Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

LEE XVIII - 001260  - GEZIN Lauwens – Diddens 1781 Leest

 

Peter Hendrik Lauwens  huwde op 6 november 1781 in Leest Sint-Niklaas met Marie Diddens.  Getuigen bij het huwelijk waren Hendrik Lauwens, vader van de bruidegom, en Joos Van Vaerenbergh. Marie Diddens was gedoopt op 8 april 1754 in Leest Sint-Niklaas als dochter van Jan Diddens en Anna Ditens (Diddens). Zij overleed op 19 januari 1804 in Leest, enkele maanden voor haar 50e verjaardag. De aangifte gebeurde door haar oudste zoon Hendrik. 

 

Peter Lauwens was gedoopt op 11 mei 1750 in Leest Sint-Niklaas als zoon van Hendrik Lauwens  en Lucie Van Aken [ZIE LEE XVII - 001109]. Hij was herbergier, overleefde zijn echtgenote 30 jaar, en overleed op 29 september 1835 in Leest, 85 jaar oud. Het koppel werd vermeld in een Schepenakte in Mechelen op 18 maart 1796 [S.A.M. Fonds G Schepenregisters Serie I 412 f° 407r].

 

·         Hendrik Lauwens  werd gedoopt op 27 januari 1782 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren grootvader Hendrik Lauwens  en grootmoeder Anna Ditens. Hij was handwerker en landbouwer en huwde op 30 oktober 1815 in Leest met Marie-Thérèse Vertommen [ZIE HOM XIX - 001704].

·         Johanna Lauwens  werd gedoopt op 2 september 1783 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Antoon Diddens en tante Johanna Steenackers. Zij was dagloonster en woonde in Mechelen, “gevalliglijk te Hombeek verblijvende”, en overleed ongehuwd op 9 juni 1849 in Hombeek, enkele maanden voor haar 66e verjaardag. De aangifte gebeurde door Jan Baptist De bruyn, 43-jarige onderwijzer, en Jan Baptist Van Kersbeeck, 36-jarige veldwachter.

·         Anna Lauwens  werd gedoopt op 28 september 1785 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Antoon Lauwens  en tante Ann Catherine Pateet (Perpeet). Zij werd begraven op 29 september 1793 in Leest Sint-Niklaas, een dag na haar 8e verjaardag.

·         Frans Lauwens  werd gedoopt op 25 oktober 1787 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Frans Diddens en tante Johanna Leyers. Hij overleed op 31 oktober 1787 in Leest Sint-Niklaas, enkele dagen na de geboorte.

·         Willem Lauwens  werd gedoopt op 15 oktober 1788 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Willem Diddens en tante Petronilla Thérèse Diddens. Hij overleed op 19 november 1789 in Leest Sint-Niklaas, één jaar oud.

·         Elisabeth Lauwens  werd gedoopt op 16 januari 1791 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Louis Diddens en tante Elisabeth Walschaerts (Walschaert). Zij overleed in 1849 in Hombeek, 58 jaar oud.

·         Thérèse Lauwens  werd gedoopt op 21 februari 1793 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jacques Bulens en tante Marie-Thérèse Van Roy (Van Roey). Zij overleed op 7 oktober 1793 in Leest Sint-Niklaas, zeven maanden oud.

·         Jan Lauwens  werd gedoopt op 1 mei 1795 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jan Frans Schelkens en tante Johanna Teugels (Teughels). Hij huwde op 10 september 1823 in Heffen met Clara De Maeyer [ZIE LEE XIX – 001744].

 

 

1791 - Peter Lauwens, een opmerkelijke getuigenis te Leest

 

Van Peter Lauwens   is een merkwaardige getuigenis achtergebleven. De relatief rustig verlopen 18de eeuw, op uitzondering van de oorlog (1744-1748), werd bij het naderen van de eeuwwisseling door de bevolking eerder nerveus beleefd. Het begon al te gloeien rond 1789 met de Brabantse Omwenteling, waarbij in Mechelen in de Bruul werd geplunderd. Allerlei politieke strekkingen werden geboren zoals de vrijmetselaars, de Staatsen, de Vonckisten, de Keizerlijken, die allemaal hun eigen herbergen hadden.

 

In 1792 was er een grote vechtpartij in de Katelijnestraat in Mechelen waarbij onder meer gebruik gemaakt werd van pistolen en degens. Hierbij was nota bene de conciërge van het stadhuis betrokken en er viel een dode. Hetzelfde jaar vielen er gewonden bij een messengevecht in de Rooselaer in Leest.

 

Foto rechts: de oudst bekende foto van de herberg “De Rooselaer” op het dorpsplein van Leest dateert van 1890. De herberg behoorde op dat moment tot Noldus Teughels. In 1907 werd deze verbouwd.

 

Foto links: dezelfde herberg “De Roozelaar” in 1910, de verbouwingen van 1907. De oorspronkelijke herberg werd uitgebreid met een feest- en teerzaal door schrijnwerker Noldus Teughels. In het Pensenstraatje rechts woonden de families Absillis, Jacobs, Schelkens en Hellemans.

 

In hetzelfde dorp bekende een jaar vroeger een man op een volkse manier in het openbaar dat hij de dochter van een schepen zwanger had gemaakt. De vader en de dochter maakten van de aanwezigheid van tal van getuigen gebruik om de bekentenis te laten acteren bij een notaris. Hierna een transcriptie van de notarisakte.

 

"Heden op 7 februari 1791 verscheen voor mij, notaris gemachtigd door de Grote Raad van Mechelen, de genaamde getuige Peter Lauwers, 42 jaar oud, met Frans Verschueren, 26 jaar oud, beide inwoners van Leest. Zij verklaren, op verzoek van Marie Catherine Van Asch, ook inwoonster van Leest, om recht te doen geschieden. Zij legden de eed af om naar waarheid te spreken dat Jacques Somers, inwoner van Leest, op zondag voor de kermis in 1791 voor de hoogmis van Leest (Sint-Niklaas), om tien uur ten huize van Mathijs Van Asch, schepen van Leest, heeft gezegd “Uw trien is vol” en “Ik heb ze ook geket” (geslachtsgemeenschap gehad). Getuigen waren koopman Jan Frans Claes en Philip Van Assche”[1].

 

Jacques Somers belandde in ieder geval in de gevangenis van Mechelen, waar er melding wordt gemaakt van zijn vrijlating in 1795. Zijn moeder had het stadsbestuur een smeekbrief gestuurd om zijn vrijlating te bekomen. Niettemin moest hij binnen de 14 dagen ten behoeve van de armen 200 veertelen koren naar het stadsmagazijn brengen. Jacques Somers was pachter, huwde op 23 oktober 1797 in Walem met Marie Catherine Voet en hertrouwde op 19 november 1811 in Hombeek met Barbara Ceulemans. Hij werd in 1807 onder het Franse bewind ‘maire’ en ‘officier de l’état civil de la commune de Leest’ in opvolging van Pieter Jan Moeremans en bleef tot 1818 aan als burgemeester.

 

Catherine Van Asch was gedoopt op 24 augustus 1769 als dochter van Mathijs Van Asch en Anna Smets. Zij was 21 jaar oud toen de hoger vermelde gebeurtenissen plaats vonden. Zij werd dagloonster en zou op 1 februari 1804 in Antwerpen huwen met Emmanuel Rapier, een zoon van Nicolaas Joseph Rapier en Anne-Marie Jonckers. Zij overleed op 29  juni 1821 in Antwerpen, enkele maanden voor haar 52e verjaardag, en werd begraven op 2 juli 1821 in Leest. Zij had een zoon Nicolaas Rapier die kleermaker was in Antwerpen en er op 1 april 1840 huwde met Catherine Huygens. Een kleinzoon Theo Rapier was eveneens kleermaker in Antwerpen, gehuwd met Ann Catherine Lamot.

 

Peter Lauwens   was geboren op 11 mei 1750 te Leest als oudste zoon van Hendrik Lauwens   en Lucie Van Aken. Hij verloor zijn moeder in december 1761, toen hij 11 jaar oud was. Zijn vader hertrouwde nadien met Jeanne De Smedt. Peter Lauwens huwde op 6 november 1781 in Leest Sint-Niklaas met Marie Diddens. Peter was toen 31. Marie Diddens, geboren op 8 april 1754 te Leest als dochter van Jan Diddens Jan en Anna Ditens, was vier jaar jonger.

 

 

1813 - Pieter Jan Diddens, deserteur onder Napoleon

Peter Lauwens  huwde in Leest Sint-Niklaas met Maria Diddens, een kleindochter van Jan Diddens en Lieve Boeckelaers (Boxlaer, Van Bosselaer). Pieter-Jan Diddens was in Leest Sint-Niklaas gedoopt op 7 mei 1794 als zoon van Jan Diddens en Elisabeth Van Gijsel en was een generatie jonger dan Maria. Zijn ouders waren gehuwd op 16 januari 1779 in Leest, meer dan een decennium voor het land werd ingelijfd door Frankrijk. Peter en Marie hebben Pieter-Jan Diddens nog gekend en waren getuige van de volgende gebeurtenissen. 

Pieter Jan Diddens (1794-1863) werd in 1812 opgeroepen om te gaan dienen in het Grande Armée van Napoleon. Ingelijfd op 18-jarige leeftijd, deserteerde hij na de terugtocht van het Franse leger uit Rusland en keerde te voet terug naar zijn geboortedorp Leest. Hij deed er zowat een jaar over om met kerst 1813 zijn bestemming te bereiken, en moest enige tijd onderduiken. In Leest kreeg hij de bijnaam "de deserteur". Omdat hij een dagboek bijhield, is toch één en ander van zijn wedervaren bewaard gebleven[2]

Het ouderlijk gezin van Pieter-Jan telde meerdere kinderen. Een eerstgeboren zoon Frans werd geboren in 1779 en overleed op 19 september 1781. Pieter-Jans oudste broer Jan Baptist[3] werd gedoopt op 6 januari 1782 in Leest Sint-Niklaas en was twaalf jaar ouder.  Een dochter Anna, geboren op 29 april 1783, overleed op 7 februari 1791, enkele jaren vóór de geboorte van Pieter-Jan. Pieter-Jan heeft zijn broer Frans en zus Anna dus niet gekend. Pieter-Jan had twee oudere zussen: Dorothea, gedoopt op 11 april 1786 die op 29 juli 1812 in Leest zou huwen met Fernand Bulens, en Anne-Marie, gedoopt op 1 januari 1789, die op 22 september 1814 in Leest zou huwen met Hendrik Schepers. Na Pieter-Jan volgde Anna Monica, geboren op 23 mei 1798. Zij zou op 21 april 1819 in Leest huwen met Peter Moerenhout.

1812 - Ingelijfd in het leger van Napoleon

Voor de veldtocht naar Rusland trof Napoleon meer voorbereidingen dan ooit tevoren. De voorbereidingen verliepen in het geheim, opdat Rusland geen onraad zou ruiken. Het Franse leger legde grote voorraden proviand, medicijnen, kleding en bouwmaterialen aan en verzamelde zo veel mogelijk troepen. De Grande Armée bestond uit verschillende nationaliteiten. Er zaten Duitsers, Pruisen, Polen, Nederlanders, Belgen, Italianen, Oostenrijkers en Spanjaarden bij.

Op 24 juni 1812 was het Grande Armée bestaande uit 691.500 man, het grootste leger tot dan toe in de Europese geschiedenis, de rivier Memel (of Niemen of Nemunas) overgestoken in de richting van Moskou.

Pieter-Jan moest zich in mei 1812, naar aanleiding van zijn 18e verjaardag, aanbieden op de 'municipaliteit', het gemeentehuis van Leest, bij de 'maire', burgemeester, Jacques Somers. Hij kreeg er een oproepingsbrief van de prefectuur.

In 1812 riep het Franse regime nieuwe jaarklassen van jongere rekruten op. Voorheen lag de leeftijd van de miliciens nog tussen 20 en 25 jaar. Omdat Pieter-Jans vader Jan Diddens op 6 december 1803 was overleden, was hij eigenlijk onmisbaar op de boerderij die door zijn oudste broer Jan Baptist werd beheerd. De oudste broer van Pieter-Jan was op 19 mei 1811 in Breendonk gehuwd met Liesbeth Guns. De kinderen van Jan Baptist werden geboren in Leest. Vermoedelijk was hij als kostwinner vrijgesteld van legerdienst. Een eerste kind, Willem, was geboren op 21 maart 1812, enkele maanden vóór het vertrek van 'nonkel' Pieter-Jan. Een tweede kind, Anne-Marie, werd geboren op 27 november 1813, nog geen maand voor de terugkeer van Pieter-Jan. 

Toen Pieter-Jan de oproepingsbrief aan pastoor Van Heuck liet zien, had die hem nog verzekerd dat een pastoor of zelfs een bisschop een jongeman niet konden verplichten om voor een indringer op vreemde bodem te gaan vechten. Maar de pastoor had hem toch aangeraden zich aan te melden bij het Franse leger, omdat anders Pieter-Jans familie het zou moeten ontgelden. Pastoor Van Heuck was gekend als een tegenstander van de Franse keizer. Zo weigerde hij na de hoogmis het "Domine salvum fac imperatorem nostrum Napoleonem"[4]  te zingen, ook na aandringen van de Leestse maire Jacques Somers (1809), of van zijn kansel de conscrits[5] op hun plicht te wijzen in het Franse leger. Pastoor Simon De Heuck negeerde de bevelbrieven van de vicarissen, verzette zich tegen de keizerlijke catechismus en het zingen van het Te Deum bij elke overwinning van Napoleon. Hij genoot heel wat aanzien in Leest en de maire  of burgemeester ontzag hem vermoedelijk omdat hij een wankele gezondheid had. Kort nadat Pieter-Jan Leest verliet, overleed pastoor De Heuck. Hij werd in Leest begraven op 28 mei 1812. 

Pieter-Jan kreeg een opleiding van zes weken in de buurt van Dijon bij de infanterie van het Grande Armée. Hij diende als soldaat in het 82e regiment van de Linie infanterie. Het leger was al op de terugtocht, komende van Rusland via Polen, toen Pieter-Jans troep contact maakte in Duitsland.

1812 - De vlucht uit Rusland

Het Franse leger liet na de veldtocht in 1813 al vrij snel de bevoorradingswagens achter, en dit vormde een enorm probleem voor het verdere verloop van de oorlog. De honger dreef de soldaten er verder toe om alles te eten wat maar voorhanden was, paarden en zelfs honden en katten. Toen honger en ziekte hun tol begonnen te eisen en de koude herfstregens overgingen in de ijskoude winter, waarbij bevriezing nog meer levens eiste, steeg de desertie aanzienlijk. De meesten van deze deserteurs werden gevangengenomen of direct geëxecuteerd door Russische boeren.

Het Russische woord sjaromyzjnik (Russisch: шаромыжник; "bedelaar", "bedrieger") komt van het Franse 'cher ami' ("beste vriend"), omdat de soldaten de lokale bevolking om hulp smeekten tijdens de extreem koude winter. De alomtegenwoordige kozakken grepen de achterblijvers en de gewonden en beroofden hen van de buit uit Moskou. Toen de koude feller werd, schiepen de kozakken er een genoegen in om deze ongelukkigen tot op de blote huid uit te kleden en hen naakt achter te laten in de besneeuwde wildernis.

De voedsel- en watervoorzieningen werkten niet, de soldaten plunderden het land, en na 14 dagen was Napoleon al 135.000 man kwijt, alleen door ziekte en desertie. Op 14 september trok dit leger Moskou binnen, de laatste overwinning die Napoleon behaalde. Vijf weken later trok dit Franse leger terug richting Frankrijk. Wanneer het leger in Smolensk aankwam, telde het nog 40.000 manschappen. De troepen kregen korte aanvallen van de kozakken te verduren, die het leger opjoegen zonder dat het tot een echte veldslag kwam. Het was in Duitsland dat Pieter-Jan Diddens de vlucht nam. 

Afbeelding: “Verraad is een kwestie van datum” (Talleyrand). Schilderij van de terugtocht in 1812[6].

Hij verschool zich een dag en nacht tussen de struiken, zocht andere kleren in een boerderij en vatte de terugtocht aan. Terugtrekkende Franse colonnes leidden de weg via Pruisen. Hij zwierf rond van de ene boerderij naar de andere, leed honger, werd geconfronteerd met de achterdocht van de inwoners - die uit zijn taal wel konden afleiden dat hij geen Rus of Fransman was -, leefde vooral van wat hij kon stelen of bedelen. Op de Lüneburger Heide bracht hij een losgeslagen paard tot stand en werkte en verbleef enige tijd bij de boer die hij had geholpen. De angst voor de Franse soldaten die hem als deserteur konden herkennen, deed hem verder trekken naar het westen. Hij sliep in stromijten, deed wat werkjes voor brood, melk of warme kost of moest voedsel stelen. Na zowat een jaar van zwerven bereikte hij zijn geboortestreek, daags voor Kerstmis 1813.

Via Kampenhout-Sas, Boortmeerbeek, Hever, Muizen en Mechelen kwam hij terecht bij een gekende boer die hem tijdelijk onderdak verschafte. De brugwachter van de Withuisbrug op de Leuvense vaart, verwittigde op kerstavond de familie van Pieter-Jan in Leest. Men vreesde dat de municipaliteit van Leest al zou zijn verwittigd van Pieter-Jans desertie, en dat de gendarmes hem zouden arresteren. Op vaandelvlucht stond immers de doodstraf.

Afbeelding: foto uit 1910. Het nog bestaande gemeentehuis met balkon werd pas gebouwd in 1882, dus dat heeft Pieter-Jan niet meer gekend.

1814 - Ondergedoken te Leest

Begin januari  1814 deden in Leest verhalen van de nederlaag van Napoleon in Leipzig de ronde. Er werd beweerd dat de Pruisische generaal von Bülow al met ruiterij en voetvolk België was binnengedrongen.

Afbeelding: pastorie van Leest, oktober 2007: nauwelijks veranderd sinds 1814 qua uitzicht.

Het werd ook duidelijk dat de prefectuur van Mechelen geen bericht van de desertie had ontvangen. Pieter-Jan verbleef een tijd in Hombeek bij de familie Goossens en kreeg verkering met de dochter, Liesbeth. Hij werd daarbij wat overmoedig en vertoonde zich meermaals op publieke plaatsen. Hij werd ondermeer gezien in Mechelen en liep er de Leestse maire Jacques Somers tegen het lijf. E.H. Vertonghen, de nieuwe pastoor van Leest, stelde voor om Pieter-Jan te laten onderduiken in de pastorie van Leest. Niettemin deed het gerucht van zijn terugkeer de ronde in het dorp, en ene Willem de Rooster die zelf vijf jaar krijgsdienst bij het Franse leger deed, gaf zelfs openlijk kritiek op "de deserteur" in een herberg.

Enkele dagen nadat Pieter-Jan onderdook in Leest, galoppeerden zes gendarmes over de Zennebrug, de kerk en het gemeentehuis voorbij, recht naar de woning van de familie Diddens aan de Tiendeschuurstraat. Hoeve en erf werden doorzocht en familieleden werden geboeid naar de municipaliteit gebracht. Wanneer kort daarna de plaatselijke boeren gewapend met knuppels en stenen het gemeentehuis omsingelden, moesten de gendarmes wijken en trokken zij zich terug richting Mechelen.

1815 - Einde van de Franse bezetting

Toen op 11 april 1814 Napoleon troonsafstand deed, keerde de rust weer en moest Pieter-Jan Diddens niet langer ondergedoken leven. De Pruisische generaal von Bülow en de prins van Oranje verbleven zelfs in de streek in de aanloop naar de slag van Waterloo, die een definitief einde betekende van de Franse overheersing. De hereniging van de Nederlanden werd druk besproken en de Leestse koster Van Vaerenbergh pleitte zelfs voor een herdenking van de eenenveertig boerenjongens die bij de opstand in 1798 werden gedood en in Mechelen op het Sint-Romboutskerkhof werden begraven[7].

Pieter-Jan Diddens huwde in 1817 in Hombeek met Elisabeth Goossens, de jonge vrouw uit Hombeek met wie hij verkering had en die hij zelf omschreef als de voornaamste beweegreden om terug naar huis te keren. Verschillende kinderen werden te Leest geboren. Op 13 november 1817 zag Jan Frans het daglicht. Op 12 april 1820 werd Anne-Marie geboren, en op 25 juli 1822 werd Marie Diddens geboren. Het gezin breidde verder uit. Op 19 november 1824 zag een dochter Dorothea een levenslicht in Leest, op 29 november 1826 werd Clara geboren, op 24 september 1828 Pieter-Jan (dezelfde naam als de vader), op 30 januari 1831 Ann Catherine, op 7 december 1833 Martha, op 26 oktober 1835 Willem, op 22 februari 1838 Frans Louis, en op 14 mei 1844 Maria Martha. Pieter-Jan Diddens overleed in 1863 te Leest, 67 jaar oud.

Ook de familie van Pieter-Jans broer Jan Baptist, breidde nog uit: Hendrik Diddens werd geboren op 18 februari 1817, Marie-Thérèse werd geboren op 7 juli 1819 en Pauline zag het daglicht op 7 november 1822 te Leest.

Afbeelding: Het verhaal van Pieter Jan Diddens speelde zich af vóór het tijdperk van de fotografie. De volgende generatie zou zich, op latere leeftijd, wel laten fotograferen, en er zijn wel foto's van de tweede helft van de 19e eeuw van oud-soldaten van Napoleon (Pieter-Jan overleed in 1863). Op de foto rechts Frans Louis Diddens, de jongste zoon van Pieter Jan, omstreeks 1915. Hij was de jongste zoon van "de deserteur" en van Liesbeth Goossens uit Hombeek. "Lowieke" was geboren op 22 februari 1838. Hij huwde in 1863 met Philomène Steenmans, links op de foto, dochter van Pieter Jan Steenmans, afkomstig van Heffen, en van Petronella De Muyer, afkomstig van Leest. Het gezin kreeg tien kinderen. Philomène Steenmans stierf in 1917 en Lowie overleefde haar tot in 1931. Hij werd 93 jaar oud.

 

 

 

 

 



[1] Op heden den 7 february 1791 compareerde voor mij Notaris ondergeschreven geadmitteert in Sijne Majesteyts Grooten Raede tot Mechelen residerende present de ondergenaemde getuygen Petrus Lauwers oudt omtrent de twee en veertigh jaren ende Franciscus Verschueren oudt omtrent de ses en twintigh jaeren beyde inwoonders van Leest de welcke verclaeren ten versoecke van Maria Catharina Van Asch oock inwoondersse van Leest noghtans sonder inductie ofte juriactie van gemaeckt dan alleenelijck in faveur van justitia.”

Eedt biedende der aensoght sytede waerachtigh te wesen dat Jacobus Somers oock inwoonder van Leest op sondagh voor Kersmisse van den gepasseerden jaere 1791 voor den hooghmisse van het voorseyde Leest welcke gebeurt ten thien uren ten huyse van den eersten deponent aen den vader der requirant met naeme Matheas Van Asch geswoornen van het meergesegt Leest heeft gesegt in woorden "Uw trien is vol", daer mede willende denuteren de requirante, ik hebbe se oock geket daer mede willende seggen dat hij haer oock vleselyck bekent hadde verclaerende de deponenten den inhoude van hunne declaratie in de waerheyt te bestieren ende geven voor redenen van wetenschap de gene uyt hunne declaratie pretenderende ende het gene voord gehoort alene gedaen ende gepasseert binnen Mechelen present D’Heer Jan Franciscus Claes coopman ende Philippus Van Assche als getuygen ten eenen versoght.

[2] Auteur Hendrik Diddens heeft de belevenissen rond zijn betovergrootvader geromantiseerd, en onder meer een fictieve vriend en mededeserteur Jomme Serneels in het leven geroepen. In het boek ging hij er ook van uit dat Pieter-Jans vader op het moment van de terugkeer nog in leven was.

[3] Zowel langs moeders als langs vaders zijde is de familie Diddens verwant. De broer van Pieter-Jan, Jan Baptist, was de grootvader van Melanie Diddens, mijn overgrootmoeder langs moeders zijde.

[4] Een loflied "Heer, bescherm onze keizer Napoleon".

[5] De jonge “ingeschreven” mannen die een oproepingsbrief hadden ontvangen voor dienst in het Franse leger.

[6] (c) Scan uit private collectie, Frans liniesoldaat naar oude prent, 19e eeuw - prentbriefkaart Leest 1910 - schilderij "Terugtocht van Napoleon" van Illarion Prjanisjnikov, 1874 (onder Public Domain) - Foto pastorij Leest (c) Patrik Lauwens, 2007 - (c) Foto Diddens-Steenmans uit familiearchief, 1916.

[7] Dienstweigeraars hadden in oktober 1798 nog de hand in het verzet van de plattelandsbevolking tegen de verplichte legerdienst. Die opstand werd in Klein-Brabant al begin november door de Franse militairen onder de leiding van C.S. Colaud in de kiem gesmoord. – Bronnen: Hendrik Diddens, "Deserteur onder Napoleon", uitgegeven door De Sikkel Antwerpen in 1974 in de reeks "Historische verhalen". ISBN 90 260 4425 9; 'Leest geweest' van Georges Herregods, 1978; Archief van Antoon Lauwens, Leest; Klappers / parochieregisters van Leest, bewerking van Marc Alcide.