|
|
Blog - 1, 2, 3 Corona!
1918 – De Spaanse Griep veroorzaakte
meer doden dan de Eerste Wereldoorlog De “Spaanse Griep” was een
wereldwijde epidemie (“pandemie”) uit de jaren 1918-1920 die volgens
schattingen tussen de 20 tot 100 miljoen levens eiste. De mortaliteit van dit
H1N1 virus overtrof ruimschoots het dodental van de “Groote Oorlog”
tussen 1914-1918.
Waar de Spaanse griep vooral jongvolwassenen
trof, ligt het sterfterisico bij het Coronavirus eerder bij zestigplussers. Met de hoge kans op sterfte, is de focus op het
beperken van de verspreiding terecht. En dat was niet anders in de vorige
eeuwen. De “Spaanse” griep ontstond naar alle waarschijnlijkheid in Haskell
County in Kansas in de V.S.[2].
Het virus verspreidde zich via de opleidingskampen en de troepentransporten naar
Europa. Omdat er in Spanje voor het eerst over werd bericht, kreeg het de
bijnaam “Spaanse griep”[3].
Spanje was een neutraal land tijdens de Eerste Wereldoorlog, en er was geen
oorlogscensuur. Hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn,
extreme vermoeidheid en flauwtes waren gekende symptomen. De gewone griep trof doorgaans kinderen en
bejaarden het hardst, en de laatste groep was altijd al het meest kwetsbaar.
Dat was anders met deze “Spaanse” griepvariant. De hoogste mortaliteit trof
de leeftijdsgroep van 14 tot 21-jarigen. De ziekte sloeg snel over naar
andere legers en noch vriend noch vijand bleven gespaard. Toen de oorlog in
Europa in november 1918 eindigde, verspreidde het virus zich makkelijk via de
massabijeenkomsten waarin het einde van de “Wereldbrand”
werd gevierd. Zo’n 20% van de wereldbevolking zou besmet raken, niet alleen
in Europa en Amerika. Ook in Australië, Rusland en India vielen miljoenen
slachtoffers. Er waren weinig of geen afdoende remedies, al
deden ook “fake news”
verhalen de ronde dat alcoholhoudende dranken als jenever zouden helpen[4].
Later onderzoek zou aantonen dat de dodelijkheid van het virus vooral te
wijten was aan de hevige immuniteitsreactie van het lichaam, via beschadiging
van longweefsel. Dat lag ook in de lijn van bevindingen met recentere
virusvarianten zoals de H5N1 of “Aziatische griep”
in 2007. Een gewone griep verspreidt zich eerder
gelijkmatig onder de bevolking, terwijl de Spaanse griep zich, net als
Covid-19, eerder in clusters verspreidde. Eigenlijk betekent dat ook dat de
laatste griepvarianten beter in te dijken zijn, net zoals dat bij SARS en
MERS het geval was. Dat men daar bij de aanvang van Covid-19, - net zoals bij
de Spaanse griep - niet goed in geslaagd is, heeft veel te maken met de
onterechte aanname dat het om een “gewone” griep ging, én de censuur –
oorlogscensuur in 1918 en de aanvankelijke doofpotoperatie eind 2019 in
China. 70.000 jaar geleden: van jager-verzamelaars naar landbouwgemeenschappen Epidemieën gingen en gaan hand in hand met de manier
waarop mensen samenwonen. Het ontstaan van landbouwgemeenschappen, en
stedelijk gaan wonen, werkte de verspreiding van ziektes met epidemisch
karakter in de hand. Daar waren verschillende redenen voor: men woonde
dichter op elkaar in een vaste woonkern, de voeding werd éénzijdiger en
minder gevarieerd, er werden meer kinderen geboren, en landbouw leidde tot
een meer georganiseerde grondbezetting. Bij jager-verzamelaars zag het er allemaal anders
uit: kleinere gemeenschappen, een meer gevarieerde voeding, natuurlijke
barrières als ondoordringbare wouden, er werden gemiddeld maar om de zoveel
jaren kinderen geboren – want men verplaatste zich vaker. De leefwereld van
de mens veranderde ingrijpend toen men voor vaste woonplaatsen begon te
kiezen en de natuur meer en meer naar z’n hand zette (ontbossing, uitsterven
dier- en plantensoorten, monoculturen en eenzijdiger voeding,
bevolkingsexplosie…). Er zijn nog heel wat andere redenen te bedenken hoe
ingrijpend de overgang was: het ontstaan van een leidende klasse, van legers,
steeds grootschaliger oorlogen, de nood aan grootschaliger
voedselvoorzieningen naarmate de bevolking uitbreidde en omdat ‘niet-voedsel-producerende’
sociale klassen ontstonden, om er maar enkele te noemen. Ook dit was geen
zwart/wit plaatje: de technische evolutie door specialisatie, de
industrialisatie, de professionalisering van de medische wetenschap hadden
ook hun merites. Uiteindelijk leidde het ‘setllen’ ook tot een
heel andere sociale cultuur, waarin familie en clan ‘solidariteit’ plaats
ruimden voor een door een kerk of een ‘overheid’ georganiseerde sociale zorg.
In theorie zou die efficiënter moeten zijn door specialisatie, maar men kon
zich vragen stellen over de maatwerk aanpak en de teloorgang van
natuurgeneeskunde die van generatie tot generatie werd overgedragen. |
|
1833-1866 – Cholera In de 19e eeuw braken in
Europa verschillende grote cholera-epidemieën uit. Cholera is een infectieziekte
veroorzaakt door een bacterie die zich via besmet water verspreidt. Kenmerken
zijn op de eerste plaats braken, heftige diarree en uitdroging. In de 19e
eeuw was er nog geen degelijke behandeling en het sterftecijfer was dan ook
erg hoog: ruim 50% van wie geïnfecteerd raakte. Men vergeleek de zogenaamde “blauwe
dood” - door de ziekte kreeg de huid immers een vreemde blauwe kleur -
met de zwarte dood (pest) van de voorgaande eeuwen. Onder meer in
Leuven vond in de jaren 1833, 1849 en 1866 een cholera-epidemie plaats die een duizend slachtoffers telde. Het kwalijkste jaar was 1849, met 577 doden,
vooral in de armere, druk bevolkte wijken rondom de Voer - in de zomer was
die een open riool -[5]. Ook kleine gemeenten
bleven niet gespaard van deze ziekte[6].
1740 - Dysenterie Pastoor Paqué uit Perk
beschreef het jaar 1740 als een rampzalig jaar: "O jaer veertigh,
Jaer veertigh, Hoe hert syt ghy en speetigh". Het was echter niet
enkel dat jaar dat moeilijk was voor de plaatselijke bevolking. De oogst van het jaar
voordien was mislukt en de winter die erop volgde was bijzonder streng geweest.
De wintergewassen bevroren en honderden dieren stierven van de kou. De zomer
van 1740 had wat beterschap gebracht, maar het bleef moeilijk. De noten aan
de bomen bevroren toen het in oktober drie dagen na elkaar vroor. 's Nachts
roofden hongerige mensen de aren op het veld. In september 1741 brak onder de
verzwakte bevolking dysenterie uit. Arm noch rijk werden ontzien, en zeker de
kinderen niet. Te Hombeek waren er in september en oktober 1741, liefst 104
overlijdens[7].
Dysenterie was een
regelmatig voorkomende dodelijke aandoening. De ziekte kon plots opkomen en
gepaard gaan met koorts, koude rillingen, buikpijn, pijnlijke ontlasting,
misselijkheid met bloed en braken. Voor genezing waren families vooral op zichzelf
aangewezen als men het niet kon veroorloven naar een hospitaal of naar een
ander verblijf te gaan. Daarom maakte de ziekte vaak meerdere slachtoffers
binnen dezelfde woonst en binnen een familie.
behandeling uit
rehydratie, in het aanvullen van het vochtverlies met water en zouten om
uitdroging te voorkomen. In de 21e eeuw werd
dysenterie veelal omschreven als een uitheemse, tropische ziekte. Ook verder
in de 18e eeuw vinden we nog getuigenissen van hoge
(kinder-)sterfte in gezinnen[8]. Vanaf de 14e tot de 19e eeuw: de
pest in onze contreien De pest was een
infectieziekte die een epidemisch en soms een pandemisch karakter kreeg en
bij vlagen tot grote aantallen slachtoffers leidde. De pestbacil of “Yersinia
pestis” veroorzaakt de pest, waarvan de bekendste varianten de builenpest
en de longpest zijn. Een gangbare naam was de “Zwarte dood”. In het
midden van de 14e eeuw zouden naar schatting tientallen miljoenen
Europeanen, toen een derde van de bevolking, eraan zijn gestorven. Het was
een voorbeeld van een ziekte die van dieren op mensen wordt overgedragen,
veelal door vlooien bij de builenpest, en bij de longpest werd deze ook van
mens tot mens overgedragen door hoesten en niezen. De pest kan overigens ook
voorkomen bij honden en katten volgens recent onderzoek. Symptomen van
de pest werden ook al eeuwen geleden beschreven: koorts, spierpijn, hoofdpijn
en een gevoel van vermoeidheid. Een zwelling van de lymfeklieren en
verettering konden een verhoogd hartritme veroorzaken, waardoor slachtoffers
agitatie en een delirium konden doormaken. Uit recente
studies weet men dat zonder behandeling de sterfte bij builenpest tot 60% kon
oplopen bij wie geïnfecteerd raakte, en dat binnen de zeven dagen. Ook
longpest had een hoog sterftecijfer. Zonder behandeling was de ziekte binnen
de 48 uur meestal fataal. Bij pestsepsis traden paarse, zwartachtige, vlekken
op – dan was de bloedbaan geïnfecteerd – en daar kwam de naam “zwarte dood”
vandaan. Wanneer dit optrad, was de ziekte binnen een etmaal fataal zonder
behandeling. Bij een lichte variant kon de ziekte zonder behandeling spontaan
genezen binnen de week, en bovendien was het slachtoffer dan vaak immuun
tegen de ziekte geworden. Deze vormen van
pest kunnen vandaag in principe succesvol worden behandeld met antibiotica. Het
afzonderen van zieken, bijvoorbeeld in pesthuizen, en het verbranden van
besmette goederen, waren de voornaamste maatregels die men trof. De ziekte komt
nog steeds voor onder zwarte en bruine ratten, en enkele vatbare andere
knaagdieren. Besmetting van mensen komt nog eerder zelden voor, en dan vooral
in het zuiden van Afrika of in dunbevolkte gebieden in Azië. Recente
pestepidemieën van een zekere omvang waren er nog in het zuidoosten van
Rusland in 1920, in Brazilië in 1936, in Marokko in 1940, in Saigon in 1943,
en in Peru in 1946. Er waren uiteraard nog andere ziekten die een epidemisch karakter
konden aannemen. Denken we hierbij maar aan de pokken, mazelen, tyfus, difterie, lepra en noma.
|
|||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
[1] 13 maart 2020
[2] Een andere, niet aangetoonde, theorie hield
het erop dat het om een gemuteerd varkensvirus uit China ging, dat via Chinese
spoorwegarbeiders in de V.S. belandde.
[3] In Duitsland werd de griep eerder als “Vlaamse griep” bestempeld.
Dat had alles te maken met het IJzerfront. In Brazilië werden in 1918 ook
voetbalwedstrijden zonder publiek gespeeld. De Brazilianen spraken overigens
van de “Duitse griep”, en de Senegalezen over de “Braziliaanse griep”.
De Amerikaanse president deed zowaar een poging om de griep als “Europees”
te duiden, terwijl de meeste wereldburgers met “Chinees” eerder in de
richting van China keken. Merkwaardig, die behoefte om met een beschuldigende vinger
naar een bepaalde bevolkingsgroep te willen wijzen terwijl een virus uiteraard
geen “nationaliteit” heeft. Voor de bestrijding van een epidemie, was het
niettemin belangrijk om de bron van het virus op te sporen en de verspreiding
in kaart te brengen. Daar kwam vanzelf wat geografisch inzicht bij kijken.
[4] A.M De Jong in “Frank van Wezels roemruchte jaren”, 1928. Wel
effectief bleek openlucht therapie in Amerikaanse kampen: zonlicht en frisse
buitenlucht tijdens de zomer. Net zoals men vermoedt bij Covid-19, leek het
Spaanse griep virus geen buitentemperaturen boven de 27-30°C te overleven.
[7] Onder meer onderzoek in Canada (National Microbiology Laboratory) in
2006.
[8] 6 Zie ook verhaal uit 1780, gezin Van Oosten-Lauwens.