Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

 

Verhalen - 1710 - Gaspar Lauwens, "chirurgien" (Mechelen)

 

 

Gaspar Lauwens  was chirurgijn in Mechelen, opgetekend op 30 mei 1710 in de lijst van medische beroepen (“Catalogue des chirurgiens"). Gaspar Lauwens was op 24 februari 1675 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw gehuwd met Liesbeth Bosmans [ZIE MEC XIV 000464]. Het gezin woonde in de Lange Nieuwstraat in hartje Mechelen, “intra muros” binnen de stadsomwalling. Hij was een zoon van Gaspar Lauwens  en Johanna Peeters uit Mechelen.

 

De kinderen uit dit huwelijk werden gedoopt tussen 1677 en 1693 in de Sint-Katelijne parochie in Mechelen. De eerstgeboren zoon heette ook Gaspar. Hij werd gedoopt op 15 januari 1677 en overleed op 8 december 1690 in Mechelen op dertienjarige leeftijd.

 

Kaart: situering van de Lange Nieuwstraat in Mechelen in 2023.

 

Zogenaamde chirurgijns stonden aan het begin van de 18e eeuw vaak lager op de sociale ladder van de medische wereld dan later in die eeuw. Zij stonden meestal de doctores medicinae bij, terwijl de medische wetenschap zich ontwikkelde en zich vooral toespitste op epidemieën – waarvan de zogenaamde “pestdokters” een voorbeeld waren – en op de verzorging van oorlogswonden - soms amputatie om koudvuur te vermijden - en accidentele wonden. De chirurgijn legde zich toe op aderlating, wondverzorging en botbreuken. Laudanum en alcohol werden gebruikt als verdovingsmiddel. Gaspar was een tijdgenoot van Luis Arroyo, de Mechelse stadsdoctor en chirurgijn die het huis “De Vier Emmerkes” verbouwde in de Befferstraat in 1683-1699[1].

 

In het gasthuis Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle van Mechelen had de chirurgijn in de 17e eeuw een eigen verbandzaal, waar zij werden geassisteerd door zaalknechten en zaalmeiden. Hij kreeg zijn opleiding in chirurgie in een anatomisch theater – een plaats waar voornamelijk terechtgestelde misdadigers werden ontleed. In de 17e eeuw kwam het beroep naar verluid voort uit het werk van de barbiers – die zich toelegden op het scheren, knippen en verzorgen van baarden en snorren. Van tijdgenoot en Brugse chirurgijn Jan Palfijn wisten we dat hij zijn instrumentarium kon ontlenen van de Brugse gilde voor chirurgijn-barbiers. Dit was in Mechelen allicht niet anders want de instrumenten waren duur.

 

image011.jpg image008.jpg

 

Ook voor de geesteszorg groeide de aandacht, met de eerste krankzinnigen opvang in “dolhuizen” bijvoorbeeld. De gezondheidszorg werd vooral op het lokale niveau georganiseerd, in navolging van de “gasthuizen” die door katholieke congregaties waren ontstaan. Steden als Mechelen hielden lijsten bij van erkende chirurgijns, dokters en apotheken.

 

 

image005.jpg

Afbeeldingen: het “Dolhuis” in Berlaar dateert van omstreeks 1900. Het was verbonden aan het rusthuis Sint-Augustinus voor de opvang van geesteszieke bewoners. – Gravures over de operaties en de instrumenten in de chirurgie aan het begin van de 18e eeuw (1712)[2] [© Foto Dolhuis Berlaar, Patrik Lauwens, 2016 – Bewerking prenten uit private collectie, Jean Scultet, 1712 (Public Domain). – kaart © Google, 2023 onder gebruikslicentie.].

 

 

De lugubere rol van chirurgijns in de middeleeuwen

 

In de middeleeuwen had de rol van een chirurgijn naast heelkunde ook een veel donkerder kantje. In de 13e tot 15e eeuw stonden zij in het Graafschap Vlaanderen de beul bij tijdens de “tortuur” (marteling) in een tijd dat pijniging als een wettig middel van onderzoek en van lijfstraf werd beschouwd. Van de eed van Hippocrates had men blijkbaar niet gehoord.

 

De chirurgijn ging de bewegingen van de beul na en gaf de ideale plaats voor de amputatie van een vinger of een hand aan als lijfstraf en hij greep in wanneer het leven van de gefolterde in het gedrang kwam. De tortuur in al haar variaties bestond uit geselen, brandmerken, het afsnijden van de neus of van de oren, het afhakken van handen of vingers, het doorsteken van de tong, het uitsteken van één of beide ogen[3]. De chirurgijn was enkel aanwezig bij lijfstraffen, niet bij de doodstraf of bij de vaststelling van het overlijden.

 

In 1297 kreeg Jan Quaethaer drie pond van de Brugse stadsmagistraat om zich na zijn veroordeling tot “ophanging aan de duimen” te laten verzorgen door een chirurgijn. In 1520 werd de tortuur van de Brugse brouwersknecht Jan Neyts uitgesteld op vraag van de chirurgijn omdat het te koud was: midts de groote coude ende vorst ende alvoorens gehad hebbende tavijs van de medecijnen ende chirurgienen endat by dien bevonden es datter dangier inne ghelegen soude zyn in d’executie van den lyve es de zelve executie ghediffereerd toter veranderinghe van den wedre”. In 1537 kreeg de Brugse gezworen chirurgijn Claeys van den Leene een compensatie van zes pond omdat hij de scherprechter assisteerde toen de veroordeelde Andries Willems de hand werd afgehouwen. Er werden gelijkaardige terechtstellingen opgetekend waarbij de chirurgijn aanwezig was, zoals die van Joos Qaille (Van Coillie) in 1540. Om de misdaad aan te duiden sprak met niet van een hand, maar van “de rechtse vuist” van de terechtgestelde. De vuist stond voor agressie.

 

Nog in 1638 kregen in Brugge de geneesheren Caestecker en Uttenberghe twaalf karaffen wijn omdat ze gedurende zes uur de folteringen van de vermeende heks Jeannette De Vos hadden bijgewoond. Tijdens de oorlogsgruwelen van de daaropvolgende eeuwen kenden we de beelden van chirurgijns die aan het werk waren in veldhospitalen.

 

De vaardigheden van chirurgijns waren al bekend van de Grieken en de Arabieren en gingen terug op een eeuwenoude traditie en kennis. De rol van chirurgijns evolueerde uiteraard in de tijd – denken we maar aan de behandeling van schotwonden tijdens krijgsdaden vanaf de 16e eeuw[4] -, tot wat in de “moderne tijd” een nobel heelkundig beroep is geworden.

Verhalen1723 – Waar woonden de families Lauwens in Leest?

 

 

In de lijst van communicanten in de parochie Leest van (september) 1723, werden verschillende Lauwens vermeld. De pastoor was Jan Frans Van Heijmbeke, afkomstig van Brussel. De koster was Frans Elias, een zoon van Katrien Van Regenmortel en Peter Elias. Peter Elias was geen onbekende: hij trad onder meer op als getuige bij het huwelijk van Liesbeth Lauwens  met Jan Dillis in 1681 en bij het huwelijk van Simon Lauwers , een zoon van Peter Lauwers  en Jeanne Persoons, met Petronilla Geerts in 1684 [ZIE LEE XV – 000603].

 

De lijst gaf inzicht in de woonplaats van de gezinnen Lauwens, en hun samenstelling.

 

plaats

informatie

De Plaets[5], de Molen en de Scheerstraet

Families die er woonden: Van Heijmbeke (pastoor), Elias (koster en in Sint-Sebastianus, een taverne), Putters, Lauwens, Van Steenwinckel, Bulens, F(i)eremens, Vloesbergen, Diddens, Bal, Muyldermans, Fierens, De Laet, Smets (op Rooselaer), Bogaerts, Van Kersbeeck, Leemans, Vermijlen

In het gezin van Joos Lauwens  en Liesbeth Leemans [ZIE LEE XV – 000639], werden de kinderen Anna, Peter (15 jaar en communicant), Jaak (12) en Jeanne (10) vermeld. De oudste zoon Jan , geboren in 1694, was al in 1720 gehuwd met Marie Schits [ZIE LEE XVI – 000731] en woonde in de buurt op het Molenhuis. De oudste dochter Greet , geboren in 1696, was in 1715 overleden. Anna , geboren in 1696, woonde nog thuis en huwde in 1730 met Corneel Mies. Communicant Peter  werd geboren in 1707, en zou ongehuwd in 1753 te Humbeek overlijden. Jaak  was geboren in 1711 en Jeanne  werd geboren in 1713. Joos Lauwens werd ook in 1729 vermeld toen hij een gulden bijdroeg "tot het doen maeken van een schoon horologie op den toren der kercke".

In het gezin van Jan Lauwens  en Marie Schuts [ZIE LEE XVI – 000731], die woonden op ’t Molenhuis, werden de kinderen Katrien  (30 maanden) en inwonend Liesbeth Suys (12) vermeld. Dochter Katrien was de eerstgeborene, geboren op 5 maart 1721 te Leest. Marie Schuts was hoogzwanger toen de telling gebeurde want zij beviel kort daarna op 7 oktober van Michel Lauwens , en Liesbeth Suys was ongetwijfeld een welkome hulp in het huishouden. Of Liesbeth Suys verwant was, weten we niet. Er waren wel (latere) verwantschappen met deze familie, zoals het huwelijk van Peter Lauwens , een zoon van de vermelde Michel die in oktober 1723 zou worden geboren, met Katrien Suys in 1776 in Londerzeel. Michel, vermoedelijk grootgebracht door Liesbeth Suys, zou het nog meemaken dat zijn zoon met een verwante van zijn kindermeisje huwde.

In het gezin van Jan Lauwens  en Emerentia De Ridder [ZIE LEE XVI - 000715] werden de kinderen Katrien  (10), Joos  (8), Antoon  (6) en Willem  (2) vermeld. Katrien was geboren in 1713 en zou ongehuwd overlijden in 1789. Joos werd geboren in 1715 en zou in 1774 overlijden. Antoon werd geboren in 1717 en zou in 1748 trouwen met Liesbeth Van Balen [ZIE WIL XVII – 001101].

Ook naaste geburen waren blijkbaar verwant: Nicolaas Van Steenwinckel, die ook met een Liesbeth Leemans was gehuwd, trad in Leest op als getuige bij het huwelijk van Jan Lauwens  en Anna Verschuren in 1704, samen met de hogervermelde Peter Elias. Een verwante, Antoon Van Steenwinckel was in 1714 te Zemst gehuwd met Cecile Lauwens  [ZIE ZEM XVI - 000721], en er waren wel meer verwantschappen, vooral in Zemst en in Eppegem. Caroline Keulemans, gehuwd met Willem Buelens, die in de buurt woonden op het ‘Hof ter Moortere’, waren zeker verwant via de familie Bulens, terwijl er in die tijd ook verwantschappen waren tussen Lauwens en Ceulemans in Zemst en in Heffen.

De Winckel en de Lijckstraet met de Capelle Baene[6]

Families die er woonden: De Wit, Bulens (onder meer op Schuercappruijn en Speelgoed), Verlinden, Wauters, Vermerthem, Bogaerts, Smets, Van Kersbeeck, Feremans, Van Asch, De Keyser, Diddens, Putters (taverne Den Kijser), Croon, De Laet (op de hoeve Thiende Schuer), Huysmans, Van Frausem (smid), Verhoeven (wagenmaker), De Bleser, Peeters (op de hoeve Ter Holsen), Moortgat (hoefijzersmid), Coeckelberg (op de witte hoeve), Nieuwlans (op de Stijnenmolenhoeve) .

Geen meldingen van Lauwens.

 

Haxdonck Weirelijck Capelle

Families die er woonden: Wellens, Peeters (onder meer in de Ouden Pappot), Van Dijck, Ditens, Coeckelberghs, Van Camp, De Prins, Feremans (op de Vlierdonck hoeve); hier lag ook het domein ‘Koninxsteen’.

Geen meldingen van Lauwens.

De Biest en Haelemstraet

Families die er woonden: Bulens, Verbrugg(h)en, Van den Heuvel, Coppens, Heeckelaers, Van Cutsem, De Laet, Jacobs (in de Torenhoeve), Marselles (in ’t hovenhuijs Jois). Peeters, Fierens, Van Geem, Troch, Selleslag(h).

Geen meldingen van Lauwens.

Clijn Heide[7]

Families die er woonden: Huysmans, Van Boom, De Ruysscher, De Laet, Fierens, Van Rijmenant (op de Augustijnehoeve), Bulens (op de Jezuietenhoeve), Dillis, Van den Bemdt.

Geen meldingen van Lauwens.

 

Tisselsche Baene[8]

Families die er woonden: Lauwens, Verschuren, Verbrugg(h)en, Van Halen (Van Balen?), Selleslagh, Bradt Van den Heuvel, Van Win, De Prins, Van den Bemd(t), Van Hoof, Dillis, Fierens, Caimo (de heer, echtgenote Perize), Heeckeleers

In het gezin van Adriaan Lauwens  en Ann Steps [ZIE LEE XVI – 000688] werden de kinderen Jan  (15, ‘innocens’), Jeanne  (13, communicant), Liesbeth  (11), Quirijn   (6) en Hendrik  (4) vermeld. Het jongste kind van het gezin, Jan Michel  , was geboren op 29 september 1722 in Leest en allicht jong overleden, gezien hij niet werd vermeld in deze parochietelling. De vader van Adriaan, Jan Lauwens , woonde bij het gezin. Jan Lauwens  was weduwnaar van Jeanne Lamberts [ZIE LEE XV – 000582] en was een zoon van Peter Lauwens  en Jeanne Persoons [ZIE LEE XIV – 000406]. Adriaan Lauwens werd ook in 1729 vermeld toen hij een gulden bijdroeg "tot het doen maeken van een schoon horologie op den toren der kercke".

In het gezin van Christiaan Lauwens  en Barbara Vermijlen [ZIE LEE XV – 000736] werd één kind vermeld, Willem  (5 maanden oud), en Marie Van den Bemdt, de moeder van Christiaan die inwoonde bij het gezin. Marie was in 1673 in Kapelle-op-den-Bos gehuwd met Corneel Lauwens , en inmiddels weduwe [ZIE HOM XIV – 000541].

Gezien Willem geboren werd eind maart 1723, moet de telling hebben plaatsgevonden in september 1723.

Groote Heijde

Families die er woonden: Sleebus, Van Espen, Huysmans, De Laet, Verhoeven, Van Espen, Keulemans (Ceulemans), Dillis, Bradde (zie ook Bradt hoger[9]), Verbeeck, Fierens (in een hoeve, afgebrand in 1774).

Geen meldingen van Lauwens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Aan het begin van de 20e eeuw was het een kapperszaak, aan het begin van de 21e eeuw een koffiehuis. Een bekende voorganger als Mechelse stadsgeneesheer was botanicus Rembert Dodoens tussen 1542 en 1574.

[2] “L’Arcenal de chirurgie, nouvellement traduit en François” van Jean Scultet.

[3] Zie onder meer Johan Mattelaer in het Museumbulletin 2011, Brugge.

[4] Zie onder meer de vertaling van Ambroise Paré in 1556 van “Chirurgia ofte Veldt-Boeck, van den beroemden meester Scheel-Hans.” uit 1517.  De Nederlanden waren voor die tijd vooruitstrevender dan bijvoorbeeld de Fransen of Engelsen in het voorzien van hulp voor soldaten op het slagveld zie o.m. “Geneeskundige Zorg in het Staatse Leger” van Ronald De Graaf, Leidschrift, 2002 en het gelijknamig proefschrift van A.H.M. Kerkhoff, Nijmegen, 1976.

[5] Dit is het huidige dorp van Leest, via de Kouter verbonden aan Hombeek dat 3 km verder ligt (via Hombeek ging de weg richting Zemst), en via de brug over de Zenne verbonden met Battel en Mechelen op 5,5 km afstand. Hedendaagse straatnamen als de Molenstraat, de Molenweg en de Molenbeekstraat (aan de gelijknamige beek) herinneren nog aan de molen. Noordelijk was er een uitvalsweg naar Heffen, dat 2 km verder ligt.

[6] Het gaat hier om het zuidelijk gebied van Leest, ten westen van de Kouter. De Kapellebaan bestaat nog onder die naam, andere hedendaagse straten zoals de "Tiendeschurestraat" verwijzen naar vroegere plaats benamingen, zoals de vermelde hoeve "Thiende Schuer" die in 1723 werd bewoond door de familie De Laet. Ook de huidige "Winkelstraat" situeert zich in dit gebied dat in 1723 als "Winckel" werd aangeduid.

[7] De "Kleine Heide" situeert zich zuidwestelijk en grenst aan Kapelle-op-den-Bos.

[8] Enkel de "Oude Tisseltsebaan" herinnert nog aan deze uitvalsweg naar Tisselt, ten westen van het dorp. Tisselt ligt op 5 km van Leest. De straat veranderde van naam (momenteel Dorpsstraat-Juniorslaan die overgaan in de Moerstraat-Hoogstraat te Tisselt). De "Grote Heide" ligt ten noorden van de vroegere Tisseltsebaan, richting Blaasveld op 5,5 km afstand (en Willebroek).

[9] Blijkbaar zou het om de familie Brant gaan, verwant met Isabelle Brant, echtgenote van de bekende schilder Pieter Paul Rubens (o.m. kwartierstaat Apers te Leest).