Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

BRUg II – 000014 - GEZIN Lauwereyns 1295 Brugge [*]

Melding van N.N. Lauwereyns (Johannes) image017.jpg (Lauwerens, Lauwers, Laurin, Laurijn, Lauwerijn, Lauwereys) die huwde met N.N. omstreeks 1295 in Brugge. N.N. Lauwereyns werd geboren omstreeks 1271 als zoon van Jan Lauwereyns  en N.N. [ZIE BRUg IIb – 000011]. Hij overleed in 1322.

Hij was een tijdgenoot van Reinhoud van Gelre die in 1318 met Sophia Berthout van Mechelen huwde. Zijn volledige naam werd bewust weggelaten in de kronieken van de Franse geschiedschrijving, vermoedelijk omdat hij gesympathiseerd had met de Vlaamse zaak in de periode 1302-1315. Hij werd vermeld als Jan Lauwaerts, baljuw van Gent in 1302.

·         Arnold Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving werd geboren omstreeks 1295 te Brugge [ZIE BRUg III – 000015] [*].

·         Peter Lauwereyns Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving  werd geboren omstreeks 1296 in Brugge [ZIE BRUg III – 000015b].

 

Afbeeldingen: stadhuis Brugge © laurentii.be, 1985 Afbeelding met buitenshuis, gebouw, grond, stad

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

 

Waarom de Dictionnaire de la Noblesse de France Johan Lauwereyns niet vermeld

 

Jan Lauwereyns image017.jpg werd “verzwegen”, aangeduid als “Nn.” of non-nommé (niet genoemd) in de genealogie van de Franse adel omdat hij de Franse belangen niet had gediend[1].  Maar de man was bekend, met name ridder Jan Lauwereyns, een kleinzoon van ridder Odin Lauwereyns van Diepenhede image006.jpg. De niet-vermelding was bewust en had te maken met zijn (dis)loyauteit tegenover de Franse kroon. Het had alles te maken met het toenmalige conflict tussen het Graafschap Vlaanderen (en Engeland) met leenheer Frankrijk[2].

 

Men kan stellen dat er sinds 1302 twee fracties waren in het graafschap Vlaanderen: de zogenaamde “Leliaards” die de Franse koning goed gezind waren en de “Liebaards“ of “Klauwaerts[3]  die aan de zijde van de graven van Vlaanderen stonden.  De laatsten waren soms de Engelsen, dan weer de Fransen genegen, en dat maakt dat de fracties niet per sé als “Frans” of “Engels” kon worden bestempeld, dan wel als Vlaams-autonoom gezind.

 

De genegenheid hing meestal samen met de positie die door de Vlaamse adellijke families werd ingenomen, en zelfs die kon verschillen. Sommige onderzoekers gaan er zelfs van uit dat het eerder om een ideologische tegenstelling gaat die meer te maken heeft met “conspiratio” en “coniuratio” versus “concordia”, zeg maar gedreven door het individuele belang dan wel door het algemeen belang[4] zoals we dan vandaag de dag nog herkennen in de vermeende tegenstelling tussen “liberaal” en “sociaal”. Men kan de werkelijkheid van toen best door de bril van politiek opportunisme bekijken: politieke macht trok de patriciërs aan, baten in goed en geld (lenen en annuïteiten) spraken de adel aan, sociale en economische belangen spraken de gilden en ambachten aan, en anglofiele sympathie had veel te maken met commercieel belang van de handelaars. Familiale en klandizie belangen speelden daarnaast voor elke individu mee[5].

 

 

Het Graafschap Vlaanderen wilde breken met Frankrijk

 

Het Graafschap Vlaanderen maakte tot 1525 officieel deel uit van Frankrijk, maar was van bij zijn oorsprong relatief zelfstandig ten opzichte van de Franse leenheer. Het gebied werd voor het eerst vermeld in 358 als de Vlaanderengouw toen de Franken het gebied overnamen van de Romeinen. Het behoorde bij West-Francië bij de splitsing van het Frankische rijk in 843, waarbij het noordelijk deel in 855 onder Lotharius II terecht kwam en het zuidelijk deel of de Brabantgouw onder Karel de Kale viel (en in 880 tot Oost-Francië ging behoren).

 

Het graafschap was eeuwenlang één van de meest economisch en cultureel ontwikkelde gebieden in Europa en een hoog percentage van de inwoners woonde er al in steden. In 1297 keerde graaf Gwijde van Dampierre zich tegen de Franse invloed en ging een militair verbond aan met Engeland. De Slag van de Guldensporen in 1302 werd nog door de Vlamingen gewonnen op de Fransen, met steun van het hertogdom Brabant. De invasie van Zeeland door de Vlamingen in 1303 breide hier een vervolg aan. De Fransen werden verdreven en dit leidde tot een wapenstilstand in 1304. De wapenstilstand bood de Fransen de kans opnieuw een leger op te bouwen.

 

Bij de Slag van Pevelingen datzelfde jaar keerden de kansen en de Franse koning verstevigde zijn gezag. Een invasie van de Fransen in 1316 mislukte niettemin. Vanaf 1322-1323 ging de Vlaamse kuststreek in het verzet tegen grafelijke belastingen, en die opstand werd vijf jaar later door Lodewijk van Nevers met Franse steun tijdens de Slag van Kassel de kop ingedrukt. Het is in deze periode dat Jan Lauwereyns kwam te overlijden. De Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers steunde ook nadien Frankrijk tijdens de Honderdjarige Oorlog. Dat leidde er toe dat de Engelsen de aanvoer van wol en levensmiddelen staakten.

 

In Gent brak in 1337 een opstand uit tegen de Fransgezinde graaf onder leiding van Jacob van Artevelde en men verklaarde zich neutraal. In 1336 en in 1337 bezetten de Engelsen het eiland Cadzand. Toen in 1345 Jacob Van Artevelde werd vermoord na zijn terugkeer van gesprekken met de Engelse koning Eduard III door andersgezinde Gentenaren veranderde de situatie opnieuw. 

 

In 1369 raakte het graafschap Vlaanderen onmiskenbaar onder Franse heerschappij door het huwelijk van Margaretha van Vlaanderen en de Bourgondische hertog Filip de Stoute. Deze laatste kwam zijn schoonvader Lodewijk van Male te hulp bij de Gentse opstand van 1382 (Slag van Westrozebeke) en werd in 1384 zelf graaf van Vlaanderen. Dat was de start van de Bourgondische periode. Ook in 1384 en in 1404 zouden de Engelsen het eiland van Cadzand bezetten.

 

Afbeelding met kaart

Automatisch gegenereerde beschrijvingKaart: de oorspronkelijke gouw Vlaanderen omstreeks 862 toen Boudewijn I “met de Ijzeren arm” eerste gouwgraaf werd. Door zijn huwelijk met Judith, de dochter van de West-Frankische koning Karel de Kale, breidde het gebied uit met de landen rond Gent, het Waasland, Terwaan en Aardenburg (voorheen Rodenburg genoemd). Zijn zoon Boudewijn II de Kale vergrootte het bezit door gronden te verwerven en door moord op tegenstanders zoals de aartsbisschop van Reims en Herman de Vermandois. Kortrijk, Artesië, Bonen en Doornik werden toegevoegd. Merk dat naast dit “Kroon-Vlaanderen” het gedeelte rond Aalst en Zeeland (“Rijks-Vlaanderen”) nog deel uitmaakte van het Heilig Roomse Rijk in leen van de Duitse keizer. Er ontstonden nieuwe citadellen (vestigingen) en oude Romeinse kampplaatsen werden versterkt. Al vanaf het eind van de 9e eeuw voerde het graafschap Vlaanderen een onafhankelijke koers ten opzichte van zijn leenheer, de Franse koning [© Bewerking kaart Vlaamse gouw van Sir Lain, 2008 (origineel onder Creative Commons licentie CC-BT-SA 3.0).].

 

 

Intussen in het hertogdom Brabant

 

Het hertogdom Brabant was gegroeid uit het graafschap Leuven. Het graafschap Leuven kwam in het jaar 1000 via huwelijk in handen van de graven van Leuven. Het maakte deel uit van het Duitse keizerrijk. Godfried van Leuven “met de baard” verwierf in 1106 Antwerpen en werd markgraaf van Antwerpen en hertog van Neder-Lotharingen.

 

De Grimbergse oorlogen in 1139 gooiden roet in het eten. De heren van Grimbergen en Berthout stonden er tegenover de heren van Brabant. Hendrik I van Brabant was in 1183 hertog van Brabant, waaraan inmiddels ook het graafschap Aarschot was toegevoegd. In 1204 startten de oorlogen tussen het Prinsbisdom Luik en het hertogdom Brabant die tot 1378 zouden aanhouden.

 

In 1267 wijzigde de hoofdstad van Leuven naar Brussel. Het huwelijk van Margaretha van Brabant, een dochter van Jan III van Brabant, die huwde Lodewijk van Male, de graaf van Vlaanderen vormde in zekere zin een voorbode van een fusie van het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant. Het huwelijk van haar dochter Margaretha van Male met de Bourgondische hertog Filips de Stoute leidde in 1396 tot de hereniging, al was er sterke tegenstand bij de Raad van Brabant.

 

Terwijl het graafschap Vlaanderen al in 1384 in handen kwam van Bourgondische erfgenamen, volgden Brabant en Limburg pas in 1430. Vanaf dat moment kon men spreken van de Bourgondische Nederlanden (de zogenaamde “Zeventien Provinciën”).

 

In 1548 werden de, inmiddels Habsburgse, Nederlanden één staatkundig geheel.

 

1316 - Sociale klassen in het graafschap Vlaanderen

 

Afbeelding met schets, tekening, Motief, patroon

Automatisch gegenereerde beschrijvingen kroniek in 1316 van abt Jacob van Muevin (1296-1339)[6] beschreef de Vlaamse bevolking in verschillende klassen: potentes (machtigen), nobiles (adel), divites (rijken), mediocres (middenklasse, ook mediani, medii) en pauperes (armen). De laatste categorieën behoorden tot het “gepeupel” of het “gewone volk” tegenover hen die de macht hadden, ook wel eens benoemd als de “patriciërs” van de stad. Het is een opdeling van de klassen in een stad als Brugge die we ook terugvinden in andere steden als Doornik, waar de klerk Gillis de Muisit in 1307 de bovenste klasse beschreef als de “magnis” (heersers, ook wel gubernatores, cives en majores civitates) tegenover de “mediocribus” en de “parvis” die door de heersers onder de duim moesten worden gehouden.

 

De kroniekschrijvers van het begin van de veertiende eeuw waren zich bewust van de sociale diversiteit in de stad, en de meesten sympathiseerden onmiskenbaar met de heersende klasse. Dat was zeker zo wanneer sociale onrust aan bod kwam, en die was er in deze periode van sociale ontvoogding naarmate het feodale stelsel van lijfeigenschap afbrokkelde. Al in 1270 schreef Thomas Aquinas over drie klassen in zijn “Summa Theologica”: “suppremi” (heersers, patriciërs), “medii” (een vrije middenklasse) en “vilis populus” (de laagste sociale klasse). De gelijkenissen met de Romeinse stedelijke bevolking zijn niet veraf, al sprak men daar ook nog van de “slaven”, vergelijkbaar met lijfeigenen in de vroege middeleeuwen. Het was wel eens wat anders dan de opdeling in religieuzen, krijgers, adel, ambachtslui, handelaars en armen, burgers en poorters, die we in onze schoolse geschiedenis van de middeleeuwen kregen voorgeschoteld.

 

Afbeelding met schets, tekening, illustratie, verven

Automatisch gegenereerde beschrijvingPrent: oude man in lompen, 1650. Een tijdloos beeld (uit private collectie, onder Publiek Domein).

 

Het gepeupel of ‘gewone volk’ werd ook wel eens bestempeld als de “krijsers” of “krijters” omdat ze hun misnoegdheid vaak op die manier uiten. Zij konden op sympathie rekenen van de klerk Jacob van Maerlant in Damme aan het eind van de 13e eeuw omdat hij oog had voor hun morele en politieke grieven tegenover de patriciërs en de clerus (en in het verlengde daarvan rechtsgeleerden en klerken die hen naar de mond praatten). De meeste geschiedschrijvers uit die tijd dienden het belang van hun broodheren en lieten een denigrerend beeld na van het gepeupel.

 

Ambachtslui verenigden zich in gilden en hanteerde solidariteitsprincipes, en het gewone (“gemeen”) volk wist zich ook wel eens te verenigen in belangengroepen, (ghe)meenten (“mentucht”) of communes om voor hun rechten op te komen of zamelde gelden in (“bus”) om dat te bewerkstelligen (een middeleeuwse variant van “crowdfunding”). Onrecht had niet zelden te maken met broodprijzen, belastingen en klassenjustitie.

 

Ook op het platteland was er die sociale opdeling[7]. Jacob van Maerlant beschreef het treffend in zijn “Strophische gedichten”: Twee woorde in die werelt sijn, dats allene ‘mijn’ ende ‘dijn’. Mocht men die verdriven, pais ende vrede bleve fijn; het ware al vri, niemen eighijn. Manne metten wiven. Het ware ghemene tarwe ende wijn.[8] . Eén van de grootste politieke tegenstellingen was die tussen een “sociaal” en een “liberaal” gedachtengoed. In essentie ging het vaak om de tegenstellingen tussen arm en rijk, tussen macht en onmacht, en de ongelijkheid die daardoor ontstond.

 

De antwoorden lagen in verantwoording opnemen (en ter verantwoording kunnen geroepen worden), in participatie en in vertegenwoordiging als bouwstenen voor een laatmiddeleeuws samenlevingsmodel.

 

 

 

 

 



[1] Bronnen o.m. “Généalogies de quelques familles des Pays-Bas”, 1774 en elders vermelde genealogische naslagwerken van o.m. de Franse adel.

[2] De Engels-klinkende naam Lauwereyns (“Lawrence”) werd in deze periode ook vermeld als Lauwers en Lauwaerts, terwijl de Franse geschiedschrijvers de familienaam als “Laurin” boekstaafden. Dit is de periode waarin de “Slag der Guldensporen” en de Brugse metten plaats vonden. 

[3]Liebaert” is niet toevallig verwant met het woord “luipaard”. Men neemt aan dat het symbool van Vlaanderen oorspronkelijk in essentie een zwarte luipaard was, die mettertijd als een heraldische zwarte leeuw zou worden verzinnebeeld. Lodewijk van Veltem was in 1315 één van de eerste geschiedschrijvers die van ”Liebaerts” sprak in de Brabantse kronieken. “Klauwaerts” was in oorsprong een verwijzing naar de Engelse leeuwen en dit was een benaming die pas omstreeks 1380 opkwam onder meer als verwijzing naar de Gentse fractie van Jacob Van Artevelde in de grafelijk Vlaamse kronieken die stonden tegenover het Brugse “Leliaert” (Franse lelie) particiaat. De verhoudingen gingen er anders uitzien toen de hertogen van Bourgondië aan de macht kwamen (1384).

[4] Zie ondermeer Jonas Braekevelt, Frederik Buylaert, Jan Dumolyn en Jelle Haemers (UGent) in 2011. De ideologische tegenstelling kan historisch ook worden gekaderd in onder meer canonieke teksten van Sint-Augustinus, John van Salisbury en Thomas Aquinas.

[5] Zie ook W. Prevenier, “Motieven voor leliaardsgezindheid in Vlaanderen in de periode” in De Leiegouw, XIX, 1977.

[6] zie o.m. Jacobi Muevin in “Chronicon Jacobi Muevin. Corpus chronicorum Flandriae.”, bewerkt in 1841 door Jean-Jacques de Smet, en Gilles le Muisit, “Chronique et annales de Gilles le Muisit, abbé de Saint-Martin de Tournai.

[7] Herkenbaar samengevat in een overgeleverde uitspraak van een Engelse plattelandsbewoner in 1381: “When Adam delved and Eve span, who then was a gentleman?” om het onderscheid tussen adel, vrije mannen en lijfeigenen te contesteren (Bron: Rodney Hilton in “Bond men made free: medieval pesant movements and the English rising of 1381”, 1973.).

[8] Twee woorden zijn er in de wereld, dat is “alleen het mijn” en “het uwe”. Mocht men die verdrijven, vrede en welvaart zouden blijven; alles zou vrij zijn en niemand eigen. Mannen en vrouwen. Het ware gemeenschappelijke tarwe en wijn (vrije vertaling).