The image depicts a heraldic coat of arms featuring a crowned lion, a shield with a tree, and a pair of crossed flags.

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog (deze reeks)

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

 

________________________

 

The image depicts a detailed, stylized drawing of a bird with outstretched wings, a prominent beak, and a serene, peaceful expression, showcasing the mythical creature known as a phoenix.

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Blog – Laes, “teussers” uit het voormalige hertogdom Brabant

 

 

Mijn oud-collega Robbe uit Bertem was een geboren onderhandelaar, en dat paste bij zijn job als aankoper toen ik hem leerde kennen. Hij had een eerder ongewone familienaam, Laes. Op het eerste gezicht kon het een afleiding zijn van Lauwers als een patroniem ‘zoon van’, of van Laevers als een beroepskenmerk, of een verwijzing naar een plaats, met name de Leibeek in Bertem. Een historische zoektocht bracht ons op een ander spoor, en de uitspraak van de oorspronkelijke familienaam in het lokale Brabantse dialect had daar alles mee te maken.

 

In de familie doken aardig wat “teussers” op, en dat was toch een verwijzing naar een manier van onderhandelen en zakendoen die al generaties meeging.

 

 

Laes en Leys: patroniem, metroniem, of verwijzing naar de Leibeek?

 

Laes leek in oorsprong een patroniem, “de zoon van”, waarbij de vader Elias moet hebben geheten versus voornamen als Claes, Klaas die afgeleid waren van Nicolaas. Elias was de Griekse (en Latijnse) variant op een Hebreeuwse jongensnaam die “Jahweh is God” betekende en het woord was verwant met het Hebreeuwse woord Eli (“verhevenheid”) zoals dat in een meisjesnaam als Elisabeth voorkwam. Varianten op de voornaam waren Laas en Las. De voornaam Elias genoot de afgelopen jaren een groeiende populariteit in het Nederlandstalig taalgebied. In 2021 stond de naam in de lijst van de meest gegeven namen in Nederland.

 

Laes kwam eeuwen geleden al voor als voornaam, bijvoorbeeld vanaf 1544 in Friesland, een enkele keer ook in Groningen (1603), in Neuviller les Saverne en in Noordpene in Frankrijk (1600), in Brussel (1606), in Amsterdam (1475, 1575). In het buitenland waren er vindplaatsen van de voornaam in Oostenrijk (1550), in Frankrijk (1500 >), in Engeland (1575 >) en in Pruisen (1625 >). De meeste vindplaatsen van de voornaam lijken uit Friesland te komen in de 16e en de 17e eeuw. De oudste meldingen als voornaam vonden we in Nederland tussen 1275 en 1325. De voornaam kwam nog eerder zelden voor in het Nederlandstalig taalgebied, in Engeland, in de V.S.A. en in Brazilië.

 

Bij de families in de omgeving van Bertem, bleek de familienaam een afleiding van Leys te zijn geweest en moesten we niet meteen op het patroniem Laes zoeken.

 

Merk dat er voor het ontstaan van de familienaam Leys verschillende pistes beschikbaar waren:

 

• Leys kon als patroniem afgeleid zijn van “zoon van” Laureys”, of van Gislenius (Ghislain, Leyn), van Nicolaas (via Calleys) of van Sint-Elooi.

• Leys (Lijs) kon een afgeleide zijn van het metroniem “kind van Elisabeth”.

(de) Ley kon als toponiem verwijzen naar de plaatsnaam Leie die ook als beeknaam voorkwam. Ook Bertem had een Leibeek.

• Ley kon een afgeleide zijn van een persoonlijkheidskenmerk “lei” of zeg maar lui, zeker niet iets wat ik een gedreven man als Robbe zou toeschrijven.

 

 

Laes of Leys als familienaam

 

Onder meer in de 17e en de 18e eeuw kwam de familienaam Leys voor als schrijfvariant van Laes in de omgeving van Bertem. Bij nakomelingen bleef de familienaam Laes behouden, al waren er takken die de naam Leys behielden[1].

 

Er waren oudere sporen van de familienaam Leys, onder meer in de stad Antwerpen vanaf 1175, maar dat hoefde niet te betekenen dat Leys een oudere schrijfwijze was van Laes[2]. De familienaam Leys kwam frequenter voor in België: het was in 2014 de 340e in de volgorde van voorkomen, terwijl Laes de 6674e plaats innam en dus veel zeldzamer was. Wanneer we de omgeving Bertem tot Veltem-Beisem en Winksele bekeken, leek het er wel op dat Leyens en Leys oudere naamvarianten waren van Laes (zie historische vindplaatsen). In België kwam de familienaam Laes het meest voor, net zoals de familienaam Leys. Internationaal kwam de familienaam Laes voor in de V.S.A., in Duitsland, in Roemenië, in Estland, in Brazilië, in Cambodja, in Oostenrijk, in Finland en in Mexico en de familienaam is allicht meerdere keren ontstaan.

 

Afleidingen van Laes als “zoon van Elias” konden verder in de tijd verband houden met de immigratie van gedwongen gedoopte Sefardische joden in het hertogdom Brabant. We lichten die hypothese ook toe [zie verder], al lijkt deze minder waarschijnlijk voor de families in de omgeving van Bertem.

 

 

Verwantschap met Beethoven

 

De families Leys/Laes uit de omgeving van Veltem, Leefdaal en Bertem kwamen voor als verwante families aan van Beethoven[3] bij de Leefdaalse tak van deze familie. Een Barbara Van Beethoven, gedoopt op 2 maart 1724 in Leefdaal als dochter van Michael Van Beethoven en Cecilia Servranckx, huwde op 26-jarige leeftijd op 19 juli 1750 in Leefdaal met Jan Laes[4]. De volgende generatie nakomelingen van dit koppel kwamen behalve in Leefdaal terecht in Erps-Kwerps, Tildonk, Haacht, Everberg.

 

Via verwante families trouwden twee generaties later in 1790 in Leefdaal een Elisabeth Van Beethoven en Peter Bonnast, en een kleinzoon Paul Bonnast huwde in 1852 in Meerbeek met Catherine Van Elsen, dochter van Peter Van Elsen en Anne Catherine Laes. Oudste voorouders in de omgeving van Bertem Wanneer we zoeken naar voorouders in de omgeving van Bertem, leek de naam “Laes” een afgeleide van “Leys” die verder terug in de 16e eeuw ook als “Leyens” werd gespeld. “Laes” was allicht ontstaan vanuit de Midden-Brabants dialectische uitspraak van “Leys”.

 

 

Sprokkels - sporen van Laes

·         Op 23 februari 1655 werd Jan Laes ingeschreven aan de Oude Universiteit van Leuven. Hij was in Leuven geboren.

·         Antoon Laes huwde op 11 oktober 1718 in Gent, Sint-Michiels-Noord, met Elisabeth Onderberghen. Hij was niet de enige Laes in Gent. Op 28 oktober 1736 huwde Corneel Laes er in de parochie Sint-Maarten met Catharina Bennyst (Bonnast).

·         Léonard Laes overleed op 26 maart 1725 in het hospitaal Saint-Jean in Brussel.

·         Barbara Laes was de weduwe van Peter Robeet sinds dien overlijden in 1718 en woonde in Everberg. Volgens een notariële akte bij Willem Gansemans van 26 maart 1757, verkochten Josina Robeet en Joos Daveraerts hun deel van de eigendom aan haar zuster Anna Robeet en haar echtgenoot Lambrecht Vander Seijpen. Barbara Laes woonde op dat moment in dit huis en zou in 1759 in Everberg overlijden. In 1808 werd de 51-jarige Antoon Laes vermeld als landbouwer in Everberg.

·         Marie Dimphna Laes was geboren op 17 november 1786 in Westerlo en was weduwe toen zij op 3 september 1835 in Diest huwde met Pieter-Jan Deyck, een handwerker afkomstig van Koningshooikt. Bij het huwelijk woonden beide echtelingen in Diest en de bruid verklaarde onder ede dat de plaats van overlijden of de woonplaats van haar vader Jan Baptist Laes haar niet bekend waren. Jan Baptist Laes was gehuwd geweest met Anna Christina Boets die op 8 februari 1830 in Testelt was overleden. Marie Dimphna Laes was eerder op 6 februari 1811 gehuwd in Testelt met Jan Gielis Crits, afkomstig van Paal. Op het moment van het eerste huwelijk had de vader in Herselt gewoond. Er werd vermeld dat hij er overleden was en van geboorte van Westerlo was[5]. Haar broer, dagloner Pierre Laes zou enkele maanden later op 24 april 1811 in Testelt huwen en bij zijn huwelijk werd vermeld dat de moeder een dagloonster was, afkomstig uit Lummen en toen 54 jaar oud en woonachtig in Testelt.

·         Op 1 oktober 1792 verkocht Jan Laes uit Meerbeek percelen land in deze gemeente volgens een akte verleden bij notaris Persoons uit Leuven.

·         Op 30 maart 1810 overleed François Laes in het hospitaal in Gent aan “waterzucht in de borst”. Hij diende in het leger van Napoleon als fuselier, was opgenomen op 18 januari dat jaar, 21 jaar en van geboorte van Testelt.

·         Op 6 juli 1864 mocht Antoon Laes de gevangenis van Leuven verlaten. Hij was er dezelfde dag aangekomen. In 1863 was hij aangeklaagd voor desertie en verkoop van effecten. Op 18 januari 1882 zou Jean Pierre Laes aankomen in de gevangenis van Leuven, waar hij tot 12 juni 1886 zou verblijven.

·         Jacob Laes werd vermeld in een notarisakte in Deurne (Antwerpen) bij notaris Peter Deckers over een schuld op 23 december 1873. Andere partij was Lucia van Gestel, de weduwe Embrechts.

·         In 1879 werd Marie Lucie Laes vermeld als vreemdelinge die in België toekwam. Zij was geboren in 1860 in Leuven en kwam uit Duitsland, waar zij gehuwd was als Riedel.

·         Op 16 mei 1903 werd in Kessel-Lo de 49-jarige Jozef Laes vermeld. Hij was schrijnwerker in Leuven.

·         Op 31 juli 1917 hertrouwde weduwe Jeanne Caroline Laes in Leuven met Albert Van Lens. Zij was in Leuven geboren op 4 januari 1883 als dochter van Pierre Laes en Julie Peeters. Haar broer Joseph Laes trad op als getuige. Die laatste was op dat moment 38 jaar en werkte als barbier in Leuven.

·         In 1919 maakte Felix Laes in Leuven een dossier op voor schade geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Felix Laes was commercieel agent en afkomstig uit Kessel-Lo. Ook rentenierster Jeanne Marie Van Leeuw uit Kessel-Lo diende dat jaar een dossier in in Leuven samen met Pierre Augustin Laes, en Marie Laes diende samen met de Leuvense bakker Willem Perdieus een dossier in. Nog in Leuven diende Marie Cathérine Laes uit Vorst een dossier in samen met haar huurder Emiel Lemaître, een politieman in Vorst.

·         In 1939 dienden Pieter Karel Laes uit Genk en Margriet Vansichen een dossier in voor oorlogsschade in het Limburgse As. Dit was in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. In het Limburgse Linden deden Vital Eduard Laes als verhuurder en Margriet en Melanie Vercammen als huurders hetzelfde.

·         Onder de Duitse bezetting werd op 10 augustus 1944 Jacques Laes op konvooi gezet naar de gevangenis van Buchenwald. Hij was geboren op 11 juni 1903 in Berchem en zou overlijden in Dora. Ook de uit Ukkel afkomstige André Laes hoorde tot het Geheim Leger en werd gearresteerd. Hij zou in Keulen overlijden. In deze periode werden ook Jozef Laes vermeld als krijgsgevangene in Hameln en Jacques Laes als krijgsgevangene in Wustenberg, en later in Göttingen.

 

Laes

Bij de bevolkingstelling[6] van 2008 kwam de familienaam Laes voor bij 206 individuen, met een sterke concentratie in Vlaams-Brabant waar zo’n 75% van de personen wonen, gevolgd door de provincie Antwerpen (10%). Binnen Vlaams-Brabant vallen de concentraties in het Brussels hoofdstedelijk gewest op (34) en in de omgeving van Bertem waar zowat de helft van de naamgenoten wonen. Het lijkt dan ook aannemelijk dat de omgeving van Bertem de stamstreek is van deze familie.

Bij de bevolkingstelling van 1998 kwam de familienaam nog 222 keer voor met een gelijkaardige spreiding.

 

 

Laas

 

Een zeldzame schrijfvariant was “Laas” die vier keer in Brussel voorkwam in 2008 en twee keer in de omgeving van Tongeren. De naam “Laes” zelf kwam slechts vier keer voor in Limburg in de stad Hasselt. De schrijfvariant “Lase” kwam één keer voor in Antwerpen en er was niet noodzakelijk een verband.

 

 

 

Ging het oorspronkelijk om Joodse families, geïmmigreerd in het hertogdom Brabant?

Gezien het om een van oorsprong Hebreeuws klinkende familienaam ging, was een MOGELIJKE piste dat het zoals bij families Elias, Vives/Vivijs, om ingeweken en “gekerstende” Joodse families kon gaan, vermoedelijk dan uit de tweede immigratie periode eind 15e, begin 16e eeuw. Daar waren alsnog weinig bewijzen of aanwijzingen voor, al was het een meldenswaardige, zij het weinig waarschijnlijke, onderzoekspiste.

 

De migraties van gekende Joodse families liepen opmerkelijk gelijk met de verspreiding van familienaamgenoten Laes over de toenmalige wereld tot in overzeese gebieden, bijvoorbeeld migraties naar Italië, Servië, Roemenië, Bulgarije, Wenen, de Baltische landen en Timisoara tot het midden van de 18de eeuw, naar Brazilië, Latijns-Amerika en de V.S.A., maar het was even goed mogelijk dat de familienaam meermaals ontstond.

 

Een gekende eerste immigratie van Joodse families speelde zich af tussen de 12de en de 14de eeuw. Deze families, de zogenaamde Asjkenazim, kwamen voornamelijk uit gebieden rondom het Duitse Rijnbekken en vestigden zich in het hertogdom Brabant, voornamelijk in Brussel evenals in het graafschap Henegouwen, meestal in Bergen (Mons). Zij verspreidden zich in diverse kleine gemeenschappen. Gedurende de periode van de Zwarte Pest (1348-1349), beschuldigde de katholieke kerk hen van profanatie van het offerbrood, de zogenaamde hostie. In 1370 werden joden, die de epidemie overleefd hadden, in Brussel tot de brandstapel veroordeeld en hierdoor verdween deze joodse gemeenschap bijna geheel.

 

Een tweede immigratie van Sefardische Joodse families kwam er tijdens de uitdrijving van de joden uit Spanje in 1492 en van Portugal in 1497-1580. Onder dwang gedoopte joden, door de Inquisitie maranen[7] genoemd, verspreidden zich toen over heel Europa. Zij vestigden zich ook in de toenmalige 17 Provincies onder Spaans bewind.

In het begin van de 16de eeuw oefenden de in Antwerpen wonende maranen een belangrijke economische en financiële invloed uit op de stad. Deze gemeenschap telde heel wat peper- en specerijhandelaren, artsen, kooplieden, reders, makelaars, ambachtslieden. Maar de Spaanse druk verplichtte het merendeel van de maranen – die soms hun oorspronkelijk geloof clandestien bleven belijden – om Antwerpen te verlaten gedurende de jaren 1540-1550. Hierbij eindigde officieel de tweede joodse aanwezigheid in de Lage Landen. Mochten de voorouders Laes tot deze groep hebben behoord, dan zou dat betekenen dat zij zich in de daaropvolgende eeuw, vermoedelijk via Brusselse maranen, in de omgeving van Bertem hadden gevestigd en het katholieke geloof hadden aangenomen.

Historische vindplaatsen

 

 

1540, Rotselaar

Willem Leijs alias van Gele werd geboren omstreeks 1540 in Rotselaar als zoon van Willem Leijs alias van Gele en Susanna Van Maelcot, waar hij in 1565 huwde met Katelijne Vanden Panhuijsen. Een dochter Maria Leijs was er op 16 januari 1585 gehuwd met Peter Molemans. Een zoon Herman Leijs was schepen en brouwer in Wezemaal en was gehuwd met Maria Everaerts en met Joanna Verhoeven.

1570, Veltem-Beisem

Hendrik Leys (of Leyens) werd geboren omstreeks 1560, mogelijk als zoon van Hubert Leyens en Dimphna Verelst/Verhulst. Hij woonde in de omgeving van Veltem-Beisem, thans een deelgemeente van Herent. Hij had een broer Hubert Leys gehuwd met Catharina Elckaerts die in 1617 overleed in Veltem-Beisem, een broer Mathias Leys (of Leijens) en een zus Catharina Leyens die op 22 mei 1584 in Leuven Sint-Geertrui huwde met Hendrik Stroobants.

1595, Veltem-Beisem

Hubert Leys (of Leyens) werd geboren omstreeks 1595 als zoon van Hendrik Leys. Hij huwde op 27 oktober 1624 in Winksele met Barbara Van Doren. Hij had een nicht[8] Francisca Leyens die op 19 november 1617 in Winksele huwde met Hendrik De Lathouwer, en een nicht Catharina Leys, die in Winksele was gehuwd met Valentijn Hollants, beiden dochters van Mathias Leys. Francisca was meter van één van de kinderen van Catharina Leys. Deze laatste overleed op 8 november 1636 in Winksele als gevolg van de pest.

1629, Winksele/ Veltem-Beisem

Hendrik Leys (of Lijens/Leyens) werd gedoopt op 18 februari 1629 in Winksele als zoon van Hubert Leyens en Barbara Van Doren. Hij huwde op 22 oktober 1651 in Veltem-Beisem met Anna Vander Vorst en overleed op 19 oktober 1678 in Veltem-Beisem op 49-jarige leeftijd. Hij had vermoedelijk een zus Anna Leys die op 19 juni 1657 in Veltem-Beisem huwde met Mathias Theyssen.

1640, Veltem-Beisem

Karel Laes werd geboren omstreeks 1640. De ouders waren niet meteen bekend, maar Karel leek verwant met de hogervermelde Hubert Leys. Karel was gehuwd met Maria Arnouts en woonde in Veltem-Beisem. Zijn familienaam werd er ook gespeld als Leys. Hij had vermoedelijk een broer Willem Leys die huwde met Barbara Bosmans en een zus Margriet Leys die huwde met Jan Bosmans. Deze laatste was mogelijk de vader van de verder vermelde Jan Laes. Karel Laes (of Leys) overleed op 7 november 1683 in Veltem-Beisem.

1672, Veltem-Beisem

Jan Laes werd geboren op 29 maart 1672 in Veltem-Beisem als zoon van Karel Laes en Maria Arnouts. Zijn familienaam werd ook gespeld als Leys. Hij huwde met Barbara Nijs. Hij had een broer Willem Leys, gedoopt op 15 april 1674 en op 6 juni 1700 in Veltem-Beisem en gehuwd met Elisabeth Leemans, een zus Anna Leys, gedoopt op 13 maart 1678 in Veltem-Beisem, een zus Barbara Leys, gedoopt op 21 pril 1680 in Veltem-Beisem, en een zus Maria Leys, gedoopt op 19 december 1683 in Veltem-Beisem.

1706, Veltem-Beisem

Antoon Laes werd geboren op 1 februari 1706 in Veltem-Beisem als zoon van Jan Laes en Barbara Nijs. Hij was een eerste keer gehuwd op 10 april 1730 in Bertem met Elisabeth (Van) Ranst en hertrouwde na haar overlijden - Zij overleed op 27 september 1738 in Veltem-Beisem op 34-jarige leeftijd -, op 27 november 1738 in Bertem met Maria Swinnens. Antoon overleed op 29 november 1776 in Veltem-Beisem op 70-jarige leeftijd. Zijn familienaam werd ook gespeld als Leys en dat was ook de naam die de zonen uit het eerste huwelijk zouden aanhouden in Veltem-Beisem. Antoon had een oudere broer Karel Leys, gedoopt op 6 mei 1697 in Veltem-Beisem, een zus Barbara Leys gedoopt op 12 februari 1701 in Veltem-Beisem, een zus Maria Leys, gedoopt op 26 juni 1704 in Veltem-Beisem, een zus Catharina Leys, gedoopt op 19 november 1710 in Veltem-Beisem (en overleden in Bertem op 13 augustus 1748 op 37-jarige leeftijd), een broer Jan Leys, gedoopt op 3 mei 1714 in Veltem-Beisem (en gehuwd in Leefdaal met Barbara Van Beethoven - zie verhaal verder – waarvan alle kinderen bij de naam Laes gingen).

1743, Veltem-Beisem

Willem Laes werd geboren op 23 augustus 1743 in Veltem-Beisem als zoon van Antoon Laes en Maria Swinnens (2e huwelijk van Antoon). Hij was dagloner en was op 16 september 1766 in Bertem gehuwd met Marie Anne Vinx. Hij overleed op 2 april 1814 in Bertem op 70-jarige leeftijd.

1785, Bertem

Jean Baptiste Laes was geboren op 25 oktober 1785 in Bertem als zoon van Willem Laes en Marie Anne Vinx. Hij was landbouwer in Bertem en overleed er op 66-jarige leeftijd op 15 december 1851. Jean Baptiste was op 1 juli 1807 in Bertem gehuwd met Marie Catharine Hennens. Een broer Willem Laes, geboren op 11 oktober 1776 in Bertem, was net als de vader dagloner en zou op 1 mei 1810 in Korbeek-Lo huwen met Anna Marie Mergaers (ook Vanmergaerdts) waar dit gezin zich vestigde.

 

 

De geschiedenis van Bertem

Afbeelding met gebouw, buiten, huis, oud

Automatisch gegenereerde beschrijvingDe plaatsnaam “Berthem” kwam al voor in een oorkonde van 1112. De naam was van Frankische origine en was een combinatie van bertha (modder, moeras, “beire”) en heim (woning). De verwijzing naar moerasgronden kon een verband houden met de Voer, net zoals de plaatsnaam Leefdaal in essentie naar de vallei (“dal”) van de Voer verwees waarbij “Leef” een vergermaansing was van een Keltisch woord – de Voer werd in het Keltisch “labant” of “lovan[9] genoemd en verwees naar glijdende, vloeiende en voerende, een beetje zoals “leven”.

Foto: de Sint-Pietersbandenkerk van Bertem in 2005[10] - Prent: de abdij van Corbie in 1677 (ets van Michel Germain onder publiek domein).

 

Bij heel wat plaatsnamen met “em” (heem) vormde het eerste deel een verwijzing naar een persoon, dus iets in de zin van het “huis van Bert” zou ook tot de mogelijkheden kunnen behoren.

In de 7e eeuw was het gebied een twistappel tussen Merovingische clans, en bij de schenking van gronden door Adelhard, zoon van Karel Martel, in de 9e eeuw aan de benedictijnenabdij van Corbie bij Amiens in Picardië, was ook Bertem betrokken. Adelhard bezat er gronden. Adelhard was geboren in het Belgische Huise, deelgemeente van Kruisem, was ingetreden als monnik in de abdij van Corbie, en werd er abt.

De wereldlijke macht kwam later toe aan de heren van Heverlee in de 12e eeuw, samen met Heverlee, Meerdaal, Oud-Heverlee, Egenhoven, Assent en Buken. De heren van Heverlee werden in 1322 overigens vermeld als de “heren van Bertem”. Met de bouw van de (Maas-)romaanse Sint-Pietersbandenkerk in Bertem zou al in de tweede helft van de 10e eeuw zijn aangevangen[11].

Toen Bertem werd vermeld in 1112, bevestigde bisschop Odo van Kamerijk dat de abdij van Corbie eigenaar was van de kerk en aanhorigheden. Ook de abdij van Corbie was toegewijd aan de heilige Petrus en het was samen met Echternach en Lorsch één van de grootste abdijen in de Karolingische tijd[12].

Afbeelding: wapen van Bertem[13]

 

In 1562 verkreeg de familie van Bertie de rechten, vervolgens in 1681 kwam Thomas Stapleton, die aan de universiteit van Leuven werkte, in het bezit, en in 1697 verenigden de heren van Heverlee - de latere familie van Arenberg - hun rechten met die uit het cijnsboek van de abdij van Corbie. Aan het begin van de Franse overheersing, tot Napoleon aan de macht kwam, behoorde Bertem tot het kanton Tervuren, samen met Korbeek-Dijle en Leefdaal.

Het dorp was bekend om zijn graanboeren, en eind 19e-begin 20e eeuw om de vele veehandelaars of “teussers”, een verwijzing naar het gebaar met twee handen waarmee veeboeren een overeenkomst afsloten[14]. Bekende teussers families waren De Bontridder, Putseys, Wij[15], Laes, Bruggemans, Haesaerts en Verstappen[16]. Korbeek-Dijle - “Corbais” en in 1443 vermeld als “Cortbeke” - kreeg zijn naam uit de Germaanse woorden voor korte beek (“kurta baki”).

 

1839, 1906: tweemaal rampspoed in Bertem

 

4 juni 1839, overstroming

Bertem werd getroffen door een grote overstroming. 11 mensen verdronken, vee verdronk, hele huizen van leem en van steen spoelden weg, waaronder een stenen huis op Dalem dat volledig verdween en waarbij 8 mensen omkwamen van het gezin Coeckelberg[17], van dagloner Pierre Deboel en van wever Vandermeeren. Ook Leuven deelde in de klappen.

 

14 mei 1906, overstroming

Bertem werd opnieuw getroffen door een overstroming. In de Koestraat in Bertem werden de lichamen gevonden van Jean Baptist Wij, geboren op 10 april 1830, en zijn vrouw Maria Laes, geboren op 30 augustus 1832. Beiden hadden als kind de ramp van 1839 nog meegemaakt.

Afbeelding onder: oude prentkaart van het huis van de familie Wij-Laes uit 1906[18]

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Een zestigtal vindplaatsen in de omgeving van Bertem volgens het Belgisch bevolkingsregister in 2008.

[2] Auteurs zoals Walter Van Hoorick en Cyriel Letellier gaan daar wel van uit.

[3] A. Malcorps in “Eigen Schoon en de Brabander”, “Duizend Van Beethovens”, jg. 1959.

[4] De schrijfwijze Leys kwam ook voor, maar alle kinderen gingen bij de naam Laes in de omgeving van Leefdaal.

[5] Wat meteen vragen deed rijzen bij wat zij in 1835 onder ede zou verklaren (…).

[6] Zie www.familienaam.be, telling op basis van het Belgisch bevolkingsregister. © Publicatie onder gebruiksvoorwaarden.

[7] Ook “crypto-Joden” of “judaïserende nieuw-christenen” (geheime of verborgen Joden) voor degenen die vasthielden aan hun identiteit, “conversos” (bekeerlingen), “anoesiiem” (Hebreeuws voor gedwongen bekeerlingen), terwijl “maraan” mogelijk een Catalaanse beledigende verwijzing is naar varkens of onreinen dan wel naar “marrar” (uitdrukking van een “gebrek”, zijnde aan christelijk geloof).

[8] Volgens één stamboomonderzoeker zussen, geen nichten, waarbij men er van uitgaat dat de vader van Hubert ook Mathias was en niet Hendrik.

[9] Merk dat “lovan” ook terugkomt in de benaming van de stad Leuven. Keltische woorden als lavant, labant, lovan zijn etymologisch verwant met het werkwoord “laven”. In de 12e eeuw werd Leefdaal vermeld als “Leve(n)dale”.

[10] Foto onder Creative Commons licentie CC-BY-SA 3.0 van Fnorp, 2005 (bron: Wikimedia).

[11] Volgens archeologisch onderzoek in 1934-1935 onder kanunnik Raymond Lemaire.

[12] De abdij was gesticht tussen 659 en 661 onder de Merovingische Bathildis, weduwe van Clovis II, en haar zoon Chlotharius III. De eerste monniken waren benedictijnen uit de abdij van Luxeuil die al in 590 was gesticht.

[13] Afbeelding onder Publiek Domein. Merk dat het wapen van de heren van Bertem linksboven in het gevierendeeld gemeentewapen ook werd gevoerd door de familie van Praet.

[14] Zie ondermeer “De geschiedenis van Bertem, de parel van de Voervallei”, van Henri Vannoppen in 1978 en “Een geschiedenis van Bertem en Leefdaal”, van Cyriel Letellier, 2009.

[15] Zie ook het gezin Wij-Laes in het verhaal “1839, 1906: tweemaal rampspoed in Bertem

[16] Merk dan Peter Jozef Verstappen, koopman in vee te Bertem, was gehuwd met Marie Pauline Laes, volgens melding bij het huwelijk van de dochter in Bertem in april 1910 en dat een dochter in 1919 huwde met een telg uit de familie van de veehandelaars Debontridder. In 1935 huwde Jan Putseys in Bertem met Jeanne Laes. De “teussers” families waren vaak verwant.

[17] Een aangehuwde familie met Laes.

[18] Bron: www.koeheide.be. Afbeelding uit private collectie onder Publiek Domein.