|
LEE XIV – 000406 - GEZIN Lauwers –
Persoons 1655 Leest [*]
Peter
Lauwers
huwde op 1 juli 1655 in Leest Sint-Niklaas
met Johanna Persoons. Getuigen bij het huwelijk waren de vader van de bruid
Peter Persoons en koster Jacques Elias. Johanna Persoons was zwanger toen
zij huwden. Hun eerste zoon Rombout werd geboren vier maanden na het
huwelijk. Peter Lauwers was gedoopt op 31 mei 1628 in Hombeek Sint-Maarten
als zoon van Hans (Jan)
Lauwers en Anna Van der Borght [ZIE HOM XIII – 000305].
Johanna Persoons was gedoopt op 11 november 1630 in Hombeek
Sint-Maarten als dochter van Peter Persoons en Catherine Muyldermans (Moldermans). Zij kenden elkaar
van in hun kindertijd en jeugd in Hombeek.
Afbeelding: de melding van het
huwelijk in het register van de Sint-Niklaasparochie in Leest in 1655.
Johanna
overleed op 19 september 1669 in Leest op 38-jarige leeftijd enkele maanden
na de geboorte van hun jongste kind Joos Lauwers .
Dat maakte dat Peter Lauwers achterbleef met heel wat jonge kinderen:
Rombout was als oudste net geen 14, Jan was 12, Simon was 11. De jongste
kinderen Frans en Joos waren net geen 4 en net een maand oud. Peter
hertrouwde op 41-jarige leeftijd, kort na het overlijden van Johanna
Persoons, op 3 december 1669 in Leest Sint-Niklaas met Anna Bulens [ZIE LEE XIV – 000522]. Peter zou op 11 september 1697 in Leest
overlijden op 69-jarige leeftijd.
·
Rombout Lauwers werd gedoopt op 26 oktober 1655 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren koster Jacques Elias namens Rombout Mares
(des Mares) en Clara Van den Broeck.
Hij huwde Barbara Jacops [ZIE LEE XV – 000574] [*] en hertrouwde met
Constance Van der Straeten (Verstraeten) [ZIE LEE XV – 000655].
·
Jan Lauwers werd gedoopt op 19 maart 1657 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren Jan Van Tilt (van Thielen) de
jonge
en tante Catherine Van Nieuwenhuijze.
Hij huwde Johanna Lamberts [ZIE LEE XV – 000582].
·
Simon Lauwers werd gedoopt op 26 augustus 1658 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren Simon De Voocht
en tante Maria Adriaenssens (Adriaens). Hij huwde Petronilla Geerts [ZIE LEE XV – 000603] en hertrouwde met Anna Bijgodt [ZIE LON XV – 000727].
·
Peter Lauwers werd gedoopt op 11 maart 1660 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren grootvader Peter Persoons
en grootmoeder Anna van der Borght. Hij huwde op 29 november 1686 in
Mechelen Sint-Katelijne met Pauline Van Baasrode [ZIE MEC XV – 000610] en hertrouwde omstreeks 1697 met Barbara Cleymans [ZIE WIL XV –
000647].
·
Andreas Lauwers werd gedoopt op 24 maart 1662 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Andreas Diddens en tante Petronilla
Lauwers namens
Maria de Clercq. Hij overleed op 7 februari 1663 in Leest,
net geen jaar oud. In 1660 was E.H.
Nicolaas de Clerck aangetreden als pastoor in opvolging van E.H.
Alexander Steemans.
·
Anna Maria Lauwers werd gedoopt op 25 januari 1664 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Peter De Laet en tante Anna van
Hanswijck.
Zij overleed op 30 oktober 1669 in Leest op 5-jarige leeftijd.
·
Frans Lauwers werd gedoopt op 8 december 1665 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Jan Verhoeven en Anna Françoise
Dyver namens Maria Carolina de Bouvekercke.
·
Jacques Lauwers werd gedoopt op 21 september 1667 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren Jacques Bulens en tante Josine Lauwers
.
Hij overleed op 14 maart 1668 in Leest, net geen 6 maanden oud.
·
Joos Lauwers werd gedoopt op 12 augustus 1669 in Leest
Sint-Niklaas. Doopgetuigen waren nonkel Joos De Laet
en tante Maria Loyckx.
Hij huwde met Elisabeth Leemans [ZIE LEE XV – 000639].
Lauwens “van de graaf” en de schrijfwijzen
Lauwens en Lauwers in de omgeving van Mechelen
Aan de tijdgenoten
van (de Hombeekse) Peter Lauwers ,
die in 1655 in Leest huwde met Jeanne Persoons, zouden
de Leestse nakomelingen hun bijnaam "van de graaf"
te danken hebben. Er was een binding met de graaf van Humbeek,
maar de verwijzing kon net zo goed betrekking hebben op de relatie
met de familie de Clercq die als doopgetuigen optraden bij de
kinderen van Peter en Johanna.
Meer waarschijnlijk
was dat zij de bijnaam erfden van hun voorouders in Mechelen, waar er twee
vormen van loyauteit waren, één maal “aan de hertog” (van Brabant)
en één maal “aan de graaf” (van Vlaanderen en nadien Bourgondië).
“Lauwers” of “Lauwens”?
Beide schrijfvarianten kwamen voor. Er was zelfs een Eppegemse pastoor die
noteerde in het parochieregister dat hij voortaan nog enkel “Lauwers”
zou noteren, al namen uitwijkelingen van de parochie wel eens opnieuw de
naam “Lauwens” aan. De takken die “de heren des cooninx” of
de hertog van Brabant genegen waren, dan wel de graven, hadden dezelfde
voorouders in het Graafschap Vlaanderen en waren ook vertegenwoordigd in
volgende stamlijnen die elders in het voormalige hertogdom en daarbuiten,
zouden gaan wonen. In ieder geval was het geen sinecure om de familienamen
correct te noteren in Mechelen. Oorspronkelijke namen als Lauwaerts voor
Lauwers, Laureijs, Lauwereijs, Laurin en schrijfvarianten als Lautens,
Laukens, Lauwkens, laat staan Lans en Lanssens als
afkortingen in Mechelse parochieregisters, voor Lauwens maakten het nog
meer ingewikkeld.
Intussen bleven er
families in het voormalige Graafschap Vlaanderen, die evengoed bij
familienaam varianten als Laureijs, Lauwereijs, Laureijssens, Lauwers en
Lauwens gingen. Niet al deze “Laurentii”
waren noodzakelijk verwant. De oorspronkelijke familienamen konden anders
en onder ander vorm zijn ontstaan als patroniem van “zoon van Laurens”.
Zo komen nu nog families Laureys, Lauwereijs, Lauwereyns en andere voor.
Een familienaam als “Lauwen” ontwikkelde in het noorden van de Nederlanden
bijvoorbeeld uit een voorouder die Peter Luyten heette en was niet verwant.
In Mechelen en
omgeving vonden we sporen van zowel de “hertogelijke” als de “grafelijke”
takken, en het ging met enkele eeuwen verschil telkens om inwijking vanuit
het graafschap Vlaanderen naar het hertogdom Brabant. De oudste vermelding
van de familienaam vonden we omstreeks 1321 op de Scheiselberg in Mechelen,
en in 1390 in Walem bij Mechelen, enkele decennia nadat zowel het
graafschap Vlaanderen als het hertogdom Brabant onder Bourgondische voogdij
kwamen. Van de Grimbergse lijn vonden we sporen vanaf 1464, inwijking
vanuit het Graafschap Vlaanderen omstreeks 1495, eenentwintig jaar nadat
Mechelen de hoofdstad van de Nederlanden werd. In de omgeving van Haacht
dateerden de oudste sporen zelfs van omstreeks 1260. Al in de 14e eeuw werd
er geflirt met zowel Antwerpen als Mechelen (en vermoedelijk ook ander
hertogelijke steden als Huldenberg en Leuven) als plaats waar men een leven
wilde uitbouwen.
De oudste
vermeldingen binnen en buiten de stad Mechelen
dateerden uit de 14e eeuw. In 1454 werden de begrafenissen
vermeld van “Laurentii” Hendrik, een lekenbroeder, en Johan, een sub
prior. Dat waren bij ons weten de eerste meldingen waarmee de familienaam
rechtstreeks in verband met de stad Mechelen kon worden gebracht, terwijl
oudere meldingen eerder gingen over de omgeving buiten de stadspoorten van
Mechelen.
Adellijke families in
de omgeving
Bindingen met
adellijke families bleken onder meer uit de adellijke doopgetuigen bij de
kinderen van Peter en
Johanna: Maria de Clercq bij de doop van André Lauwens op
24 maart 1662, en Maria Carolina de Bouvekercke bij de
doop van Frans Lauwens op
8 december 1665. Het gaat hier om Maria de Clercq de
Bouvekercke of “Noble dame Margte le Clercq dite de
Bouvekercke” die in 1713 vermeld werd op een grafschrift in de
Sint-Niklaaskerk in Leest als echtgenote van "Jean Gerlaijs,
vivant vicompte Dupigny Seigneur haut Justicier du
dit lieu seigneur de Creux, Hedenge, membre des états du comté de Namur".
Doopgetuige Clara van
den Broeck was van de familie van den Broecke (van de Broucke)
die in Leest leenman (pachter) waren van de familie de Clercq-de
Bouvekercke. De familie de Clercq-de Bouvekercke was een
adellijke familie die nauwe banden had met Leest en die haar wortels had in
het Graafschap Vlaanderen. Bij de eenmaking van Vlaanderen en Brabant onder
de Bourgondiërs eind 15e eeuw, was de familie ook aanwezig
in het hertogdom Brabant.
Afbeelding: een familiewapen de
Clercq gevoerd in 1885 in Nederland (bron: Vosterman – Van Ooyen). Merk
het behoud van de sterren.
In 1621 werd vermeld
dat Karel de Clercq de Bouvekercke aan Anna Schoof 25 Carolusgulden
erfelijke rente gaf op een hoeve met 30 bunder het Hof te Moortere onder
Leest. Anna Schoof(s) was verwant met Margaretha Schooffs die met
Karels vader Willem was gehuwd. De moeder van Karel de Clercq,
Margaretha Schoof(f)s, was overleden op 23 augustus 1598 en werd begraven
met haar man bij de Arme Klaren in Mechelen. Zij was een dochter van ridder
Jacques Schooffs en Anna Voosdonc. De
familie Bulens pachtte van deze familie. Buiten 1642 roeden
verbonden aan het Hof ter Moortere pachtte Willem Bulens 5
bunder, 3 dagwand en 80 roden land en weidegrond van mevrouw de
Bouvekercke en 212 roeden land en weidegrond van graaf van der Nat,
terwijl hij zelf nog 37 roeden elsbos “tegen
den Molenbemt” bezat.
In 1632 werd jonker
Jan Jerome de Clerc, heer van Bouvekercke vermeld als zoon
van Karel de Clerc en als kleinzoon van diens vader Charles de
Clerc, voorheen burgemeester van de stad Mechelen. Jan Jerome werd
vermeld op 20 januari 1647 als hoofdman van de handboogschuttersgilde
Sint-Sebastiaan in Leest. “Jean-Jérome le Clercq,
seigneur de Bouvekercke et de Brouck (Hof van den Broucke)”
had een zoon Jan Baptist le Clercq die huwde met Agnes van Huldenberghe, ook
genaamd Van Der Borght, vrouw van Moerzeke en Castel. Jan
Jerome was zelf gehuwd met Françoise de Rantere, dochter van Karel van
Rantere, lid van de Grote Raad van Mechelen. Zijn zus Marie de
Clercq, die als meter optrad bij kinderen van Peter en Johanna
Persoons, was gehuwd met Jean Gerlaijs, voormalig lid van de
Grote Raad van Mechelen.
|
 Afbeeldingen: overblijfselen
van het 'Hof Van den Broecke'
in 1910 en het familiewapen van de Clerck-de Bouvekercke. De
familie was in de 16e eeuw eigenaar van Hagelstein,
en een fragment van dit wapenschild sierde de gelijknamige school te
Sint-Katelijne-Waver.
Kaart uit 1723 met daarop het Hof 'Van den Broecke in
Leest, bezit van de adellijke familie de Clercq de Bouvekercke.
Het “Hof Van den Broecke” lag in de grote Zennebocht in
Leest. Het omvatte een grote kouter van 120 bunder en het merendeel van
de Leestse beemden. Tussen 1321-1324 was Jan van
den Broecke heer van de leenhoeve. In de 16e en
17e eeuw kwam het in handen van de heren de Clercq
de Bouvekercke.
|
|
|

|
|

|
Afbeelding: het logo
van Hagelstein in 2019 bevat nog één ster uit het
oorspronkelijke wapen de Clercq. Deze ster werd gecombineerd met
het “Pax Christi” logo en een bierton, een overblijfsel van het
wapen van de eerste heren van Hagelstein (van der Laen) die drie
biertonnen voerden in hun familiewapen [zie afbeelding rechts: familiewapen van
der Laen, 17e eeuw].
|
|
|
Lauwens en Persoons in Leest
Uit de verwanten mag blijken
hoe de familie verankerd was in de streek, in Zemst, Hombeek, Mechelen,
Blaasveld en Leest. Uit het overzicht van het Bundergeld, weten we dat
Peter onder meer grond pachtte en bewerkte van het klooster van Muizen, van
Andries De Nyn en van Joos De Laet in 1674. Ook de familie
Persoons had banden met Leest. De familie woonde in de streek en had er
belangen. Een Adam Persoons, zoon van Peter Persoons en Liesbeth
Wildelants, uit Mechelen, bezat een huis en land in de parochie Leest. Hij
erfde het eigendom volgens een akte van 23 mei 1587 van zijn moeder.
Deze Adam Persoons werd
in 1599 in Leest vermeld als meier, na herstellingswerken aan de
Sint-Niklaaskerk. Vermoedelijk was het eigendom via Persoons die de
Hombekenaren Peter Lauwers en Johanna Persoons betrokken in 1655. Het
huwelijk moet snel zijn geregeld, want Johanna was bij het huwelijk al vier
maanden zwanger.
Afbeelding: het kasteel “Carmosteyn” in Hombeek was een vertrouwd
zicht in de 17e eeuw. Het kwam in 1670 in het bezit van Jan Antoon Loquet.
Na de Franse revolutie kwam het in verval en het werd gesloopt in 1826.
We weten dat Peters vader
Jan was overleden omstreeks 1645, en dat zijn moeder Anna Van der
Borght op 9 november 1646 in de Sint-Niklaaskerk in Leest was hertrouwd met
Jan Aerts, die er eerder op 8 november 1626, gehuwd was geweest met Anna
Bulens. Het huwelijk van Jan Aerts met Anna Van der Borght was van korte
duur geweest, gezien stiefvader Jan Aerts overleed op 1 september 1650.
Inmiddels was de oudste zoon van Anna Van der Borght op 10 november 1647 in
de Sint-Martinuskerk in Hombeek gehuwd met Johanna Ceuleers en deze had de
ouderlijke boerderij in Hombeek overgenomen. De familie Aerts zou
aantrouwen met de familie Persoons via Johanna Aerts die in Leest op 6 juli
1660 huwde met Gielis Persoons.
In 1663 kreeg Leest met
overstromingen te maken. Het centrum, “de Plaetse”, en de pastorij
deelden in de wateroverlast en zouden nadien met aarde worden
opgehoogd.
Enkele maanden na het
overlijden van Johanna Persoons, hertrouwde Peter Lauwens
op 3 december 1669 in de Sint-Niklaaskerk van Leest met Anna Bulens.
De verwantschap met deze familie en de bijzondere omstandigheden – Hij
had nog heel jonge kinderen die moesten worden opgevoed – maken dit
begrijpbaar.
 Afbeelding rechts: het familiewapen
Coeckelbergh in 1480-1546. De familie was in Hombeek en Mechelen onder meer
verwant met Aerts, Ceuleers, De bruyn, De Wilde, Elias, van den
Wijngaert, van Laeck, van Rijmenam, De Keyser, De Laet,
Van Dijck, Verlinden, Zegers, Bertels Verschueren en Janssens.
Afbeelding
links boven:
een gekend wapen van Persoons van Bouchout in het hertogdom Brabant
omgeving Meise tussen 1390-1435 en links onder een wapen gekend tussen
1597-1669 uit de omgeving van Hombeek. Deze familie was in de 14e
eeuw verwant met Pipenpoy, van Kraainem, van Eppeghem, en in de 15e
eeuw met van Wesemael, van Obbergen en Bulens. Het wapen werd
omstreeks 1230-1280 in deze vorm ook gevoerd door Catherine van Eppeghem
en haar zoon Daneel van Bouchout.
 In 1080 waren er al meldingen
van het geslacht van Bouchout aangehuwd met Walter I
“Draekenbaard” van Berthout van Grimbergen. Omstreeks 1320 was Gielis van
Bouchout gehuwd met Beatrijs Berthout van Berlaer. Het oudere
wapen bestond uit een rood kruis zonder de extra figuur. De vader van
Johanna Persoons, Peter Persoons, was schepen van Kapelle-op-den-Bos tussen
1633-1641, de grootvader Stefaan Persoons was in 1595 gehuwd met Maria
Verlinden (zie wapen rechts omstreeks 1570), en de overgrootvader Jacques
Persoons was gehuwd met Maria van der Horst (zie wapen links
omstreeks 1590).
De
familie de Clerc, ook le Cercq in Mechelen en
in Leest
In de kapel van de
Sint-Rombouts kathedraal van Mechelen bevond zich een opschrift onder
één van de taferelen die het leven van de
heilige Rumoldus uitbeelden: “Hier
onder leyt begraven Michael die Klarc (de Clerc)
die Starf int jaer ons heren 1507, 26 september”
met een afbeelding van het familiewapen. Deze stamlijn, waarvan de
geografische spreiding bijzonder interessant is, ving aan met Jacques de
Clerc of le Cercq, die huwde met Clara de Chantraisne,
ook genaamd Broucsaulx uit de omgeving van Arras, Frankrijk.
Hun zoon Jan de Clerc, schildknaap van Arras, was er op 19 april
1472 gehuwd met Marie le Fèvre, dochter van Mathias le
Fèvre Johanna Frescot, die op 17 oktober 1515 was overleden.
Jan Declerc overleed op 15 juni 1516. Net als de
voorouders Lauwereyns, had de familie wortels in het graafschap Vlaanderen
en Frans-Vlaanderen, met vertakkingen in het hertogdom Brabant.
Jan de Clercq en
Marie le Fèvre hadden meerdere kinderen:
|
·
Karel
de Clercq, heer
van Bouvekercke en Berlaer, schatbewaarder-generaal
van de domeinen en Financiën
van de Nederlanden, in
1516 meester en president van de Rekenkamer van Rijsel en vervolgens
controleur-generaal van de officieren
van keizer Karel V inclusief het koninkrijk Napels, overleden op 20 december 1523.
Karel de Clerc huwde (1) met Leonora Lem, dochter van ridder Maarten Lem van Brugge en Agnes van
Nieuwenhove, (2) met Isabella de Pau, dochter van Corneel de
Pau van Hulst en (3) met Anna Annock, dochter van Philip Annock en
Marie Colinzons met wie hij in Mechelen Sint-Jan woonde.
·
Madelène (Magdalena)
de Clercq die in het Sint-Franciscusklooster
in Bethune zou worden begraven,
·
Robert de
Clercq, abt van de Duinenabdij
in Vlaanderen in 1519 en overleden in 1557,
·
Nicole de
Clercq, gehuwd met Jan Rousset, van Arras, Frankrijk,
·
Hugo de
Clercq, heer van Colidart in
het koninkrijk Napels, gestorven
in 1561, gouverneur en kapitein
van de graaf van Sore in het koninkrijk Napels waar hij
in Barlette met Margaretha Perussy was gehuwd.
Zijn kinderen waren:
|

Afbeelding: Charles de Clercq en
echtgenote Anne Hannock (Annock) op een triptiek van de
Heilige Maria Magdalena, vermoedelijk afkomstig uit de Sint-Janskerk in
Mechelen, 1490-1525.
Op
het schilderij worden zij geflankeerd door de heilige Charlemagne.
|
o
Camille de Clercq.
o
Lucretia de Clercq,
gehuwd met de Italiaanse kapitein
Sebastiaan Lombulo de Gayette.
o
Cesar de Clercq, heer van Colidart, schildknaap
du Franc de Bruges en gehuwd met Anna Deyn, met
kinderen:
§ Jan de
Clercq, jong overleden
§ Anna de
Clercq, religieuze bij de zusters Annunciaten in
Brugge
o
Margaretha de Clercq werd
gedoopt op 17 augustus 1557 en echtgenote van Antoon de Hannedouche, heer
van Framoel, luitenant van de heerschappij van Bethune.
o
Octaaf de Clercq, kapitein en baljuw van Nieuwpoort die met Marie de Maceblyde was
gehuwd, vrouw van Hofland
en Poperinge, met kinderen:
§ Robert
de Clerc, heer van Hofland, kapitein en baljuw van Nieuwpoort, gehuwd met Anna de Wychuus,
dochter van Jan de Wychuus, heer
van Wychuus. Hij had een dochter Marie de
Clerc die huwde met ridder Peter Blomme, heer van Campagne en Hontsche.
§ Margaretha
de Clerc, gehuwd met Alonso de Posso, een Spanjaard.
§ Georges
de Clerc, gehuwd met Johanna de la Cornuse en vader
van Clara de Clerc die huwde met de Crecquy en op
16 augustus 1738 te Veurne zou overlijden.
·
·
Karel de Clercq (I) had ook kinderen bij zijn eerste en derde
vrouw. Bij zijn eerste vrouw
Leonora Lem:
·
Hedwige de Clercq, gehuwd
met Louis van Helleweghe, ridder en president van de Raad van Vlaanderen, die woonde te Leuven. Zij hertrouwde met Karel de Tempel,
overleed in 1522, en werd begraven in
Sint-Goedele in Brussel.
·
·
De kinderen uit het huwelijk
van Karel de Clercq (I) met Anna Annock, met wie hij in de Mechelse Sint-Jansparochie woonde, waren:
o
Margaretha de Clercq, abdis van het klooster Blijdenberg
(Bleyenbergh) van de orde van Sint-Victor in Mechelen.
o
Jan de Clercq, aartsbisschop van Oristan en van
Saint-Juste in Sardagine, overleden op 11 augustus 1526.
o
Philip de Clercq, dokter in de rechten, professor te Padua, apostolisch
protonotarius, kanunnik van
Maastricht, overleden in 1553 en begraven in
het klooster van Terhagen in Axel (nu deelgemeente
van Terneuzen).
o
Marie de Clercq, gehuwd met
Daniel van Bomberghe.
o
Philipotte de Clercq, gehuwd
met Louis de Tempel, ridder en burgemeester van Leuven.
o
Philibert de Clercq, heer van Hermelgem en overleden in
Calis-malis (in de 16e en 17e eeuw een bij zeelieden
aanduiding voor Cádiz in
Spanje, de thuisbasis
van de ‘Zilveren vloot’).
o
Willem de Clercq, ridder, heer van
Bouvekercke, van Broucke en van Loxhem, stafhouder in Mechelen.
o
en jong overleden: Anna, Jacques,
Alexander en Lucas de Clerc.
·
·
Het was Willem de Clercq die
op 23 augustus 1635 met Margaretha Schooffs was gehuwd. Hij zou op 10
september 1597 in Mechelen overlijden. Hun kinderen waren:
·
Karel de Clercq (II) vermeld
in Leest.
·
Marie de Clercq, vrouw van Jan Pipenpoy.
·
Jan de Clercq, heer
van Voosdonck, gehuwd met Jeremine van Der Noot en
kinderloos overleden in 1619.
·
Katrien de Clercq, vrouwe van Loxem,
gehuwd met Jan de Baronage, heer
van Parcq, Elewijt en Herseaux. Zij overleed in 1613, haar echtgenoot in
1615.
·
Jacques-Willem de Clercq, heer van Engelghem.
·
Adolf de Clercq, gesneuveld in de strijd tegen de Moren.
·
En jong overleden: Anna, Philip,
Anna, Floris, Clara, Jacques de Clercq.
·
·
Karel de Clercq (II) was
heer van Bouvekercke, van Brouck en
burgemeester van Mechelen. Hij huwde Petronilla de
Gottignies, dochter van ridder Gillis de
Gottignies. De kinderen uit dit huwelijk:
·
Karel de Clercq (III), heer van Bouvekercke, van Brouck, gehuwd
met Marie Van de Venne.
·
Marie de Clerc, religieuze in Leliëndael in Mechelen.
·
·
Karel de Clercq (III) en
Petronilla de Gottignies hadden volgende
kinderen:
·
Jan Jerome de Clercq, heer van Bouvekercke, van Brouck,
gehuwd met Françoise de Rantere, een dochter van Karel de Rantere,
raadsheer van de Grote Raad van Mechelen, en
Isabelle van Cranendonck.
·
Marie De Clercq, gehuwd met Jan Gerlays,
heer van Uppigny en president van de Raad van Namen, voorheen
raadsheer van de Grote Raad van Mechelen en
overleden op 10 november 1632.
·
·
Jan Jerome de Clercq en
Françoise de Rantere hadden één zoon:
·
Jan Baptist de Clercq, heer van Bouvekercke en van Brouck. Hij
huwde Agnes van Huldenberg, ook genaamd
van der Borght, vrouwe van Moerzeke en Castel, dochter
van Jan Karel die heer was van Moerzeke en Castel
en van Barbara de la Forge. Dit koppel verliet
de streek en vestigde zich te Moerzeke.
·
·
Met de verhuis
van Jan Baptist de Clercq en Agnes van der
Borght van Huldenberg, beëindigde de aanwezigheid van de familie in het Mechelse. Dat was
ook duidelijk uit het wedervaren
van hun kinderen:
·
Philip de Clercq, heer van Bouvekercke, van Moerzeke en Castel, was kolonel in het (Spaanse) leger en overleed in 1710 in
Namen. Hij was gehuwd met donna Jacinta Zeol, gedoopt
in Barcelona, en zij keerde terug
naar haar geboortestad
na het overlijden van Philip.
·
Theresa de Clerc, gehuwd met
don Thomas de la Noieva y Tapia, een Spaanse infanteriekapitein
die met zijn vrouw naar
Spanje zou verhuizen.
·
Marie de Clercq, gehuwd met
Ferdinand van der Stegen, heer
van Ovenloo en van Langhemeersch, luitenant
bij de cavalerie van Holland, overleden op 14 februari 1717 en begraven in
Moesche.
·
Fernandine de Clercq, vrouwe van
Moesche en van Castel, gehuwd met Willem Frans Jacobs, heer van Korbeek-op-de-Dijle en van Steenberghe, kapitein bij
de Waalse infanterie, overleden in 1731. Zij overleed op 13 december 1724.
·
Josef de Clercq, kapitein in de cavalerie en na de dood
van zijn broer heer van Bouvekercke,
van Moerzeke en Castel. Hij huwde donna Maria Franco, vestigde zich te Moerzeke en liet bij zijn overlijden op 20 mei 1718 het heerschap van de domeinen
Moesche en Castel aan zijn zus Fernandine.

Nicolaas de Clerck
was tussen 1660 en 1693 pastoor van de Sint-Martinusparochie in Hombeek.
Afbeelding: onder pastoor Nicolaas de
Clerck kreeg de parochiekerk van Hombeek een grondige facelift.
|