Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

MEC XVII – 001147 - GEZIN Van San – Lauwens 1758  Mechelen (Sint-Rombout)

 

Jan Baptist Van San (Van Zan, Van de Sande) huwde op 25 juni 1758 in Mechelen Sint-Rombout met Petronilla Lauwens . Getuigen bij het huwelijk waren E.H. Jan Frans Kesseleers en Petronilla Segers. Petronilla Lauwens was gedoopt op 15 mei 1733 in Leest Sint-Niklaas als dochter van Jan Lauwens  en Maria Schits [ZIE LEE XVI – 000731]. Jan Baptist Van San was gedoopt op 24 februari 1726 in Hombeek Sint-Maarten als zoon van Peter Van San en Jacqueline Rombouts. Zijn ouders waren in 1713 gehuwd in Blaasveld.

 

Jan Baptist maakte de inval van Franse revolutionairen nog mee in 1792. Hij overleed op 6 december 1793 in Mechelen op 67-jarige leeftijd. Petronilla overleed op 4 maart 1813 in Mechelen op 79-jarige leeftijd toen het Franse keizerrijk op z’n laatste benen liep.

 

·         Jacques Van San werd gedoopt op 31 juli 1758 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jacques Lauwens  en tante Elisabeth Van San[1]. Hij huwde op 26 mei 1789 in Mechelen met Marie-Thérèse Caluwaerts, een dochter van Peter Caluwaerts en Ann Thérèse De Neef uit Mechelen. Zijn vader was nog getuige bij dit huwelijk.

·         Barbara Van San werd gedoopt op 3 oktober 1761 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Rombout Ceulemans[2] en tante Barbara Van San. Zij huwde op 28 mei 1792 in Mechelen met schrijnwerker Jan Joseph Verhuyck. Ook hier trad vader Jan op als getuige. Haar vader was nog peter van het eerst geboren kind Anne Marie Verhuyck op 30 april 1793 in Mechelen, maar zou zeven maanden later overlijden. Barbara maakte de bevrijding van de Fransen nog mee en het ontstaan van België. Zij overleed op 30 oktober 1830 in Mechelen op 69-jarige leeftijd.

·         Pieter Jan Van San werd gedoopt op 5 maart 1765 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jan Van Steenwinckel en tante Clara Van den Bemt. Hij huwde op 13 mei 1798 in Mechelen met Ann Catherine Van Rieth (Van Reeth) uit Hombeek. Hij overleed kort na het huwelijk op 29 november 1799 in Mechelen op 34-jarige leeftijd, Dit was vijf dagen na de geboorte van zijn dochter Barbara Van San, een jaar na de executie van boerenkrijgers aan de Sint-Rombout van Mechelen (zie verder). Pieter Jan had nog een voorhuwelijkse zoon met Catherine Van Rieth werd gedoopt in Hombeek op 26 februari 1798, erkend bij het huwelijk («proles hac per matrimonium legitimata est « ).

·         Peter Van San werd gedoopt op 24 april 1769 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Peter Fierens en tante Catherine Verbruggen[3]. Peter was kleermaker en huwde op 8 februari 1791 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Johanna Catherine Cabuy. Zijn broer Pieter Jan Van San was getuige bij het huwelijk samen met Jan Baptist Van Aerschot. Een dochter Petronilla overleed op 29 juni 1791 in Mechelen, 8 dagen oud, amper vier maanden na het huwelijk. Peter Van San had een zoon Jacques Van San die in zijn voetspoor als kleermaker aan de slag ging[4]. Peter overleed op 18 september 1837 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle op 68-jarige leeftijd. Hij maakte de  geboorte van zijn kleindochter Catherine Rosalie Van San niet meer mee op 20 september het jaar daarop.

·         Marie Catherine Van San werd gedoopt op 1 december 1772 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Laurent Van de Sande[5] en tante Maria Lauwens . Zij overleed ongehuwd op 26-jarige leeftijd in Mechelen op 9 december 1798, een goede maand nadat de stad de executie van 41 boerenkrijgers op 23 oktober door Franse republikeinen had ondergaan. Bij de slachtoffers was ook een verwante, de 18-jarige Jan Verbruggen, een zoon van Jan Baptist Verbruggen en Johanna Van den Eynde uit Heffen, die aan de Koepoort met een geweer was betrapt. Hij was op de vlucht geslagen, had zich in een kelder gevuld met aardappelen proberen te verbergen, maar werd ter plaatse neergeschoten [zie verhaal op deze pagina].

·         Jan Baptist Van den Sande werd gedoopt 2 september 1775 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren Jan Baptist Kerremans en tante Maria Vermeylen (Vermijlen).

·         Jan Frans Van de Sande werd gedoopt op 24 december 1779 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Jan De Winter en Marie Anne Van Hoof, beiden van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij overleed op jonge leeftijd en een volgende zoon kreeg dezelfde voornamen .

·         Willem Van den Sande werd gedoopt op 7 september 1780 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Willem Van den Vondel en tante Thérèse Van den Sande. Hij huwde vermoedelijk met Christine Smedts (Smets).

·         Jan Frans Van den Sande werd gedoopt op 19 juli 1784 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuigen waren nonkel Ferdinand  Van Hoof uit Leest, en tante Johanna Kerremans uit Kapelle-op-den-Bos.

 

Badge of van de SandeAfbeelding: links een familiewapen van de Sande gevoerd door Frederick van de Sande (1577-1617), lid van de raad van Gelre en Zutphen, gehuwd met Evermoet van Essen. Het wapen was al bekend van 1523. We hebben evenwel geen uitsluitsel dat Van San een afgeleide is van de familienaam van de Sande, al kwamen beide schrijfwijzen wel voor in het hertogdom Brabant vanaf de 16e eeuw, o.m. van San in Zemst in 1589[6], en van de Sande in de Nederlandse provincie Noord-Brabant vanaf de 13e eeuw.

Philips van de ZandeRechts een familiewapen van de Zande, gevoerd door Maria van de Zande in Vilvoorde in 1498 bij haar huwelijk met Robberecht van Bouchout. Ook haar vader Peter, aangehuwd met van der Meeren alias de Meyer in 1475, voerde dit wapen en haar grootvader Philip van de Zande.

 

De familie was verwant met van der Plassche in 1502 in Vilvoorde, en verder met van Berlaer, van Berchem, van Lint, Aerts alias van Gestel en van Boechout. Het rechtse wapen van de Zande kwam ten noorden van Antwerpen voor omstreeks 1480 en in de omgeving van Leuven omstreeks 1520. Oudere meldingen zijn er in het graafschap Vlaanderen vanaf 1350.

 

Philip van de Zande, gehuwd met Elisabeth van de Poele voerde het rechtse wapen omstreeks 1436 in het hertogdom Brabant. Dit wapen kwam al voor in Noord-Brabant omstreeks 1380 (Oisterwijk).

 

 

23 oktober 1798 – De executie van boerenkrijgers in Mechelen

De slachtoffers van de Boerenkrijg in Mechelen waren jonge mannen van meestal eenvoudige komaf - wie geld had kon zich vrijkopen en anderen naar het front laten sturen - die op een bewolkte dinsdag die amper 7° Celsius klokte, op 23 oktober 1798, door de Franse bezetter tegen de muur van de kathedraal werden geplaatst om te worden gefusilleerd ... omdat ze Mechelen voor één etmaal hadden “bevrijd[7].

De opstand kwam er niet zonder reden. Er gingen jaren aan vooraf van opeisingen, overheersing van de Franse taal, waardeloze assignaten en geldontwaarding, onteigeningen van de kerk, en niet in het minst de opgelegde dienstplicht die heel wat jonge mannen naar de slagvelden van Europa stuurde. Napoleon had niet voor niets als bijnaam "de bloedhond van Europa": heel wat jonge mannen keerden niet terug van het strijdtoneel, of keerden fysiek of mentaal gehavend terug.

Enkele weken eerder, op vrijdag 12 oktober 1798 was de opstand spontaan losgebarsten in het Oost-Vlaamse Overmere. Her en der in Vlaanderen vormden zich boerenmilities, meestal met een vaag leiderschap, die het opnamen tegen het ervaren Franse leger. Dit ging de geschiedenis in als "de Boerenkrijg". In de omgeving van Mechelen ging het niet anders.

De bezetter trad hardhandig op, en "voorbeeld “executies zoals op 23 oktober in Mechelen, wilden het Franse gezag herstellen. De genadeslag zou op 4 december datzelfde jaar in Hasselt volgen. Onder de voor- en tegenstanders in dit lang vergeten drama in Mechelen vonden we verschillende verwanten.

In de aanloop naar de schermutselingen in Mechelen, valt op dat één van de terechtgestelden, Jan Andreas Spaepen (23), uit Brussel kwam. Hij was afkomstig van Westerlo, waar hij als knecht werkte in de herberg en brouwerijstokerij “Den Anker” bij Karel Van Gansen. Jan lijkt bij de eerste groep opstandelingen te zijn geweest, die vanuit het Brusselse richting Mechelen trokken en op de weg daarheen andere jongens en mannen wisten te bewegen om zich aan te sluiten[8].

Jan was op 12 februari 1775 geboren in Westerlo als zoon van Pieter Spaepen en Eleonora Theresa Huypens. Het gezin woonde aan de Markt van Westerlo vlakbij het huis van de familie Van Gansen. Jans werkgever Karel Van Gansen, was een broer van de Westerlose boerenkrijgleider Emanuel Jozef Van Gansen. De herberg “Den Anker”  was een ontmoetingsplaats voor opstandelingen, en Jan zou er aangestoken zijn door revolutionaire ideeën. Jan kwam, althans volgens het vonnis voor executie, van de verst afgelegen plaats en hij behoorde tot de groep van twintigers voor wie de wet op de dienstplicht van 28 september 1798 van toepassing was, de zogenaamde "conscrits" of "ingeschrevenen". Deze jonge mannen maakten volgens verschillende onderzoeken wel een kwart van de opstandelingen uit.

Ook Hendrik Jozef Cnops, van de met Lauwens verwante familie Cnops, een 21-jarige schoenmaker, was een “conscrit”. Hij stond, net zoals zijn broer Jan Baptist, op de conscriptielijst van Mechelen. Dat was ongetwijfeld de reden waarom zijn betrokkenheid halsstarrig werd ontkend door de familie na de executie. Tijdens de opstand in Mechelen was het vernietigen van de lijsten van ‘conscrits’ op het Mechelse stadhuis één van de doelen. Daardoor kwamen ook de vertegenwoordigers van het stadsbestuur in beeld, als beschermers van de stadseigendommen en de orde in de stad.

De Mechelse veldwachter Jan Frans Lauwens    stond daardoor "aan de andere kant"[9] van de barrière, die van de verdedigers van de stadseigendommen, en hij was daarmee niet de enige die nadien actief bijdroegen tot de arrestaties. De Fransen kregen bij de klopjacht de (verplichte[10]) steun van Mechels gemeentepersoneel, als Van Keerbergen, Esperin, Van Ham, Martin.

De meeste opstandelingen waren landbouwers en verder hovenier, handwerker, schipper, militair of koster[11]. De sterke vertegenwoordiging van Mechelaars had alles te maken met het feit dat Mechelen de eindbestemming was. Via de Leuvensepoort, en vermoedelijk ook de Brusselpoort (de Hombekenaren, Leestenaars en Heffenaars) waren de boerenkrijgers de stad ingetrokken. De hoofdgroep had zich verzameld op de brug over de Dijle in Muizen, en bestond uit jongens en mannen uit Bonheiden, met die van Rijmenam en Keerbergen, waarbij de groep die de Tervuursesteenweg had gevolgd zich aansloot, met jongens en mannen uit Elewijt, Perk en Brussel.

Zo had de 20-jarige Jan Baptist Vervloet, die nog thuis woonde in Elewijt, zich vermoedelijk aangesloten toen de groep zijn ouderlijk huis, een herberg aan de Mechelstraat, passeerde. Ook de 59-jarige Jan Sloots woonde in Elewijt aan de Heiderdries, waar hij in 1765 was gehuwd met Magda Janssens. Hij was een oud-leerling van de oratoren in Mechelen.

Aan de Tervuursesteenweg moet de jongste van de gefusilleerden, de 16-jarige Jan Torfs, zich hebben aangesloten, gezien zijn ouderlijke woning aan de Spreeuwenhoek lag nabij deze steenweg die door de groep uit Brussel-Perk-Elewijt moet zijn gevolgd, of hij had zich rechtstreeks naar de verzamelplaats in Muizen begeven. De nacht van 21 op 22 oktober hadden de kerkklokken in de streek geluid als verzamelsignaal, volgens een getuigenis uit die tijd. De 63-jarige Hendrik De Wit woonde in de Sint-Rombout parochie in Mechelen toen hij zich aansloot. Hij was in 1767 getrouwd met Liesbeth Frans en het gezin was niet gespaard gebleven van tragedie: alle (vijf) kinderen waren overleden. Hendrik zou begraven worden op dezelfde begraafplaats als zijn kinderen, en liet enkel een weduwe na.

De Franse generaal Béguinot was op 22 oktober langs de Antwerpse poort Mechelen binnengerukt en heel wat opstandelingen waren de stad ontvlucht langs de Adegem- en de Brusselpoort, terwijl anderen zich in de stad hadden verschanst. De boerenkrijgers hadden zich vervolgens buiten de stadsmuren gehergroepeerd en het had er even op geleken dat de eerder geringe Franse troepenmacht ingesloten zou worden - waarop de generaal zelfs gezanten naar Antwerpen had gestuurd om hulp te vragen. Béguinot wist echter 6 geroofde kanonnen te  heroveren op de Grote Markt en het tij keerde.

Vervolgens liet hij de stadspoorten sluiten en er werden wachten opgesteld. Opnieuw hadden de meeste opstandelingen de stad weten te verlaten, terwijl anderen zich nog in de stad schuil hielden. Tijdens de huiszoekingen die daarop volgden, werden tientallen van de vluchtelingen opgepakt in de stad of onmiddellijk neergeschoten.

De achttienjarige Jan Verbruggen, die bij Gielis over den Willekom woonde, werd door Franse soldaten aan de Koepoort op straat betrapt met een geweer. Zij zetten de achtervolging in, haalden hem uiteindelijk uit een kelder gevuld met aardappelen, en schoten hem ter plaatse neer.

De 27-jarige Frans Casseur werd dicht bij huis aan de Katelijnepoort gearresteerd. Hij was van eenvoudige komaf en hij was in de Sint-Katelijne-parochie in 1794 gehuwd met Katrien Van Der Veken. Hij was van beroep van haarsnijder[12] en had nog jonge kinderen van één en drie jaar. Zijn moeder werd vermeld als arme weduwe, die in haar levensonderhoud voorzag als onderwijzeres en die in een barak woonde in een kleine straat bij de Bruul.

Uiteindelijk werden een zeventigtal[13] rebellen opgepakt, en 41 werden door een inderhaast samengestelde krijgsraad in staat van beschuldiging gesteld om de dag daarop geëxecuteerd te worden aan de muur van de Sint-Romboutskathedraal.

Ook Antoon Van Eylen, een 23-jarige pachterszoon uit Elewijt[14] was bij de ongelukkigen. Hij liep tijdens een achtervolging met zijn geweer voorbij het huis van een Leemans, en die maande hem aan om zich bij hem te verstoppen. Antoon had hier geen gehoor aan gegeven en geestdriftig geroepen dat het “voor ’t geloof” was. Hij werd kort daarna aangehouden.

Ook het openbreken van de kerken en het bevrijden van gevangen priesters was een doel van de opstandelingen geweest. Bij de inname van Mechelen werd actie gevoerd om de gevangenen te bevrijden. Bij de inname van de stad door Béguinot werden twee lijken ontdekt in de Torfstraat[15] en één ervan was een 45-jarige man die een schapulier van de karmelieten droeg. Dat verklaart ook waarom de 67-jarige Mechelaar Filip Van Asch betrokken was geraakt en op de executielijst voorkwam. Hij was als derde-orderling in dienst geweest in een klooster van de karmelieten in Mechelen[16]. Hij was de oudste van de gefusilleerden.

Als derde-orderling had hij geen celibaatgeloften afgelegd en hij woonde niet in het klooster. Dat was zo’n twee jaar ervoor door de Franse bezetters gesloten. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat Filip Van Asch een actieve rol speelde in de gevechten, en zijn rol was allicht beperkt tot  het aansporen van zijn medestanders vanuit een geloofsovertuiging. Op 24 oktober werd de superior van de Mechelse Onze-Lieve-Vrouwebroeders (ongeschoeide karmelieten) gevangen gezet en op 29 oktober zou in de nasleep van de gebeurtenissen in Mechelen bij gevechten rond Duffel nog een 84-jarige broeder van de Mechelse ongeschoeide karmelieten sneuvelen.

Onder de gefusilleerden vinden we telgen uit met Lauwens    verwante families uit de streek, zoals:

·         Filip Van Asch (67) werd gedoopt in september 1731  in Leest als zoon van Jan (later hertrouwd met Katrien Jacobs) en Anne Bercklaers;

·         Marc Van Der Sypen (Van der Zeijpen) (38) werd gedoopt in maart 1760 in Hombeek als zoon van Jan en Petronilla Van Buggenhoudt;

·         Corneel Brits (27) werd gedoopt in november 1770 als zoon van Frans en Anne Katrien De Jong aan het Zennegat te Battel;

·         Willem Buelens (Bulens) (35) werd gedoopt in februari 1765 als zoon van  Jacques en  Liesbeth Van den Schriek[17];

·         Antoon Lambrechts (29), zoon van Rombout en Liesbeth Ceulemans uit Heffen en er gehuwd met Liesbeth Doms die net 4 maanden zwanger was;

·         Willem Meuldermans (Muyldermans) (38) werd gedoopt in oktober 1760 als zoon van Pieter en Barbara Leemans;

·         Pieter Jacobs (45) werd gedoopt in oktober 1757 als zoon van Jacob en Anne Marie Nuytkens;

·         Pieter Verlinden (22) werd gedoopt in september 1776 te Hever als zoon van Willem en Liesbeth Goossens;

·         Willem Peeters (32) werd gedoopt in juli 1766 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw als zoon van Jan Baptist en Anne Verheyen;

·         Hendrik Jozef Cnops (21) werd gedoopt in mei 1777 in Mechelen Sint-Katelijne als zoon van Jan Baptist en Petronilla De Roy;

·         Hendrik De Wit (63) werd gedoopt in augustus 1735 te Eppegem als zoon van Jan Baptist en Barbara Somers;

·         Pieter Jozef Teugels (46), wagenmaker geboren in maart 1752 te Hombeek als zoon van Jozef en Petronilla Van Beveren en er gehuwd met Petronilla Buelens;

·         Jan Baptist Selleslagh (22) werd gedoopt in april 1776 te Hombeek als zoon van Livien en Alexandrina De Muyer;

·         Frans Casseur (27) werd gedoopt in september 1771 in Mechelen Sint-Rombouts als zoon van Rombout en Anne Katrien Engels.

 

In de militieregisters voor het leger van Napoleon in de Twee Neten, het toenmalig Franse departement, vonden we in 1802-1803 een inschrijving van Antoon Van San uit Leest[18]. Hij werd genoteerd in vervanging van een andere dienstplichtige. De opstand had niet kunnen voorkomen dat jonge mannen alsnog zouden worden opgeroepen om aan de Franse oorlogsavonturen deel te moeten nemen onder keizer Napoleon.

Afbeelding: Napoleon Bonaparte , in de volksmond de “bloedhond van Europa” in 1812 in een gravure van Philippe Paul de Segure uit 1825 (illustratie onder publiek domein).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Zij was op 26 januari 1753 in Mechelen gehuwd met Joseph Vekemans.

[2] Tante Anne Marie Van San was gehuwd met Jan Frans Ceulemans.

[3] Zij was een vondeling, op 28 februari 1764 in Hombeek Sint-Maarten gehuwd met Jacques Lauwens, een zoon van Peter Lauwens  en Petronilla Verheyden.

[4] Merk dat in deze periode Jan Baptist Van San als kleermaker werkte in Rupelmonde. Hij werd genoteerd als weduwnaar van Johanna Fierens bij zijn overlijden op 9 september 1833. Deze Jan Baptist was geboren in Lachenen, aan de Mechelse steenweg richting Duffel, in de Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt parochie in Lier als zoon van Jan Baptist Van San en Johanna Catherine De Weert. Er was ook een 15-jarige schoenmaker Jan Nicasius Van San actief in Rupelmonde, een zoon van Pieter Jan Van San en Johanna Catherine Van Cleemput uit Schelle die op 4 december 1823 overleed in Rupelmonde. Zijn vader Pieter Jan Van San was eveneens schoenmaker (en winkelier) in Rupelmonde. Ferdinand Van San was een kleermaker in Sint-Joost-ten-Node werd gedoopt in Mechelen als zoon van Peter Frans Van San (Van Sandt, Van de Sande) en Ursula Dooremans, toen hij 1 juli 1834 in Sint-Joost-ten-Node huwde met Virginie Lengelé, een dochter  van kleermaker Charles Jacques Lengelé en Marie Agnès Vase uit Orbais. De verwantschap met deze takken is niet verder uitgezocht.

[5] Hij was op 8 februari 1750 in Leest Sint-Niklaas gehuwd met Catherine Bal. Een zoon, Pieter Jan Van San werd gedoopt in 1751, huwde op 24 november 1778 in Leest Sint-Niklaas met Petronilla Fierens.

[6] Jan Van San was op 1 september 1589 in Zemst gehuwd met Martine Van Vaeck.

[7] In augustus 2010 werd tijdens archeologische opgravingen op het oude kerkhof aan de Sint-Rombouts-kathedraal te Mechelen, achter graf nr. 1651 van 3700 blootgelegde graven, een massagraf ontdekt met 41 skeletten. Marcel Kocken gewaagde van “41 skeletten, dicht bij elkaar met allicht nog een paar artefacten, zoals knopen, gespen, schapuliertjes, kogels, resten van schoeisel”. Het schilderij is van een onbekende meester begin 19e eeuw (afbeelding onder publiek domein).

[8] Zie de analyse gemaakt in “Wat vertellen de historische bronnen over de boerenkrijgers die op 23 oktober 1798 te Mechelen gefusilleerd werden?” van de Ware Vrienden van  het Archief, geredigeerd door Frank Kinnaer in 2012.

[9] Zie kroniek van Schellens in het boek “De Boerenkrijg te Mechelen” van August De Rees. De vermelding van “veldwachter Lauwers” ging om Jan Frans Lauwens die een wel kwalijke rol kreeg toebedeeld in het drama. Uiteraard nam ‘veldwachter Lauwers’ niet deel aan de executie na de klopjacht - en we begrijpen dat deze afloop voor de meewerkende Mechelaars ook als een shock kwam; Jan Frans zou zijn mandaat niet lang daarna neerleggen -. Onder de gefusilleerden moeten er voor hem trouwens wel wat bekenden zijn geweest, uit Mechelen, uit families die verwant waren, of die uit zijn geboortedorp kwamen. Eigen aan deze periode, verdween de opstand nadien lange tijd uit het oog, omdat de Franse bezetting nog de volgende 17 jaren aanhield.

[10] Generaal Béguinot zou zich in een proclamatie verontwaardigd uitlaten over de “schuldige onverschilligheid” van de Mechelaars en zou vervolgens de staat van beleg uitroepen.

[11] De 25-jarige Jacob Lodewijk Rombouts, die uit een welgestelde familie kwam. Zijn vader, die eigenaar was van het huis dat hij bewoonde, en zijn grootvader waren koster, zijn broer was schoolmeester terwijl zijn moeder en zusters winkeliersters waren. Men vermoedt daarom dat hij de drager van een teruggevonden zilveren knoop was.

[12] Een haarsnijder of “coupeur de poilles” maakte vilt van konijnen- en hazenhaar voor de toen bloeiende hoedenmakerij.

[13] Volgens het verslag van Bonnard aan de Minister van Oorlog.

[14] Hij werd geboren op 16 augustus 1775 te Elewijt als zoon van Antoon Van Eylen en Petronilla Ceulemans en was gehuwd met Barbara Maria Van Dijck. Zijn echtgenote was landbouwster en het gezin was vermoedelijk kinderloos.

[15] Huidige Rik Woutersstraat te Mechelen.

[16] De ongeschoeide karmelieten hadden een klooster aan de Veemarkt, terwijl de ongeschoeide karmelieten een klooster hadden in de Karmelietenstraat.

[17] Corneel Brits en Willem Bulens waren schippersknechten, opgeroepen om in de Franse marine dienst te nemen.

[18] Hij was gedoopt op 14 september 1780 in Leest als zoon van Pieter Jan Van San en Petronilla Fierens en huwde op 23 februari 1813 in Kapelle-op-den-Bos met Thérèse Selleslagh. Hij was landbouwer in Leest en overleed op 14 februari 1859 in Leest op 78-jarige leeftijd. Hij was op 28 september 1846 weduwnaar geworden. De aangifte van zijn overlijden gebeurde door zijn zoon Domien Van San en veldwachter Adriaan De Wit.