Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

LEE XV – 000736 - GEZIN Lauwens – Vermeylen 1721 Leest

 

Christiaan Lauwens  huwde op 7 mei 1721 in Leest Sint-Niklaas met Barbara Vermeylen (Vermijlen). Getuigen wij het huwelijk waren Willem Bradt (Bradde) en Adriaan Vermeylen, de vader van de bruid. Christiaan Lauwens was gedoopt op 15 april 1674 in Hombeek Sint-Maarten als zoon van Corneel Lauwens  en Maria Van den Bempt [ZIE HOM XIV – 000541], uit het tweede huwelijk van zijn vader. Barbara Vermeylen was gedoopt op 11 juni 1697 in Leest Sint-Niklaas als dochter van Adriaan Vermeylen en Catherine Verlinden[1]. Christiaan Lauwens overleed op 23 november 1736 in Leest op 52-jarige leeftijd na een spijtig ongeval. Barbara Vermeylen bleef 28 jaar weduwe en overleed op 22 januari 1775 in Leest op 77-jarige leeftijd.

 

Bij een telling onder pastoor Jan Frans Van Heijmbeke in augustus 1723, werd het gezin vermeld als wonende aan de Tisseltse baan met hun eerstgeboren kind Willem (5 maand oud). Ook schoonmoeder Maria Van den Bempt woonde in bij het gezin. Aan de Tisseltse baan werden toen 17 huishoudens geteld.

 

·         Willem Lauwens  werd gedoopt op 29 maart 1723 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Willem Bradt en grootmoeder Catherine Verlinden. Hij huwde in 1764 met Johanna Maria Campion [ZIE LEE XVI - 001177] en hertrouwde in 1781 met Maria De Moor [ZIE LEE XVI - 001257].

·         Jan Baptist Lauwens  werd gedoopt op 19 oktober 1731 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jan Baptist Bradt en tante Maria Vermeylen. Hij overleed op 1-jarige leeftijd in Leest op 13 december 1732 en een volgend kind kreeg dezelfde voornaam.

·         Jan Baptist Lauwens  werd gedoopt op 22 oktober 1733 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jan Vermeylen en tante Barbara Cauwenbergh.

·         Anna Maria Lauwens  werd gedoopt op 22 september 1734 in Leest Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jacques Van den Heuvel en tante Anna Vermeylen. Zij huwde in 1764 met Jan Steemans en zou in 1816 overlijden in Leest [ZIE LEE XVI - 001179].

 

In de periodiek De Band publiceerde Georges Herregods in het nummer van

            december 1981 het proces van Joanna Jaske De Ridder uit Willebroek die tegen

            de lamp was gelopen na verschillende geestesbezweringen.

            Zijn bronnen : Kerkarchief  Leest nr.29 31 (Rijksarchief Antwerpen),

            Parochie-Archief Leest nr 41 en 42, (Parochieregisters) nr 51 (status animarum)

            en het Kaartboek van Jan van Acoleyn 1723.

 

 

1747 - Bijgeloof en hekserij: de geest van Christiaan Lauwens (Leest)

 

M. Verbruggen tekende in 1941 een verhaal op over hekserij dat zich afspeelde in 1747. Het ging ongetwijfeld over een door bijgeloof aangedikt verhaal, maar opvallend waren er verschillende verwijzingen naar Leestenaars die werkelijk hebben geleefd ruim tweehonderd jaar eerder.

 

Het verhaal was gebaseerd op een heksenproces in mei 1747, opgetekend in het kerkarchief van Leest[2].

 

Hoofdrolspelers in het heksenverhaal waren Barbara 'Barbel' Vermeylen, die op 7 mei 1721 in Leest Sint-Niklaas was gehuwd met Christiaan Lauwens , hun oudste zoon Willem, 25 jaar oud want geboren op 29 maart 1722, en hun dochter Anne-Mieke, 12 jaar oud want geboren op 22 november 1734 in Leest. Christiaan was overleden op 23 november 1736 in Leest.

 

Het gezin woonde volgens de volkstelling van 1723 aan de Tisseltse baan in Leest, en ook Christiaans moeder Marie Van Den Bemde, weduwe van Corneel Lauwens, woonde toen in bij het gezin.

 

In mei 1747 werd de koe ziek van de weduwe Barbel Vermijlen. Barbel deed naar verluid beroep op een heks van Willebroek, bijgenaamd "het Jaske". De heks kwam tegen 10 uur in de voormiddag op de Tisseltbaan aan, ging in de stal en zag daar een geest onder de vorm van een wit konijn op de koe zitten. Vervolgens gingen de vrouwen naar de keuken om te wachten tot klokslag 12 uur, het uur waarop de geest kon worden ondervraagd.

 

Afbeelding: AI gegenereerde afbeelding (DeepAI onder gebruikslicentie, 2025)

 

Om 12 uur gingen de vrouwen terug naar de stal, vergezeld van zoon Willem, dochtertje Anne-Marie, en een buurvrouw Jenne Cauwenbergh, gehuwd met Peter Bulens van de Jezuietenhoeve. Een gewijde kaars werd aangestoken, en wijwater werd aangebracht. De heks vroeg vervolgens de vrijdagse en zaterdagse litanie luidop te bidden, zonder één woord te missen. De gewijde kaars brak en men wierp wijwater. Nu zag de heks de geest onder de vorm van een man zonder benen.

 

Hij vertelde haar dat hij de geest was van Christiaan Lauwens! Hij droeg haar op in Hanswijk elf gebeden te horen, drie bedevaarten te doen naar Heindonk, twee naar Kalfort, één naar Peutie, één naar Brussel naar de Zavelkerk, drie naar de Sint-Romboutskapel, één naar het kappelletje aan de boom van de Nekkerspoel (Mechelen). Dit alles kostte drie schellingen.

 

Twee maanden later, rond de oogsttijd, werd weduwe Barbel ziek. Opnieuw werd de heks erbij geroepen. De heks "het Jaske" kwam rond 11 uur aan. Opnieuw zag zij de geest van de overleden man zitten, "op het hart van de weduwe". Om 12 uur werd een gewijde kaars aangestoken, werden de litanieën gebeden, werd wijwater geworpen. Dit gebeurde in het bijzijn van de (zieke) Willem en Anne-Marie Lauwens, en van Jaak Bulens, de zoon van Peter Bulens en Jeanne Cauwenbergh.

 

De geest vertelde het Jaske dat er in Heindonk drie missen moesten worden gelezen opdat zijn ziel rust zou vinden. De heks zei dat het goed was dat men haar geroepen had, want er was nog tijd. Als men nog vierentwintig uren had gewacht, dan was de zieke weduwe zeker gestorven.

 

Barbel Vermeylen zou het voorval overleven: volgens het parochieregister overleed zij op 22 januari 1775 in Leest. Mogelijk was Christiaan op een gewelddadige manier om het leven gekomen, of had hij ten gevolge van een ongeluk beide benen verloren. Dat is momenteel niet te staven.

 

De vermelde Peter Bulens, was geboren in 1675, was pachter op de hoeve van de Jezuïeten, en was gehuwd met Joanna Van Cauwenbergh. Ook zij was weduwe, want Peter Bulens overleed op 4 oktober 1741, enkele jaren voor het verhaal zich afspeelde. De vermeende heks werd ook geïdentificeerd: Johanna De Ridder, een vrouw die gescheiden leefde van haar man Jan Adriaensen.

 

Zij werd naar verluid gevangengenomen en door het geestelijk hof van Mechelen veroordeeld tot twee jaar gevangenschap in een vrouwenklooster. Voor de rechtbank had zij bekend. Na de twee jaar, moest zij 's zondags na de hoogmis vergiffenis vragen aan het volk voor de ergernis die zij gegeven had[3].

 

Kaart: de plaats waar zich het heksenverhaal afspeelde, omstreeks 1747. In de bocht van de Tisseltbaan ligt de "Jezuietenhoeve".

 

In ieder geval hebben de hoofdrolspelers echt geleefd. Dochter Anne Marie Lauwens  huwde op 26 juli 1764 in Leest met Jan Steenmans. Zoon Willem Lauwens  huwde eerder op 7 februari 1764 in Leest met Jeanne Campion. Na het overlijden van Jeanne op 24 augustus 1780, hertrouwde hij op 9 januari 1781 in Leest met Marie De Moor.

 

 

 

 

 



[1] Het was het tweede huwelijk van Adriaan Vermeylen. Hij was eerder op 8 februari 1675 in Leest Sint-Niklaas gehuwd geweest met Johanna Muyldermans en was na haar overlijden, op 12 november 1693, op 11 februari 1694 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle hertrouwd met Catherine Verlinden. Een zus uit het tweede huwelijk, Maria, huwde op 11 april 1741 in Leest met Corneel Muyldermans. Er werden zes kinderen geboren in het eerste huwelijk, en acht in het tweede huwelijk.

[2] Kerkarchief Leest nr.29 31 (Rijksarchief Antwerpen), Parochie-Archief Leest nr 41 en 42, (Parochieregisters) nr 51 (status animarum)

[3] De tekst uit 1747 beschreef de veroordeling als volgt: “...In de saecke van officie voor ons gevoert ende ongevonnist hangende tusschen den promotor van ons Hof aenklager van den eenen cant, ende Joanna De Ridder verlate huysvrauw (gelijck sij seght) van Joannes Adriaenssens van den anderen cant ;

de acten hier van gesien hebbende, op alles wel gelet sijnde ende rijpelijck alles overwogen hebbende besonderlijck verschijde haere antwoorden ende belijdenissen, ende haere ootmoedighe onderworpinghe soo antwoordende op den beschuldigende boeck van den promotor als op onse verbale ondervraginghe uyt officie gedaen, aenroepen hebbende den naam van Christus, met raet ende toestemminghe der rechtsgeleerde, definitivelijck recht doende, declameren wij, de geseyde gevangene overtuyght te sijn, dat sij van over veel jaeren de siecke menschen ende beesten heeft trachten te exorciseren oft belesen, ende dat sij vermetelyck getal te licht geloovende volck heeft wijs gemaeckt de voorseyde menschen ende beesten van eenighe vremden geest beseten te sijn, ende dat sij haer selven geveynst heeft ende een andere bedrigelijck geseght heeft, dat se dien sagh onder verscheyde gedaente van een conijn, dwijf ende menschen van over lanck gestorven, dat sij dien aensprack ende dat hij haer antwoorde, tot dien eynde misbruyckende de ceremonien ende gebeden der kercke, met een ijdele oplettentheyd van tijdt ende met een groeter ontsteltenisse van haer selven als van het bijstaende volck, ende dit niet alleen in de parochie van Willebroeck alwaer haer wooninghe is, maer oock in de bijgelegene en veer afgelegene parochien : besonderlyck in de parochien van Leest, Heffen, Hombeeck ende Schriecke ;

hierom vonnisse wij de gedaeghde, dat sij provisionelijck van de plaetse haerder gevangenisse sal gebraght worden in t Huys van t H. Cruys bij de vaert in dese stadt, ende om aldaer over alle haer geseyde uytsporigheden een waere ende oprechte penitentie te doen, ende tot dien eyndesal sij met den eersten aen een geapprobeerden Bichtvader doen een algemijne bichte van altemael haer sonden, sal een geheele maent over ander daghs vasten in het broodt van quelling ende int water van droefheyt, ende dat se provisionelijck sal besorghen ende sonder uytstel door den mont van Eerw.Heeren pastoors der geseyde parochien sal doen vergiffenis vraghen van t scandaele van haer gegeven, met gelofte van in t toecomende diergelijcke saecke niet meer te doen, dat se alle maenden te minsten soo lanck als sij in dat geseyt huys blijven sal, sal doen aen den geseyden geapprebeerden bichtvader eene sacramentele Bicht ende alle vrijdaghen op den tijdt van haer verblijvinge sal herhaelen den vasten int broodt van quellinghe ende int water van droefheyt, dat se voor de twee jaeren niet en sal losgelaten worden ende dat op een geen andere conditie als dese dat als wanneer sij sal wederom gekeert sijn naer haere wooninghe, dat sij op den sondagh immediatelijck volgende op gebooghde knien, ende een keerse van geel coleur hebbend in haer handen vantbeginsel der Hooghmisse tot eynde op eene plaetse gesepareert van dandere sal stellen, ende de vergiffenisse, dewelcke provisionelijck door den mondt van haeren Eerw.Heer Pastoor gevraeght hadde, self tegenwoordigh sijnde met haeren mondt sal hervraghen ende sal bekennen dat sij het al te light geloovende volck met haere superstitien bedroghen heeft, ende dat sij meyt uyt haere parochie op wat pretexe dat het soude moghen wesen, en sal gaen sonder oorlog van haere Heer Pastoor, ende dat sij aen hem ten minste alle maenden sacramentelijck sal biechten ende volgens sijn voorscrijvinghe sal entfanghen het lichaam van ons Heer...