|
Blog - Uitwijking van de
kinderen van Catherine van Praet en Thomas van de Walle naar de
Canarische eilanden (1515)
|
Een
mail van 16 februari 2012 van Jozef ‘Jeff’ Van Minsel, Cónsul de
Bélgica op de Canarische Eilanden, bracht het mysterie van een
spoorloos schilderij van Thomas van de Walle en Catherine van
Praet in de Sint-Walburgakerk onder de aandacht.
Jeff Van Minsel was
bezig met een vertaling en bewerking van een boek over de familie van
de Walle op de Canarische Eilanden. Hij bezocht
de Walburgakerk maar kon er geen enkel spoor vinden van het
schilderij en het graf dat ik had vermeld in een verhaal uit 1515.

|
De
familie van de Walle – van Praet
Catherine
van Praet overleed op 13 juli 1515 te Brugge. Zij was gehuwd met Thomas
van de Walle, een zoon van Seger van de Walle en
Joanna van Iseghem. De familie van de Walle had
eerder in Spanje, later op de Canarische eilanden, gewoond.
Thomas
en Catherine woonden in de Zoueterstrate in het
Sint-Janskwartier te Brugge. Thomas was schepen van de stad Brugge in
1517, hoofdman van het Sint-Janskwartier in 1521 en raadslid in 1528. Hij
was ook handelaar. In 1517 werd vermeld dat hij een vracht laken, stoffen
en andere goederen verzond uit Antwerpen naar Gerard van Ghistele in
Lissabon.
Na
het overlijden van Catherine, hertrouwde Thomas met Maria Moreel. Toen
hij zelf overleed op 20 april 1530, werd hij begraven naast Catherine van
Praet in de Sint-Walburgakerk.
Uit
het tweede huwelijk van Thomas met Maria Moreel, werden nog zeven
kinderen geboren. Van de kinderen geboren uit het eerste huwelijk,
vestigden er zich drie op de Canarische eilanden.
|
Joris 'Jorge' van de Walle vestigde zich als planter op het eiland Tenerife.
Hij huwde er met Catarina de Torres y Grimon. Een
dochter, Catarina van
de Walle Torres y Grimon,
huwde Balthasar de Guisla van het Vlaamse
geslacht Giselin die zich ook op het eiland Palma had
gevestigd. In januari 1546 vertrok Jorge naar het
eiland Sante Domingo in West-Indië, waar hij datzelfde jaar
overleed.
 Afbeeldingen: het stadswapen van Tenerife, hier aan de “Calle San
Salvador” in Playa de los Americas, heeft
dezelfde kleuren als de oudst bekende familiewapens Van Praet, en die van
het hertogdom Brabant. Er was geen direct verband, net zomin als het
voorkomen van een boom in de rechterhelft, vergelijkbaar met die in het
familiewapen Lauwereyns en Lauwens/Lauwers. Het toont vooral de pracht van
heraldische grafiek.
En toch waren er sporen van de
aanwezigheid van Vlamingen op de Canarische eilanden, in straatnamen,
merknamen en familienamen op deze eilanden. Daarover ging het boek
van Van Minsel. De vermelde familie “van der Torre”
uit Brugge, veranderde in Torres, en die naam vonden we ook nog
terug in een gerenommeerd Spaans wijnhuis. “van Praet” families in de
Spaanse contreien verspaansten hun naam in “de Prado”.
Een andere zoon, Lodewijk 'Luis'
van de Walle, bijgenaamd 'de oude' ('el Viejo'), was
geboren in 1505 in Brugge. Hij streed in het leger van Karel V,
vermoedelijk bij de Ordonnantie Benden. In Spanje werd hij raadslid ('regidor')
van de stad Cádiz. Hoe moet omstreeks dezelfde tijd
als Jorge op het eiland Palma zijn aangekomen en huwde
er met doña Maria de Cervellon Bellid,
een dochter van Miguel Martin, de conquistador of ‘veroveraar’ van
het eiland.
Op 11 maart 1546 werd hij aangesteld
als regidor van het Cabildo, werd militaire
gouverneur van het eiland, overste van de milities ('maestro di campo')
en slotvoogd van de vestigingen. Op 2 juli 1572 volgde een aanstelling als
'familiaar' (gelast met het uitvoeren van de vonnissen) van het
Heilig Officie van de Inquisitie, en hij was lid van
de kerkfabriek van het Santo Domingo klooster.
In 1559 bekostigde Luis el Viejo de
waterbevoorrading van Santa Cruz in Palma. Hij sponsorde het Hospital de los Dolores, en
stichtte een dotatie voor de oprichting van een gemeentelijke graanzolder.
De familie bezat een eigen kapel gewijd aan Thomas van Aquino,
met grafkelder.
Ook Luis van de Walle was een handelaar.
Hij richtte met zijn zoon Thomas en een andere Vlaming, Jan van Daysele ('Juan
de Ayzel') een handelsmaatschappij op. Hij overleed op 24 december
1587 in Santa Cruz. Catherine van Praets zoon had heel wat
nakomelingen, die vanaf de 16e eeuw een vooraanstaande plaats verwierven in
de Canarische adel.
Een dochter van Catherine van Praet en
Thomas van de Walle, Anna van de Walle, huwde in Santa
Cruz op Palma de Brugse poorter en koopman Jan Jacques die er
woonde sinds 1525. Anna keerde met haar echtgenoot terug naar Brugge, waar
zij beiden overleden en hun laatste rustplaats vonden in
de Sint-Jacobskerk.
Een andere zoon, Jacques van de Walle,
was in Santa Cruz gehuwd met Agnes van Trille, die ook van
Brugse afkomst was.
Er waren in deze periode van Spaanse
overheersing wel meerdere sporen van uitwijking van Vlamingen naar de
Canarische eilanden, ook in andere steden. In april 1557 was er in
Antwerpen bijvoorbeeld de melding dat erfgenamen van Jacob van Groenenberch en
Marie Pyne bezittingen verkochten binnen "den eylanden van Palma in Canariën".
Wat weten we over het
schilderij en het grafmonument?

Thomas van de Walle (+20 april
1530) vond zijn laatste rustplaats naast zijn echtgenote Catherine van
Praet (+1515) in de Sint-Walburgakerk te Brugge. De kerk van toen
zou evenwel verdwijnen en mocht niet worden verward met de latere Walburgakerk
op het Sint-Maartensplein in Brugge. In de oorspronkelijke kerk hing
boven de grafsteen een schilderij dat een man en vrouw uitbeeldde, geknield
voor Onze-Lieve-Vrouw. Naast de man werden vijf jongens afgebeeld, naast de
vrouw zes dochters. Het kunstwerk droeg het grafschrift van Thomas van
de Walle en zijn vrouw Catharine van Praet.
|

|
Afbeeldingen: de
oude Walburga parochiekerk met toren omstreeks het midden van
de 18e eeuw die
werd afgebroken. - de huidige toren van de kerk.

|
Op de plaats van de kerk stond vroeger een
kapel die door de Heilige Walburga, onderweg van Wessex
naar Thüringen, zou gesticht zijn in 745. In de periode 1619-1643 werd
de huidige kerk gebouwd door jezuïetenbroeder Pieter Huyssens. Het jezuïetenklooster
werd in 1773 opgeheven en de kerk werd gesloten. De toren, naar model van
de Carolus Borromeuskerk te Antwerpen, is echter nooit afgemaakt
wegens geldgebrek. Vlakbij stond de parochiekerk van de Sint-Walburga
parochie, op de hoek van de Riddersstraat en
de Sint-Walburgastraat. Deze raakte echter bouwvallig en in 1777 kende
men de voormalige jezuïetenkerk toe aan de parochie en werd
de oude parochiekerk afgebroken.
De oorspronkelijke
(afgebroken) gotische parochiekerk waarin van
de Walle en van Praet werden begraven is verdwenen. Deze
kerk, die gelegen was op de hoek van Ridders-
en Sint-Walburgastraat, was gesticht als grafelijke kapel gewijd aan
de H. Walburga. Ze werd afgebeeld bij Marcus Gerards in 1562
en werd afgebroken in 1781 sinds ze in 1777 bouwvallig was, het jaar
waarin de nieuwe (huidige) Walburgakerk door
Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia werd toegekend aan
de Sint-Walburga parochie.
In 1781 kreeg de
parochie de toestemming om het materiaal van de oude kerk te verkopen en de
opbrengst te gebruiken om de eveneens vervallen jezuïetenkerk te
restaureren. Er was o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van
de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de
nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet is doorgevoerd.
In de
inboedelbeschrijving van de huidige Walburgakerk kwamen bij ons
weten geen meubilair of schilderijen (meer) voor uit de 16e eeuw.
De oudste inboedelstukken leken te dateren van de periode 1619-1641 bij de
bouw de jezuïetenkapel (huidige kerk). De bestemming van het schilderij en
de graftombe uit de oude kerk blijven tot op de dag van vandaag onzeker.
Het was mogelijk dat het schilderij terug in het bezit kwam van de
nakomelingen van Van de Walle-Van Praet, en het was
theoretisch ook mogelijk dat zij in het erfgoed van de ‘oude’ parochiekerk
bleven en omstreeks 1781 in de verkoop terecht kwamen waarvan de opbrengst
de restauratie van de ‘nieuwe’ kerk moest bekostigen.
|
Situering en geschiedenis St.-Walburgakerk
De huidige
kerk ligt ten oosten van het plein, ten noorden deels afgebakend door
de Hoornstraat, deels door de voormalige kerktuin, ten oosten door de
kerkhoftuin en de "Oranjerie St.-Walburga", de voormalige
brouwerij van het jezuïetencomplex cf. Verversdijk nr. 17, en ten zuiden
door de schoolvleugel van het "Lyceum Hemelsdaele". Het
werd een georiënteerde jezuïetenkerk van het basilica type zonder
transept en het was een fraai en sober voorbeeld van een typische
contrareformatorische barokkerk uit de Zuidelijke Nederlanden van de 17e eeuw.
Hierna: binnenzicht in de
huidige kerk (2011, collectie onroerend erfgoed). De kerk werd in 1939
beschermd als monument. Ze werd in deze periode gebruikt als concertzaal
voor het Festival van
Vlaanderen. De kerk bevond zich in Brugge Sint-Jan.

Ca. 1240: stichting van de St.-Walburga parochie als afscheiding van die van
St.-Salvators. De oorspronkelijke parochiekerk lag op de hoek van
Ridders- en Sint-Walburgastraat, gesticht als grafelijke kapel gewijd
aan de H. Walburga. De gotische kerk werd afgebeeld bij Marcus Gerards
(1562).
1596:
de jezuïeten, sinds 1575 gevestigd in huis "De Lecke"
en aanpalende panden op de hoek van de Wapenmakers- en
de Sint-Walburgastraat, zochten na de godsdiensttroebelen onderdak op het
Sint-Maartensplein en bouwden er ter hoogte van het koetsgebouw van nr. 5,
een kapel. Wegens plaatsgebrek werd algauw de bouw aangevat van een kerk
met college, klooster, kapel en tuin, gelegen tussen
Sint-Maartensplein, Hoorn-, Kandelaar- en Boomgaardstraat, en
Verversdijk cf. Verversdijk.
1619-1641: bouw van de kerk onder de
Brugse jezuïet-architect P. Huyssens (1577-1637), na
diens dood verdergezet door medebroeder J. Boulé. Als werknemers waren o.m. J. Pype voor de funderingen, G. de Lippe, R. Houtrick en J. Coppet voor de ruwbouw gekend. Financiële steun
kwam van het Brugse Vrije, de stad, de abt van St.-Pieters te Gent, het
bisdom en vele families. De oorspronkelijke plannen
van Huyssens - o.m. wat de toren, gewelf en de vensters van de
middenbeuk betreffen - werden wegens geldgebrek en naijver tussen
de jezuïeten van Brugge en Antwerpen niet volledig uitgevoerd.
1642:
inwijding van het bedehuis door Mgr. Nicolas de Haudrion,
opgedragen aan de H. Franciscus Xaverius cf. beeld boven portaal,
wiens relieken in 1630 naar Brugge werden gebracht.
1773:
de jezuïetensociëteit werd bij keizerlijk decreet ontbonden en de kerk werd
gesloten.
1777: door
de bouwvalligheid van de voormalige parochiekerk, kenden
Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia de voormalige jezuïetenkerk
toe aan de St.-Walburga parochie; die eveneens de toestemming kreeg de
oude parochiekerk af te breken (1781), het materiaal te verkopen en de
opbrengst te gebruiken om de vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er was
o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas
uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk
te plaatsen, wat uiteindelijk niet werd doorgevoerd. Vermoedelijk waren in
de loop van de 18e eeuw ook de kerkmeesterkamers ten zuiden
van de kerk aangebouwd.
1778:
in de hoop dat de kerk uitgeroepen werd tot kapittelkerk, gaven de
kerkmeesters van de St.-Walburga parochie
aan beeldhouwer-architect H. Pulinx de opdracht plannen
te tekenen om een koorgestoelte te plaatsen in het kleine koor en om het
noordelijk trappenhuis als doopkapel in te richten.
1779:
inhuldiging van de voormalige jezuïetenkerk als parochiekerk en overdracht
van de relieken van H. Walburga.
1796:
de kerk werd door de Fransen in beslag genomen en gebruikt als Tempel
van de Wet.
1804:
de kerk kreeg haar eigenlijke functie terug doch onder de naam "St.-Donaaskerk",
na de overdracht van de relieken uit de afgebroken, gelijknamige kerk op de
Burg.
1841-1851: gevelrestauratie.
1854: officiële toekenning
van de huidige naam.
1918:
zware beschadigingen vnl. aan de noordelijke beuk na een bominslag.
1961-1963: restauratie van de daken, steunberen, kroonlijsten en
raamomlijstingen onder ingenieur-architect J. Verbeke
(Brugge).
1967-1973: restauratie van voor-, zijgevels, toren en crypte waarbij
verweerde materialen werden vervangen.
1978-1980: interieurrestauratie o.m. herschilderen.
Beschrijving van de huidige kerk
Huidige plattegrond
ontvouwd: een driebeukig schip van zeven traveeën en ingebouwd
koor met één travee en apsis; zijbeuken met rechte sluiting; crypte;
in kooras, toren op vierkante plattegrond; in het verlengde van de
zijbeuken, links vierkante sacristie en twee kerkmeester kamers, rechtsgang
en kapel. Ter hoogte van de eerste traveeën van de zijbeuken, bijgebouwen
op vierkante plattegrond met links doopkapel en rechts trap naar doksaal.
Materialen. Baksteenbouw met gebruik van zandsteen voor het
voorgevelparement Massangis al restauratiemateriaal. Voor
het interieur: Balegemse witsteen (eerste bouwlijn) en zandsteen
(hogere lagen); muren in baksteen met zandstenen parement. Geheel onder
leien zadel- en lessenaarsdaken.
Kerk toegankelijk via 5
trappen, geflankeerd door twee afgeronde schamppalen. De westelijke gevel
vertoont duidelijke invloeden van de Il Gesù-kerk in Rome - cf. Huyssens'
verblijf in Rome van 1626 tot 1628 - o.m. door een tweeledige opbouw doch
met verticale verhoudingen en plastische uitwerking. Hoge
onderbouw met ritmerende gekoppelde hoekpilasters en pilasters
met driekwartzuilen aan weerszij van de midden traveeën, alle met
geprofileerde basementen en verfijnde Korinthische kapitelen;
aflijnend gekornist entablement met
datum van wijding "1643". Hoger opgetrokken midden traveeën met
analoge opstand onder een sterk geprofileerd
en gekornist hoofgestel bekroond door een gebroken
driehoekig fronton tussen postamenten met siervazen en bronzen kruisbeeld
uit de 19e eeuw. Flankerende vleugelstukken met sierlijke
voluten met kandelaberbekroning. Portiektraveeën met composietkapitelen en
fronton, doorbroken door nis met beeld van de H.
Franciscus Xaverius (kopie van de jaren 1970); op archivolt van
rondboogingang, opschrift "Den H. Franciscus Xaverius besonderen patroon tegen de peste / aengenomen door het magistraet der
stad Brugge ten jaere 1666" en
op bekronende architraaf, een versierde fries met cartouche voorzien van
opschrift "D.O.M. / et / S.Francisco Xaverio / sacrum".
Ter hoogte van de zijbeuken, op plint links, 17e eeuwse steenhouwersmerken o.m.
te identificeren met familie Nopère (Arquennes); rondboognis ingeschreven in een geprofileerde
omlijsting met schelpvormige sluitsteen onder druiplijst; rechth. venster in geprofileerde omlijsting met neuten
en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles.
Flankerende bakstenen
aanbouwen met houten poort op 5 treden in geprofileerde omlijsting met
oren, sluitsteen en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles.
Natuurstenen hoekblokken. Rechth. vensters
in natuurstenen omlijstingen met oren, neuten en druiplijst. Zijgevel links
met oculus; achtergevel met vensters cf. voorgevel; ijzeren harnassen
voor glas-in-lood.
Zijgevels - zichtbaar van Hoornstraat - zijn ter hoogte van zijbeuken
geleed door steunberen met natuurstenen hoekblokken. Segmentboogvensters in
natuurstenen omlijstingen met druiplijst; aflijnende natuurstenen
kroonlijst op modillons. Ter hoogte van de middenbeuk, geritmeerd door
luchtbogen met arduinen rollaag en op natuurstenen pilaster; natuurstenen
kordonlijst met steigergaten en dito kroonlijst. Op zuidelijke gevel, een
metselteken van verglaasde baksteen in vorm van zespuntige ster.
Vierkante toren: massieve bakstenen romp aan Z.-zijde
doorbroken door drie beluikte segmentboogopeningen in
bepleisterde
omlijsting. Klokkenverdiep van Doornikse steen is per
zijde voorzien van galmgat in geprofileerde omlijsting met paneelwerk,
halfrond fronton en ordonnerende pilasters. Leien tentdak met torenkap
en pummel.
Interieur. Schip met tweeledige opstand: met cassetten versierde
rondboogarcade op zuilen met composietkapiteel en achthoekige basis; in de
zwikken, consoles die de met cartouches en grotesken verrijkte gordelbogen
opvangen. Boven de versneden architraaf, licht getoogde vensters
in geprofileerde omlijstingen met oren. Kruisribgewelf. Overgang naar apsis
door bredere gordelboog; apsis omgeven door vier pilasters met kapitelen
voorzien van zwaar geprofileerde voluten en acanthusbladen. Straalgewelf
met rijke stucversiering. In de zijbeuken, kruisribgewelven met
gewelfsleutels waarin zevenpuntige ster, aan zijgevelzijde opgevangen door
pilasters; gewelven in zijkoren met uitgewerkte stucversiering en erin
verwerkte Mariamonogram (noordelijk) en Christusmonogram
(zuidelijk).
Meubilair. Schilderijen. In zijbeuken en boven doksaal, 14 schilderijen
van de "15 Mysteriën van de Rozenkrans" uit de omgeving van
J. Garemijn, ca. 1750. "Verheerlijking van H. Sacrament" van
J. Garemijn, ca. 1740; "Kroning van O.L. Vrouw" van
E. Quellinus de Jonge, XVII B; "Bewening van Christus"
van J. Odevaere, 1812;
"Verrijzenis" van J. Suvée (XVIII
B); "Visioen van St.-Ignatius" van P. Cassiers; een drieluik met "O.L. Vrouw van
de Droge Boom" van P. Claeissens,
1620; anoniem doek met "H. Domenicus die
Kind geneest".
Altaren. Monumentaal, marmeren hoogaltaar van J. Cocx, gewijd in 1643
met beeld van H. Walburga, door Houvenaegel,
1842; boven de portalen, bustes van H. Franciscus Xaverius en H.
Franciscus Borgia, en beelden van H. Louis
van Gonzaga en H. Stanislas Kostka. Epitaaf van Michaël Grimaldi.
N.-zijaltaar van P. Verbruggen van 1657 met twee barokportalen, beelden van
H. Catherina, H. Ursula, H. Jozef met Kind,
een Madonna-van-de-tuin (16e eeuw) en een
beeldengroep van H. Anna en Maria (17e eeuw). Zuidelijk
zijaltaar gebeiteld door P. Verbruggen in 1669 met eikenhouten deuren, en
beelden van H. Petrus, H. Paulus, H. Rochtus.
Meubilair. Witmarmeren communiebank, door H. Verbruggen, 1695. Biechtstoelen
in classicerende stijl, 1802. Eikenhouten
koorbanken en communiebank uit de 18e eeuw. Barokpreekstoel
van A. Quellinus de Jonge, 1670, naar iconografie van pater Hesius. Doksaal en ingangsportaal n.o.v. P. de Cocks, 1763, doch vermoedelijk pas
uitgevoerd in 1834.
Orgel begonnen
in 1735 door C. Cacheux en voltooid
door J.B. Frémat in 1739; versierd met
beelden van gracieuze vrouwen en Jezus op de Wereldbol.
Crypte,
toegankelijk via poortje met opschrift "IHS / Locus sepulcralis / patrum soc. jesu / et
ecclesiae sancti / Francisci Xaverii / benefactorum" in kerkhoftuin, op rechthoekig
grondplan, overkluisd d.m.v. kruisgewelven op arduinen zuil; grafplaten
o.m. van parochianen.
|