|
Verdachte overlijdens en
criminaliteit in Mechelen
· In
1390 werd de valsemunter Willem Vanders, afkomstig uit Namen,
veroordeeld tot een gruwelijke straf: levend gekookt worden. Die
bestraffing van valsmunters was eerder zeldzaam in Mechelen en kwam
eerder voor in steden als Antwerpen, Gent en Brussel en er zijn ook
meldingen uit steden als Vilvoorde, Aarschot en Tienen.
· Aart
Verbeke werd doodgeschoten in oktober 1521 te Mechelen Sint-Rombout.
Hij woonde in de Schipstraat.
· Tussen
1537 en 1556 werden in Mechelen zes vrouwen en één man terechtgesteld
door middel van verdrinking. Dit gebeurde in een ton of kuip. Er was ook
één geval bekend van terechtstelling door levend begraven te worden, een
straf waarmee dievegges vaak werden bedreigd maar die zelden werd
uitgevoerd. Ook ophanging was een strafmaat. Mechelen had een galgenveld,
de zgn. “Rommekensberg”, dat zich in de late middeleeuwen op Bruinekruis,
tussen Battel en Walem bevond. Tussen 1392 en 1691 werden er
zeven vrouwen opgehangen. In de 14e en 15e eeuw
werd de brandstapel acht keer aangesproken, in de 16e eeuw
zelfs 33 keer. Nog een gruwelijk levenseinde gebeurde door radbraken als
straf. Dit kwam in Mechelen tussen 1378 en 1419, 23 keer voor, en tussen
1562 en 1570 werd de straf opnieuw ingevoerd. “Vierendelen” als straf
kwam in Mechelen niet voor.
· In
1538 belandde Jan Thijs op de brandstapel op de Grote Markt in
Mechelen na een proces, omdat hij het protestantse geloof aanhield. Het
ouderlijk gezin Thijs woonde in de Sint-Katelijne parochie in Mechelen.
· Op
23 december 1555 kwamen de broers Frans en Nicolaas Thys om
op de brandstapel op de Grote Markt. Zij werden
veroordeeld omdat zij het Lutherse geloof aanhielden. Na hun overlijden
worden hun assen uitgestrooid in de Binnen-Dijle. In 1538 was de oudste
broer Jan om dezelfde redenen al tot de brandstapel veroordeeld geweest,
en het gezin was toen naar Engeland gevlucht. Frans en Nicolaas waren na
enkele jaren teruggekeerd naar de Dijlestad. De ouders, Andreas en
Catharina, zouden in Engeland blijven. Het vonnis werd uitgevoerd door
schout Willem de Clercq, ridder en heer van Bouvekercke na een proces
dat al in oktober was begonnen. De inquisiteurs van de katholieke
universiteit onder leiding van Ruart Tapper van
Enkhuizen hadden de veroordeling uitgesproken. De ‘gemeente’
(protestantse parochie) waartoe de broers behoorden, zou pas in 1567 in
Mechelen worden verboden en tussen augustus en oktober 1572 en tussen
april 1580, na de Engelse Furie, en juli 1585, was er zelfs even een
protestants bestuur.
· Andries
Van Loven (Van Leuven) werd in november
1566 doodgesmeten “metten molen roijen”. Hij was van
Mechelen Sint-Jan.
· Anna
Van Heyst was “dood van haar bed gevallen” in
september 1571. Dat was op z’n minst een verdachte omstandigheid (…).
· Anneken Rijmenants (Rijmenams)
werd in augustus 1597 gekwetst door een musket op de grote kermis. Zij
overleed aan haar verwondingen.
· Antoon,
de klokkenluider van Sint-Jan, viel uit het klokgat tijdens het
luiden voor het lof in juli 1550. Hij was “wel bij
de dranck wesende”, zeg maar dronken.
· Antoon
Op de Beeck verdronk in juli 1599 buiten het winket. Hij was een zoon
van Adam Op de Beeck, afkomstig van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Augustijn
Van Roy was een jonge gezel die werd doodgestoken in april 1574. Hij
was afkomstig van de parochie Sint-Rombout.
· Een
naamgenoot Van Roy uit de parochie Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijk
was verwond door Jan Goyers in augustus 1590 en overleed
aan zijn verwondingen.
· Baptista Van
de Hoeve werd doodgestoken in november 1559. Zij was van de parochie
Sint-Rombout.
· Katrien
Smeijers werd op 14 september 1550 dood gevonden op de Heilig-Kruisdag.
Zij was van Mechelen Sint-Jan.
· Katelijne Baecx
(Bax) werd in april 1598 “haestelijck verrast van
de doot”. Zij was van Mechelen Sint-Rombout, en woonde met haar
man Peter Lijbosch in de Moriaan.
· Klaas
Cools was een jonge gezel, doodgestoken op 28 september 1572. Hij was
van Mechelen Sint-Jan.
· Clara
van Schellen overleed in november 1595 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Haar man was in Rumst door de geuzen
vermoord. Zij waren vluchtelingen die in de stad een onderkomen hadden
gezocht.
· Koen Spruyt verdronk
onderweg naar Battel in juli 1558. Hij was van Mechelen
Sint-Rombout.
· Een
niet nader genoemde Corneel werd in september 1576 doodgestoken “bij
de schoenegeerders”.
· Dominiek Stevens
werd in februari 1567 doodgestoken. Hij was van Sint-Jan en werd begraven
op het kerkhof van Sint-Rombout.
· Op
18 mei 1600 kwam Katelijne Van Hove om op de brandstapel op de
Grote Markt van Mechelen. Zij was veroordeeld wegens hekserij en was
gehuwd met Peter Caluwaerts.
· Adriaan Diddens was
door een singel (buikriem van een paard) van de smeden geraakt aan
zijn hoofd. Hij stierf aan de gevolgen in november 1608. Hij was van de
parochie Sint-Rombout.
· Agneta
Jacomijns verdronk in augustus 1605 op een “onmenselijcken”
manier in de Schepstraat. Zij was van Mechelen Sint-Rombout.
· Andries Suetens werd
gekwetst door een slager en overleed aan de gevolgen op 21 november 1603.
Hij was van de Blaewhontstraet in de parochie
Sint-Rombout.
· Anneken Thomas
was “subietelijck”, plots, gestorven en uit bed gevallen op 28
maart 1603 in de parochie Sint-Rombout.
· Antoon,
een opperknaap bij de metsers, was om 9 uur gaan baden in juli 1604 en
was verdwenen tussen de Fonteinbrug en de Grote brug.
· Bonaventuur Van
Hamme overleed in januari 1600 in verdachte omstandigheden: “’t
zaterdags was hij noch op de straet en de ’t sondachs een lijck.”
· Corneel
Frans was nabij Sluis beschoten. Hij overleed drie weken later in
het Spaeschgasthuis in juli 1605. Hij was van de
parochie Sint-Rombout.
· Digna Tubacx werd
dood gevonden op haar bed na twee dagen, op 3 februari 1606 in de
parochie Sint-Rombout. De omstandigheden waren onduidelijk.
· Frans
Persoons overleed in november 1606 van de droogte. Hij woonde in de
Begijnenstraat en werd begraven op het kerkhof van de minderbroeders.
· Hans,
een pottenbakker van Kortrijk, werd doodgestoken op de markt in
januari 1603.
· Hans
Deens was op het Groot Begijnhof gevallen en was aan de verwondingen
overleden in februari 1605. Hij woonde in de Kapelstraat in de parochie
Sint-Rombout.
· Jan
de Merode was een jonge man die in zijn been werd
geschoten en daaraan was gestorven. Hij werd begraven in Gelder, maar
kreeg in november 1606 een uitvaart in Sint-Rombout.
· Lesken Blondeels had
zichzelf in de beerput geworpen. Men had haar nog kunnen redden, maar zij
overleed aan de gevolgen na drie uur onderkoeld te zijn geweest. Zij was
eertijds nog begijn geweest. Zij overleed in februari 1608.
· Een
onbekende jonge man werd in de Blancart gevonden, dood
hangend aan een koord in augustus 1606 – “hoe dat gebeurt es
dat laeten wij god
den heere oordelen oft dat wetens off willen gedan es”.
· Nog
een onbekende jongen was geschoten in juni 1606 en was daaraan gestorven.
Hij kreeg een mis zonder enige ceremonie.
· Arnold
Vermeeren verdronk in september 1610. Hij was diaken
van Zellaar en woonde in de Sint-Romboutparochie.
· Corneel Torfs was
in de brouwketel gevallen en overleden op 29 oktober 1611. Hij woonde in
de Torf in de parochie Sint-Katelijne.
· Antoon
Herrebouts was verdronken in 1619 en zijn lijk werd pas iets meer dan
een jaar later opgevist aan de Donck in Mechelen, eind
december 1620. Hij was afkomstig van de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Antoon Neefs verdronk
in juli 1620. Hij was huidvetter en woonde in de parochie
Sint-Pieter en Paul.
· Willem
Verstreken werd doodgestoken in juli 1620. Zijn lijk werd in het
water gegooid.
· Jan Boodts verdronk
in juli 1620. Hij was van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw Hanswijk.
· Philip
De Cordewagher werd doodgestoken aan het kerkhof in
februari 1617. Hij was van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Adriaan Mariën uit
Berlaar was gevlucht voor de soldaten naar Nekkerspoel, waar hij alsnog
overleed op 23 oktober 1622. Ook Anna Ceulemans uit Bonheiden was
een vluchtelinge die in oktober 1624 overleed in Mechelen.
· Willem
Vanden Plas was verdronken in Keerbergen in april 1630. Hij was afkomstig
van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Hendrik
Janssens was een soldaat te Pasbrug die in februari 1626
werd gedood op Nekkersspoel.
· Laurens Nn.
werd doodgestoken aan de Fonteinbrug in april 1629. Hij was afkomstig van
Mechelen Sint-Rombout.
· Een
onbekende soldaat werd in het woud doodgeschoten in juni 1636. Hij werd
begraven te Sint-Pieter en Paul. Nog onbekende soldaten werden “vermoord”
te Sint-Katelijne op 10 februari 1636 en op het Toncxken op
24 januari 1637. Zij werden begraven in Mechelen Sint-Katelijne. In
november 1641 werd een soldaat vermoord en begraven in de parochie
Sint-Katelijne. In februari 1651 werd een soldaat “dood gesmeten in
een hof” in Mechelen Sint-Jan en in maart 1656 werd een
garnizoenssoldaat die Hubert heette gedood in de parochie
Sint-Katelijne.
· Een
onbekende jongen werd in augustus 1638 ’s avonds levenloos gevonden op de
Grote Brug.
· Op
14 juni 1636 verdronken Antoon, de knecht van Hendrik Van Damme, Barbel Van
Damme, Barbel De Cock, Magdalena Van Damme, Magdalena Clismans,
Clara Molemans, Martha Weijndricx en Antoinette
Van den Steen nabij de molen. In januari 1639 werd nog een lijk
gevonden van Jenneken Coussineau. Het was een hoogst
merkwaardige meervoudige verdrinking.
· Jacques
Goris verdronk op 4 januari 1646 en zijn lijk werd pas na vijf dagen
opgevist. Hij was van de parochie Sint-Rombout.
· Jan
Raes verdronk op 6 maart 1647 in Mechelen Sint-Rombout.
· Jan
Pelemans junior werd gedood in mei 1655. Hij was van de
parochie Sint-Katelijne. Zijn uitvaart vond plaats op 18 mei, drie dagen
voor de uitvaart van zijn vader Jan Pelemans senior.
· Peter
Van Vliet de jongere werd gedood in december 1656 in
de parochie Sint-Katelijne.
· Andreas Quartier was
meester van de afdeling ruiters en werd begin april 1657 gedood. Hij was
van de parochie Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Jacob
Geerts verdronk op 16 september 1659 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij was een kleermaker.
· Een
onbekende vrouw verdronk op 11 april 1659 bij de Koepoortbrug. Zij
werd dezelfde dag begraven in de parochie Sint-Jan.
· Jacobijn
Everaert werd op 5 december 1664 door een medestudent vermoord. Hij
woonde in de Blauwhontstraet in de parochie Sint-Rombout
en werd de dag nadien begraven in de kerk, nabij de kapel naast de
sacristie.
· Jan
Baptist l’Ange was een ruiter die werd gedood in september
1663. Hij werd begraven in de parochie Sint-Jan.
· Martijn
Bonne was een soldaat die in december 1661 werd gedood. Hij werd
begraven in de parochie Sint-Katelijne. Hendrik Kleijen was
een soldaat die in augustus 1666 in de Peperstraat werd vermoord. Hij
werd begraven op 19 augustus 1666 in Mechelen Sint-Rombout.
· Nicolaas Polfliet verdronk
op 4 juni 1661. Hij was corduwanier in de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Paul Karpel was
van de IJzerleen en verdronk in juni 1664. Pas eind juli kreeg
hij een uitvaart in Sint-Rombout.
· Huibrecht
Willem was een garnizoen soldaat die op 5 mei 1666
publiekelijk werd terechtgesteld aan de Katelijnepoort, nadat hij ter
dood werd veroordeeld.
· Peter Colaert verdronk
op 29 december 1666 in Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij werd er ’s
avonds begraven.
· Peter Ambach was
bewaker van de kruitkamer op de vest. Hij overleed op 3 mei 1668 na een
ongeval en werd begraven in Sint-Rombout.
· Adriaan
Van Dooren werkte aan het grote koor van de Sint-Romboutkathedraal
toen hij een val maakte. Hij overleed in april 1672.
· Jan Servaes was
een Antwerpse koetsier die “op jammerlijke wijze” werd vermoord in
Mechelen in juli 1670. Hij werd begraven in de parochie Sint-Katelijne.
· Michiel Castelnove werd
op 24 juni 1672 ‘s avonds op de Grote Markt gedood.
· Antoon
Van Houte was een soldaat die doodgestoken werd “oft gewoorpen”
aan de Fonteinbrug in Mechelen op 20 januari 1676.
· Katelijne Ruelens was
verdronken op 21 december 1674. Zij kreeg een uitvaart in de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle en werd begraven in Muizen.
· Jan Metaen was
een trompetter van de Hollandse ruiters die op 17 juli 1674 werd
doodgestoken. Hij werd ’s avonds begraven in
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Adriaan
Verbiest was een kind, gevlucht uit Rijmenam, dat overleed
op 31 mei 1678. De naam van de ouders kon niet worden achterhaald “niet konnen weten
mits sij niet meer en leefden”.
· Boudewijn
Felix was bestuurder bij de Spaanse artillerie. Hij verdronk op 1
juli 1678 in Mechelen aan het Blokhuis.
· Matthias Donia (de
Donia) werd opgehangen op de Grote Markt op 18 oktober 1677. Hij werd
begraven op het kerkhof van Sint-Rombout. Dit was in de nasleep van de
Spaanse furie in oktober 1576. Vermoedelijk ging het om een Spaanse
soldaat.
· Paul
Persoons was een kind dat verdronk te Mechelen op 3 juni 1677. Hij was
een zoon van Gielis Persoons en Margriet Jennes en werd
begraven te Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Zowat elf jaar later verdronk
ook het broertje Corneel Persoons er, op 29 juli 1688.
· Peter Jongbloet was
een soldaat onder kapitein Cruys in het regiment van
graaf Waldeck. Hij werd op 31 mei 1678 doodgestoken en werd begraven
in Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Een zoon Ferdinand trad op als
doopgetuige bij Johanna Maria Van Eeckhoren op 22 september
1708 te Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle, een dochter van Nicolaas
Van Eeckhoren en Maria Lauwers . Op 18 juli 1678 werd Peter Stoeck, een andere
soldaat van dit regiment die diende onder kapitein De Ridder, “onnoijselijck”
doodgestoken. Peter Stoeck werd begraven in de parochie
Sint-Rombout.
· Peter Foffien kwam
om tijdens een brand in de Blaasbalgstraat op 11 januari 1677.
· Walter Giellewert werd
door soldaten gestoken en overleed aan zijn verwondingen op 3 mei 1678.
Hij woonde in de Katelijnestraat en werd begraven in de parochie
Sint-Rombout.
· Anna
Van der Heyden en haar echtgenoot kwamen om op 10 maart 1680 in de
Adegemstraat toen hun huis instortte. Naar verluid waren zij gestikt in
het graan. Onder de slachtoffers waren behalve Rombout senior,
ook Rombout junior, Anne-Marie en Magdaleen Suetens.
· Corneel
Van Nuffel was een jongeman die verdronk in Mechelen op 19
september 1680. Hij werd begraven in Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Joris Desie was
een schaliedekker die van het dak viel in de Oude Bruul op 3
juni 1681 en aan zijn verwondingen overleed. Hij werd begraven te
Sint-Rombout.
· Isabella Vinckboom moet
op 9 oktober 1680 zelfmoord hebben gepleegd in de parochie
Sint-Katelijne. Zij werd beschreven als een “wanhopige”.
· Jan Beelaerts was
een jonge man die verdronk in Mechelen op 8 september 1680. Hij was
afkomstig van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Louis
Van Hoof was een kind dat verdronk op 20 juli 1679. Hij was een zoon
van Jan Van Hoof en Maria Van der Haut en werd
begraven te Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· In
april 1680 werd een kinderlijkje gevonden, “stil nedergezet” in de
kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Dit gebeurde twee tot vier keer
in 1680, met andere meldingen in augustus en oktober dat jaar, al ging
het deze keren om een (Spaanse) ruiter die het kind daar had gelegd en
één keer in februari 1681 “daer smorgensvroegh geset in
stilte aen het kerkgestoelte”. Ook op 7 januari 1683 was er
een melding “onder den preeckstoel daer stil gezet”,
op 3 november 1684 “in de kercke daer henen geset”,
op 13 december 1687 “midts dat het met de kiste in
de kercke was stil daer geset”, op 15 februari
1588 “in de kerck daer geset sonder wete”,
op 1 april en op 22 december datzelfde jaar, op 20 januari en op 22
oktober 1689, op 3 februari, op 28 augustus, op 10 september, op 22
oktober, op 5 december 1690, op 16 maart, op 26 april, op 22 november, op
18 december 1691. Op 11 december 1692 werden zelfs twee kinderlijken in
de kerk achtergelaten. Er waren ook meldingen in september en oktober
1693, met op 13 oktober opnieuw twee arme kinderen die samen werden
binnen gebracht in alle anonimiteit, en in december 1693. Ook in de
daaropvolgende jaren waren er meerdere meldingen van kinderlijken “in
de kerkelijke uitvaart gezet”.
· Antoon Verhooghen was
kousenmaker en vlasverkoper en werd op 4 februari 1685 in zijn huis aan
de Adegemstraat door dieven doodgeschoten.
· Tussen
1682 en 1688 waren er meldingen van mannen uit het Godshuis
van Oliveten die daar overleden. Deze “mannekens uijt het Godtshuijs” –
‘rusthuisbewoners’ op leeftijd - werden begraven in de hof van het
Godshuis waar er een plaats was gewijd: Willem Cognet, Hendrik
De Win, Jan Van Asselbergh, Jacob Verbeeck, Christiaan Vleminckx.
Het ging om een rust- en verzorgingstehuis “avant la lettre”.
Op 25 mei 1692 was er ook een melding van het overlijden van een vrouw, “moeder
in het godshuis”, Clara Vermeulen.
· Hendrik
Van der Veken was een jongeman uit de Adegemstraat die “verraderlijckx”
werd doodgestoken op 31 oktober 1684. Hij was van de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Jan Schuereweghen was
een schipper die verdronk op 21 december 1685 in de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Merk dan ook de jonge man Willem Schuerweghen er
verdronk op 1 juli 1688.
· Jan Breijne was
als kind van Leuven naar Mechelen gebracht door een vrouw, “ende soo men
heeft connen bemercken, soo ist een bastaert geweest”
(een buitenechtelijk kind). Hij overleed er op 10 november 1685 en werd
begraven in de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle parochie.
· Willem Quarant was
een schaliedekker die om het leven kwam toen hij van het dak viel tijdens
werkzaamheden aan het seminarie op 21 september 1688. Hij werd begraven
in Sint-Rombout. Vermoedelijk gebeurde het ongeval aan
het toenmalige Grootseminarie in de Frederick
de Merodestraat.
· Willem
Van Broeckhoven verdronk “deirlijck” te Mechelen op 1 juli
1687. Hij woonde op de Grote Markt en werd begraven in Sint-Rombout.
· Jacob Cuytens werd
op 4 december 1687 doodgeschoten in Mechelen. Hij woonde aan
de Schuttershofstraat en was hovenier.
· Corneel
De Geuter (De Geutter) was een jonge man uit de
Onze-Lieve-Vrouwstraat die verdronk op 22 december 1690 en met het schip
naar zijn thuisparochie Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle werd
teruggebracht.
· Soldaat
Louis De Backer overleed nadat hij op de Grote Markt “geharquibuseert”
(aan de schandpaal gebonden en “gebruuskeerd”) werd op 2 maart
1690. Hij werd begraven op het kerkhof van de parochie Sint-Rombout.
· Matthijs Janssens werd op 13
april 1689 aan de Pasbrug doodgestoken. Hij woonde in de
Katelijnestraat en werd begraven in Sint-Rombout.
· Michael
Van Campe werd doodgeschoten op 2 mei 1689. Hij woonde in
de Blaasbalgstraat in Mechelen.
· Nicolaas
Segers was een kind dat dood uit een schip werd gehaald op 25
november 1689. Hij was een zoontje van Gommaar Segers en Margriet
van Linthout die op de Dijle woonden. Ook het meisje Katrien
Van Haecht werd op 21 januari 1692 dood uit een schip
gehaald. Zij was een dochtertje van Jan Van Haecht en Anna
De Geutter.
· Peter
de Champ was een garnizoensruiter die op 15 juli
1689 werd vermoord aan de Brusselpoort in Mechelen.
· Frans
De Ridder werd op 17 april 1692 gestoken en overleed ’s avonds aan
zijn verwondingen. Hij woonde in de Adegemstraat in Mechelen.
· Jacob
Wolf was een Duitse soldaat die op 6 januari 1691 werd vermoord. Hij
woonde in de Katelijnestraat in Mechelen.
· Jacob Gossan was
soldaat van de koning van Engeland die op 21 september 1691 in de
gevangenis van Mechelen overleed. Jasper De Backer was een Engelse
soldaat die logeerde bij het Godshuis van Oliveten en die aan
de Koepoort werd doodgestoken op 11 april 1692. Er overleden
overigens opvallend veel Engelse soldaten in deze periode in Mechelen
zonder dat daarbij de doodsoorzaak werd vermeld.
· Jan Witman was
een ruiter uit het Schwabenland onder ritmeester Pieck. Hij
werd doodgestoken op 25 april 1691. Ook soldaat Joseph Lillou onderging
eerder hetzelfde lot op 31 maart 1691. De laatst vermelde woonde in
de Molemansstraat en was vermoedelijk een zoon van soldaat Robert Littel en
Liesbeth Lauwers .
· Jenneken De
Groot was een jonge dochter die in november 1691
werd vermoord. Haar lijk werd in het water geworpen. Het lichaam werd
opgevist aan de Winket brug in Mechelen.
· Martijn
Bernaerts werd op 20 mei 1691 door een Hollandse ruiter doodgeschoten
buiten de Overste Poort. Hij was een jonge man, afkomstig
uit Battel.
· Een
onbekende vrouw was op 23 maart 1692 in het water gevallen en was
overleden in het gasthuis van Mechelen.
· Adriaan Brughmans was
een kind dat verdronk op 19 juli 1693. Hij werd begraven in de Hanswijk
parochie.
· Francesca
du Moulin was een vluchtelingenkind, woonde in de
Brusselstraat en overleed in september 1693. Katrien Wauters was
naar Mechelen gevlucht vanuit Hombeek en verbleef in ‘t Cortier.
Zij overleed er begin december 1693.
In dezelfde parochie Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle overleden in
september 1693 ook het vluchtelingenkind Lambrecht De Mon, een
zoontje van Lambrecht De Mon senior en Liesbeth Krinckenbeeck,
Katelijne de Gorain op 31 oktober 1695, een dochtertje
van Jan Adriaen de Gorain en Barbara Van Bever,
gevlucht uit Brussel. Jan Gernard was het zoontje van Jan Gernard en
Maria Thabiau, vluchtelingen uit Jodoigne. Hij overleed
op 6 september 1695 in Mechelen.
· Daniël
was een soldaat uit Utrecht die in augustus 1693 aan zijn verwondingen
overleed terwijl hij hout sprokkelde aan het kerkhof. Hij werd begraven
op het achterste kerkhof van Sint-Rombout. Nicolaas Godtgaf onderging
hetzelfde lot op 3 augustus 1693. Hij was afkomstig van Sint-Truiden.
· Maria
Van den Eynde werd in februari 1693 dood gevonden in een
kelder in de Hoogstraat in Mechelen. Zij werd dezelfde avond begraven in
de parochie Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Er
waren kinderen uit de “armenschool” die in Mechelen overleden: Anna
Van Haecht op 17 februari 1694, Katelijne Leemans op
13 oktober 1695, Barbara Boexstijns op 7 juni 1696. De
“armenschool” bevond zich in de Milsestraat in de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Christine
Stevens was “vremt in
de stadt gekomen” en was er “subietelijck”
overleden op 28 juni 1694 in de herberg “De Kraai” in de
Onze-Lieve-Vrouwestraat.
· Lijsbeth Bordel kreeg
in augustus 1694 pas een uitvaart in Sint-Rombout. Zij was twee jaar
eerder begraven in Hombeek en haar echtgenoot Jan Francis de Roubaix,
de meier van Hombeek, had geweigerd een uitvaart te doen. Een vonnis van
de Grote Raad had hem daartoe verplicht.
· Jacques
Vercammen werd op 19 januari 1694 doodgeschoten in de Hoogstraat door
een ruiter. Hij was een mandenmaker en werd begraven in de parochie
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
· Jan
Hagemans was een soldaat van de Hollandse artillerie die op 23 april
1695 werd doodgeschoten. Hij verbleef in de Steenstraat.
· Jan
Rubens uit de Steenstraat kreeg enkele dagen later een uitvaart. Hij
was vier tot vijf weken eerder verdronken te Mechelen.
· Jan
Baptist Goetgebuer werd vermoord op 24 oktober 1695 in de
parochie Sint-Jan.
· Barbara
Croes verdronk op 13 januari 1696. Haar lijk werd opgevist bij de
Olifantsbrug (ook “Hondsbrug” over de Melaan) in Mechelen en
zij kreeg een uitvaart op 25 januari in de parochie Sint-Katelijne.
· Catherine
Delvaux werd op 3 maart 1696 opgehangen op de Grote Markt te
Mechelen.
· Hendrik
Van Esch werd “derelijck” geschoten op 23 juni 1698 en
overleed aan zijn verwondingen bij de Fonteinbrug in Mechelen. Hij was
barbier.
· John Mellin,
een Engelse soldaat die verbleef in de Hoogstraat, werd doodgeschoten op
3 januari 1696.
· Jan Verberckt werd
op 18 april 1698 “onnooselijck” doodgestoken. Hij woonde in de
Adegemstraat en was slager.
· Joos
van Veirle was een voor de Fransen gevluchte man
uit Wolvertem die in de Borsestraat woonde. Hij
overleed in augustus 1697 in Sint-Rombout.
· Op
zaterdag 23 maart 1697 om vijf uur was er een vechtpartij tussen Engelse
soldaten aan het kerkhof van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. De gevechten
liepen door tot midden in de kerk aan de preekstoel en er waren meerdere
gekwetsten van wie er één overleed.
· Francis Vergaelen kwam
om door een ongeval met zijn eigen paard op 14 januari 1699, “door
hun eighen peerd het hoofd ingeslagen”. Hij werd begraven
in de parochie Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
|