|
LEE XXI – 002078 - GEZIN Lauwens –
Absillis 1890 Leest [*]
Jacques Louis Lauwens huwde op 17 juli 1890 in Leest met Jeanne
Victoria Absillis. Getuigen bij het huwelijk waren Jan Frans Selleslagh,
Ivo Jacobs, Jan Baptist Bauwens en Jan Theo De Vleeschouwer. Jacques Louis
Lauwens was geboren op 6 december 1857 in Leest als zoon van Frans
Lauwens en Anna Paulina Van den Heuvel [ZIE LEE XX – 001915]. Hij was werkman. Jacques was bijna 33, zijn
echtgenote was net geen 20, toen zij huwden.
Jaak
was werkman, herbergier “In de Kroon” en de klokkenluider van Leest.
Het gezin woonde in 1891-1896 in de Winkelstraat 2 wijk C 2, in de
Tiendeschuurstraat, in de Koestraat
15 in 1899-1906, en later in de Dorpstraat 23, waar de herberg “In
de Kroon”
zich bevond (1927) en op nr. 25 (1931). Hij had als bijnaam “den Taar”.
Jeanne Victoria Absillis was geboren op 4 december 1870 in Leest als
dochter van Jan Absillis en Josephine Pepermans. Zij was werkvrouw en
vroedvrouw en had als bijnaam “Toor”.
Jeanne
Victoria overleed op 4 februari 1931 in Leest op 60-jarige leeftijd.
Jacques Louis overleed op 3 december 1932 in Leest enkele dagen voor zijn
73e verjaardag.
·
Marie Pauline Lauwens werd geboren op 25 juni 1890 in Leest. Zij
werd geboren als Absillis en werd erkend bij het huwelijk. Zij huwde op 26
oktober 1911 in Leest met Karel Louis De Greef.
·
Alfons Frans Lauwens werd geboren op 20 oktober 1891 in Leest.
Hij huwde op 9 oktober 1920 in Mechelen met Marie Pelagie De Schoenmaker.
·
Jan Baptist Lauwens werd geboren op 13 augustus 1896 in Leest.
Hij huwde op 9 november 1921 in Tisselt met Marie Elisabeth Haelewaters.
·
Eduard Lauwens werd geboren op 17 december 1899 in Leest.
Hij huwde op 8 februari 1923 in Tisselt met Philomène Rosalie Verbeeck.
·
Jozef Jan Lauwens werd geboren op 25 maart 1901 in Leest.
Hij overleed er nog geen week later op 25 maart 1901.
·
Caroline Serafine Lauwens werd geboren op 5 mei 1906 in Leest.
·
Stefaan Henri Lauwens werd geboren op 1 februari 1907 in Leest
Leest
tijdens de Duitse bezetting in de "Grooten Oorlog"
Jaak Louis Lauwens was
56 jaar oud en zijn echtgenote was er 43 toen op 4 augustus 1914 Duitsland
België binnenviel en de Eerste Wereldoorlog begon.
Kort na het uitbreken
van de oorlog in 1914 was de Sint-Niklaaskerk door verschillende bommen
getroffen. Ondermeer de kerkramen en een 250 kerkstoelen waren beschadigd
of verbrand. Verschillende vluchtelingen werden bij de Duitse inval
neergeschoten. Heel wat Leestenaren sloegen op de vlucht in het zog van de
soldaten die in de omgeving van Leest gelegerd waren toen die zich begonnen
terug te trekken, na schermutselingen met Duitse soldaten waarbij zowel
Belgische als Duitse soldaten het leven hadden gelaten. Tijdens de oorlog
waren er op het kerkhof van Leest de graven van meerdere Duitse soldaten.
Een aantal Leestenaren zoals Antoon Jozef Lauwens zouden
naar werkkampen, meestal met eindbestemming Duitsland, worden gevoerd.
Foto: De brug van Leest
werd vernield tijdens de oorlog. Men moest zich behelpen met een houten
bruggetje, of omrijden via Hombeek om in Mechelen te geraken na de
vernieling in 1914. In 1916 moest de noodbrug worden hersteld toen er
iemand met zijn paard was overgestoken.
Voor de blijvers en
teruggekeerden wachtten moeilijke jaren. Melkkoeien waren net voor de
Duitse inval op bevel van de Belgische gendarmerie verplaatst achter de
frontlinie (Willebroek, Ruisbroek, Eikevliet, nadien naar Hoboken, Kruibeke
...), en de weinige dieren die nadien terug in Leest kwamen bleken
ongeschikt om nog melk te produceren. Andere runderen waren in beslag
genomen en geslacht. Diefstal en plundering waren aan de orde van de dag,
de (canada-)bomen waren geveld.
Maandelijks moesten
de boeren hun paarden voor keuring aanbieden. De beste paarden werden tegen
een lage vergoeding naar Duitsland gevoerd. Daarnaast kwam regelmatig
diefstal voor, bijvoorbeeld van aardappelen en varkens bij de boeren, en
onder meer graan, rogge, gerst, aardappelen, tabak, koper en wol werden
ingevorderd. Een tekort aan naft legde bovendien de twee werkzame molens op
de maalderijen van Alfons Maes en de weduwe Bonifaas Lauwers ,
regelmatig stil. De gemeente moest ook zelf vluchtelingen opvangen. Er
waren ook regelmatige meldingen van ziekten bij mens en dier. Schurft kwam
bijvoorbeeld meermaals voor, maar ook mond- en klauwzeer.
In 1917 waren de
prijzen al gemiddeld 3.5 maal hoger dan in april 1914. Begin 1918 was een
zak aardappelen op de gecontroleerde markten 5 à 6 maal hoger dan
1914. Op de zwarte markt betaalde men, voor dezelfde zak, 10 à 15 maal meer
dan in 1914. Daardoor heerste er hongersnood, die pas in 1919 getemperd
werd. Men zou nog moeten wachten tot 1923, om terug het peil van de
koopkracht van 1914 te halen. Voor een doorsnee gezin verdween bijna 70 %
van de uitgaven aan voeding.
Foto: 3 Duitse Mark uit
1914 met de afbeelding van Keizer Wilhelm II. De aan de Leestenaren
opgelegde boetes, wanneer bijvoorbeeld opgeëiste aardappelen niet tijdig
werden geleverd of tabak niet was ingeleverd, werden doorgaans in marken
uitgedrukt.
De materiële schade
was groot. De "Steinenmolen", een houten graanwindmolen
aan de Kapellebaan was vernield door brand, net zoals de graanwindmolen van
de weduwe van Bonifaas Lauwers aan 'de Knip'. Hoeven waren vernield
door brand, van Polycarp Verhoeven, Louis Daelemans, Pieter Jan Diddens,
Constant Diddens, Joseph Nuytkens, Alfons Piessens aan de Kapellebaan, de
Blaasveldstraat, de Molenstraat en de Mechelbaan. Verschillende woningen in
het dorp waren beschadigd zoals die van Theodoor Van den Heuvel, Buntickx-Hofmans,
Van Moer, Arnold Teughels, Jaak Vloeberghs, Jan Huysmans, Antoon Stoop. Het
huis van Pieter Jan Diddens werd aangevallen en in brand gestoken door
Duitse soldaten toen er zich vluchtelingen hadden verstopt tijdens de
Duitse inval. Op 1 augustus 1915 brandde de schuur van pachter Willem
Slachmuylers aan de Kapellebaan af, nadat hij daar logement van Duitse
soldaten had verboden. Tijdens de oorlog waren ook heel wat documenten
vernietigd.
Door de oorlog waren
de registers van de burgerlijke stand, de geboortes van 1911,1912, 1913, de
huwelijken van 1911, 1912 onbruikbaar gemaakt
met olie en verscheurd, en overlijdensakten van de jaren 1812
tot en met het jaar 1820 en van 1823 tot 1832 waren verscheurd. Ook de
overlijdensakten van de jaren IX, X, XI van de Franse Republiek en
Kadasterboeken waren onbruikbaar gemaakt met olie.
Op het eind van de
oorlog had de Duitse luchtmacht een vliegveld in Leest. Er waren aan
het eind van de oorlog 6 vliegers van de Duitse luchtmacht gestationeerd.
In oktober-november 1918 was er aan de Winkelstraat een klein vliegveld, en
de vliegtuigmecaniciens verbleven met hun materiaal in de school. Op 15
november 1918 verlieten de laatste Duitse troepen de gemeente, 4 dagen na
de afkondiging van de wapenstilstand.

|

Afbeeldingen: taverne "Den Rooselaar" aan de kerk
in Leest omstreeks 1895 en rouwprent Jaak-Louis Lauwens.

1890 - Jeanne Absillis was baker in
Leest
Jeanne Absillis was een gekende "baker" (niet-gediplomeerde
vroedvrouw) in Leest, net als haar jongere
zus Katrien Pauline Absillis, die met Jan Baptist ,
een jongere broer van Jaak Livien zou huwen.
Foto’s: het
graf van Jeanne Absillis op het kerkhof in Leest. Onder: rouwprentje van
Jeanne Absillis, grafzerk Jaak Livien Lauwens op het kerkhof van Leest. De
zerken werden door een windhoos in 2019 beschadigd en in 2020 verwijderd.
Achternicht Maria Lauwens uit Hofstade herinnerde zich: "Joanna
Victoria Absillis was een zus van mijn grootmoeder die in
Leest en de omliggende dorpen zeer gevraagd werden bij de bevallingen. Mijn
vader vertelde vele anekdotes daarover en toen mijn grootmoeder al bezet
was, d.w.z. reeds ergens naar een bevalling was, dan moest onze vader soms
voor haar inspringen en op een andere plaats haar gaan vervangen.... met de
kruiwagen op stap.
Mijn grootmoeder deed dat nog tot na de oorlog.
In de lagere school, bij mij in de klas waren er nog kinderen die geboren
waren met haar hulp (°1946) terwijl mijn moeder bij de geboorte van broer
Leo van 44 en ik van 46 al door een gediplomeerde vroedvrouw werd
bijgestaan."
Afbeeldingen:
de oudste dochter uit het gezin, Maria Paulina, ging bij de bijnaam “Mie
Taar” of ook “Mie van den Taar”. Op de familiegrafplaats van het
gezin De Greef – Lauwens werd de familienaam van Marie overigens foutief
gespeld als Lauwers (…).


Afbeelding onder: Dominique De Greef, dochter van Marie Lauwens
en Karel De Greef, en haar echtgenoot Ernest De Win. Daarnaast zoon Marcel
De Win en Lucie “Luske” Peeters.

|