|
BRUg III – 000015c - GEZIN Lauwereyns
van Diepenhede – van Ravensvelde, 1331 Brugge
Marc Lauwereyns
(Lauwerens, Laurin, Lauwaerts, Lauwers) van Diepenhede huwde omstreeks 1331 in Brugge met
Marie van Ravensvelde, dochter van Peter van Ravensvelde,
schildknaap. Marc Lauwereyns was geboren
omstreeks 1272 in Brugge in Brugge als zoon van Willemar Lauwereyns van Diepenhede en Catharina van Vosmaer [ZIE BRUg II - 000010]. Zijn moeder
was in 1289, na het overlijden van Willemar Lauwereyns, hertrouwd met Willemar
van Alsemberghe, en hij had
een halfzus Mathilde van Alsemberghe, geboren omstreeks 1290. Via
het tweede huwelijk van zijn moeder ontstond een band met het hertogdom
Brabant – Alsemberg bij Beersel en Ravensvelde bij Opwijk verwezen in
dit opzicht naar Brabantse plaatsen – al speelde zijn leven zich
voornamelijk af in Brugge.
Marc Lauwereyns overleed op 17 november 1339, enkele jaren voor de slag van Crécy
plaats vond.
·
Gielis
Lauwereyns I werd
geboren omstreeks 1331 in Brugge. Hij huwde Barbara van Pillenrode,
dochter van ridder Boudewijn van Pillenrode,
heer van Billemstede. Zijn eerste echtgenote overleed eerder op 4 augustus 1368 [ZIE BRUg IV – 000016]. Hij had een tweede relatie in 1370 en overleed in juni 1381 [ZIE BRUg IV – 000016b].
|
1346 – Marc Lauwereyns maakte de aanloop tot de
slag van Crécy van nabij mee
Marc Lauwereyns maakte de toenemende vijandelijkheden
tussen de Fransen en de Engelsen mee, in wat de aanloop tot de veldslag zou zijn die op 26 augustus 1346
plaats vond in Crécy. Zijn zoon Gielis
was alleszins betrokken.
De
slag van Crécy betekende een keerpunt in de Vlaamse sympathie voor de
Engelse zaak. Sommigen Vlamingen hadden de zijde gekozen van de Franse
koning Filips IV en de graaf van Normandië tegen koning Eduard III van
Engeland. Die laatste telde nochtans ook heel wat Vlamingen in zijn
legertroep. De Engelsen hadden de overwinning behaald en trokken vervolgens
naar Calais om die stad te belegeren.
Afbeelding:
de slag bij Crécy-en-Ponthieu in 1346, een illustratie van Jean Froissaert
(1337–1410), onder Publiek Domein (bron: Wikimedia). De Engelse lange boog (‘longbow’)
bleek een geducht wapen evenals buskruitwapens en bombardes, ook al was het
Franse leger ongeveer twee keer zo groot als het Engelse landleger en ook
al hadden zij Italiaanse huurlingen met kruisbogen.
Frankrijk
moest onmachtig toekijken hoe de stad viel, en ze zou bijna twee eeuwen
onder Engelse controle blijven. De inval van de Engelsen volgde na hun
landing bij Sint-Vast-la-Hougue in Normandië op 12 juli 1346. Op 26 juli
werd Caen geplunderd en op 1 augustus trok het leger naar de Seine.
Opmerkelijk genoeg waren er ook veel Vlamingen die de rangen van de
Engelsen hadden vervoegd. Velen zouden niettemin de Engelsen in de steek
laten tegen het eind van augustus dat jaar.
De
slag bij Crécy draaide uit op een bloeddorstige veldslag met man-tegen-man
gevechten die als “moorddadig, zonder medelijden, wreed en zeer
vreselijk” werden omschreven. Franse ridders die van hun paarden werden
gegooid, belandden in de modder, werden vertrappeld of verstikten.
De Engelse infanterie mocht geen gevangenen nemen, want er was te weinig
mankracht om die te bewaken, hoewel de ‘overlevenden tussen de vele dode
Fransen’ na de slag alsnog werden gevangen genomen volgens sommige
getuigen. De Franse aanvallen werden eerder als chaotisch en slecht
georkestreerd beschreven en de Franse verliezen als “catastrofaal voor
de Franse Kroon”, de Engelse werden als meer gedisciplineerd omschreven
met relatief weinig verliezen. Aan beide zijden vielen niettemin veel
slachtoffers.
Het
is alsnog onduidelijk of Gielis I Lauwereyns
aanwezig was op deze veldslag aan de zijde
van Lodewijk van Male. Alleszins vergezelde hij zijn broodheer toen
die, gewond na de veldslag, in Tervuren in het hertogdom Brabant terecht
kwam.
|