|
HOM XIII – 000305 - GEZIN
Lauwers – van der Borght 1620 Hombeek [*]
Hans (Johannes, Jan) Lauwers
huwde op 17 mei 1620 in Hombeek
Sint-Maarten met Anna van der Borght
=> ook Verbuercht, Verburcht, Verborcht, Verburght, Laurens.
Hans Lauwers was gedoopt op 20 oktober 1594 in Hombeek Sint-Maarten als
zoon van Maarten Lauwers en Catherine Joostens [ZIE HOM
XII – 000200]. Hij
overleed op 10 april 1652 in Hombeek op 57-jarige leeftijd. Pastoor
Alexander Steemans maakte tussen 1645-1660 de dienst uit in de parochie
Sint-Maarten. Hij werd voorafgegaan door E.H. Joos Blieck (1624-1645) en
pastoor Willem Van Achelen uit Sint-Niklaas.
Foto: Hombeek vereerde Sint-Maarten,
terwijl Leest een kerk stichtte ter ere van Sint-Nicolaas. Wie er de
parochienamen in omliggende gemeenten op naslaat, komt gauw tot de
bevinding dat beide patroonheiligen in de streek met elkaar leken te
wedijveren [zie verder].
·
Maria
Lauwers werd
gedoopt op 18 maart 1621 in Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Evrard
van der Borght en tante Maria Lauwers . Zij
overleed vermoedelijk ongehuwd op 22 juni 1639 in Hombeek
Sint-Maarten op 18-jarige leeftijd.
·
Ida Lauwers werd gedoopt op 5 mei 1622 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Peter Verlinden en Ida vander
Slaghmolen. Zij huwde met Jan
Ceuleers
[ZIE HOM XIV - 000379].
·
Philip Lauwers werd gedoopt op 24 juli 1624 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Philip Vermeeren en tante Maria Van
Rieth. Hij huwde met Johanna Ceuleers, een dochter van Nicolaas Ceuleers,
de kerkmeester van Hombeek, en tante Elisabeth De Wit [ZIE HOM
XIV - 000380].
·
Gielis Lauwers werd gedoopt op 20 september 1626 in
Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Gielis Bertels, meier
van Ophombeek, en tante Catherine van der Borght [ZIE LON
XIV – 000496].
·
Peter Lauwers werd gedoopt op 31 mei 1628 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Peter Lauwers en Catherine De Greve.
Hij huwde Johanna Persoons [ZIE LEE XIV – 000406]. [*]
·
Petronilla Lauwers werd gedoopt op 10 juli 1630 in Hombeek
Sint-Maarten. Dooppeter was nonkel Philip Lauwers ,
meter Johanna Muyldermans.
Zij huwde Peter Muyldermans.
·
Willem Lauwers werd gedoopt op 18 november 1631 in
Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Willem Vekemans en Elisabeth
Bertels. Hij huwde Clara Van Beveren [ZIE HOM XIV – 000404].
·
Margaretha Lauwers werd gedoopt op 17 september 1634 in
Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Hendrik Lauwers en tante Margaretha Vertommen. Zij huwde
Maarten Van den Driessche [ZIE HOM XIV – 000466].
·
Jan Lauwers werd gedoopt op 19 juni 1636 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Jan Van Reeth en tante Anna
Putters. Het kind kreeg een nooddoop “in necessitate ab obstetrice
baptizatus sine patrinis”. Hij huwde op 15 juli 1662 in Zemst
Sint-Pieter met Elisabeth Verlinden [ZIE ZEM XIV – 000489].
·
Maria Lauwers werd gedoopt op 21 november 1638 in
Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Antoon Van Beersel en tante Maria
Verlinden. Zij overleed op 22 juni 1639 in Hombeek, 7 maanden oud.
·
Josine Lauwers werd gedoopt op 6 juni 1640 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Philip Van Espen
en tante Josine Tiesta (Tistaert).
Josine Lauwens overleed vermoedelijk als begijn in Brussel op 9
april 1728 op 88-jarige leeftijd.
·
Elisabeth Lauwers werd gedoopt op 4 mei 1642 in Hombeek
Sint-Maarten. Doopgetuigen waren nonkel Jan Van den Bossche en tante
Elisabeth Verschoor. Zij bleef ongehuwd en liet op 22 januari 1680 een
testament opmaken. Op 17 oktober 1693 was er sprake van een akkoord tussen
haar erfgenamen en de kerkmeesters.
|
Sint-Nicolaas of Sint-Maarten?
Sint-Nicolaas of Sinterklaas werd gevoerd op 6 december. De feestdag ging
gepaard met het geven van geschenken, oorspronkelijk in de kerk (15e
eeuw), later thuis. Soortgelijke tradities bestonden in de Germaanse
mythologie, waarin Odin op zijn paard Sleipnir langs de hemel
reden.
Vanaf de 15e
eeuw werd al wel een schoen voor Sint-Nicolaas gezet in Nederland – in 1427
in Utrecht voor het eerst gedocumenteerd. De opbrengst werd verdeeld onder
de armen. Al in de middeleeuwen bestond er een traditie van een mirakelspel
waarbij de heilige verscheen voor kinderen en de ijverige werden beloon, de
luie kinderen vermaand. Vanaf de 14e eeuw werd in Duitse en
Noord-Franse kloosterscholen soms een kinderbisschop gekozen die mocht
aanblijven tot 28 december, de dag van de Onnozele (onschuldige)
Kinderen.
Sint-Nicolaas (270-343) was de (Griekse) bisschop
van Myra in het huidige Turkije. Hij werd gezien als de beschermheilige van
zeelieden, reizigers, kooplieden, kinderen en de huwbare jeugd.
In Nederlands sprak men van de ‘pakjesavond’
op 5 december van Sint-Nicolaas vanaf 1850. Zwarte Piet
als enige knecht en de stoomboot werden pas in 1850 geïntroduceerd door de
Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman in zijn boek “Sint- Nicolaas en
zijn knecht”. In Venray in Nederland werd
in 1888 de traditie van de intocht gestart. Na de Tweede Wereldoorlog
kwamen er pieten bij.
Later werd het een bedeltraditie voor kinderen.
Schilderij: de
sinterklaasviering door Jan Steen, 1665. Tradities als het zingen van
sinterklaasliedjes, de schoorsteen waardoor geschenken komen, snoepgoed, de
schoen en de roe waren toen al gekend [afbeelding
onder publiek domein].
Sint-Maarten of Sinte-Mette werd op 11 november gevierd, en was van
oorsprong eerder een voortzetting van het Germaanse Winterfeest. De oogst
moest immers op 11 november binnen zijn, en daarna volgde de winter. Van
oudsher werden er vreugdevuren ontstoken en offers gebracht.
Oorspronkelijks
was de Sint-Maartenviering dan ook het moment waarop de armen gingen
bedelen om de winter door te komen. Het ging dan bijvoorbeeld om
suikerbieten en brood.
Lampionnen
moesten licht in de duisternis brengen van de nakende winter. De viering
gebeurde vooral in de Lage Landen (Nederland en België), in Noord-Frankrijk
en in delen van Duitsland.
Maarten van Tours werd in 316 geboren als zoon
van Romeinse ouders in het Hongaarse Savaria en hij trok op 15-jarige
leeftijd naar Gallië. Volgens de legende deelde hij de helft van zijn
mantel met een bedelaar in Amiens en bekeerde hij zich tot het christendom,
als kluizenaar en duiveluitdrijver, om het tot bisschop van Tours te
schoppen. Hij overleed op 8 november, maar zijn feestdag werd gehouden op
de dag van zijn begrafenis.
Vanaf de 20e
eeuw werd Sint-Maarten een bedeltraditie in speelse vorm voor kinderen, met
lampionnen en snoep.
De 11
novemberviering concurreerde na de Groote Oorlog bovendien met het
feest van de Wapenstilstand. Concurrentie was er ook met andere tradities
zoals het begin van de vastenperiode en het begin van het carnaval seizoen.
Schilderij: Antoon
Van Dyck vereeuwigde met zijn schilderij “Maarten snijdt zijn mantel
doormidden voor een bedelaar” in 1621 de heilige Sint-Maarten [afbeelding onder publiek domein].
Hij was niet de eerste, ook El Greco deed dit al eens omstreeks 1598 in
Toledo, Spanje met zijn schilderwerk “San Martín y el mendigo”.
|