|
|
Verhalen – 1763 - Jos Lauwers, burgemeester en schepen van Aarsele (Tielt) Jos Lauwers
Afbeelding: de
Sint-Martinuskerk van Aarsele. Ze werd herbouwd in 1779 en later in 1910,
terwijl de vroeg gotische achthoekige
vieringtoren, opgetrokken in veld- en Doornikse steen, het enige restant is
dat herinnerd aan de oorspronkelijke kerk van het midden van de 13e
eeuw. Gelegen op
de baan van Gent naar Tielt, ontsnapte Aarsele de eeuwen voordien niet aan
plunderingen. Zo werd de gemeente in 1580 verwoest door de Geuzen. Ook
tijdens de 17e eeuw liep het fout, zo onder meer in 1646 en later in 1690,
wanneer de Franse legers er brand en verwoesting zaaiden, en tussen die twee
data in, in 1666, werd Aarsele door de pest getroffen. Zijn eerste echtgenote overleed echter in het
kraambed te Dentergem op 16 augustus 1757. Jos hertrouwde in 1758 in Wakken,
een andere deelgemeente van Dentergem, met Marie Rose Callewaert. Hij
was landbouwer in Dentergem en in Aarsele, waar hij als eerste Lauwers de
hoeve "Baudeloo" bewoonde. De hoeve Baudeloo was meer dan een eeuw het bezit
geweest van de familie Verougstraete. Francis Verougstraete, de
laatste bewoner, was burgemeester geweest van Aarsele, en verhuisde naar
Schuiferskapelle, een andere deelgemeente van Tielt. Deze Francis was een
voorouder van notaris Verougstraete uit Olsene. Baudeloo
Baudeloo had een lange voorgeschiedenis die samenhing met de
geschiedenis van de abdij Baudeloo. De hoeve kwam door een schenking van de
familie Gruuthuuse in het bezit van de abdij Baudeloo van Gent. Dit
klooster was in 1200 gesticht in Sinaai-Waas, waar een gelijknamige hoeve
bestond en nog steeds bestaat. Na verwoestingen door de Geuzen werd het
klooster in 1602 overgebracht naar Gent. Willem de Castillo
werd er in 1610 abt. Het klooster zou op 31 oktober 1796 worden bezet door de
Fransen, die de kloosterlingen verdreven. De Fransen verkochten het Gentse
klooster als 'nationaal eigendom' en hospikken van Gent kochten het
als 'zwartgoed'. De Aarseelse hofstede Baudeloo was een grote
schapenhoeve, waarvan thans enkel de grote schuur aan de straatkant nog
overblijven. De familie Lauwers woonde er 141 jaar, van 1763 tot 1904. Jos Lauwers Albert was eveneens burgemeester van Aarsele, tussen
1802 en 1851, het jaar van zijn overlijden. Alberts zoon Ivo Lauwers
|
|
Verhalen - 1775 - Overlijden van
Isabelle Clara Lauwers in 't Convent ter Engelen
(Gent)
Zij
overleed op 19 april 1775 en behoorde tot het Convent "Ter Engelen".
Afbeelding: de
convent poort van het Convent Ter Engelen situeert zich momenteel in de
Akenstraat 1 te Gent en behoort tot het Beschermd Erfgoed van de stad. Ander
conventen heetten "De Heilige Drievuldigheid", "Ter
Eecken", "Sint-Jozef", "Ter Steenen",
"Ten Hove", "Ter Wijngaarden" en ook "Het
Groot Convent" en "Het Nieuw Convent". In
het Convent "Ter Engelen" overleed op 22 juni 1792 ook Agnes
Werrebrouck, dochter van Francis Werrebrouck en Barbara
Theresia Crestiaen (Cerstiaens). Bij de overlijdens werden ook
enkele niet-begijntjes vermeld. Verhalen
- 1825 - Jan-Baptiste Lauwers vermist in Gottem (Deinze) In
de Gazet van Gent verscheen op 14 november 1825 het bericht dat Jan Baptist Lauwers Hij
werd teruggevonden. Zijn begrafenis werd vermeld enkele weken na de oproep,
op 30 november 1825. Jan
Baptist Lauwers Zijn
moeder Marie-Anne Ottevaere overleefde hem meer dan drie jaar en
overleed op 23 mei 1829 in Gottem op 87-jarige leeftijd. Jos Lauwers Kaart en foto: Gottem in de
omgeving van Deinze, aan de Leie [uit private collectie, 2006 (met dank aan
Maurice Thorré)].
Personen
die meer wisten over hem, werden opgeroepen contact te nemen met Verhaest,
de burgemeester van Gottem. Er werd een treffelijke beloning in het
vooruitzicht gesteld. Gottem
is een deelgemeente van Deinze, in de Leiestreek.
|
|||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|
[1] Zie ook verhaal van zijn vader 1749 - Jaak Lauwers, schepen in Gottem: Lauwers en
Lauwaert(s) (Deinze).
[2] Volgens de vermelding in het
register. Mogelijk was zij gedoopt op 14 maart 1700 in Ruddervoorde bij
Oostkamp als dochter van Jan Lauwers en Adrienne van Moerkercken
en was zij een kleindochter van Peter Lauwers en Jeanne Naeyaert uit
Oostkamp, maar de geboorteplaats kwam dan niet overeen met de afkomst. Wij
hebben redenen om aan te nemen dat zij eerder een dochter was van Geert
Lauwers, de voormalig deken van
het ambacht van de kuipers en boekhouder van de Confrérie van de Heilige Moeder
Anna en de Onze-Lieve-Vrouwe-Presentatie van de Sint-Jacobskerk van Brugge. Hij
was gehuwd met Jacoba Van Vijve [zie ook verhaal 1761
- Geert Lauwers, deken van het ambacht der kuipers en zoon Jacques, schilder
(Brugge/Amsterdam)].
[3] Deze term duidde begin 19e eeuw op een lange jas die ter
bescherming over de kleding werd gedragen. Merk de gelijkaardige betekenis met
het woord “overall” een term die opkwam na de tweede wereldoorlog onder
Engelstalige invloed.