (-16980 > -16510 BC), met Grotta delle Mura kind (-15129 > 15040 BC), Bari, Italië, met Holhle Fels 49 (-14026 > -12977 BC), Baden-Württemberg, Duitsland, met Goyet Q2 (-13305 > 12976 BC), Goyet, België, met San Teodoro 3 (-14000 > -12000 BC), Messina, Sicilië, Italië, met Wilczyce 1 (-13055 > 12350 BC), Polen, met Burkhardshöhle (-13127 > -12211 BC), Baden-Württemberg, Duitsland, met Bichon Man (-11850 > 11579 BC), La Chaux-de-Fonds, Zwitserland, met Carigëla 1 (-9700 >-5500 BC), Granada, Spanje [Bron: FamilyTree DNA].

[2] "Balkan" is een Turks (Ottomaans) woord dat "beboste berg" betekent.

[3] De Alpen zijn ontstaan tijdens de Alpine-plooiingsfase, als gevolg van het op elkaar botsen van het Europese en Afrikaanse continent. In dezelfde periode zijn bijvoorbeeld ook de Pyreneeën ontstaan. Het zuidelijk uiteinde van de Alpen loopt door in de Apennijnen; het oostelijk uiteinde vertakt zich: één tak zet zich voort in de Karpaten, de andere in de Dinarische Alpen. Daar het gebergte een grote boog beschrijft, spreekt men ook wel van de Alpenboog.

[4] © Foto bodemvondsten uit private collectie laurentii.be, 2016 - Foto Olduvai-kloof Tanzania onder Creative Commons licentie CC BY-SA 4.0, AmonHeijne, 2009 (Bron: Wikipedia) - Historische kaart migraties onder Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0 BogdanGiusca, 2005 (Bron: Wikipedia). - Venus onder Creative Commons licentie Don Hitchcock, 2008 (Bron: Vienna Natural History Museum) - vondsten Gravettiaanse cultuur uit private collectie - Migratie kaarten geneografie (c) National Geographic onder gebruikslicentie en onder Creative Commons licentie (Bron: Wikimedia, 2005).

[5] Het woord "mens" (Duits Mensch, Zweeds människa, Deens menneske) is een variant van "man" (Duits Mann, Engels man), die uiteindelijk teruggaat op een Indo-Europese stam *man-: "denken" of *ma-: "meten". Deze stam treft men aan in Latijn mens, mentis: "geest, verstand" (vergelijk Engels mind), memoria: "geheugen, herinnering", Grieks menos: "geest", mnèmè: "geheugen", Sanskriet man-: "denken, geest", Russisch mnit' "menen, denken". In het Oudindisch bestaat tevens Manu: "(oer-)mens", modern Hindi manusha: "mens, man".

[6] De Lauwereyns familie uit de 13e eeuw in het graafschap Vlaanderen, blijkt verwant met de, van oorsprong Scandinavische, Lawrence families uit het zuidoosten van Engeland. Het lijkt er op dat de eerst gedocumenteerde stamouder in het graafschap Vlaanderen, kruisridder Odin  Lauwereyns van Diepenhede, die ik 1247 in Brugge huwde met Johanna van Velthuysen, verwant was met Robert Lawrence (vanaf 1191 van Ashton-Hall of ‘van Lancashire’), die in 1187 als kruisridder de Engelse koning Richard ‘Coeur de Lion’ (Leeuwenhart) vergezelde naar Cyprus en Palestina. Die verwantschap blijkt ook uit de emigratie van de achter-achterkleinzoon van Odin, Robert Lauwereyns, naar Engeland omstreeks 1330, waar hij werd vermeld als Lawrence.

[7] Van de 100 000 krijgers waarover zij beschikten. Strabo, een Grieks historicus, filosoof en geograaf, geeft in zijn Geografia aan dat de Bellovaci in de vallei van de Thérain-rivier leefden, in het vierkant Oise, Somme, Seine en het Kanaal. Het gebied van de Bellovaci komt hoogstwaarschijnlijk dus vandaag de dag overeen met het Franse departement Oise in Picardië. De Belgische noorderburen van de Bellovaci waren de Ambiani (rond het huidige Amiens) en de Morini (bij het huidige Boulogne); de stammen die hen in het zuiden begrensden waren de Belgische stammen der Caleti (rond Harfleur) en Veliocasses (rond Rouen), die beide het gebied direct noordelijk van de Seine tot de Kanaalkust bevolkten. In het oosten, over de Oise, woonden de eveneens Belgische stammen van de Suessiones (bij Soissons) en de Remi (rond Reims).

[8] De Nerviërs waren  nauwkeurig ingelicht over Caesar's marsgewoonten en de gecompliceerde maneuvers bij de aankomst op een bivakplaats. Bovendien bleken de Nerviërs en hun bondgenoten zich gedisciplineerd te gedragen. Caesar had de kilometerslange legerkolonne (ong. vijftigduizend mensen en duizenden lastdieren) opgesteld zoals dat zijn gewoonte was in vijandelijk gebied. Na de voorhoede kwamen zes van de acht legioenen waarover hij toen beschikte, gevechtsklaar, d.w.z. zonder hun hinderlijke bagage. Die bevond zich in de lange legertros, die achter de zes legioenen voorttrok. Daarna kwamen dan de laatste twee legioenen, als bescherming voor de tros en als achterhoede. De kampplaats, die elke dag zorgvuldig gekozen werd door speciale eenheden, was bij aankomst van de eerste troepen al volledig voorbereid, zodat alle eenheden wisten waar ze hun tenten konden opslaan. Het eerste werk was de versterking van de kampplaats: het graven van een gracht en het opwerpen van een wal rond het enorm grote terrein. Alle legioenen kenden hun plaats in het geheel en de sector van het kamp die zij moesten beginnen versterken. Als iedereen was aangekomen (wat enkele uren duurde) was elke zijde van het kamp door twee legioenen verdedigd. Het spreekt voor zich dat tijdens het uitvoeren van de aankomstmaneuvers en het graafwerk de legioenen het kwetsbaarst waren. Wanneer de eerste delen van de legertros het kamp binnentrokken, vielen de Belgen dan ook aan. Zij wisten dat de laatste twee legioenen op dat ogenblik nog kilometers ver waren. Zij zouden nu trachten de legioenen twee per twee uit te schakelen. De Nerviërs, de hoofdmacht, stonden op de linkervleugel. De kleinere groepen der Atrebaten en der Viromandui stonden resp. op de rechtervleugel en in het centrum. Zij vielen het eerst aan en moesten de legioenen die de linkerkant en de voorkant van het Romeinse kamp aan het versterken waren, weglokken van de bivakplaats. Daardoor was het kamp enkel op de rechterkant verdedigd. Op dat ogenblik viel de hoofdmacht aan. Eén deel pakte de twee legioenen van de rechterzijde aan, het andere trok naar het hoogst gelegen deel van het kamp, waar de staf gelegerd was. Blijkbaar was het de bedoeling dat de hoofdmacht de twee legioenen zeer snel zou uitschakelen, om dan de anderen te gaan helpen. Wanneer de twee laatste legioenen zouden arriveren, moest de strijd beslecht zijn. Caesar heeft dan enorm veel geluk gehad. Blijkbaar hadden de Belgen hem niet zo snel verwacht: in elk geval was een vierde stam, de Atuatuci, nog niet gearriveerd toen het gevecht moest beginnen. De Ambiani hadden bovendien de tegenslag dat zij op hun vleugel tegenover de fameuze legaat Titus Labienus kwamen te staan, die het negende legioen commandeerde, en tegenover het al even fameuze tiende legioen. Zij leden zware verliezen en deze legioenen konden de Gallische kampplaats innemen. Toen Labienus zag wat de Nerviërs van plan waren, zond hij het tiende legioen opnieuw naar de Romeinse kant om te gaan helpen. Omdat de Belgen bovendien niet op volle sterkte waren, duurde het gevecht te lang, en het was in feite al aan het keren toen de twee laatste legioenen arriveerden. Toen was het met de Belgae gedaan.

[9] Bron: Museum Nationale Bank van België.

[10] Dit is vandaag de dag nog merkbaar aan het (op de linkeroever gelegen) kerkhof van Leest. Dit kerkhof diende ook voor het lager gelegen Battel op de rechteroever, om de eenvoudige reden dat hoger (en droger) lag boven de zeespiegel.

[11] Deze naam zou Eggilo’s of Agilo’s gezin betekenen. Frankische plaatsnamen zijn herkenbaar aan hun ingaheimtoponiemen (-gem = gezin)

[12] Bronnen: brigantia (GB), roemercohorte (DE) en legioxi (BE). Dit is slechts een greep uit de vele re-enacters gezelschappen in Europa.

[13] De 'Chauci' waren een Noordwestelijke Germaanse stam, die oorspronkelijk woonden in een gebied van Friesland tot de Elbe. De Chauci ('Minor')  waren in de eerste eeuw eerder pro-Romeins, en leverden soldaten aan het Romeinse leger, bv. bij de campagne van Germanicus tegen de Cherusci in het jaar 18 (volgens de geschriften van Tacitus; de 'Cherusken' waren een Germaanse stam gevestigd in de noordelijke Rijnvallei en de vlakten en wouden van wat nu noordwest Duitsland is, tussen Osnabrück en Hanover). In het jaar 41 en 47 vielen de Chauci ('Major'?) naar verluid samen met de Friezen Neder-Germanië ("Germania Inferior", aan de linkeroever van de Rijn, momenteel zuidelijk en westelijk Nederland, België en Luxemburg) binnen, onder meer de kusten van Gallië en het huidige België. Zij werden verslagen door de Romeinse veldheer Corbulo, waarna de Rijn de grens van het Romeinse rijk werd. Tijdens de Bataavse revolutie in 69, vochten groepen Friezen en Chauken mee aan de zijde van de Romeinse veldheer Julius. Op het einde van de derde eeuw zou deze bevolking versmolten zijn met de Saksen.

[14] Laurentii is de Latijnse verzamelnaam voor Lauwens en Lauwers en andere etymologische varianten voor de familienaam

[15] deel van de Annales Bertiniani et Vedastini: Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. 6439-6451, 11de eeuw. Aanwijzingen dat de Karolingische vorsten zo’n versterkte wachtpost in Brugge lieten optrekken, zijn evenwel (nog) niet gevonden.

[16] Gent, Universiteitsbibliotheek, ms. 439, 14de eeuw

[17] Zie o.m. Gysseling, “Een nieuwe etymologie”, R. Haepke “Brügges Entwicklung zum mittelalterlichen Weltmarkt”, en F.L. Ganshof, “Iets over Brugge gedurende de preconstitutioneele periode van haar geschiedenis” in Nederlandse Historiebladen, 1939

[18] Yves Cohat, “De Vikingen, heersers der zee”, 1987, Gallimard, Parijs

[19] Yves Cohat, “De Vikingen, heersers der zee”, 1987, Gallimard, Parijs

[20] De patronen op de fibula in reliëf vormen een draak/slang-in de Noorse mythologie en geloof draken/slangen speelden een hoofdrol -denk aan de drakekoppen op hun schepen. Èèn mythologische draak/slang wezen was de Midgaardslang of Jǫrmungandr (soms ook Jormungand of Jorgmungander) als oerslang nagenoeg het grootste en gevaarlijkste monster uit de Noorse mythologie. Hij is één van de drie kinderen van Loki en Angrboða en waarschijnlijk het meest afschrikwekkende - De Midgaardslang is zo enorm groot dat hij in een cirkel om Midgard,de wereld,ligt - Zijn kop reikt tot aan de punt van zijn staart en wanneer hij er in bijt schudt hij van woede,waarmee hij aardbevingen veroorzaakt.

[21] Deelname aan een DNA geneografisch onderzoek van National Geographic / Waitt Society in 2007. In 2016 werd opnieuw deelgenomen een nieuw DNA-onderzoek plaats in het kader van het project "De Gen-iale Stamboom" van de K.U.L. in samenwerking met de Vlaamse Vereniging Familiekunde.

[22] Zie voorouderlijke lijn Odin Lauwereyns in 1120. en de verhalen Van Praet.

[23] Bronnen: Het Belgisch Munthuis, 13 oktober 2016; stamboomonderzoek Laurentii; IsGeschiedenis en andere. Willem de Veroveraar was een afstammeling van de Viking Rollo, geboren in 1027 in Normandië (het zogenaamde "noormannen land") in Frankrijk als buitenechtelijk kind van hertog Robert I en zijn maitresse Herleva van Conteville, de dochter van een leerlooier - wat hem de bijnaam "Willem de bastaard" opleverde -, en hij werd hertog van Normandië na de dood van zijn vader in 1035. Zijn kozijn Edward de Belijder was toen koning van Engeland, en de troon zou aan William zijn beloofd. Toen Edward stierf in 1066, nam diens schoonbroer Harold II de kroon en een conflict kon niet uitblijven. Willem de Veroveraar introduceerde het 'Domesday Book' in Engeland als middel op belastingen te kunnen heffen en lag mee aan de oorsprong van de introductie van Franse leenwoorden in de Engelse taal. Willem de Veroveraar overleed in 1087 na een val van zijn paard in Nantes, Frankrijk. Zijn vrouw Mathilde gaf hem tien kinderen, en zij overleed in 1083.

[24] Zo zegt de vrouw van Bath in Chaucer's Canterbury Tales immers niet: ‘Of cloty-making she hadde such an haunt. She passed them of Ypres and of Gaunt’. Gaunt is hier uiteraard Gent.

[25] Ook in steden als Canterburry was de toevlucht van Vlamingen vanaf de 12e eeuw merkbaar. Er was ook een latere emigratie uit Vlaanderen in de 16e eeuw, naar aanleiding van de godsdienstoorlogen. Zie o.m. "1585: de val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders", Gustaaf Assaert; dr. H.J. Smit in "Handel en Scheepvaart in het Noordzeegebied gedurende de 13e eeuw", 1928, 's Gravehage; "Zuid-Engeland" van Angela Heetvelt.

[26] Zie verhaal uit 1436.