|
HOM XII – 000186 - GEZIN
Vermeeren - Lauwens +/-1588 Hombeek
Philip Vermeeren ( Van der Meeren,
Vermeren) huwde omstreeks 1588 met Margaretha Lauwens .
Margaretha Lauwers was geboren omstreeks 1568 in Hombeek als dochter van Joris
Lauwerens en Christine van Dormael [ZIE MEC XI – 000145]. Philip Vermeeren was poorter van de stad
Mechelen. Zo werd hij althans vermeld in de Schepenakten van 12 februari
1596 en 28 februari 1598. Nakomelingen van deze familie waren onder meer
Marie-Philippine-Françoise van der Meeren, dame van ter
Haegen, die gehuwd was met Peter August du Jardin, een
burgemeester van Mechelen (overleden op 24
april 1742) en Thérèse vander
Meeren, dame van ter Elst, gehuwd met de graaf van Cuypers.
Philip Vermeeren werd vermeld bij de doop van
Margriet Vertommen in april 1588 in Mechelen Sint-Rombout en bij haar
huwelijk met Adam Van Beveren op 19 augustus 1612 in Hombeek Sint-Maarten.
Margriet Vertommen was een dochter van schoonboer Jan Vertommen met Philips
zus Elisabeth Vermeeren. Een dochter van Margriet en Adam, Clara Van
Beveren, zou op 3 oktober 1655 in Hombeek Sint-Maarten huwen met Willem
Lauwens ,
een zoon van Jan Lauwers en Anna van der Borght. Verder was
hij getuige bij het huwelijk van Catherine van der Borght met
Adriaan De Winde op 4 oktober 1612 in Hombeek, en bij het huwelijk van
Johanna van der Borght met Rombout Van Espen op 8 november 1614 in
Hombeek Sint-Maarten. Philip had overigens een naam- en tijdsgenoot Philip
Vermeeren (1571-1638) die kerkmeester was in Malderen (Londerzeel) en
die gehuwd was met Barbara De Keersmaeker. Deze Philip was een zoon van
Paul Vermeeren en Ursula Putteman uit Steenhuffel (Londerzeel). Deze tak
van de familie had sinds 1260 zijn wortels in Opwijk (Nijverseel) bij een
voorouder die wapenknecht was voor de heer van Dendermonde in 1297
en deze familietak woonde tussen 1260-1576 in Opwijk.
Philip Vermeeren overleed aan een
besmettelijke ziekte op 24 oktober 1625 in het klooster van de
Zwartzusters in Mechelen [zie prent,
afbeelding onder publiek domein]
en zijn echtgenote overleed er vier dagen later op 28 oktober 1625 aan
dezelfde aandoening.
Afbeelding: het klooster van de Zwartzusters in
Mechelen in het midden van de 16e eeuw [prent onder publiek domein, 1560]. Hier overleden Philip Vermeeren en zijn
echtgenote Margriet Lauwens in oktober 1625.
Kaart: het gezin Vermeeren-Lauwers woonde centraal
tussen Hombeek, Zemst, Humbeek, Nieuwenrode, Kapelle-op-den-Bos, Tisselt en
Leest. De meeste kinderen werden in de Sint-Martinuskerk in Hombeek gedoopt
tussen 1591 en 1605.
·
Maarten Vermeeren werd gedoopt op 1
april 1589 in Mechelen Sint-Rombout. Doopgetuigen waren Maarten Van de
Perre, “de pater van Hombeek” en tante Margaretha Van Slaghmuylders.
Hij huwde omstreeks 1612 met Anna Verwachter. Een zoon, Adam Vermeeren [generatie XIV], huwde op 12 juli 1640 in Mechelen met Anna
Bernaerts.
·
Jan Vermeeren werd gedoopt op 7 december
1591 in Hombeek Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Jan van der Borght
en tante Elisabeth Vermeeren. Hij overleed ongehuwd in Hombeek op 25
februari 1615, 23 jaar oud.
·
Antoon Vermeeren werd gedoopt op
12 mei 1594 in Hombeek Sint-Maarten. De peter was nonkel Antoon van der
Locht, de meter was tante Catherine Joostens. Hij
huwde op 7 november 1621 in Hombeek Sint-Maarten met Maria van der Locht,
een dochter van zijn peter, die op 17 juli 1592 was gedoopt in Hombeek.
Antoon Vermeeren hertrouwde omstreeks 1628 in Hombeek met Marie Van
Slachmeulen (Van Slagmolen). Bij de doopgetuigen vonden we
Muyldermans, Vertommen, Verschueren en Wauters. Hij hertrouwde
nogmaals op 27 mei 1636 met Catherine Bosmans (Van den Bosch).
Het gezin woonde in Hombeek in de Sint-Maarten parochie, waar onder meer,
uit het tweede huwelijk, dochter Maria Vermeeren werd gedoopt op 24
oktober 1628, en dochter Catherine Vermeeren op 20 februari 1633.
Bij de doopgetuigen van de kinderen tussen 1622 en 1654, vonden we de
familienamen Alewaeters (Haelwaters), Van den Bemde (Van
den Bempt), Mutsaerts (Muissart), Van
Beneden, Verlinden, Van den Bosch (Bosmans), Boots.
·
Maria Elisabeth Vermeeren werd
gedoopt op 2 februari 1597 in Hombeek Sint-Maarten. Peter was Maarten
Geens, meter was tante Maria Vermeeren. Zij huwde er op 10 juni 1618 met Jan
Muyldermans (Moldermans), een zoon van Laurent Muyldermans en Marie
Cruymans. Haar echtgenoot overleed op 6 september 1635 in Hombeek, 42 jaar
oud. De meeste kinderen overleden op jonge leeftijd. Dochter Catherine
Muyldermans overleefde en huwde op 18 november 1652 in Zemst met
Hendrik Boets (Boodts, Boots). Dit gezin woonde in Hombeek. Bij de
doopgetuigen van hun kinderen vonden we nonkels en tantes Willem
Muyldermans, Anna Verwachter, Jacques Vermeeren, Margriet Van Slachmolen, Nicolaas Vermeeren, Cornelia Vinckx (Vinck),
Laurent Muyldermans, Margriet Vertommen, Adam Van Beveren, Catherine
Verschueren, Willem Vekemans, Marie Muyldermans, Jan Stevens, Elisabeth Van
Beveren.
·
Jacques Vermeeren werd gedoopt op
19 oktober 1599 in Hombeek Sint-Maarten. Peter was Jacques Persoons, meter
was tante Antonia Van Slachmeulen. Jacques Vermeeren huwde in Leest
Sint-Niklaas op 17 februari 1626 met Catherine Verschueren. De
ondertrouw vond plaats in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw op 7 februari 1626, met
3 roepen in Hombeek Sint-Maarten. Bij de doopgetuigen van de kinderen
tussen 1628 en 1638 vonden we nonkels en tantes Jan Muyldermans, Magda
Verschueren, Willem Vekemans, Anna Verschueren, Marie Vermeeren,
Catherine Van den Bosch, Adriaan Aerts, Peter De Laet.
·
Philip Vermeeren (junior) werd
gedoopt op 1 september 1602 in Hombeek Sint-Maarten. Peter was nonkel Maarten
Lauwers ,
meter was Marie Van de Gast. Hij huwde op 1 december 1638 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Margriet Ghast (Van de Gast). Getuigen bij het
huwelijk waren Clement De Laet en Peter Jouret.
·
Nicolaas Vermeeren werd
gedoopt op 3 april 1605 in Hombeek Sint-Maarten. Peter was Nicolaas
Ceuleers (Colaerts), meter was Barbara van den Wijngaert. Hij
werd vermeld als getuige bij het huwelijk van zijn neef Adam Vermeeren op
12 juli 1640 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Anna Bernaerts.
1595 – Elf mensen kwamen om bij een brand in Leest
Tussen
1592 en 1598 maakte pastoor Jan Haes (Hals) de dienst uit in Hombeek
en Leest. Hij was een norbertijn uit de abdij van Grimbergen en was pastoor
van Ruisbroek toen hij vanaf 1592 de zieke pastoor E.H. Maarten Goossens
kwam bijstaan.
In 1596 legde hij blijkbaar een bevel om terug te keren naar Ruisbroek
naast zich neer, en zijn aanwezigheid werd nog vermeld in de parochie
Sint-Niklaas in Leest in 1599 in de periode dat het hoogkoor van de kerk
werd hersteld. Vanaf 1595 werden de parochieregisters in Leest Sint-Niklaas
ingevuld,
al was het een beroerde periode door brandstichting en plundering.
Huwelijken vonden eerder plaats in de Mechelse parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle dan in Hombeek, en soms week men uit naar
Kapelle-op-den-Bos. In Leest werden tussen 1592 en 1599 slechts elf
huwelijken ingezegend.
De kerk
van Leest Sint-Niklaas had het erg te verduren. Er was een zware brand
geweest in 1571, kerkschatten waren gestolen, de klokken waren geroofd door
Staatse garnizoenssoldaten onder het bevel van d’Outremelle in 1591.
De parochianen waren grotendeels gevlucht of uitgeweken.
Op 6
april 1595 vond een nieuwe dramatische gebeurtenis plaats. Elf mensen
kwamen om bij een brand op een hoger gelegen verschansing op het kerkhof.
Dat waren Peter Vertonghen (Vertommen) en zijn vrouw Margaretha
Winghe (Van Winghe) met een kind, het dochtertje van Peter
Verschueren,
Jan van den Broeck alias Neefs, Paschasia Vleminckx, Clara Swyninca
(gehuwd met Jan Verlinden) met haar kind, Jan Costermans met een kind en
een kind van de verder vermelde Stefaan Persoons.
Volgens aantekeningen van Peter De Mol, de aartspriester van het district
Mechelen, was de brand ontstaan door de onachtzaamheid van inwoners die er
zich schuilhielden tegen de aanvallen van krijgslieden van de Hollandse
Staten.
In 1598
was pastoor Haes (Hals) opgevolgd door E.H. Willem van Achelen, die
tot oktober 1623 aan bleef als pastoor van de Leestse Sint-Niklaasparochie.
In 1598 kreeg de Sint-Niklaaskerk een torenspits, en ruim 8000 schaliën
werden aangevoerd om het dak van het koor te vernieuwen. Pastoor van
Achelen zou in 1599 zowel het herstelde hoogkoor als de begraafplaats in
Leest inwijden. Hij zou gedurende 20 jaar afwisselend de mis opdragen in de
parochies Leest en Hombeek, de ene week in Sint-Niklaas, de volgende week
in Sint-Maarten. De Leestse kerk zou de daarop volgende jaren nog schade
worden toegebracht door soldaten, in 1601, 1604, 1626, 1639, 1644, 1646,
1657, 1678 en in 1683.
|
1595 - Wolven in de Lage
Landen
Op 3 juni 1595 werd vermeld dat een
Leestenaar vijf jonge wolven had gevangen. Er waren nog wolven in deze
periode. De man werd daarvoor beloond “ voor het groot devoir daer inne bij hem
gedaen”. Voor het herinrichten van onderwijs voor de kinderen werd
vanaf 1596 beroep gedaan op de kosters van de parochies omdat er geen
geschikte leerkrachten werden gevonden. Dat was niet anders in Leest en in
Hombeek, waar de Heilige Geesttafels de nodige middelen opzij begonnen te
zetten om een school te kunnen inrichten. Adam Persoons de oude was
in 1596 meier van Heffen en Leest.
Wolven
waren niet ongewoon in het hertogdom Brabant in de 16e eeuw.
Naarmate door de groeiende bevolking bossen plaats ruimden voor akkerteelt
en veehouderij, en de bebouwing
toenam, begon men jacht te maken op deze dieren. De diersoort mocht
ongestraft worden gedood en men moedigde de verdelging zelfs aan, zoals
blijkt uit de getuigenis van 1595. Er waren steeds minder prooidieren, en
de aanvallen van wolven op vee en huisdieren namen toe. Omstreeks 1800 moet
er nog een aanzienlijke populatie zijn geweest, maar enkele decennia later
was de wolf zo goed als uitgestorven. De wolvenpopulatie verdween.
Afbeelding: AI
gegenereerde foto, Canva, 2025, onder gebruiksvoorwaarden
In 2011 werden opnieuw wolven gesignaleerd in
Gedinne (Namen) en in 2018 sprak men van de terugkeer van de soort in
Vlaanderen. Het streven naar
biodiversiteit had er in 1982 al toe geleid dat de wolf in België werd
beschermd en grote open ruimtegebieden moesten daarvoor de leefruimte
creëren.
1567 - Hendrik Persoons, koster in de
Mechelse kerkprovincie
De familie Persoons woonde in de streek, en in de
16e eeuw sprong de kleurrijke Hendrik Persoons in het oog. Deze was gehuwd,
en koster en schoolmeester in Berg tussen 1567 en 1596. Hendrik was geboren
omstreeks 1545 in Rijmenam als zoon van Antoon Persoons en Jeanne Van
Lanckberg en was in 1580 in
Berg gehuwd met Catherine Vleminckx. Hij was een broer van Adam Persoons
(1556-1612), de drossaard van Keerbergen die, hertrouwd met Barbara Smets
op 29 oktober 1577 in Mechelen Sint-Rombout, na het overlijden van zijn
eerste echtgenote Barbara Vlessentops,
in 1610 meier werd van Heffen en Hombeek.
Afbeelding: de
huidige parochiekerk van Sint-Antonius Abt te Boortmeerbeek, van 1924.
De eerste Sint-Antoniuskerk die Hendrik Persoons kende, brandde in
1673 af. De tweede werd in 1914 door Pruisische lansiers in brand gestoken.
Allicht was Hendrik er in de voetsporen getreden
van zijn grootvader koster Peter Persoons vermeld in 1565. Hendrik Persoons
kreeg een gunstige beoordeling als koster, en werd vermeld als goede
zanger. Als schoolmeester was hij niet onbesproken. Hij nam er ontslag als
schoolmeester "omdat de ouders hem niet mochten". Vanaf 29
augustus 1596 vonden we hem terug als koster in Boortmeerbeek. In deze
parochie was hij niet onbesproken als koster: het kon heel wat beter, en
hij had een drankprobleem.
Kort na 1600 woonde hij met zijn vrouw Catherine
tegen de zin van de deken in een bijgebouw van de kerk. Op 30 april 1607
werd vermeld dat zijn echtgenote “midts over eenige jaeren is geworden
crack van sinnen” – geestesziek was geworden - en zij moet hetzelfde
jaar overleden zijn. Hendrik dronk, en in 1615 werd vermeld dat er niet
veel hoop op beterschap was. Er waren ook problemen met de pastoor. Hendrik
Persoons werd nog vermeld tussen 1601 en 1604 als koster in Wespelaar en
tussen 1595 en 1618 als koster en schoolmeester in Kampenhout, waar hij tot
omstreeks 1605 onderricht gaf in de kerk. In deze laatste parochie kreeg
hij een gunstige beoordeling, maar zijn drankprobleem bleef er ook niet
onvermeld. Hij overleed in 1618 in Boortmeerbeek.
Merk ook dat de familie Persoons al in de 16e
eeuw in Leest woonachtig was. Ene Adam Persoons, zoon van Peter Persoons en
Elizabeth Wildelants, uit Mechelen, bezat een huis en land in de parochie
Leest. Hij erfde het eigendom volgens een akte van 23 mei 1587 van zijn
moeder. Deze Adam Persoons werd in 1599 te Leest vermeld als meier, na
herstellingswerken aan de Sint-Niklaaskerk.
In die tijd waren er wel meer kosters met een
besproken levenswandel. Zo was er een tijdgenoot Peter Van Ham, koster te
Elewijt tussen 1595 en 1626, die in 1599 de herberg 'Het Steen' opende en
die er niet beter op vond dan het bier in de kerk te bewaren opdat de
soldaten het niet zouden stelen. Zijn vrouw verborg haar kruiken met melk
in de sacristie. Eén en ander leidde er tot onenigheid met de pastoor.
|