|
Blog –
Laes, “teussers” uit het voormalige hertogdom Brabant
|
Mijn oud-collega Robbe uit Bertem
was een geboren onderhandelaar, en dat paste bij zijn job als aankoper
toen ik hem leerde kennen. Hij had een eerder ongewone familienaam, Laes.
Op het eerste gezicht kon het een afleiding zijn van Lauwers als
een patroniem ‘zoon van’, of van Laevers als een beroepskenmerk,
of een verwijzing naar een plaats, met name de Leibeek in Bertem. Een
historische zoektocht bracht ons op een ander spoor, en de uitspraak van
de oorspronkelijke familienaam in het lokale Brabantse dialect had daar
alles mee te maken.
In de familie doken aardig wat “teussers”
op, en dat was toch een verwijzing naar een manier van onderhandelen en
zakendoen die al generaties meeging.
|
Laes en Leys: patroniem, metroniem, of
verwijzing naar de Leibeek?
Laes leek in oorsprong een patroniem, “de zoon van”,
waarbij de vader Elias moet hebben geheten versus voornamen als Claes,
Klaas die afgeleid waren van Nicolaas. Elias was de Griekse (en Latijnse)
variant op een Hebreeuwse jongensnaam die “Jahweh is God” betekende en het
woord was verwant met het Hebreeuwse woord Eli (“verhevenheid”)
zoals dat in een meisjesnaam als Elisabeth voorkwam. Varianten op de
voornaam waren Laas en Las. De voornaam Elias genoot de afgelopen jaren een
groeiende populariteit in het Nederlandstalig taalgebied. In 2021 stond de
naam in de lijst van de meest gegeven namen in Nederland.
Laes kwam eeuwen geleden al voor als voornaam,
bijvoorbeeld vanaf 1544 in Friesland, een enkele keer ook in Groningen
(1603), in Neuviller les Saverne en in Noordpene in Frankrijk
(1600), in Brussel (1606), in Amsterdam (1475, 1575). In het buitenland
waren er vindplaatsen van de voornaam in Oostenrijk (1550), in Frankrijk
(1500 >), in Engeland (1575 >) en in Pruisen (1625 >). De meeste
vindplaatsen van de voornaam lijken uit Friesland te komen in de 16e en de
17e eeuw. De oudste meldingen als voornaam vonden we in Nederland tussen
1275 en 1325. De voornaam kwam nog eerder zelden voor in het
Nederlandstalig taalgebied, in Engeland, in de V.S.A. en in Brazilië.
Bij de families in de omgeving van Bertem,
bleek de familienaam een afleiding van Leys te zijn geweest en moesten we
niet meteen op het patroniem Laes zoeken.
Merk dat er voor het ontstaan van de
familienaam Leys verschillende pistes beschikbaar waren:
• Leys kon als patroniem afgeleid zijn van “zoon
van” Laureys”, of van Gislenius (Ghislain, Leyn), van Nicolaas
(via Calleys) of van Sint-Elooi.
• Leys (Lijs) kon een afgeleide zijn van het
metroniem “kind van Elisabeth”.
• (de) Ley kon als toponiem verwijzen naar
de plaatsnaam Leie die ook als beeknaam voorkwam. Ook Bertem had een
Leibeek.
• Ley kon een afgeleide zijn van een
persoonlijkheidskenmerk “lei” of zeg maar lui, zeker niet iets wat
ik een gedreven man als Robbe zou toeschrijven.
Laes of Leys als familienaam
Onder meer in de 17e en de 18e eeuw kwam de
familienaam Leys voor als schrijfvariant van Laes in de omgeving van
Bertem. Bij nakomelingen bleef de familienaam Laes behouden, al waren er
takken die de naam Leys behielden.
Er waren oudere sporen van de familienaam Leys,
onder meer in de stad Antwerpen vanaf 1175, maar dat hoefde niet te
betekenen dat Leys een oudere schrijfwijze was van Laes.
De familienaam Leys kwam frequenter voor in België: het was in 2014 de 340e
in de volgorde van voorkomen, terwijl Laes de 6674e plaats innam en dus
veel zeldzamer was. Wanneer we de omgeving Bertem tot Veltem-Beisem en
Winksele bekeken, leek het er wel op dat Leyens en Leys oudere
naamvarianten waren van Laes (zie historische vindplaatsen). In België kwam
de familienaam Laes het meest voor, net zoals de familienaam Leys.
Internationaal kwam de familienaam Laes voor in de V.S.A., in Duitsland, in
Roemenië, in Estland, in Brazilië, in Cambodja, in Oostenrijk, in Finland
en in Mexico en de familienaam is allicht meerdere keren ontstaan.
Afleidingen van Laes als “zoon van Elias”
konden verder in de tijd verband houden met de immigratie van gedwongen
gedoopte Sefardische joden in het hertogdom Brabant. We lichten die
hypothese ook toe [zie verder], al lijkt deze minder waarschijnlijk voor de
families in de omgeving van Bertem.
Verwantschap met Beethoven
De families Leys/Laes uit de omgeving van
Veltem, Leefdaal en Bertem kwamen voor als verwante families aan van
Beethoven
bij de Leefdaalse tak van deze familie. Een Barbara Van Beethoven, gedoopt
op 2 maart 1724 in Leefdaal als dochter van Michael Van Beethoven en
Cecilia Servranckx, huwde op 26-jarige leeftijd op 19 juli 1750 in Leefdaal
met Jan Laes.
De volgende generatie nakomelingen van dit koppel kwamen behalve in
Leefdaal terecht in Erps-Kwerps, Tildonk, Haacht, Everberg.
Via verwante families trouwden twee generaties
later in 1790 in Leefdaal een Elisabeth Van Beethoven en Peter Bonnast, en
een kleinzoon Paul Bonnast huwde in 1852 in Meerbeek met Catherine Van
Elsen, dochter van Peter Van Elsen en Anne Catherine Laes. Oudste
voorouders in de omgeving van Bertem Wanneer we zoeken naar voorouders in
de omgeving van Bertem, leek de naam “Laes” een afgeleide van “Leys” die
verder terug in de 16e eeuw ook als “Leyens” werd gespeld. “Laes” was
allicht ontstaan vanuit de Midden-Brabants dialectische uitspraak van
“Leys”.
Sprokkels - sporen van Laes
·
Op 23
februari 1655 werd Jan Laes ingeschreven aan de Oude Universiteit
van Leuven. Hij was in Leuven geboren.
·
Antoon
Laes huwde op 11
oktober 1718 in Gent, Sint-Michiels-Noord, met Elisabeth Onderberghen. Hij
was niet de enige Laes in Gent. Op 28 oktober 1736 huwde Corneel Laes
er in de parochie Sint-Maarten met Catharina Bennyst (Bonnast).
·
Léonard
Laes overleed op 26
maart 1725 in het hospitaal Saint-Jean in Brussel.
·
Barbara
Laes was de weduwe van
Peter Robeet sinds dien overlijden in 1718 en woonde in Everberg. Volgens
een notariële akte bij Willem Gansemans van 26 maart 1757, verkochten
Josina Robeet en Joos Daveraerts hun deel van de eigendom aan haar zuster
Anna Robeet en haar echtgenoot Lambrecht Vander Seijpen. Barbara Laes
woonde op dat moment in dit huis en zou in 1759 in Everberg overlijden. In
1808 werd de 51-jarige Antoon Laes vermeld als landbouwer in
Everberg.
·
Marie
Dimphna Laes was geboren op 17
november 1786 in Westerlo en was weduwe toen zij op 3 september 1835 in
Diest huwde met Pieter-Jan Deyck, een handwerker afkomstig van
Koningshooikt. Bij het huwelijk woonden beide echtelingen in Diest en de
bruid verklaarde onder ede dat de plaats van overlijden of de woonplaats
van haar vader Jan Baptist Laes haar niet bekend waren. Jan Baptist
Laes was gehuwd geweest met Anna Christina Boets die op 8 februari 1830 in
Testelt was overleden. Marie Dimphna Laes was eerder op 6 februari 1811
gehuwd in Testelt met Jan Gielis Crits, afkomstig van Paal. Op het moment
van het eerste huwelijk had de vader in Herselt gewoond. Er werd vermeld
dat hij er overleden was en van geboorte van Westerlo was. Haar broer, dagloner Pierre Laes zou
enkele maanden later op 24 april 1811 in Testelt huwen en bij zijn huwelijk
werd vermeld dat de moeder een dagloonster was, afkomstig uit Lummen en
toen 54 jaar oud en woonachtig in Testelt.
·
Op 1
oktober 1792 verkocht Jan Laes uit Meerbeek percelen land in deze
gemeente volgens een akte verleden bij notaris Persoons uit Leuven.
·
Op 30
maart 1810 overleed François Laes in het hospitaal in Gent aan
“waterzucht in de borst”. Hij diende in het leger van Napoleon als
fuselier, was opgenomen op 18 januari dat jaar, 21 jaar en van geboorte van
Testelt.
·
Op 6
juli 1864 mocht Antoon Laes de gevangenis van Leuven verlaten. Hij
was er dezelfde dag aangekomen. In 1863 was hij aangeklaagd voor desertie
en verkoop van effecten. Op 18 januari 1882 zou Jean Pierre Laes
aankomen in de gevangenis van Leuven, waar hij tot 12 juni 1886 zou
verblijven.
·
Jacob
Laes werd vermeld in
een notarisakte in Deurne (Antwerpen) bij notaris Peter Deckers over een
schuld op 23 december 1873. Andere partij was Lucia van Gestel, de weduwe
Embrechts.
·
In
1879 werd Marie Lucie Laes vermeld als vreemdelinge die in België
toekwam. Zij was geboren in 1860 in Leuven en kwam uit Duitsland, waar zij
gehuwd was als Riedel.
·
Op 16
mei 1903 werd in Kessel-Lo de 49-jarige Jozef Laes vermeld. Hij was schrijnwerker in Leuven.
·
Op 31
juli 1917 hertrouwde weduwe Jeanne Caroline Laes in Leuven met
Albert Van Lens. Zij was in Leuven geboren op 4 januari 1883 als dochter
van Pierre Laes en Julie Peeters. Haar broer Joseph Laes trad
op als getuige. Die laatste was op dat moment 38 jaar en werkte als barbier
in Leuven.
·
In
1919 maakte Felix Laes in Leuven een dossier op voor schade geleden
tijdens de Eerste Wereldoorlog. Felix Laes was commercieel agent en
afkomstig uit Kessel-Lo. Ook rentenierster Jeanne Marie Van Leeuw uit
Kessel-Lo diende dat jaar een dossier in in Leuven
samen met Pierre Augustin Laes, en Marie Laes diende samen
met de Leuvense bakker Willem Perdieus een dossier in. Nog in Leuven diende
Marie Cathérine Laes uit Vorst een dossier in samen met haar huurder
Emiel Lemaître, een politieman in Vorst.
·
In
1939 dienden Pieter Karel Laes uit Genk en Margriet Vansichen een
dossier in voor oorlogsschade in het Limburgse As. Dit was in de aanloop
naar de Tweede Wereldoorlog. In het Limburgse Linden deden Vital Eduard
Laes als verhuurder en Margriet en Melanie Vercammen als huurders
hetzelfde.
·
Onder
de Duitse bezetting werd op 10 augustus 1944 Jacques Laes op konvooi
gezet naar de gevangenis van Buchenwald. Hij was geboren op 11 juni 1903 in
Berchem en zou overlijden in Dora. Ook de uit Ukkel afkomstige André
Laes hoorde tot het Geheim Leger en werd gearresteerd. Hij zou in
Keulen overlijden. In deze periode werden ook Jozef Laes vermeld als
krijgsgevangene in Hameln en Jacques Laes als krijgsgevangene in Wustenberg,
en later in Göttingen.
Laes
Bij de bevolkingstelling
van 2008 kwam de familienaam Laes voor bij 206 individuen, met een sterke
concentratie in Vlaams-Brabant waar zo’n 75% van de personen wonen, gevolgd
door de provincie Antwerpen (10%). Binnen Vlaams-Brabant vallen de
concentraties in het Brussels hoofdstedelijk gewest op (34) en in de
omgeving van Bertem waar zowat de helft van de naamgenoten wonen. Het lijkt
dan ook aannemelijk dat de omgeving van Bertem de stamstreek is van deze
familie.
Bij de bevolkingstelling van 1998 kwam de
familienaam nog 222 keer voor met een gelijkaardige spreiding.
Laas
Een
zeldzame schrijfvariant was “Laas” die vier keer in Brussel voorkwam
in 2008 en twee keer in de omgeving van Tongeren. De naam “Laes” zelf kwam
slechts vier keer voor in Limburg in de stad Hasselt. De schrijfvariant “Lase”
kwam één keer voor in Antwerpen en er was niet noodzakelijk een verband.
Ging het oorspronkelijk om Joodse families, geïmmigreerd in
het hertogdom Brabant?
Gezien het om een van oorsprong Hebreeuws
klinkende familienaam ging, was een MOGELIJKE piste dat het zoals bij
families Elias, Vives/Vivijs, om ingeweken en “gekerstende” Joodse
families kon gaan, vermoedelijk dan uit de tweede immigratie periode eind
15e, begin 16e eeuw. Daar waren alsnog weinig
bewijzen of aanwijzingen voor, al was het een meldenswaardige, zij het
weinig waarschijnlijke, onderzoekspiste.
De migraties van gekende Joodse families
liepen opmerkelijk gelijk met de verspreiding van familienaamgenoten Laes
over de toenmalige wereld tot in overzeese gebieden, bijvoorbeeld migraties
naar Italië, Servië, Roemenië, Bulgarije, Wenen, de Baltische landen en
Timisoara tot het midden van de 18de eeuw, naar Brazilië, Latijns-Amerika
en de V.S.A., maar het was even goed mogelijk dat de familienaam meermaals
ontstond.
Een gekende eerste immigratie van Joodse
families speelde zich af tussen de 12de en de 14de eeuw. Deze families, de
zogenaamde Asjkenazim, kwamen voornamelijk uit gebieden rondom het Duitse
Rijnbekken en vestigden zich in het hertogdom Brabant, voornamelijk in
Brussel evenals in het graafschap Henegouwen, meestal in Bergen (Mons). Zij
verspreidden zich in diverse kleine gemeenschappen. Gedurende de periode
van de Zwarte Pest (1348-1349), beschuldigde de katholieke kerk hen van
profanatie van het offerbrood, de zogenaamde hostie. In 1370 werden joden,
die de epidemie overleefd hadden, in Brussel tot de brandstapel veroordeeld
en hierdoor verdween deze joodse gemeenschap bijna geheel.
Een tweede immigratie van Sefardische Joodse families kwam er
tijdens de uitdrijving van de joden uit Spanje in 1492 en van Portugal in
1497-1580. Onder dwang gedoopte joden, door de Inquisitie maranen
genoemd, verspreidden zich toen over heel Europa. Zij vestigden zich ook in
de toenmalige 17 Provincies onder Spaans bewind.
In het begin van de 16de eeuw oefenden de in Antwerpen wonende
maranen een belangrijke economische en financiële invloed uit op de stad.
Deze gemeenschap telde heel wat peper- en specerijhandelaren, artsen,
kooplieden, reders, makelaars, ambachtslieden. Maar de Spaanse druk
verplichtte het merendeel van de maranen – die soms hun oorspronkelijk
geloof clandestien bleven belijden – om Antwerpen te verlaten gedurende de
jaren 1540-1550. Hierbij eindigde officieel de tweede joodse aanwezigheid
in de Lage Landen. Mochten de voorouders Laes tot deze groep hebben
behoord, dan zou dat betekenen dat zij zich in de daaropvolgende eeuw,
vermoedelijk via Brusselse maranen, in de omgeving van Bertem hadden
gevestigd en het katholieke geloof hadden aangenomen.
|
Historische vindplaatsen
|
1540, Rotselaar
|
Willem Leijs alias van Gele werd geboren
omstreeks 1540 in Rotselaar als zoon van Willem Leijs alias van
Gele en Susanna Van Maelcot, waar hij in 1565 huwde met Katelijne
Vanden Panhuijsen. Een dochter Maria Leijs was er op 16 januari
1585 gehuwd met Peter Molemans. Een zoon Herman Leijs was schepen
en brouwer in Wezemaal en was gehuwd met Maria Everaerts en met Joanna
Verhoeven.
|
|
1570, Veltem-Beisem
|
Hendrik Leys (of Leyens) werd geboren omstreeks
1560, mogelijk als zoon van Hubert Leyens en Dimphna
Verelst/Verhulst. Hij woonde in de omgeving van Veltem-Beisem, thans een
deelgemeente van Herent. Hij had een broer Hubert Leys gehuwd met
Catharina Elckaerts die in 1617 overleed in Veltem-Beisem, een broer Mathias
Leys (of Leijens) en een zus Catharina Leyens die op 22
mei 1584 in Leuven Sint-Geertrui huwde met Hendrik Stroobants.
|
|
1595, Veltem-Beisem
|
Hubert Leys (of Leyens) werd geboren omstreeks 1595
als zoon van Hendrik Leys. Hij huwde op 27 oktober 1624 in
Winksele met Barbara Van Doren. Hij had een nicht
Francisca Leyens die op 19 november 1617 in Winksele huwde met
Hendrik De Lathouwer, en een nicht Catharina Leys, die in Winksele
was gehuwd met Valentijn Hollants, beiden dochters van Mathias Leys.
Francisca was meter van één van de kinderen van Catharina Leys. Deze
laatste overleed op 8 november 1636 in Winksele als gevolg van de pest.
|
|
1629, Winksele/
Veltem-Beisem
|
Hendrik Leys (of Lijens/Leyens) werd gedoopt op 18
februari 1629 in Winksele als zoon van Hubert Leyens en Barbara
Van Doren. Hij huwde op 22 oktober 1651 in Veltem-Beisem met Anna Vander
Vorst en overleed op 19 oktober 1678 in Veltem-Beisem op 49-jarige
leeftijd. Hij had vermoedelijk een zus Anna Leys die op 19 juni
1657 in Veltem-Beisem huwde met Mathias Theyssen.
|
|
1640, Veltem-Beisem
|
Karel Laes werd geboren omstreeks 1640. De ouders waren
niet meteen bekend, maar Karel leek verwant met de hogervermelde Hubert
Leys. Karel was gehuwd met Maria Arnouts en woonde in Veltem-Beisem.
Zijn familienaam werd er ook gespeld als Leys. Hij had vermoedelijk een
broer Willem Leys die huwde met Barbara Bosmans en een zus Margriet
Leys die huwde met Jan Bosmans. Deze laatste was mogelijk de vader
van de verder vermelde Jan Laes. Karel Laes (of Leys) overleed op
7 november 1683 in Veltem-Beisem.
|
|
1672, Veltem-Beisem
|
Jan Laes werd geboren op 29 maart 1672 in Veltem-Beisem
als zoon van Karel Laes en Maria Arnouts. Zijn familienaam werd ook
gespeld als Leys. Hij huwde met Barbara Nijs. Hij had een broer Willem
Leys, gedoopt op 15 april 1674 en op 6 juni 1700 in Veltem-Beisem en
gehuwd met Elisabeth Leemans, een zus Anna Leys, gedoopt op 13
maart 1678 in Veltem-Beisem, een zus Barbara Leys, gedoopt op 21
pril 1680 in Veltem-Beisem, en een zus Maria Leys, gedoopt op 19
december 1683 in Veltem-Beisem.
|
|
1706, Veltem-Beisem
|
Antoon Laes werd geboren op 1 februari 1706 in
Veltem-Beisem als zoon van Jan Laes en Barbara Nijs. Hij was een eerste
keer gehuwd op 10 april 1730 in Bertem met Elisabeth (Van) Ranst en
hertrouwde na haar overlijden - Zij overleed op 27 september 1738 in
Veltem-Beisem op 34-jarige leeftijd -, op 27 november 1738 in Bertem met
Maria Swinnens. Antoon overleed op 29 november 1776 in Veltem-Beisem op
70-jarige leeftijd. Zijn familienaam werd ook gespeld als Leys en dat was
ook de naam die de zonen uit het eerste huwelijk zouden aanhouden in
Veltem-Beisem. Antoon had een oudere broer Karel Leys, gedoopt op
6 mei 1697 in Veltem-Beisem, een zus Barbara Leys gedoopt op 12
februari 1701 in Veltem-Beisem, een zus Maria Leys, gedoopt op 26
juni 1704 in Veltem-Beisem, een zus Catharina Leys, gedoopt op 19
november 1710 in Veltem-Beisem (en overleden in Bertem op 13 augustus
1748 op 37-jarige leeftijd), een broer Jan Leys, gedoopt op 3 mei
1714 in Veltem-Beisem (en gehuwd in Leefdaal met Barbara Van Beethoven -
zie verhaal verder – waarvan alle kinderen bij de naam Laes gingen).
|
|
1743, Veltem-Beisem
|
Willem Laes werd geboren op 23 augustus 1743 in
Veltem-Beisem als zoon van Antoon Laes en Maria Swinnens (2e
huwelijk van Antoon). Hij was dagloner en was op 16 september 1766 in
Bertem gehuwd met Marie Anne Vinx. Hij overleed op 2 april 1814 in Bertem
op 70-jarige leeftijd.
|
|
1785, Bertem
|
Jean Baptiste Laes was geboren op 25 oktober 1785 in Bertem als
zoon van Willem Laes en Marie Anne Vinx. Hij was landbouwer in Bertem en
overleed er op 66-jarige leeftijd op 15 december 1851. Jean Baptiste was
op 1 juli 1807 in Bertem gehuwd met Marie Catharine Hennens. Een broer Willem
Laes, geboren op 11 oktober 1776 in Bertem, was net als de vader
dagloner en zou op 1 mei 1810 in Korbeek-Lo huwen met Anna Marie Mergaers
(ook Vanmergaerdts) waar dit gezin zich vestigde.
|
De geschiedenis van Bertem
De plaatsnaam “Berthem” kwam
al voor in een oorkonde van 1112. De naam was van Frankische origine en was
een combinatie van bertha (modder, moeras, “beire”) en heim
(woning). De verwijzing naar moerasgronden kon een verband houden met de
Voer, net zoals de plaatsnaam Leefdaal in essentie naar de vallei (“dal”)
van de Voer verwees waarbij “Leef” een vergermaansing was van een
Keltisch woord – de Voer werd in het Keltisch “labant” of “lovan”
genoemd en verwees naar glijdende, vloeiende en voerende, een beetje zoals
“leven”.
Foto: de
Sint-Pietersbandenkerk van Bertem in 2005
- Prent: de abdij van Corbie in 1677 (ets van Michel Germain onder
publiek domein).
Bij heel wat
plaatsnamen met “em” (heem) vormde het eerste deel een verwijzing
naar een persoon, dus iets in de zin van het “huis van Bert” zou ook
tot de mogelijkheden kunnen behoren.
In de 7e
eeuw was het gebied een twistappel tussen Merovingische clans, en bij de
schenking van gronden door Adelhard, zoon van Karel Martel, in de 9e
eeuw aan de benedictijnenabdij van Corbie bij Amiens in Picardië, was ook
Bertem betrokken. Adelhard bezat er gronden. Adelhard was geboren in het
Belgische Huise, deelgemeente van Kruisem, was ingetreden als monnik in de
abdij van Corbie, en werd er abt.
De
wereldlijke macht kwam later toe aan de heren van Heverlee in de 12e
eeuw, samen met Heverlee, Meerdaal, Oud-Heverlee, Egenhoven, Assent en
Buken. De heren van Heverlee werden in 1322 overigens vermeld als de “heren
van Bertem”. Met de bouw van de (Maas-)romaanse Sint-Pietersbandenkerk
in Bertem zou al in de tweede helft van de 10e eeuw zijn
aangevangen.
Toen Bertem
werd vermeld in 1112, bevestigde bisschop Odo van Kamerijk dat de abdij van
Corbie eigenaar was van de kerk en aanhorigheden. Ook de abdij van Corbie
was toegewijd aan de heilige Petrus en het was samen met Echternach en
Lorsch één van de grootste abdijen in de Karolingische tijd.
Afbeelding: wapen van
Bertem
In 1562
verkreeg de familie van Bertie de rechten, vervolgens in 1681 kwam Thomas
Stapleton, die aan de universiteit van Leuven werkte, in het bezit, en in
1697 verenigden de heren van Heverlee - de latere familie van
Arenberg - hun rechten met die uit het cijnsboek van de abdij van
Corbie. Aan het begin van de Franse overheersing, tot Napoleon aan de macht
kwam, behoorde Bertem tot het kanton Tervuren, samen met Korbeek-Dijle en
Leefdaal.
Het dorp was
bekend om zijn graanboeren, en eind 19e-begin 20e
eeuw om de vele veehandelaars of “teussers”, een verwijzing naar het
gebaar met twee handen waarmee veeboeren een overeenkomst afsloten.
Bekende teussers families waren De Bontridder, Putseys, Wij,
Laes, Bruggemans, Haesaerts en Verstappen.
Korbeek-Dijle - “Corbais” en in 1443 vermeld als “Cortbeke” -
kreeg zijn naam uit de Germaanse woorden voor korte beek (“kurta baki”).
1839, 1906:
tweemaal rampspoed in Bertem
|
4 juni 1839, overstroming
|
Bertem werd getroffen door een grote overstroming. 11 mensen
verdronken, vee verdronk, hele huizen van leem en van steen spoelden weg,
waaronder een stenen huis op Dalem dat volledig verdween en waarbij 8
mensen omkwamen van het gezin Coeckelberg,
van dagloner Pierre Deboel en van wever Vandermeeren. Ook Leuven deelde
in de klappen.
|
|
14 mei 1906, overstroming
|
Bertem werd
opnieuw getroffen door een overstroming. In de Koestraat in Bertem werden
de lichamen gevonden van Jean Baptist Wij, geboren op 10 april 1830, en
zijn vrouw Maria Laes, geboren op 30 augustus 1832. Beiden hadden
als kind de ramp van 1839 nog meegemaakt.
Afbeelding onder: oude
prentkaart van het huis van de familie Wij-Laes uit 1906
|

|