|
Blog/Verhalen – 1584 - Volkstelling in de stad Antwerpen
|
Al aan het einde van de 14e eeuw
waren er sporen van naamgenoten in de stad Antwerpen.
De kaart rechts geeft een overzicht van de woonplaatsen die werden
vermeld bij de volkstelling van 1584 in Antwerpen. Het ging om een "intra muros"
volkstelling of een telling van personen die binnen de stadsmuren woonden
op dat moment.
|
In de Kleine Kerkhofstraat ("Cleyne Kerckhofstraete")
woonde Joos Lauwers ,
de eigenaar van het "Huis van Almarous" in de Eerste
Wijk die onder de bescherming viel van het vendel (gewapende mannen of
"gens d'armes") van kapitein Isaac Gherst. Joos
was een koopman van 46 jaar oud. Van hem was een getuigenis genoteerd op 31
december 1576 over goederen die tijdens de Spaanse Furie waren geroofd
van Boudewijne Bu(l)ens, de weduwe van Jacques De Vick.
Joos was in 1576 nog 38 jaar oud, en hij getuigde samen
met lijnwadenier François Moens, 34, lakenbereider
Roeland Tancre, 45, makelaar Jacques Denys, 32, en grofsmid
Willem Henricxssen. De straat konden we nog niet precies alloceren op
de hedendaagse kaarten van de stad Antwerpen. De straatnaam verdween,
mogelijk bij de fusie met Wilrijk, waar een gelijknamige straat nog tot de
dag van vandaag bestaat. "Almarous" moet een verwijzing
naar de (Spaanse) bouwheer of de voormalige eigenaar van de woning zijn geweest.
Joos had een minder welstellende
naamgenoot die aan de zuidkant van de Reyndersstraat ("Reynerstraete")
huurde in het huis "den Rooden Leeuw". Deze Joos
Lauwers huurde van Jacques Van Thienen.
Andere huurders waren Pieter Valesius, een boekenverkoper, die er
samen met zijn vrouw huurde; Jacques Timmerman, Frederik Hickaert, een
fluweelbewerker; Balthazar Van Labous, een metser die er samen met
zijn vrouw huurde; Jan Do(u)ssi(j)n en nog zes weduwen met zes kinderen.
Alles liet vermoeden dat het om vrouwen ging die hun man hadden verloren
tijdens de onlusten van de beruchte "Spaanse Furie".
We spraken hier toch al gauw van 20 personen die onder één dak woonden. De
Leeuwenstraat gaf uit op de Reyndersstraat. Mogelijk had de naam van de
woning - in een tijd dat huizen nog namen en geen nummers hadden - hiermee
te maken. Een geklasseerd huis met deze naam bevond zich later in de
Kloosterstraat in Antwerpen.
Om de hoek van 't Scheldeken woonde Jan
Lauwers ,
een koopman van hooi. Hij huurde er samen met Hans Van
't Overdijck, een hooikoper, in het huis "'t Leeuwken".
Verhuurder was Jan Kemp, en deze woonde op Sint-Jansvliet, een straat nabij
't Scheldeken die later werd gescheiden na de aanleg van de
voetgangerstunnel van Sint-Anna. Vermoedelijk huwde Jan Lauwers twaalf jaar
later, in 1608, in de Sint-Jacobskerk.
Aan de westzijde van de Lange Ridderstraat
huurde officier Jacques Lauwers een huis "In de Zwaene",
naast de woning van de weduwe Snellincks. Dat was in de toenmalige
parochie Sint-Andries en we vermoeden dat het hier om dezelfde Jacques
Lauwers ging die rond deze periode in Antwerpen huwde met
Margriet Huysaerts. Hun zoon Nicolaas Lauwers zou bekendheid verwerven als burijngraveur
die werkte voor de schilder Pieter Paul Rubens. Nicolaas graveerde ook naar
Antoon van Dyck, Jacob Jordaens, Gerard Seghers, Abraham
van Diepenbeeck en Erasmus Quellinus en hij leidde zijn
zoon Koenraad Lauwers op, en Nicolaas Pitau de Oude
(1633-1671).
Aan de zuidzijde van
de Zirkstraat ("Zierickstraet") huurde weduwe Jeanne
"Janneken" Lauwers met Jacques Lauwers ,
een marktkramer, in het huis "In Sint Anthonis". De
verhuurster was de weduwe van Andries van Mosen en zij woonde
zelf op de Vlasmarkt in het huis "Witten Coninck".
Vermoedelijk was Jeanne een jonge oorlogsweduwe en zij hertrouwde vier jaar
later in 1588 in de nabijgelegen Sint-Jacobskerk.
Het was niet precies duidelijk waar een
naamgenoot Jacques Lauwers woonde.
Deze Jacques huurde een zogenaamd voerhuis met de naam "Drie Hamerkens"
van Adriaan Hendrickx. We weten enkel dat het huis viel onder het vendel
van kapitein Cassier, dat Jacques pluimenbewerker was en dat hij
eerder op 30 juni 1664 werd vermeld in de kerkboeken van Antwerpen bij de
veroordeling tot een boete van 10 gulden. Onder de zogenaamde 'vendels'
zochten heel wat vluchtelingen2 onderdak, zo ook ene
Peter Laurens die met verschillende andere personen werd vermeld als
huurder bij het vendel van Hans Vleeck aan de Kapel van Gratie.
Dat was in de omgeving van de Keizerstraat, in wat later de
Gratiekapelstraat werd genoemd.
Aan de Burggracht werd Huibrecht
Lauwers vermeld als eigenaar van het huis met de
welluidende naam "In de Helle". Daar woonde ook de weduwe
van Jan Laureyssen , die
eigenares was van een huis naast het huis "In De Clocke". Huibrecht Lauwers woonde zelf in
Sint-Joris, in de omgeving van de zuidelijk gelegen Sint-Jorispoort, en hij
verhuurde aan Pieter Goossens, een kuiper. Huibrecht was vermoedelijk in
1545 in de Sint-Jacobskerk gehuwd.
Het was niet precies duidelijk waar de
toenmalige "Sweertstraete" lag. Aan de zuidkant was Koenraad
Lauwers eigenaar van het huis "In
den Rooden Engel". Koenraad was goudslager en hij
verhuurde het aanpalende huis aan arbeider en tapper Hans
Van Valckenborg.
In de Kammenstraat ("Cammestraete")
op de hoek van de Sleutelstraat ("Sloetelstraete")
was Juliaan Lauwers eigenaar van een huis "In de
Golden Bock". Hij was temstmaker. Een temst (of teemst) was
een roerzeef, een fijne zeef of vergiet. Het was een keukenhulpmiddel,
vaak gebruikt om voedsel zoals moes of soep doorheen te ziften. In sommige
regio's werd het als term voor een grote melkzeef gebruikt.
Aan de zuidkant van de Zwartzusterstraat
("Swertsusterstraet") huurde Pauwels Lauwers in het huis "Sint Anthonis"
van Hendrik Pelgrom (Pelgrims). Pauwels was een koopman in
wol. Hij werd eerder vermeld op 27 mei 1567 toen hij borg stond voor een
kousenmaker.
In de Keizerstraat ("Keyserstraet")
ter hoogte van wat toen "den Borneput" heette, woonde Pieter
Lauwers naast de poort van een huis van Peter Van
den Brande. Andere buren
waren Gillebert Raes, Barbel Grootacken, Willem Dijck,
Peter Dannet en Adriaan van Coelput (Koolput, Coolput).
Aan de Oude Korenmarkt ("Ouden Corenmerckt van
't Crieckstraetken tot Meulengat") was Gerard
Laureys(sen) slotenmaker en eigenaar van het huis
"De Drie Konijntjes". Hij verhuurde aan Hans Andries Van
den Bossche, een schoenmaker. Naar verluid was hij afkomstig van Erp(s).
Hans Andries was mogelijk verwant met Jacques Van den
Bossche, die in 1614 in Antwerpen Sint-Jacob zou huwen met Margriet Lauwens ‘Mayken’. De ondertrouw
had plaats gevonden in 1613 in de parochie Sint-Jacob. Margriet Lauwens was
gedoopt op 26 september 1588 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw als dochter van Peter Lauwens en Johanna Tambuysers [ZIE HOM XII -
000187]. Jacques Van den
Bossche was gedoopt in mei 1590 in Mechelen Sint-Rombout als zoon van
Livien Van den Bossche en Sibille Van Caster. Maria Verpoorten was zijn
doopmeter.
Hij trad in 1609 op als peter van Jacques
Lauwens , een zoon van Peter Lauwens en Elisabeth De Grauwe.
Oostelijk van
een niet nader thuisgebrachte "Peerpotstraete"
verhuurde Daniël Laureys het huis "In de Kercke"
aan lakenmeter Servaes Cuypers. Zelf woonde hij op de
Wijngaardbrug ("Wijngaertbrug").
Het huis "De
Oude Zwaan" werd gehuurd door Hermond Gijsbrechts,
een barbier. Het huis daarnaast, dat eveneens viel onder het vendel van
kapitein Busschot(s), werd gehuurd door Geert Laureys . De verhuurster was de weduwe van
Henrik Hoons. De precieze locatie was niet bekend. Zo ook niet van het
huis "In 't Fortuintje" dat bakker Christiaan
Laureys huurde van de weduwe van Koenraad
Van Henselroey in het "Straetken".
In Klapdorp
huurde Hans Laureys een kamer
in het huis "In Lubeck" van Adriaan Spelmans. De woning
viel onder het vendel van kapitein Corneel Adriaensen en enkele
andere huurders waren Willem Van Steenstraet en Frans De Vos.
Aan de
westelijke zijde van 't Zand ("'t Sant") huurde kleermaker
Hans Laureyssen van de stad een woning boven het wachthuis aan
het huis "In de Vergulde Zeepketel".
In
de Israelietenstraat ("Israelstraete") huurde
kousenmaker Hans Laureys naast het huis "In de Lelieboom"
van Engelbert Dilmans. De verhuurder
was tavernier (herbergier) en woonde in "De Lelieboom".
Op de
Paardenmarkt ("Peerdemerckt") huurden Marinus
Laureys een kamer van Jacques Bulteau, naast
het huis "In de Fortuin", terwijl Willem
Laureys er eigenaar was van het huis "Royen Torne"
en dit verhuurde aan Hans Mertens. Willems familienaam werd gespeld als Lauwen(s)
op 25 mei 1577 in het certificatenboek toen hij op verzoek van koopman
François Spierinck en Petro Yanes transport van
goederen had uitgevoerd naar het huis "De Drie Kroontjes".
Op de Oude Beurs
("Oude Borsse") was Willem Laureyssen eigenaar van het huis "In Calie".
|

Antwerpen
Sint-Jacob
In
die periode trok de buurt welgestelde burgers aan en die 'grandeur'
van weleer was later nog te merken wanneer men de nabijgelegen huizen van
Rubens (die er 25 jaar woonde met zijn gezin) of van burgemeester
Nicolaas Rockox (1560-1640) aandeed.
Hoewel heel wat archieven werden verwoest
tijdens de brand van het Antwerpse stadhuis, naar aanleiding van de Spaanse
Furie van 1576, bleek uit
parochieregisters uit deze eeuw dat familienaamgenoten die binnen de
stadsomwallingen woonden tijdens deze eeuw vooral in de toenmalige
parochies Sint-Jacob en Sint-Andries woonden. Zij waren vooral ambachtslui
of kooplieden. ‘Sint-Jacob' bleef ook nadien de Antwerpse startplaats
voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella.
De laatgotische kerk die gebouwd werd tussen
1506 en 1656 bezat een grootse kunstcollectie met namen
als Jordaens, Rubens, Van Balen en de grafkapel van Peter Paul Rubens.
Sint-Jakob was de parochiekerk van Rubens. Hij
huwde er en hij werd er begraven.
Foto: Onze-Lieve-Vrouwe
kathedraal Antwerpen, zicht vanuit de KBC-toren.
Afbeelding onder:
stadsplan van Antwerpen uit 1572

|