Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

BRU XX – 002063  - GEZIN Lauwers – Dupret 1887 Brussel / Meerle

 

Afbeelding met Menselijk gezicht, kleding, persoon, person

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Henri Louis William Lauwers  (Lauwens) huwde op 19 april 1887 in Brussel met Jeanne Leontine Marguerite Dupret .Getuigen bij het huwelijk waren Désiré Joseph Lemaire uit Doornik, advocaat Georges Dupret uit Brussel, Leopold Cantillon uit Bergen (Mons), majoor bij de Jagers-te-voet,  en Clement Lauwers  uit Leuven. Er was een huwelijkscontract bij notaris Vermeulen in Brussel op 27 maart 1887. Henri Louis William Lauwers (Lauwens) werd geboren 3 februari 1856 in Antwerpen als zoon van Louis Marie Célestine Lauwers  (Lauwens) en Thérèse Louise Adela Lauwers  [ZIE BRU XIX – 001902] [zie foto als generaal van 1923]. Jeanne Léontine Marguerite Marie Dupret werd geboren op 4 september 1866 in Brussel als dochter van Jan Baptist François Dupret en Nathalie Norbertine Antoinette Bruggeman.

 

·         Adeline Louise Norbertine Jeanne Marie Lauwers  werd geboren in Bergen (Mons) op 3 mei 1888. Zij huwde op 7 juli 1910 in Brussel met Eugène Edgar Leopold Marie Delaunoy. Er was een huwelijkscontract bij notaris Grosemans in Brussel op 27 juni 1910 en generaal-majoor, tevens hoofd van de Burgerlijke Bescherming (directeur-generaal bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken), Gabriël Wouter trad op als getuige samen met senator Engelbert Lauwers  (die ook als directeur-generaal werd vermeld van zijn bedrijf, grootvader van William). Eugène Edgar Leopold Marie Delaunoy was geboren op 30 oktober 1880 in Sint-Joost-ten-Node, en woonde in Elsene waar hij dienst deed als onderluitenant bij het 3e regiment van de Jagers-te-voet. Hij was een zoon van Louis Delaunoy en Jeanne Marie Mennen. 

·         Gabrielle Adèle Georgina Lauwers  werd geboren op 10 april 1889 (tweeling).

·         Julia Maria Fernande Lauwers  werd geboren op 10 april 1889 (tweeling).

·         Nestor William Cornelis Lauwers  werd geboren op 8 augustus 1893 in Poperinge.

 

 

 

Afstamming en verwantschap William Lauwers

 

William Lauwers (Guillaume)  werd geboren 3 februari 1856 te Antwerpen. Hij huwde in 1899 met Jeanne Dupret, een dochter van Dupret-Bruggeman uit Brussel. Hij had een zus Charlotte Célestine Adèle die op 14 maart 1859 werd geboren te Antwerpen en er huwde met apotheker Pascal Joseph Grosjean,  op 6 december 1884.

 

 

 

Louis Lauwers  was zijn vader. Hij was in 1855 in Brussel gehuwd met Thérèse Lauwers. Hij was geboren op 15 september 1820 in Mechelen en zijn echtgenote was afkomstig van Brussel.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Hendrik Lauwens  was zijn grootvader. Hij was geboren op 29 december 1789 in Mechelen en was nijveraar in de stad. Hij huwde er op 8 juli 1818 met Maria De Brouwer, een dochter van Joseph De Brouwer en Petronilla Menu, geboren op 12 mei 1799 in Antwerpen. Hendrik had nog vier zonen geboren in Mechelen: Peter ‘Hippoliet’ was geboren in februari 1819, Gommaar was geboren in 1822 , Gustaaf was geboren in 1824 en Willem was geboren in 1826. Het was nonkel Willem die als peter de voornaam doorgaf aan zijn neef, en nonkel Gommaar huwde net als zijn broer Louis met een familienaamgenote, Maria Cornelia Lauwers, eveneens afkomstig uit Brussel. Gommaar woonde net als zijn broer Louis in Antwerpen.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Jan Antoon Lauwens  en Maria Barbara van Salm waren zijn overgrootouders. Jan Antoon Lauwens was geboren op 6 september 1744 in Zemst en was omstreeks 1786 gehuwd met Barbara van Salm die afkomstig was uit Kumtich bij Tienen. Zij hadden een kroostrijk gezin in Mechelen, en alle kinderen werden gedoopt in de Sint-Rombout parochie. We weten dat één van de dochter, Maria Barbara Sophia, zich vestigde in het Antwerpse (Berchem).

 

Bij het doopsel van het eerste kind Peter Lauwens werd in het parochieregister een “r” geschreven boven de “n” in de familienaam. Bij het doopsel van het tweede kind wees vader Jan Antoon er op dat de naam diende gespeld als LauweNs, en dat werd ook zo genoteerd in het doopregister.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Peter Lauwens  en Catharina Pauwels waren de betovergrootouders. Zij huwden op 21 mei 1741 in Zemst, waar Peter was geboren op 16 november 1712. Catharina Pauwels was geboren in Weerde. Zij hadden een kroostrijk gezin en de meeste kinderen vestigden zich in Zemst, op Jan Antoon na.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Corneel Lauwens  huwde op 5 mei 1706 in Zemst met Anna Govaerts. Corneel werd gedoopt op 7 maart 1677 in Zemst als zoon van Jan Lauwens en Elisabeth Verlinden en overleed er op 17 oktober 1748. Het was een kroostrijk gezin, waarvan één zoon Antoon uitweek naar Bousval, deelgemeente Genepiën, Waals-Brabant.

 

In 1721 vermeldde een notariële akte dat Corneel en Anna een hofstede “de Cleempoel” in Zemst verkochten aan François Wels. Peter Lauwens en Petronilla Van Gijsel zouden het goed terugkopen in 1736.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Jan Lauwens  huwde op 15 juli 1662 in Zemst met Elisabeth Verlinden. Jan Lauwens was gedoopt op 25 april 1638 in de Sint-Martinuskerk te Hombeek als zoon van Maarten Lauwens en Catharina Verschoor. Hij was handwerker in Zemst.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Maarten Lauwens  huwde op 30 juni 1626 in Hombeek met Catherina Verschoor. Hij was gedoopt op 28 april 1602 in Hombeek als zoon van Maarten Lauwens en Catharina Joossens.

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

Maarten Lauwens  huwde op 3 oktober 1593 in Hombeek met Catharina Joossens. Hij werd gedoopt omstreeks 1570 als zoon van Joris Lauwerens en Christine Van Dormael, de stamouders van de stamlijn Hombeek-Leest (die in Mechelen waren gehuwd).

Afbeelding met driehoek, ontwerp

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

 

 

1923 - Luitenant-generaal William Lauwers was bevelhebber van het Belgische Rijnleger

 

 Luitenant-generaal William Lauwers of Lauwens[1]  was bevelhebber van het Belgische Rijnleger tussen 1923 en 1925 (Afbeelding). Hij werd vermeld als militair gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen in 1914 (met de rang van generaal-majoor) en voerde van januari 1924 tot maart 1924 het bevel over het detachement van de Ruhr, ook wel het Belgische 'Rijnleger' genoemd [zie ook afbeelding medaille Belgisch bezettingsleger. Er zou een variant met ‘1945’ komen bij de bezetting na de tweede wereldoorlog].

 

De bezetting, die begon op 11 januari 1923 toen Belgische en Franse legereenheden Essen bezetten, zou eindigen tussen 15 en 24 juli 1925. De bezetting van de Ruhr vormde één van de belangrijkste internationale gebeurtenissen in de periode tussen beide wereldoorlogen. Het ging er om Duitsland herstelbetalingen af te dwingen na de eerste wereldoorlog.

 

De realiteit van de bezetting hield in dat Duitsers Belgische officieren dienden te groeten, hun hoed afnemen, opzij moesten staan. Er waren Belgische soldaten die de oorlog hadden meegemaakt, die hun rancunes uitten in kleine pesterijen en vernederingen. Verveling bij de bezettingstroepen uitte zich in minder fraaie aspecten als prostitutie en drugstrafiek in cocaïne. De inkwartiering bij Duitse gezinnen leidde soms tot conflicten met de lokale bevolking, zoals hogere energiekosten, mishandelde huisdieren, ook al waren de ordewoorden uit Brussel om naar een goede verstandhouding te streven. In de meeste districten waren de relaties naar behoren, maar mistoestanden gingen over de tongen. Een strikt militair regime ging bovendien niet altijd hand in hand met een vriendelijke behandeling van de lokale bevolking. De schaduw van de Groote Oorlog hing over zowel de Belgen als de Duitsers in dit gedwongen samenlevingsmodel[2].

 

In historisch perspectief waren de bezetting en de herstelbetalingen ook een beroerde gebeurtenis, die de opflakkering van het Duitse nationalisme grotendeels bevorderde. Hitler verwees in "Mein Kampf" niet geheel ontevreden naar de gebeurtenissen. De S.A. werd in deze periode omgesmeed tot een militaire organisatie.

 

Hitler stelde onomwonden: "De bezetting van het Ruhrgebied was een kans; het noodlot bood ons hier weer eens de gelegenheid, om ons te verlossen uit onze ellende. Want deze daad, welke op het eerste gezicht zulk een zware ramp leek, bleek bij nadere beschouwing een prachtige en veelbelovende mogelijkheid in zich te sluiten, om een einde te maken aan de Duitse lijdensweg." Het pad was geëffend voor een tweede wereldbrand.

 

1887 – Luitenant-generaal William Lauwers (Lauwens) in Brussel en Meerle

 

Afbeelding met buitenshuis, boom, zwart-wit, huis

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Het gezin Lauwens  -Dupret woonde in Brussel. In 1900 kocht hij een huis met tuin in Meer van metser Frederik Van Camp en diens echtgenote Johanna Bresselaers en land van Jan Peter Lenaerts en diens echtgenote Marie-Thérèse Van der Avort.

 

Afbeelding: de villa “Lauwers-Dupret” in Meerle, Hoogstraten

 

In het gehucht Elsacker te Meerle, momenteel zelf deelgemeente van Hoogstraten, stond aan de Chaamse Weg 38 een statig herenhuis dat de naam “Villa Lauwers-Dupret” droeg.

Hier woonde het gezin van generaal-majoor William Lauwers   en Jeanne Dupret. De plaats was ook bekend als het “Kasteel Elsacker”, omdat hier vroeger het kasteel van rentmeester Wouter Van den Elsacker, rentmeester voor de abdij van Thorn die er in 1588 woonde, zou hebben gestaan. Omstreeks 1500 bevond zich hier naar verluid al een schrans, een verdedigd bolwerk waar mensen in tijde van oorlog hun toevlucht zochten met hun goed en vee. Omstreeks 1700 was het voormalige kasteel een buitenverblijf van de rentmeesters van de abdij van Thorn. Het bleef in bezit door de familie Van Beeck, rentmeesters van Thorn, tot aan de dood van Magdalena Van Beeck op 5 januari 1797. Zij was weduwe van Jan Michael Soreth, rustend kolonel van de Bataafse republiek. Zijn naam zou verbonden blijven aan de hoeve nabij het kasteel.

 

Na haar dood kwam het goed in het bezit van Jan Petrus Eeltjens, een familie uit Breda. Bij erfenis ging het over aan de familie Dupret-Bruggeman uit Brussel op 12 oktober 1860. De eigendom werd vervolgens verdeeld, en het huis kwam in 1899 toe aan William Lauwers-Dupret die het heropbouwde in 1904 en die bij de verhuis feestelijk werd ingehaald te Meerle.

William Lauwers   werd vermeld in 1910 naar aanleiding van een verlenging met 9 jaar van zijn jachtrecht op gronden van de kerkfabriek en bij de opstart van de feestzaal "Ons 't huis" waarbij gronden werden afgekocht "van kolonel Lauwers".

William Lauwers werd geboren op 3 februari 1856 te Antwerpen. Hij overleed op 13 november 1924 te Brussel. Hij werd begraven in het familiegraf Lauwers-Dupret bij Sint-Salvator te Meerle.

 

Op dat moment was hij kapitein in het Belgische leger. In 1901 werd een stuk land verhandeld in Meer met Jozef Aerts en diens vrouw Johanna De Kort. William Lauwers werd vermeld bij de verkoop van hout in Meer in december 1902 en 1903 [op 22 december 1902 notariaat Versteylen 18184-0497, op 22 december 1903 notariaat Versteylen 18185-0584]. In 1902 werd grond verhandeld in Meerle bij Meer van Marie Vermouden en Caroline Willemse, een stuk heide met Corneel Aerts en diens vrouw Petronilla Van Hoof, en gronden met landbouwers Jacob Eelen en diens vrouw Cornelie Van Aelst. Op 21 september 1905 gaf hij volmacht aan zijn echtgenote bij de aankoop van een stuk land [notariaat Versteylen, S/A N 51-52]. Hij was toen majoor bij de grenadiers en kon het beheer van onroerend goed niet alleen af. Op 10 augustus en op 2 november 1907 trad hij alsnog op om één en ander te regelen. Een huis met gronden werd aangekocht aan de Hulschenbosch in Meer, van Antoon en Henri  Huybrecht.

 

Bij een volgende regeling waren de betrokken partij Henri Boeren en zijn echtgenote Adrienne Verschueren, landbouwers op de Elsakker in Meerle[3]. Nog op 12 oktober 1907 was in Meer bouwland aangekocht van bakker Jules Kerven en dienst echtgenote Caroline Verschueren en dezelfde dag werd bouwland verhandeld met Johanna Van Boxel, weduwe van Constant Havermans. Bij het huwelijk van dochter Adeline op 27 juni 1910 is William Lauwers luitenant-kolonel bij het 9e Linie regiment.

 

Afbeelding met kleding, verven, tekening, wapen

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.België was niet afdoende voorbereid op de Duitse inval. Men had geen recente oorlogservaring, de uitrusting van het leger kreeg politiek weinig aandacht – de dominante katholieke partij beschouwde het leger als een “oord van verderf” -, en men ging er van uit dat de internationale status van neutraliteit zou stand houden, zoniet moest het leger enkel stand kunnen houden tot er vanuit geallieerde landen hulp zou arriveren. Niettemin was er geïnvesteerd in modernisering van het leger: twee fortengordels, snel vurende kanonnen en mitrailleurs. Een nieuwe militiewet van 1913 zou de troepensterkte verhogen zodat een veldleger van 340.000 manschappen kon worden opgeroepen. Toen de oorlog uitbrak, raakte men slechts aan 190.000 manschappen en waren de middelen ontoereikend. Het was “te weinig, te laat”. De Belgen moesten het, theoretisch, proberen uit te houden tot augustus 1914, defensief, en onvermijdelijk gekoppeld aan een terugtrekkende strategie. In november 1914 sprak men nog van 30.000 inzetbare manschappen. De rest was gesneuveld, gewond, gedeserteerd, gevangen of geïnterneerd in het neutrale Nederland.

 

Afbeelding met kleding, Menselijk gezicht, person, wapen

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Alsnog zou het resterende Belgische leger evolueren tot een te duchten, weliswaar kleine, militaire speler die succesvol deelnam aan het bevrijdingsoffensief in het najaar van 1918.  Tactische samenwerking, specialisatie, verantwoordelijkheid tot de lagere niveaus, een betere communicatie, een betere bewapening waren elementen die het verschil maakten met het leger van 1913 [afbeelding rechts: Belgische grenadier in 1914-1918, de eenheid waar William Lauwers diende vanaf 1910. De ‘beremuts’ werd vervangen door een kwartiermuts].

 

Luitenant-generaal William Lauwers  of Lauwens[4]  was bevelhebber van het Belgische Rijnleger tussen 1923 en 1925 . Hij werd vermeld als militair gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen in 1914 (met de rang van generaal-majoor[5]) en voerde van januari 1924 tot maart 1924 het bevel over het detachement van de Ruhr, ook wel het Belgische 'Rijnleger' genoemd [afbeelding: prent van Jagers-te-voet voor de Groote Oorlog].

 

De bezetting, die begon op 11 januari 1923 toen Belgische en Franse legereenheden Essen bezetten, zou eindigen tussen 15 en 24 juli 1925. De bezetting van de Ruhr vormde één van de belangrijkste internationale gebeurtenissen in de periode tussen beide wereldoorlogen. Het ging er om Duitsland herstelbetalingen af te dwingen na de eerste wereldoorlog. De bezetting stuitte op passieve weerstand, burgerlijke ongehoorzaamheid en enkele pogingen tot sabotage door de Duitse bewoners. Op 30 juni 1923 werd een bomaanslag gepleegd op een trein met Belgische militairen en er kwamen tien Belgen om het leven. Eén van de gearresteerde saboteurs was NSDAP-lid Albert Leo Schlageter. Hij werd geëxecuteerd. Elf jaar later zou het Rijnland onder Hitler worden herbewapend.

 

William Lauwers overleed op 13 november 1924 in Brussel. Hij werd begraven in het familiegraf Lauwers-Dupret bij Sint-Salvator in Meerle.

 

 

 

 

 

 



[1] O.m. in de revue internationale de l'histoire militaire werd zijn naam gespeld als Guillaume Lauwens. Hij is een afstammeling van de Hombeek-Leestse stamlijn via Zemst.

[2] Zie onder meer scriptie “De Rijnbezetting door de Belgische troepen. De verhoudingen tussen bezetter & bevolking (1918-1923)” van Charlotte Vekemans, K.U. Leuven, 2015

[3] Bij de definitieve toewijzing op 22 mei 1907 werden ook Peter Jacobs, weduwnaar van Johanna Boeren, en Georges Jan Baptist Duprez, Brussels senator, vermeld.

[4] O.m. in de revue internationale de l'histoire militaire werd zijn naam gespeld als Guillaume Lauwens.

[5] Generaal-majoor William Lauwers werd vermeld bij het Militair Gerechtshof te Antwerpen, naar aanleiding van een klacht van de (overigens vaak omstreden) auditeur-generaal baron Durutte, omdat de generaal-majoor in oorlogstijd zijn stelling of post zou hebben verlaten "pour pouvoir à sa propre sécurité". In een arrest van 12 september 1914, werd William Lauwers hiervan vrijgesproken.