|
LEE XVIII - 001260 - GEZIN
Lauwens – Diddens 1781
Leest
Peter
Hendrik Lauwens huwde op 6 november 1781 in Leest
Sint-Niklaas met Marie Diddens.
Getuigen bij het huwelijk waren Hendrik Lauwens, vader van de
bruidegom, en Joos Van Vaerenbergh. Marie Diddens was gedoopt op 8 april
1754 in Leest Sint-Niklaas als dochter van Jan Diddens en Anna Ditens (Diddens).
Zij overleed op 19 januari 1804 in Leest, enkele maanden voor haar 50e
verjaardag. De aangifte gebeurde door haar oudste zoon Hendrik.
Peter Lauwens
was gedoopt op 11 mei 1750 in Leest Sint-Niklaas als zoon van Hendrik
Lauwens en Lucie Van Aken [ZIE LEE XVII - 001109]. Hij was herbergier, overleefde zijn
echtgenote 30 jaar, en overleed op 29 september 1835 in Leest, 85 jaar oud.
Het koppel werd vermeld in een Schepenakte in Mechelen op 18 maart 1796 [S.A.M. Fonds G
Schepenregisters Serie I 412 f° 407r].
·
Hendrik Lauwens werd gedoopt op 27 januari 1782 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren grootvader Hendrik Lauwens en grootmoeder Anna Ditens. Hij was handwerker
en landbouwer en huwde op 30 oktober 1815 in Leest met Marie-Thérèse
Vertommen [ZIE HOM XIX -
001704].
·
Johanna Lauwens werd gedoopt op 2 september 1783 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Antoon Diddens en tante Johanna
Steenackers. Zij was dagloonster en woonde in Mechelen, “gevalliglijk te Hombeek verblijvende”,
en overleed ongehuwd op 9 juni 1849 in Hombeek, enkele maanden voor haar 66e
verjaardag. De aangifte gebeurde door Jan Baptist De bruyn, 43-jarige
onderwijzer, en Jan Baptist Van Kersbeeck, 36-jarige veldwachter.
·
Anna Lauwens werd gedoopt op 28 september 1785 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Antoon Lauwens en tante Ann Catherine Pateet (Perpeet).
Zij werd begraven op 29 september 1793 in Leest Sint-Niklaas, een dag na
haar 8e verjaardag.
·
Frans Lauwens werd gedoopt op 25 oktober 1787 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Frans Diddens en tante Johanna
Leyers. Hij overleed op 31 oktober 1787 in Leest Sint-Niklaas, enkele dagen
na de geboorte.
·
Willem Lauwens werd gedoopt op 15 oktober 1788 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Willem Diddens en tante Petronilla
Thérèse Diddens. Hij overleed op 19 november 1789 in Leest Sint-Niklaas,
één jaar oud.
·
Elisabeth Lauwens werd gedoopt op 16 januari 1791 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Louis Diddens en tante Elisabeth
Walschaerts (Walschaert). Zij overleed in 1849 in Hombeek, 58 jaar
oud.
·
Thérèse Lauwens werd gedoopt op 21 februari 1793 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jacques Bulens en tante
Marie-Thérèse Van Roy (Van Roey). Zij overleed op 7 oktober 1793 in
Leest Sint-Niklaas, zeven maanden oud.
·
Jan Lauwens werd gedoopt op 1 mei 1795 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jan Frans Schelkens en tante
Johanna Teugels (Teughels). Hij huwde op 10 september 1823 in Heffen
met Clara De Maeyer [ZIE LEE XIX – 001744].
|
1791 - Peter Lauwens, een opmerkelijke
getuigenis te Leest
Van Peter Lauwens is
een merkwaardige getuigenis achtergebleven. De relatief rustig
verlopen 18de eeuw, op uitzondering van de oorlog
(1744-1748), werd bij het naderen van de eeuwwisseling door de bevolking eerder
nerveus beleefd. Het begon al te gloeien rond 1789 met de Brabantse
Omwenteling, waarbij in Mechelen in de Bruul werd geplunderd.
Allerlei politieke strekkingen werden geboren zoals de vrijmetselaars, de
Staatsen, de Vonckisten, de Keizerlijken, die allemaal hun eigen
herbergen hadden.
In 1792 was er een grote vechtpartij in de
Katelijnestraat in Mechelen waarbij onder meer gebruik gemaakt werd van
pistolen en degens. Hierbij was nota bene de conciërge van het
stadhuis betrokken en er viel een dode. Hetzelfde jaar vielen er gewonden
bij een messengevecht in de Rooselaer in Leest.
Foto rechts: de oudst
bekende foto van de herberg “De Rooselaer” op het dorpsplein van Leest
dateert van 1890. De herberg behoorde op dat moment
tot Noldus Teughels. In 1907 werd deze verbouwd.
Foto links: dezelfde herberg “De Roozelaar” in 1910, nà de verbouwingen van 1907. De oorspronkelijke herberg
werd uitgebreid met een feest- en teerzaal door
schrijnwerker Noldus Teughels. In het Pensenstraatje rechts
woonden de families Absillis, Jacobs, Schelkens en Hellemans.
In hetzelfde dorp bekende een jaar
vroeger een man op een volkse manier in het openbaar dat hij de dochter van
een schepen zwanger had gemaakt. De vader en de dochter maakten
van de aanwezigheid van tal van getuigen gebruik om de bekentenis te laten
acteren bij een notaris. Hierna een transcriptie van de notarisakte.
"Heden op 7 februari 1791 verscheen
voor mij, notaris gemachtigd door de Grote Raad van Mechelen, de genaamde
getuige Peter Lauwers, 42 jaar oud, met Frans Verschueren, 26 jaar oud,
beide inwoners van Leest. Zij verklaren, op verzoek van Marie Catherine Van
Asch, ook inwoonster van Leest, om recht te doen geschieden. Zij legden de
eed af om naar waarheid te spreken dat Jacques Somers, inwoner van Leest,
op zondag voor de kermis in 1791 voor de hoogmis van Leest (Sint-Niklaas),
om tien uur ten huize van Mathijs Van Asch, schepen van Leest, heeft gezegd
“Uw trien is vol” en “Ik heb ze ook geket” (geslachtsgemeenschap gehad).
Getuigen waren koopman Jan Frans Claes en Philip Van Assche”.
Jacques Somers belandde in ieder geval in
de gevangenis van Mechelen, waar er melding wordt gemaakt van zijn
vrijlating in 1795. Zijn moeder had het stadsbestuur een smeekbrief
gestuurd om zijn vrijlating te bekomen. Niettemin moest hij binnen de 14
dagen ten behoeve van de armen 200 veertelen koren naar het
stadsmagazijn brengen. Jacques Somers was pachter, huwde op 23 oktober 1797
in Walem met Marie Catherine Voet en hertrouwde op 19 november 1811 in
Hombeek met Barbara Ceulemans. Hij werd in 1807 onder het Franse bewind ‘maire’
en ‘officier de l’état civil de la commune de Leest’ in opvolging
van Pieter Jan Moeremans en bleef tot 1818 aan als burgemeester.
Catherine Van Asch was gedoopt op 24
augustus 1769 als dochter van Mathijs Van Asch en Anna Smets. Zij was 21
jaar oud toen de hoger vermelde gebeurtenissen
plaats vonden. Zij werd dagloonster en zou op 1 februari 1804 in Antwerpen
huwen met Emmanuel Rapier, een zoon van Nicolaas Joseph Rapier en
Anne-Marie Jonckers. Zij overleed op 29 juni 1821 in Antwerpen, enkele
maanden voor haar 52e verjaardag, en werd begraven op 2 juli
1821 in Leest. Zij had een zoon Nicolaas Rapier die kleermaker was in
Antwerpen en er op 1 april 1840 huwde met Catherine Huygens. Een kleinzoon
Theo Rapier was eveneens kleermaker in Antwerpen, gehuwd met Ann Catherine
Lamot.
Peter Lauwens was
geboren op 11 mei 1750 te Leest als oudste zoon van Hendrik
Lauwens en
Lucie Van Aken. Hij verloor zijn moeder in december 1761, toen hij 11
jaar oud was. Zijn vader hertrouwde nadien met Jeanne De Smedt. Peter
Lauwens huwde op 6 november 1781 in Leest Sint-Niklaas met Marie Diddens.
Peter was toen 31. Marie Diddens, geboren op 8 april 1754 te Leest als
dochter van Jan Diddens Jan en Anna Ditens, was vier jaar jonger.
1813 - Pieter Jan Diddens, deserteur
onder Napoleon
Peter Lauwens huwde
in Leest Sint-Niklaas met Maria Diddens, een kleindochter van Jan Diddens
en Lieve Boeckelaers (Boxlaer, Van Bosselaer). Pieter-Jan Diddens
was in Leest Sint-Niklaas gedoopt op 7 mei 1794 als zoon van
Jan Diddens en Elisabeth Van Gijsel en was een generatie
jonger dan Maria. Zijn ouders waren gehuwd op 16 januari 1779 in Leest,
meer dan een decennium voor het land werd ingelijfd door Frankrijk. Peter
en Marie hebben Pieter-Jan Diddens nog gekend en waren getuige van de
volgende gebeurtenissen.
Pieter Jan Diddens (1794-1863) werd
in 1812 opgeroepen om te gaan dienen in het Grande Armée van
Napoleon. Ingelijfd op 18-jarige leeftijd, deserteerde hij na de terugtocht
van het Franse leger uit Rusland en keerde te voet terug naar zijn
geboortedorp Leest. Hij deed er zowat een jaar over om met kerst 1813 zijn
bestemming te bereiken, en moest enige tijd onderduiken. In Leest kreeg hij
de bijnaam "de deserteur". Omdat hij een dagboek bijhield,
is toch één en ander van zijn wedervaren bewaard gebleven.
Het ouderlijk gezin van Pieter-Jan telde meerdere
kinderen. Een eerstgeboren zoon Frans werd geboren in 1779 en overleed op
19 september 1781. Pieter-Jans oudste broer Jan Baptist
werd gedoopt op 6 januari 1782 in Leest Sint-Niklaas en was twaalf jaar
ouder. Een dochter Anna, geboren op 29 april 1783, overleed op 7
februari 1791, enkele jaren vóór de geboorte van Pieter-Jan. Pieter-Jan
heeft zijn broer Frans en zus Anna dus niet gekend. Pieter-Jan had twee
oudere zussen: Dorothea, gedoopt op 11 april 1786 die op 29 juli 1812 in
Leest zou huwen met Fernand Bulens, en Anne-Marie, gedoopt op 1 januari
1789, die op 22 september 1814 in Leest zou huwen met Hendrik Schepers. Na Pieter-Jan
volgde Anna Monica, geboren op 23 mei 1798. Zij zou op 21 april 1819 in
Leest huwen met Peter Moerenhout.
1812 - Ingelijfd in het leger van Napoleon
Voor de veldtocht naar Rusland trof Napoleon meer
voorbereidingen dan ooit tevoren. De voorbereidingen verliepen in het
geheim, opdat Rusland geen onraad zou ruiken. Het Franse leger legde grote
voorraden proviand, medicijnen, kleding en bouwmaterialen aan en verzamelde
zo veel mogelijk troepen. De Grande Armée bestond uit verschillende
nationaliteiten. Er zaten Duitsers, Pruisen, Polen, Nederlanders, Belgen,
Italianen, Oostenrijkers en Spanjaarden bij.
Op 24 juni 1812 was het Grande Armée bestaande
uit 691.500 man, het grootste leger tot dan toe in de Europese
geschiedenis, de rivier Memel (of Niemen of Nemunas)
overgestoken in de richting van Moskou.
Pieter-Jan moest zich in mei 1812, naar aanleiding
van zijn 18e verjaardag, aanbieden op de 'municipaliteit', het gemeentehuis
van Leest, bij de 'maire', burgemeester, Jacques Somers. Hij kreeg
er een oproepingsbrief van de prefectuur.
In 1812 riep het Franse regime nieuwe jaarklassen van
jongere rekruten op. Voorheen lag de leeftijd van de miliciens nog tussen
20 en 25 jaar. Omdat Pieter-Jans vader Jan Diddens op 6 december
1803 was overleden, was hij eigenlijk onmisbaar op de boerderij die door
zijn oudste broer Jan Baptist werd beheerd. De oudste broer van Pieter-Jan
was op 19 mei 1811 in Breendonk gehuwd met Liesbeth Guns. De kinderen
van Jan Baptist werden geboren in Leest. Vermoedelijk was hij als
kostwinner vrijgesteld van legerdienst. Een eerste kind, Willem, was
geboren op 21 maart 1812, enkele maanden vóór het vertrek van 'nonkel'
Pieter-Jan. Een tweede kind, Anne-Marie, werd geboren op 27 november 1813,
nog geen maand voor de terugkeer van Pieter-Jan.
Toen Pieter-Jan de oproepingsbrief aan pastoor
Van Heuck liet zien, had die hem nog verzekerd dat een pastoor of
zelfs een bisschop een jongeman niet konden verplichten om voor een
indringer op vreemde bodem te gaan vechten. Maar de pastoor had hem toch
aangeraden zich aan te melden bij het Franse leger, omdat anders
Pieter-Jans familie het zou moeten ontgelden. Pastoor
Van Heuck was gekend als een tegenstander van de Franse keizer.
Zo weigerde hij na de hoogmis het "Domine salvum fac imperatorem nostrum Napoleonem" te
zingen, ook na aandringen van de Leestse maire Jacques Somers (1809), of van
zijn kansel de conscrits op
hun plicht te wijzen in het Franse leger. Pastoor Simon
De Heuck negeerde de bevelbrieven van de vicarissen, verzette
zich tegen de keizerlijke catechismus en het zingen van het Te Deum
bij elke overwinning van Napoleon. Hij genoot heel wat aanzien in Leest en
de maire of burgemeester ontzag
hem vermoedelijk omdat hij een wankele gezondheid had. Kort nadat
Pieter-Jan Leest verliet, overleed pastoor De Heuck. Hij werd in Leest
begraven op 28 mei 1812.
Pieter-Jan kreeg een opleiding van zes weken in de
buurt van Dijon bij de infanterie van het Grande Armée. Hij diende
als soldaat in het 82e regiment van de Linie infanterie. Het
leger was al op de terugtocht, komende van Rusland via Polen, toen
Pieter-Jans troep contact maakte in Duitsland.
1812 - De vlucht uit Rusland
Het Franse leger liet na de veldtocht in 1813 al vrij
snel de bevoorradingswagens achter, en dit vormde een enorm probleem voor
het verdere verloop van de oorlog. De honger dreef de soldaten er verder
toe om alles te eten wat maar voorhanden was, paarden en zelfs honden en
katten. Toen honger en ziekte hun tol begonnen te eisen en de koude
herfstregens overgingen in de ijskoude winter, waarbij bevriezing nog meer
levens eiste, steeg de desertie aanzienlijk. De meesten van deze deserteurs
werden gevangengenomen of direct geëxecuteerd door Russische boeren.
Het Russische woord sjaromyzjnik (Russisch: шаромыжник;
"bedelaar", "bedrieger") komt van het Franse 'cher ami'
("beste vriend"), omdat de soldaten de lokale bevolking om
hulp smeekten tijdens de extreem koude winter. De alomtegenwoordige
kozakken grepen de achterblijvers en de gewonden en beroofden hen van de
buit uit Moskou. Toen de koude feller werd, schiepen de kozakken er een
genoegen in om deze ongelukkigen tot op de blote huid uit te kleden en hen
naakt achter te laten in de besneeuwde wildernis.
De voedsel- en watervoorzieningen werkten niet, de soldaten
plunderden het land, en na 14 dagen was Napoleon al 135.000 man kwijt,
alleen door ziekte en desertie. Op 14 september trok dit leger Moskou
binnen, de laatste overwinning die Napoleon behaalde. Vijf weken later trok
dit Franse leger terug richting Frankrijk. Wanneer het leger
in Smolensk aankwam, telde het nog 40.000 manschappen. De troepen
kregen korte aanvallen van de kozakken te verduren, die het leger opjoegen
zonder dat het tot een echte veldslag kwam. Het was in Duitsland dat Pieter-Jan Diddens de
vlucht nam.
Afbeelding: “Verraad
is een kwestie van datum” (Talleyrand). Schilderij van de terugtocht in
1812.
Hij verschool zich een dag en nacht tussen de
struiken, zocht andere kleren in een boerderij en vatte de terugtocht aan.
Terugtrekkende Franse colonnes leidden de weg via Pruisen. Hij zwierf rond
van de ene boerderij naar de andere, leed honger, werd geconfronteerd met
de achterdocht van de inwoners - die uit zijn taal wel konden afleiden dat
hij geen Rus of Fransman was -, leefde vooral van wat hij kon stelen of
bedelen. Op de Lüneburger Heide bracht hij een losgeslagen
paard tot stand en werkte en verbleef enige tijd bij de boer die hij had
geholpen. De angst voor de Franse soldaten die hem als deserteur konden
herkennen, deed hem verder trekken naar het westen. Hij sliep in
stromijten, deed wat werkjes voor brood, melk of warme kost of moest
voedsel stelen. Na zowat een jaar van zwerven bereikte hij zijn
geboortestreek, daags voor Kerstmis 1813.
Via Kampenhout-Sas, Boortmeerbeek, Hever, Muizen
en Mechelen kwam hij terecht bij een gekende boer die hem tijdelijk
onderdak verschafte. De brugwachter van de Withuisbrug op de Leuvense
vaart, verwittigde op kerstavond de familie van Pieter-Jan in Leest. Men
vreesde dat de municipaliteit van Leest al zou zijn verwittigd van
Pieter-Jans desertie, en dat de gendarmes hem zouden arresteren. Op
vaandelvlucht stond immers de doodstraf.
Afbeelding: foto uit
1910. Het nog bestaande gemeentehuis met balkon werd pas gebouwd in 1882,
dus dat heeft Pieter-Jan niet meer gekend.
1814 - Ondergedoken te Leest
Begin januari 1814
deden in Leest verhalen van de nederlaag van Napoleon in Leipzig de ronde.
Er werd beweerd dat de Pruisische generaal von Bülow al met
ruiterij en voetvolk België was binnengedrongen.
Afbeelding: pastorie
van Leest, oktober 2007: nauwelijks veranderd sinds 1814 qua uitzicht.
Het werd ook duidelijk dat de prefectuur van Mechelen
geen bericht van de desertie had ontvangen. Pieter-Jan verbleef een tijd in
Hombeek bij de familie Goossens en kreeg verkering met de dochter,
Liesbeth. Hij werd daarbij wat overmoedig en vertoonde zich meermaals op
publieke plaatsen. Hij werd ondermeer gezien in Mechelen en liep
er de Leestse maire Jacques Somers tegen het
lijf. E.H. Vertonghen, de nieuwe pastoor van Leest, stelde voor om
Pieter-Jan te laten onderduiken in de pastorie van Leest. Niettemin deed
het gerucht van zijn terugkeer de ronde in het dorp, en ene Willem de
Rooster die zelf vijf jaar krijgsdienst bij het Franse leger deed, gaf
zelfs openlijk kritiek op "de deserteur" in een herberg.
Enkele dagen nadat Pieter-Jan onderdook in Leest,
galoppeerden zes gendarmes over de Zennebrug, de kerk en het gemeentehuis
voorbij, recht naar de woning van de familie Diddens aan de Tiendeschuurstraat.
Hoeve en erf werden doorzocht en familieleden werden geboeid naar de
municipaliteit gebracht. Wanneer kort daarna de plaatselijke boeren
gewapend met knuppels en stenen het gemeentehuis omsingelden, moesten de
gendarmes wijken en trokken zij zich terug richting Mechelen.
1815 - Einde van de Franse bezetting
Toen op 11 april 1814 Napoleon troonsafstand deed,
keerde de rust weer en moest Pieter-Jan Diddens niet langer
ondergedoken leven. De Pruisische generaal von Bülow en de
prins van Oranje verbleven zelfs in de streek in de aanloop naar de slag
van Waterloo, die een definitief einde betekende van de Franse
overheersing. De hereniging van de Nederlanden werd druk besproken en
de Leestse koster Van Vaerenbergh pleitte zelfs voor
een herdenking van de eenenveertig boerenjongens die bij de opstand in 1798
werden gedood en in Mechelen op het Sint-Romboutskerkhof werden
begraven.
Pieter-Jan Diddens huwde in 1817 in Hombeek
met Elisabeth Goossens, de jonge vrouw uit Hombeek met wie hij verkering
had en die hij zelf omschreef als de voornaamste beweegreden om terug naar
huis te keren. Verschillende kinderen werden te Leest geboren. Op 13
november 1817 zag Jan Frans het daglicht. Op 12 april 1820 werd Anne-Marie
geboren, en op 25 juli 1822 werd Marie Diddens geboren. Het gezin
breidde verder uit. Op 19 november 1824 zag een dochter Dorothea een
levenslicht in Leest, op 29 november 1826 werd Clara geboren, op 24
september 1828 Pieter-Jan (dezelfde naam als de vader), op 30 januari 1831
Ann Catherine, op 7 december 1833 Martha, op 26 oktober 1835 Willem, op 22
februari 1838 Frans Louis, en op 14 mei 1844 Maria Martha.
Pieter-Jan Diddens overleed in 1863 te Leest, 67 jaar oud.
Ook de familie van Pieter-Jans broer Jan Baptist,
breidde nog uit: Hendrik Diddens werd geboren op 18 februari
1817, Marie-Thérèse werd geboren op 7 juli 1819 en Pauline zag
het daglicht op 7 november 1822 te Leest.
Afbeelding: Het
verhaal van Pieter Jan Diddens speelde zich af vóór het tijdperk
van de fotografie. De volgende generatie zou zich, op latere leeftijd, wel
laten fotograferen, en er zijn wel foto's van de tweede helft van de 19e
eeuw van oud-soldaten van Napoleon (Pieter-Jan overleed in 1863). Op de
foto rechts Frans Louis Diddens, de jongste zoon van Pieter Jan,
omstreeks 1915. Hij was de jongste zoon van "de deserteur"
en van Liesbeth Goossens uit Hombeek. "Lowieke" was
geboren op 22 februari 1838. Hij huwde in 1863
met Philomène Steenmans, links op de foto, dochter van Pieter Jan
Steenmans, afkomstig van Heffen, en van Petronella De Muyer, afkomstig
van Leest. Het gezin kreeg tien kinderen. Philomène Steenmans
stierf in 1917 en Lowie overleefde haar tot in 1931. Hij werd 93 jaar oud.
|