|
MEC VIII - 000037 - GEZIN Lauwers – De Leeuw 1464 Kapelle-op-den-Bos/Mechelen
Gheert
Lauwers huwde omstreeks 1464 met Elisabeth De Leeuw (‘s Leeuws, Sleeus). Hij werd
geboren omstreeks 1440 te Meise of Kapelle-op-den-Bos als zoon van Jan
Lauwers en Marie De Cock (’s Cocx) [ZIE MEIse VII – 000033] en was meier van Kapelle-op-den-Bos
in 1470 voor de hertogen van Brabant. In 1512 woonde het gezin in de Lange
Schipstraat te Mechelen. Volgens een melding
in 1517, woonde hij op oudere leeftijd in het grensgebied tussen Hombeek
en Leest in de Lepelstraat. Elisabeth De Leeuw was geboren omstreeks
1440 en overleed in 1474.
·
Jan Lauwers werd geboren omstreeks 1465 [ZIE GRI IX – 000059].
·
Gielis Lauwers werd geboren omstreeks 1470 [ZIE MEC IX – 000058].
Zijn broer
Lauwers Dionisius “Danijs” overleed ongehuwd in augustus 1512 in
Mechelen Sint-Rombout. Hij werd vermeld als pachter van het Hof van
Deelbroeck in Haacht in 1477, terwijl hun vader Jan Lauwens er ook als
pachter werd vermeld. Er was een relatie van dit hof met het hof Van
Dormael.
|
1470 -
Gheert Lauwers, meier van Kapelle-op-den-Bos
|
Geert Lauwers werd
vermeld in een geschil in 1520 tussen de heren van Grimbergen en ons
heeren des conincx (hertogen van Brabant). Het ging om een
gevangenenhuis aan de brug van Zemst. Geert Lauwers was meier te
Kapelle-op-den-Bos en was ongeveer 80 jaar oud. In 1520 was Mechelen in
volle bloei, de Sint-Rombout toren was bijna voltooid, Keizer
Maximiliaan werd ouder, de eerste vervolgingen begonnen van Lutheranen
in Duitsland, ...
|
In Zemst was het niet zo
rustig. In deze tijd behoorde Zemst onder de meierij of vrijheid van
Kapelle-op-den-Bos, een gebied dat in de 15e eeuw door de
hertogen van Brabant was opgericht als tegengewicht voor de heren van
Grimbergen. Sommige instellingen hadden rechten op bepaalde onroerende
goederen. Deze rechten en instellingen definiëren was voor Zemst vaak een
moeilijke zaak.
Nijs Van der Beken was
meier van de heren van Grimbergen en huurde het huis de Croon,
aan de overzijde van de Zenne vanuit Mechelen [zie pijltjes op de kaarten]. Hij eiste het huis op om voor heren van
Grimbergen rechtspraak te doen, en die eis lokte op zich een hele
rechtszaak uit omdat het huis zelf onder de jurisdictie van de
hertog van Brabant zou vallen. In opdracht van de Rekenkamer van
Brussel werd door de secretaris en procureur-generaal in Brabant een
getuigenverhoor op touw gezet. De getuigen waren hogere
dorpsfunctionarissen in dienst van ons heeren des conincx.
Tijdens dit getuigenverhoor
kwam één en ander aan het licht.
Geert
Lauwers was meier te
Kapelle-op-den- Bos en was ongeveer 80 jaar oud. Hij had zijn voorganger
Hendrick Van Soenen, gedurende veertig jaar gekend en getuigde dat hij
deze altijd had horen zeggen dat het huis over de brug van de
Zenne in Zemst eertijds toebehoorde aan Jeanne van Relegem en nu
aan Jeanne van Laethem. In dit huis hielden de officieren van de
hertogen van Brabant het gebruiksrecht en er werden "de misdadige
ende kuerachtige gevanghen ende gespannen gehouden". De
rentmeester zette er de cijnzen. Het huis werd altijd "gegoed en
geërfd onder ons heeren des conincx”, getuigde
Geert.
Afbeelding: de brug gesitueerd op een kaart
van Philippe-Christian Popp tussen 1842 en 1879
Extra bewijs leverden de
schepenbrieven die Geert Lauwers had geraadpleegd in de Rekenkamer te
Brussel.
Nijs van der Beken wilde
het huis gebruiken om misdadigers terecht te stellen en gevangen te
houden voor de heren van Grimbergen, zonder toelating van de
hertog van Brabant. Te Zemst en te Weerde waren er nog huizen die onder
de hertogen van Brabant vielen, “daer die kueren ende bruecken
ende andere rechten hen toe behoren”, aldus Geert. Hij betoog verder
dat de rechten door de meier en de officieren van de heren van Grimbergen
met geweld van de officieren van de hertogen van Brabant waren afgenomen.
Dit was onder andere ook gebeurd met het huis waar Gabriel van Woluwe
in woonde in Weerde, “welck huys nochtans eygen goedt was” -
hoewel het zijn eigendom was.
Peter Van Nyverseel was ook
getuige. Hij was rentmeester van de hertog van Brabant voor het
gebied van Overzenne. Peter was 76 jaar oud. Hij getuigde altijd geweten
te hebben dat in Zemst de eigen goederen, “daer geërfd en
gegoed worde” door de rentmeester van de hertogen voor het
gebied van Overzenne en door zijn schepenen werden beheerd. Het huis met
de beemden over de brug Mechelenwaarts was zo eigen goed: de “kueren
ende bruecken die vallen ende verschynen op
de heerstrate van aende Mechelse Brugge tot Eppegem
over de Brug, met oock die borrewegen, kerckwegen, bruywegen ende
competeeren aan ons heeren des conincx, zonder
dat daer yemandt eenight recht kan
op voirderen”, getuigde hij. Nochtans wilden enkele
officieren en de meier van de heren van Grimbergen, Nijs Van der Beken,
hetzelfde usurperen en de rechten toebehorend aan de
hertogen met geweld afnemen, zo betoog hij.
Antoon
Van Ermeren was "vorster" (deurwaarder)
van de hertogen in Zemst, was 42 jaar oud, en hij was een derde getuige.
Antoon woonde al 16 jaar te Zemst. Volgens hem huurde Nijs het huis en
wilde deze de rechten van de hertogen niet erkennen en zelf renten innen:
“ons heeren des conincx daer inne geen
recht meer kennen en pretendeert aldaer tot behoef van de heren
van Grimbergen alle bueren ende kueren als die daer
vallen te mogen ontfangen." Hij bevestigde de rechten
van de hertog van Brabant in de streek: "De Heerstrate
competeert ons heeren des conincx van aent brugsken in gheenszijde van
de Syenne naer Mechelen weerts bi ’t
Sieckenhuysken aldaer tot Eppegem toe veertig voeten breed met ook
de gemeynte aldaer gelegen. Soo hadde de
rentmeester van Oversynne eenigh particulier persoonen op eenighen
heerlycken cheyns geconsentieert te planten willigen ende
ander hout.”
Nijs van der Beken
had dus de bomen en de wilgen, hoewel hij er geen recht op had, laten
afhakken en laten wegvoeren zoals hij zelf goeddunkte.
Sommige Zemstenaren die met dit hout normaalgesproken cijns
betaalden aan de rentmeester van Brabant, konden dit daardoor niet meer.
Afbeelding: de plaats waar de feiten zich afspeelden (©
Fragmenten: bewerkte scans oude kaarten [Popp 1879, kopergravure Mechelen
toegeschreven aan Jansonius, 16e eeuw] uit private collectie.).
Gevraagd werd aan de
getuige of het huis De Croone eigen goed was en of de
cijns gaf aan de hertog van Brabant. Antoon antwoordde dat de grond
waarop het gebouwd werd, genomen werd van een grote beemd, die als eigen
goed werd beschouwd. Deze beemd behoorde aan een vrouw uit Mechelen.
Tussen het huis en de Heerstraat stond een opstal. De heren van
Grimbergen hadden op het belangrijkste gebouw van het complex een cijns
van 12 stuivers, maar de getuige wist niet op welke manier zij hier aan
geraakt waren.
Laureys Boets,
wonend in Zemst en "schepene aldaar", was 66 jaar
oud en getuigde eveneens. Hij bevestigde dat het huis gedurende 40 jaar
onder de hertogen van Brabant ressorteerde. Hij was er niet van op de
hoogte dat de heren van Grimbergen hier enig recht of gezag “hadden
willen pretenderen”. Deze getuige wist dat de tegenwoordige en
vroegere meier van Kapelle-op-den-Bos “aldaer diversche gevangenen
van wegens
ons heeren des conincx gesedt ende gestelt hebben
ende die welcke sijn geexecuteert sijn geweest
ende dandere gecomposeert.” Op het huis waren renten bezet
“van de welcke brieven gepasseert waren
onder d’officieren ons heeren des conincx.”
De heerstraet tot Semps behoorde alleen de
hertog van Brabant toe!
Een
volgende getuige was Jan van Linth, de meier van het godshuis
van Oliveten, "gestaen tot Semps", en hij
was 60 jaar. Hij woonde er ook al 60 jaar. Sinds deze tijd kende hij het
huis de Croon. Ook hij wist dat de gevangenen van “ons
heeren des conincx aldaer gevangen gehouden zijn geweest ende
die eenighe aldaer gepijnt ende gedenckt hem
deponent
onder dandere van eenen genoempt Willeken Bruyseghem des
geleden is over 30 jaeren dat de meyer van Kapellen opten
Bosch, genoemd Henrick Van Soenen hem aldaer gevangen hiel ende
den selven vervoirde tot
Brussel aldaer hij verwesen wordt,
ende daernaer werdt de voors. Willeken wederom byden voorschreven meyer gebracht
tot Sempst metten dieneren oft Amansknapen van
Brussel, ende weerdt hij aldaer opte Heerstraete aende lynde op een
bercxken geexecuteert ende op een radt gesedt.”
Ook
de Zemstse veldwachter "preter" Aernt Melys,
73 jaar oud, had het grootste deel van zijn leven te Zemst gewoond.
Hij bevestigde het verhaal van zoveel jaren geleden over de
gevangene Willeken Bruyseghem die
uit Elewijt stamde, en die bovendien was ontsnapt uit de
gevangenis: “ontbroken
was dwelck hy deponent sach staende in een
schoeme en dorschte
ende alsoo de voors. Henrick Van Soenen gewair werdt dat
de voors. Willeken hem ontbroken was, quam hij tot hem die
spreeckt seggende, ghy Aernt, ghy sult my mynen
gevangenen wysen oft ick sal U
in syne plaetse stellen
ende alsoo de voors. Meyer synen gevangene vont
int hoy geborgen stelde den selven wederom int selve
huys gevangen
ende werdt de selve gevangen naemaels te
Brussel gevoert ende aldaer verweesen
en naemaels geexecuteert tot Sempst... geseyt voorts
dat de heerstraete tot Semse beginnende
van aent bruecxken bij ‘t Sieckhuys tot Eppegem toe veertg voeten
breed
toebehoort alleene onsen heeren den coninck.
“
|
|
Afbeelding: het familiewapen De Leeuw
omstreeks 1450 in Brussel. Elisabeths grootvader Hendrik de Leeuw
was gehuwd met Beatrijs van Huldenberghe. Hendriks familie was
verwant met van der Aa, de heren van Grimbergen, met de familie ’t
Serclaes en met de heren van Massemen en met Pipenpoy.
Een voorouder Reinier de Leeuw was heer van Sint-Pieters-Leeuw
omstreeks 1180.
Merk een
gelijkaardig huwelijk tussen Geert Lauwers en Elisabeth Sleeus (de Leeuw)
in 1410 in Meise [ZIE MEIse VI – 000026]. Voormelde Jan Lauwers was een zoon uit dit
gezin.
Geert, de oudst bekende Lauwers in Hombeek in
1517
De oudst
bekende naamgenoot in Hombeek was Geert Lauwers , de meier van Kapelle-op-den-Bos. Geert Lauwers
was gedoopt omstreeks 1440 te Meise, en zijn broer Jan Lauwers was er gedoopt
in 1439. Van Geert Lauwers weten we dat hij twee zonen had: Gielis Lauwers,
gedoopt omstreeks 1464, en Jan Lauwers, gedoopt omstreeks 1465. Onder welke
omstandigheden Geert naar de regio Hombeek kwam, is niet bekend. We weten
dat hij werd aangesteld tot meier van de hertogen van Brabant te
Kapelle-op-den-Bos en dat hij in 1517 woonde in de Lepelstraat te Hombeek.
De broer van Geert
Lauwers, Jan Lauwers , huwde omstreeks 1466
in Neerijse met Geertrui Plasch, gedoopt omstreeks 1441 te Meise als
dochter van Hendrik van Der Plast (schepen te Meise) en Liesbeth
Stickers.
De kinderen
Plasch werden gedoopt tussen 1433 en 1443 te Meise.
Kaart: het hertogdom Brabant
omstreeks 1250 met de voornaamste steden
Behalve
Geertrui Plasch waren dit Brict Plasch, gedoopt omstreeks 1433 en
omstreeks 1454 gehuwd met Heilwig Van den Branden, overleden omstreeks
1515, Gielis Plasch, gedoopt
omstreeks 1434 en overleden omstreeks 1454 te Ossel, een deelgemeente van
Merchtem, Liesbeth Plasch, gedoopt
omstreeks 1437 en omstreeks 1462 gehuwd met Jan Geerts, Willem Plasch, gedoopt omstreeks 1439, en Hendrik
Plasch, gedoopt omstreeks 1443 en
omstreeks 1468 gehuwd met Katelijne Geerts.
|
Vermoedelijk
woonde Geert Lauwers in de Lepelstraat in het grensgebied tussen Hombeek
en Leest, zoals kan blijken uit een vermelding in 1517. Hij werd
vermoedelijk geboren in 1440 te Meise,
en is daarmee één van de oudst bekende naamsvermeldingen Lauwers in de
streek van Hombeek en Leest.
|
|