|
MEC XVII
– 001147 - GEZIN
Van San – Lauwens 1758 Mechelen
(Sint-Rombout)
Jan
Baptist Van San (Van Zan, Van de Sande) huwde op 25 juni 1758 in
Mechelen Sint-Rombout met Petronilla Lauwens .
Getuigen bij het huwelijk waren E.H. Jan Frans Kesseleers en Petronilla
Segers. Petronilla Lauwens was gedoopt op 15 mei 1733 in Leest Sint-Niklaas
als dochter van Jan Lauwens en Maria Schits [ZIE LEE XVI –
000731]. Jan Baptist Van
San was gedoopt op 24 februari 1726 in Hombeek Sint-Maarten als zoon van
Peter Van San en Jacqueline Rombouts. Zijn ouders waren in 1713 gehuwd in
Blaasveld.
Jan
Baptist maakte de inval van Franse revolutionairen nog mee in 1792. Hij
overleed op 6 december 1793 in Mechelen op 67-jarige leeftijd. Petronilla
overleed op 4 maart 1813 in Mechelen op 79-jarige leeftijd toen het Franse
keizerrijk op z’n laatste benen liep.
·
Jacques Van San werd gedoopt op 31 juli 1758 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jacques
Lauwens en tante Elisabeth Van San.
Hij huwde op 26 mei 1789 in Mechelen met Marie-Thérèse Caluwaerts, een
dochter van Peter Caluwaerts en Ann Thérèse De Neef uit Mechelen. Zijn
vader was nog getuige bij dit huwelijk.
·
Barbara Van San werd gedoopt op 3 oktober 1761 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Rombout Ceulemans
en tante Barbara Van San. Zij huwde op 28 mei 1792 in Mechelen met schrijnwerker
Jan Joseph Verhuyck. Ook hier trad vader Jan op als getuige. Haar vader was
nog peter van het eerst geboren kind Anne Marie Verhuyck op 30 april
1793 in Mechelen, maar zou zeven maanden later overlijden. Barbara maakte
de bevrijding van de Fransen nog mee en het ontstaan van België. Zij
overleed op 30 oktober 1830 in Mechelen op 69-jarige leeftijd.
·
Pieter Jan Van San werd gedoopt op 5 maart 1765 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jan Van
Steenwinckel en tante Clara Van den Bemt. Hij huwde op 13 mei 1798 in
Mechelen met Ann Catherine Van Rieth (Van Reeth) uit Hombeek. Hij
overleed kort na het huwelijk op 29 november 1799 in Mechelen op 34-jarige
leeftijd, Dit was vijf dagen na de geboorte van zijn dochter Barbara Van
San, een jaar na de executie van boerenkrijgers aan de Sint-Rombout van
Mechelen (zie verder). Pieter Jan had nog een voorhuwelijkse zoon met Catherine
Van Rieth werd gedoopt in Hombeek op 26 februari 1798, erkend bij het
huwelijk («proles hac per matrimonium legitimata est « ).
·
Peter Van San werd gedoopt op 24 april 1769 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Peter Fierens en
tante Catherine Verbruggen.
Peter was kleermaker en huwde op 8 februari 1791 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Johanna Catherine Cabuy. Zijn broer
Pieter Jan Van San was getuige bij het huwelijk samen met Jan Baptist Van
Aerschot. Een dochter Petronilla overleed op 29 juni 1791 in
Mechelen, 8 dagen oud, amper vier maanden na het huwelijk. Peter Van San had
een zoon Jacques Van San die in zijn voetspoor als kleermaker aan de
slag ging.
Peter overleed op 18 september 1837 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle op 68-jarige leeftijd. Hij maakte de geboorte van zijn kleindochter Catherine
Rosalie Van San niet meer mee op 20 september het jaar daarop.
·
Marie Catherine Van San werd gedoopt op 1 december 1772 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Laurent Van de
Sande
en tante Maria Lauwens .
Zij overleed ongehuwd op 26-jarige leeftijd in Mechelen op 9 december 1798,
een goede maand nadat de stad de executie van 41 boerenkrijgers op 23
oktober door Franse republikeinen had ondergaan. Bij de slachtoffers was
ook een verwante, de 18-jarige Jan Verbruggen, een zoon van Jan Baptist
Verbruggen en Johanna Van den Eynde uit Heffen, die aan de Koepoort met een
geweer was betrapt. Hij was op de vlucht geslagen, had zich in een kelder
gevuld met aardappelen proberen te verbergen, maar werd ter plaatse neergeschoten
[zie verhaal op deze pagina].
·
Jan Baptist Van den Sande werd gedoopt 2 september 1775 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren Jan Baptist Kerremans en
tante Maria Vermeylen (Vermijlen).
·
Jan Frans Van de Sande werd gedoopt op 24 december 1779 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jan De Winter en
Marie Anne Van Hoof, beiden van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij
overleed op jonge leeftijd en een volgende zoon kreeg dezelfde
voornamen .
·
Willem Van den Sande werd gedoopt op 7 september 1780 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Willem Van den
Vondel en tante Thérèse Van den Sande. Hij huwde vermoedelijk met Christine
Smedts (Smets).
·
Jan Frans Van den Sande werd gedoopt op 19 juli 1784 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Ferdinand Van Hoof uit Leest, en tante Johanna Kerremans
uit Kapelle-op-den-Bos.
|
Afbeelding: links een familiewapen van de Sande gevoerd
door Frederick van de Sande (1577-1617), lid van de raad van Gelre
en Zutphen, gehuwd met Evermoet van Essen. Het wapen was al bekend
van 1523. We hebben evenwel geen uitsluitsel dat Van San een afgeleide is
van de familienaam van de Sande, al kwamen beide schrijfwijzen wel
voor in het hertogdom Brabant vanaf de 16e eeuw, o.m. van San
in Zemst in 1589, en van de Sande
in de Nederlandse provincie Noord-Brabant vanaf de 13e eeuw.
Rechts een familiewapen
van de Zande, gevoerd door
Maria van de Zande in Vilvoorde in 1498
bij haar huwelijk met Robberecht van Bouchout.
Ook haar vader Peter, aangehuwd met van der
Meeren alias de Meyer in 1475, voerde dit wapen en haar
grootvader Philip van de Zande.
De
familie was verwant met van der Plassche in
1502 in Vilvoorde, en verder met van Berlaer,
van Berchem, van Lint, Aerts alias van Gestel en van Boechout. Het
rechtse wapen van de
Zande kwam ten noorden van Antwerpen voor omstreeks 1480 en in de
omgeving van Leuven omstreeks 1520. Oudere meldingen zijn er in het graafschap
Vlaanderen vanaf 1350.
Philip
van de Zande, gehuwd met Elisabeth van de Poele
voerde het rechtse wapen omstreeks 1436 in het hertogdom Brabant. Dit wapen kwam al voor in
Noord-Brabant omstreeks 1380 (Oisterwijk).
23
oktober 1798 – De executie van boerenkrijgers in Mechelen
De slachtoffers van de
Boerenkrijg in Mechelen waren jonge mannen van meestal eenvoudige komaf
- wie geld had kon zich vrijkopen en anderen naar het front laten
sturen - die op een bewolkte dinsdag die amper 7° Celsius klokte,
op 23 oktober 1798, door de Franse bezetter tegen de muur van de kathedraal
werden geplaatst om te worden gefusilleerd ... omdat ze Mechelen voor één
etmaal hadden “bevrijd”.
De opstand kwam er niet
zonder reden. Er gingen jaren aan vooraf van opeisingen, overheersing van
de Franse taal, waardeloze assignaten en geldontwaarding,
onteigeningen van de kerk, en niet in het minst de opgelegde dienstplicht
die heel wat jonge mannen naar de slagvelden van Europa stuurde. Napoleon
had niet voor niets als bijnaam "de bloedhond van Europa":
heel wat jonge mannen keerden niet terug van het strijdtoneel, of keerden
fysiek of mentaal gehavend terug.
Enkele weken eerder, op
vrijdag 12 oktober 1798 was de opstand spontaan losgebarsten in het
Oost-Vlaamse Overmere. Her en der in Vlaanderen vormden zich
boerenmilities, meestal met een vaag leiderschap, die het opnamen tegen het
ervaren Franse leger. Dit ging de geschiedenis in als "de
Boerenkrijg". In de omgeving van Mechelen ging het niet anders.
De bezetter trad
hardhandig op, en "voorbeeld “executies zoals op 23
oktober in Mechelen, wilden het Franse gezag herstellen. De genadeslag zou
op 4 december datzelfde jaar in Hasselt volgen. Onder de voor- en
tegenstanders in dit lang vergeten drama in Mechelen vonden we
verschillende verwanten.
In de aanloop naar de
schermutselingen in Mechelen, valt op dat één van de terechtgestelden, Jan
Andreas Spaepen (23), uit Brussel kwam. Hij was afkomstig van
Westerlo, waar hij als knecht werkte in de herberg en brouwerijstokerij “Den
Anker” bij Karel Van Gansen. Jan lijkt bij de eerste groep
opstandelingen te zijn geweest, die vanuit het Brusselse richting Mechelen
trokken en op de weg daarheen andere jongens en mannen wisten te bewegen om
zich aan te sluiten.
Jan was op 12 februari
1775 geboren in Westerlo als zoon van Pieter Spaepen en Eleonora
Theresa Huypens. Het gezin woonde aan de Markt van Westerlo vlakbij
het huis van de familie Van Gansen. Jans werkgever Karel
Van Gansen, was een broer van
de Westerlose boerenkrijgleider Emanuel Jozef Van Gansen. De
herberg “Den Anker” was een ontmoetingsplaats voor
opstandelingen, en Jan zou er aangestoken zijn door revolutionaire ideeën.
Jan kwam, althans volgens het vonnis voor executie, van de verst afgelegen
plaats en hij behoorde tot de groep van twintigers voor wie de wet op de
dienstplicht van 28 september 1798 van toepassing was, de zogenaamde "conscrits"
of "ingeschrevenen". Deze jonge mannen maakten volgens
verschillende onderzoeken wel een kwart van de opstandelingen uit.
Ook Hendrik
Jozef Cnops, van de met Lauwens verwante familie Cnops, een
21-jarige schoenmaker, was een “conscrit”. Hij stond, net zoals zijn
broer Jan Baptist, op de conscriptielijst van Mechelen. Dat was
ongetwijfeld de reden waarom zijn betrokkenheid halsstarrig werd ontkend
door de familie na de executie. Tijdens de opstand in Mechelen was het
vernietigen van de lijsten van ‘conscrits’ op het Mechelse stadhuis één van
de doelen. Daardoor kwamen ook de vertegenwoordigers van het stadsbestuur
in beeld, als beschermers van de stadseigendommen en de orde in de stad.
De Mechelse veldwachter Jan
Frans Lauwens stond
daardoor "aan de andere kant" van de barrière,
die van de verdedigers van de stadseigendommen, en hij was daarmee niet de
enige die nadien actief bijdroegen tot de arrestaties. De Fransen
kregen bij de klopjacht de (verplichte) steun van Mechels
gemeentepersoneel, als Van Keerbergen, Esperin, Van Ham, Martin.
De meeste opstandelingen
waren landbouwers en verder hovenier, handwerker, schipper, militair of
koster.
De sterke vertegenwoordiging van Mechelaars had alles te maken
met het feit dat Mechelen de eindbestemming was. Via de Leuvensepoort, en
vermoedelijk ook de Brusselpoort (de Hombekenaren, Leestenaars
en Heffenaars) waren de boerenkrijgers de stad ingetrokken. De
hoofdgroep had zich verzameld op de brug over de Dijle in Muizen, en
bestond uit jongens en mannen uit Bonheiden, met die
van Rijmenam en Keerbergen, waarbij de groep die
de Tervuursesteenweg had gevolgd zich aansloot, met jongens en
mannen uit Elewijt, Perk en Brussel.
Zo had de 20-jarige Jan
Baptist Vervloet, die nog thuis woonde in Elewijt, zich vermoedelijk
aangesloten toen de groep zijn ouderlijk huis, een herberg aan
de Mechelstraat, passeerde. Ook de 59-jarige Jan Sloots woonde
in Elewijt aan de Heiderdries, waar hij in 1765 was gehuwd
met Magda Janssens. Hij was een oud-leerling van de oratoren in Mechelen.
Aan
de Tervuursesteenweg moet de jongste van de gefusilleerden,
de 16-jarige Jan Torfs, zich hebben aangesloten, gezien zijn
ouderlijke woning aan de Spreeuwenhoek lag nabij deze steenweg die door de
groep uit Brussel-Perk-Elewijt moet zijn gevolgd, of hij had zich
rechtstreeks naar de verzamelplaats in Muizen begeven. De nacht van 21 op
22 oktober hadden de kerkklokken in de streek geluid als verzamelsignaal,
volgens een getuigenis uit die tijd. De 63-jarige Hendrik De Wit woonde in
de Sint-Rombout parochie in Mechelen toen hij zich aansloot. Hij was
in 1767 getrouwd met Liesbeth Frans en het gezin was niet gespaard gebleven
van tragedie: alle (vijf) kinderen waren overleden. Hendrik zou begraven
worden op dezelfde begraafplaats als zijn kinderen, en liet enkel een weduwe
na.
De Franse
generaal Béguinot was op 22 oktober langs de Antwerpse poort
Mechelen binnengerukt en heel wat opstandelingen waren de stad ontvlucht
langs de Adegem- en de Brusselpoort, terwijl anderen zich in de stad hadden
verschanst. De boerenkrijgers hadden zich vervolgens buiten de
stadsmuren gehergroepeerd en het had er even op geleken dat de eerder
geringe Franse troepenmacht ingesloten zou worden - waarop de generaal
zelfs gezanten naar Antwerpen had gestuurd om hulp te vragen. Béguinot wist
echter 6 geroofde kanonnen te heroveren op de Grote Markt
en het tij keerde.
Vervolgens liet hij de
stadspoorten sluiten en er werden wachten opgesteld. Opnieuw hadden de
meeste opstandelingen de stad weten te verlaten, terwijl anderen zich nog
in de stad schuil hielden. Tijdens de huiszoekingen die daarop volgden,
werden tientallen van de vluchtelingen opgepakt in de stad of onmiddellijk
neergeschoten.
De achttienjarige Jan
Verbruggen, die bij Gielis over den Willekom woonde,
werd door Franse soldaten aan de Koepoort op straat betrapt met
een geweer. Zij zetten de achtervolging in, haalden hem uiteindelijk uit
een kelder gevuld met aardappelen, en schoten hem ter plaatse neer.
De 27-jarige
Frans Casseur werd dicht bij huis aan de Katelijnepoort
gearresteerd. Hij was van eenvoudige komaf en hij was in de
Sint-Katelijne-parochie in 1794 gehuwd met Katrien Van Der Veken. Hij
was van beroep van haarsnijder en had nog jonge
kinderen van één en drie jaar. Zijn moeder werd vermeld als arme weduwe,
die in haar levensonderhoud voorzag als onderwijzeres en die in een barak
woonde in een kleine straat bij de Bruul.
Uiteindelijk werden een
zeventigtal rebellen
opgepakt, en 41 werden door een inderhaast samengestelde krijgsraad in
staat van beschuldiging gesteld om de dag daarop geëxecuteerd te worden aan
de muur van de Sint-Romboutskathedraal.
Ook Antoon
Van Eylen, een 23-jarige pachterszoon uit Elewijt was bij de
ongelukkigen. Hij liep tijdens een achtervolging met zijn geweer voorbij
het huis van een Leemans, en die maande hem aan om zich bij hem te
verstoppen. Antoon had hier geen gehoor aan gegeven en geestdriftig
geroepen dat het “voor ’t geloof” was. Hij werd kort
daarna aangehouden.
Ook het openbreken van de
kerken en het bevrijden van gevangen priesters was een doel van de
opstandelingen geweest. Bij de inname van Mechelen werd actie gevoerd om de
gevangenen te bevrijden. Bij de inname van de stad
door Béguinot werden twee lijken ontdekt in de Torfstraat en één ervan was
een 45-jarige man die een schapulier van de karmelieten droeg. Dat
verklaart ook waarom de 67-jarige Mechelaar Filip Van Asch
betrokken was geraakt en op de executielijst voorkwam. Hij was als
derde-orderling in dienst geweest in een klooster van de karmelieten
in Mechelen. Hij
was de oudste van de gefusilleerden.
Als
derde-orderling had hij geen celibaatgeloften afgelegd en hij woonde
niet in het klooster. Dat was zo’n twee jaar ervoor door de Franse
bezetters gesloten. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat Filip Van Asch een
actieve rol speelde in de gevechten, en zijn rol was allicht beperkt
tot het aansporen van zijn medestanders vanuit een
geloofsovertuiging. Op 24 oktober werd de superior van de Mechelse
Onze-Lieve-Vrouwebroeders (ongeschoeide karmelieten) gevangen gezet en op
29 oktober zou in de nasleep van de gebeurtenissen in Mechelen bij
gevechten rond Duffel nog een 84-jarige broeder van de Mechelse
ongeschoeide karmelieten sneuvelen.
Onder
de gefusilleerden vinden we telgen uit met Lauwens verwante
families uit de streek, zoals:
·
Filip Van Asch (67) werd gedoopt in
september 1731 in Leest als zoon van Jan (later hertrouwd met
Katrien Jacobs) en Anne Bercklaers;
·
Marc Van Der Sypen (Van der
Zeijpen) (38) werd gedoopt in maart 1760 in Hombeek als zoon van Jan en
Petronilla Van Buggenhoudt;
·
Corneel Brits (27) werd gedoopt in
november 1770 als zoon van Frans en Anne Katrien De Jong aan
het Zennegat te Battel;
·
Willem Buelens (Bulens) (35)
werd gedoopt in februari 1765 als zoon van Jacques
en Liesbeth Van den Schriek;
·
Antoon Lambrechts (29), zoon van
Rombout en Liesbeth Ceulemans uit Heffen en er gehuwd met Liesbeth Doms die
net 4 maanden zwanger was;
·
Willem Meuldermans (Muyldermans) (38)
werd gedoopt in oktober 1760 als zoon van Pieter en Barbara Leemans;
·
Pieter Jacobs (45) werd gedoopt in
oktober 1757 als zoon van Jacob en Anne Marie Nuytkens;
·
Pieter Verlinden (22) werd gedoopt in
september 1776 te Hever als zoon van Willem en Liesbeth Goossens;
·
Willem Peeters (32) werd gedoopt in
juli 1766 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw als zoon van Jan Baptist en Anne
Verheyen;
·
Hendrik Jozef Cnops (21)
werd gedoopt in mei 1777 in Mechelen Sint-Katelijne als zoon van Jan
Baptist en Petronilla De Roy;
·
Hendrik De Wit (63) werd gedoopt in
augustus 1735 te Eppegem als zoon van Jan Baptist en Barbara Somers;
·
Pieter Jozef Teugels (46), wagenmaker
geboren in maart 1752 te Hombeek als zoon van Jozef en Petronilla Van
Beveren en er gehuwd met Petronilla Buelens;
·
Jan Baptist Selleslagh (22)
werd gedoopt in april 1776 te Hombeek als zoon
van Livien en Alexandrina De Muyer;
·
Frans Casseur (27) werd
gedoopt in september 1771 in Mechelen Sint-Rombouts als zoon van Rombout en
Anne Katrien Engels.
In de militieregisters
voor het leger van Napoleon in de Twee Neten, het toenmalig Franse
departement, vonden we in 1802-1803 een inschrijving van Antoon Van San uit
Leest.
Hij werd genoteerd in vervanging van een andere dienstplichtige. De opstand
had niet kunnen voorkomen dat jonge mannen alsnog zouden worden opgeroepen
om aan de Franse oorlogsavonturen deel te moeten nemen onder keizer
Napoleon.
Afbeelding: Napoleon Bonaparte , in
de volksmond de “bloedhond van Europa” in 1812 in een gravure van
Philippe Paul de Segure uit 1825 (illustratie onder publiek domein).
|