© laurentii.be 2026

 

Genealogie Van Praet

Hoe Excellent van Weerde, hoe hogher ghe-eert.

 

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog (deze reeks)

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

 

 

Blog - Uitwijking van de kinderen van Catherine van Praet en Thomas van de Walle naar de Canarische eilanden (1515)

 

 

Een mail van 16 februari 2012 van Jozef ‘Jeff’ Van Minsel, Cónsul de Bélgica op de Canarische Eilanden, bracht het mysterie van een spoorloos schilderij van Thomas van de Walle en Catherine van Praet in de Sint-Walburgakerk onder de aandacht.

 

Jeff Van Minsel was bezig met een vertaling en bewerking van een boek over de familie van de Walle op de Canarische Eilanden. Hij bezocht de Walburgakerk maar kon er geen enkel spoor vinden van het schilderij en het graf dat ik had vermeld in een verhaal uit 1515.

 

De familie van de Walle – van Praet

 

Catherine van Praet overleed op 13 juli 1515 te Brugge. Zij was gehuwd met Thomas van de Walle, een zoon van Seger van de Walle en Joanna van Iseghem. De familie van de Walle had eerder in Spanje, later op de Canarische eilanden, gewoond.

 

Thomas en Catherine woonden in de Zoueterstrate in het Sint-Janskwartier te Brugge. Thomas was schepen van de stad Brugge in 1517, hoofdman van het Sint-Janskwartier in 1521 en raadslid in 1528. Hij was ook handelaar. In 1517 werd vermeld dat hij een vracht laken, stoffen en andere goederen verzond uit Antwerpen naar Gerard van Ghistele in Lissabon. 

 

Na het overlijden van Catherine, hertrouwde Thomas met Maria Moreel. Toen hij zelf overleed op 20 april 1530, werd hij begraven naast Catherine van Praet in de Sint-Walburgakerk.

 

Uit het tweede huwelijk van Thomas met Maria Moreel, werden nog zeven kinderen geboren. Van de kinderen geboren uit het eerste huwelijk, vestigden er zich drie op de Canarische eilanden. 

 

Joris 'Jorge' van de Walle vestigde zich als planter op het eiland Tenerife. Hij huwde er met Catarina de Torres y Grimon. Een dochter, Catarina van de Walle Torres y Grimon, huwde Balthasar de Guisla van het Vlaamse geslacht Giselin die zich ook op het eiland Palma had gevestigd. In januari 1546 vertrok Jorge naar het eiland Sante Domingo in West-Indië, waar hij datzelfde jaar overleed. 

 

 

Torres

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.The image depicts a flag with a crown and a tree symbol, possibly representing a regional or national emblem.

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Afbeeldingen: het stadswapen van Tenerife, hier aan de “Calle San Salvador” in Playa de los Americas, heeft dezelfde kleuren als de oudst bekende familiewapens Van Praet, en die van het hertogdom Brabant. Er was geen direct verband, net zomin als het voorkomen van een boom in de rechterhelft, vergelijkbaar met die in het familiewapen Lauwereyns en Lauwens/Lauwers. Het toont vooral de pracht van heraldische grafiek.

 

En toch waren er sporen van de aanwezigheid van Vlamingen op de Canarische eilanden, in straatnamen, merknamen en familienamen op deze eilanden. Daarover ging het boek van Van Minsel. De vermelde familie “van der Torre” uit Brugge, veranderde in Torres, en die naam vonden we ook nog terug in een gerenommeerd Spaans wijnhuis. “van Praet” families in de Spaanse contreien verspaansten hun naam in “de Prado”.

 

Een andere zoon, Lodewijk 'Luis' van de Walle, bijgenaamd 'de oude' ('el Viejo'), was geboren in 1505 in Brugge. Hij streed in het leger van Karel V, vermoedelijk bij de Ordonnantie Benden. In Spanje werd hij raadslid ('regidor') van de stad Cádiz. Hoe moet omstreeks dezelfde tijd als Jorge op het eiland Palma zijn aangekomen en huwde er met doña Maria de Cervellon Bellid, een dochter van Miguel Martin, de conquistador of ‘veroveraar’ van het eiland. 

 

Op 11 maart 1546 werd hij aangesteld als regidor van het Cabildo, werd militaire gouverneur van het eiland, overste van de milities ('maestro di campo') en slotvoogd van de vestigingen. Op 2 juli 1572 volgde een aanstelling als 'familiaar' (gelast met het uitvoeren van de vonnissen) van het Heilig Officie van de Inquisitie, en hij was lid van de kerkfabriek van het Santo Domingo klooster. 

 

In 1559 bekostigde Luis el Viejo de waterbevoorrading van Santa Cruz in Palma. Hij sponsorde het Hospital de los Dolores, en stichtte een dotatie voor de oprichting van een gemeentelijke graanzolder. De familie bezat een eigen kapel gewijd aan Thomas van Aquino, met grafkelder.

 

Ook Luis van de Walle was een handelaar. Hij richtte met zijn zoon Thomas en een andere Vlaming, Jan van Daysele ('Juan de Ayzel') een handelsmaatschappij op. Hij overleed op 24 december 1587 in Santa Cruz. Catherine van Praets zoon had heel wat nakomelingen, die vanaf de 16e eeuw een vooraanstaande plaats verwierven in de Canarische adel.

 

Een dochter van Catherine van Praet en Thomas van de Walle, Anna van de Walle, huwde in Santa Cruz op Palma de Brugse poorter en koopman Jan Jacques die er woonde sinds 1525. Anna keerde met haar echtgenoot terug naar Brugge, waar zij beiden overleden en hun laatste rustplaats vonden in de Sint-Jacobskerk.

 

Een andere zoon, Jacques van de Walle, was in Santa Cruz gehuwd met Agnes van Trille, die ook van Brugse afkomst was.

 

Er waren in deze periode van Spaanse overheersing wel meerdere sporen van uitwijking van Vlamingen naar de Canarische eilanden, ook in andere steden. In april 1557 was er in Antwerpen bijvoorbeeld de melding dat erfgenamen van Jacob van Groenenberch en Marie Pyne bezittingen verkochten binnen "den eylanden van Palma in Canariën".

 

 

Wat weten we over het schilderij en het grafmonument?

 

 

Thomas van de Walle (+20 april 1530) vond zijn laatste rustplaats naast zijn echtgenote Catherine van Praet (+1515) in de Sint-Walburgakerk te Brugge. De kerk van toen zou evenwel verdwijnen en mocht niet worden verward met de latere Walburgakerk op het Sint-Maartensplein in Brugge. In de oorspronkelijke kerk hing boven de grafsteen een schilderij dat een man en vrouw uitbeeldde, geknield voor Onze-Lieve-Vrouw. Naast de man werden vijf jongens afgebeeld, naast de vrouw zes dochters. Het kunstwerk droeg het grafschrift van Thomas van de Walle en zijn vrouw Catharine van Praet. 

 

The image depicts a simple, architectural sketch of a church with a tall, pointed steeple, and a cross on top, surrounded by a grassy area.

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Afbeeldingen: de oude Walburga parochiekerk met toren omstreeks het midden van de 18e eeuw[1] die werd afgebroken. - de huidige toren van de kerk.

 

 

Op de plaats van de kerk stond vroeger een kapel die door de Heilige Walburga, onderweg van Wessex naar Thüringen, zou gesticht zijn in 745. In de periode 1619-1643 werd de huidige kerk gebouwd door jezuïetenbroeder Pieter Huyssens. Het jezuïetenklooster werd in 1773 opgeheven en de kerk werd gesloten. De toren, naar model van de Carolus Borromeuskerk te Antwerpen, is echter nooit afgemaakt wegens geldgebrek. Vlakbij stond de parochiekerk van de Sint-Walburga parochie, op de hoek van de Riddersstraat en de Sint-Walburgastraat. Deze raakte echter bouwvallig en in 1777 kende men de voormalige jezuïetenkerk toe aan de parochie en  werd de oude parochiekerk afgebroken. 

 

De oorspronkelijke (afgebroken) gotische parochiekerk waarin van de Walle en van Praet werden begraven is verdwenen. Deze kerk, die gelegen was op de hoek van Ridders- en Sint-Walburgastraat, was gesticht als grafelijke kapel gewijd aan de H. Walburga. Ze werd afgebeeld bij Marcus Gerards in 1562 en werd afgebroken in 1781 sinds ze in 1777 bouwvallig was, het jaar waarin de nieuwe (huidige) Walburgakerk door Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia werd toegekend aan de Sint-Walburga parochie.

 

In 1781 kreeg de parochie de toestemming om het materiaal van de oude kerk te verkopen en de opbrengst te gebruiken om de eveneens vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er was o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet is doorgevoerd.

 

In de inboedelbeschrijving van de huidige Walburgakerk kwamen bij ons weten geen meubilair of schilderijen (meer) voor uit de 16e eeuw. De oudste inboedelstukken leken te dateren van de periode 1619-1641 bij de bouw de jezuïetenkapel (huidige kerk). De bestemming van het schilderij en de graftombe uit de oude kerk blijven tot op de dag van vandaag onzeker. Het was mogelijk dat het schilderij terug in het bezit kwam van de nakomelingen van Van de Walle-Van Praet, en het was theoretisch ook mogelijk dat zij in het erfgoed van de ‘oude’ parochiekerk bleven en omstreeks 1781 in de verkoop terecht kwamen waarvan de opbrengst de restauratie van de ‘nieuwe’ kerk moest bekostigen.

 

 

 

Situering en geschiedenis St.-Walburgakerk

 

De huidige kerk ligt ten oosten van het plein, ten noorden deels afgebakend door de Hoornstraat, deels door de voormalige kerktuin, ten oosten door de kerkhoftuin en de "Oranjerie St.-Walburga", de voormalige brouwerij van het jezuïetencomplex cf. Verversdijk nr. 17, en ten zuiden door de schoolvleugel van het "Lyceum Hemelsdaele". Het werd een georiënteerde jezuïetenkerk van het basilica type zonder transept en het was een fraai en sober voorbeeld van een typische contrareformatorische barokkerk uit de Zuidelijke Nederlanden van de 17e eeuw.

 

Hierna: binnenzicht in de huidige kerk (2011, collectie onroerend erfgoed). De kerk werd in 1939 beschermd als monument. Ze werd in deze periode gebruikt als concertzaal voor het Festival van Vlaanderen. De kerk bevond zich in Brugge Sint-Jan.

 

Ca. 1240: stichting van de St.-Walburga parochie als afscheiding van die van St.-Salvators. De oorspronkelijke parochiekerk lag op de hoek van Ridders- en Sint-Walburgastraat, gesticht als grafelijke kapel gewijd aan de H. Walburga. De gotische kerk werd afgebeeld bij Marcus Gerards (1562).

 

1596: de jezuïeten, sinds 1575 gevestigd in huis "De Lecke" en aanpalende panden op de hoek van de Wapenmakers- en de Sint-Walburgastraat, zochten na de godsdiensttroebelen onderdak op het Sint-Maartensplein en bouwden er ter hoogte van het koetsgebouw van nr. 5, een kapel. Wegens plaatsgebrek werd algauw de bouw aangevat van een kerk met college, klooster, kapel en tuin, gelegen tussen Sint-Maartensplein, Hoorn-, Kandelaar- en Boomgaardstraat, en Verversdijk cf. Verversdijk.

 

1619-1641: bouw van de kerk onder de Brugse jezuïet-architect P. Huyssens (1577-1637), na diens dood verdergezet door medebroeder J. Boulé. Als werknemers waren o.m. J. Pype voor de funderingen, G. de Lippe, R. Houtrick en J. Coppet voor de ruwbouw gekend. Financiële steun kwam van het Brugse Vrije, de stad, de abt van St.-Pieters te Gent, het bisdom en vele families. De oorspronkelijke plannen van Huyssens - o.m. wat de toren, gewelf en de vensters van de middenbeuk betreffen - werden wegens geldgebrek en naijver tussen de jezuïeten van Brugge en Antwerpen niet volledig uitgevoerd.

 

1642: inwijding van het bedehuis door Mgr. Nicolas de Haudrion, opgedragen aan de H. Franciscus Xaverius cf. beeld boven portaal, wiens relieken in 1630 naar Brugge werden gebracht.

 

1773: de jezuïetensociëteit werd bij keizerlijk decreet ontbonden en de kerk werd gesloten.

 

1777: door de bouwvalligheid van de voormalige parochiekerk, kenden Mgr. Caïmo en keizerin Maria Theresia de voormalige jezuïetenkerk toe aan de St.-Walburga parochie; die eveneens de toestemming kreeg de oude parochiekerk af te breken (1781), het materiaal te verkopen en de opbrengst te gebruiken om de vervallen jezuïetenkerk te restaureren. Er was o.m. sprake om de rococobovenbouw van de toren van de oude kerk, die pas uit 1766 dateerde, op de onvoltooide toren van de nieuwe St.-Walburgakerk te plaatsen, wat uiteindelijk niet werd doorgevoerd. Vermoedelijk waren in de loop van de 18e eeuw ook de kerkmeesterkamers ten zuiden van de kerk aangebouwd.

 

1778: in de hoop dat de kerk uitgeroepen werd tot kapittelkerk, gaven de kerkmeesters van de St.-Walburga parochie aan beeldhouwer-architect H. Pulinx de opdracht plannen te tekenen om een koorgestoelte te plaatsen in het kleine koor en om het noordelijk trappenhuis als doopkapel in te richten.

 

1779: inhuldiging van de voormalige jezuïetenkerk als parochiekerk en overdracht van de relieken van H. Walburga.

 

1796: de kerk werd door de Fransen in beslag genomen en gebruikt als Tempel van de Wet.

 

1804: de kerk kreeg haar eigenlijke functie terug doch onder de naam "St.-Donaaskerk", na de overdracht van de relieken uit de afgebroken, gelijknamige kerk op de Burg.

 

1841-1851: gevelrestauratie.

 

1854: officiële toekenning van de huidige naam.

 

1918: zware beschadigingen vnl. aan de noordelijke beuk na een bominslag.

 

1961-1963: restauratie van de daken, steunberen, kroonlijsten en raamomlijstingen onder ingenieur-architect J. Verbeke (Brugge).

 

1967-1973: restauratie van voor-, zijgevels, toren en crypte waarbij verweerde materialen werden vervangen.

 

1978-1980: interieurrestauratie o.m. herschilderen.

 

 

Beschrijving van de huidige kerk[2]

 

Huidige plattegrond ontvouwd: een driebeukig schip van zeven traveeën en ingebouwd koor met één travee en apsis; zijbeuken met rechte sluiting; crypte; in kooras, toren op vierkante plattegrond; in het verlengde van de zijbeuken, links vierkante sacristie en twee kerkmeester kamers, rechtsgang en kapel. Ter hoogte van de eerste traveeën van de zijbeuken, bijgebouwen op vierkante plattegrond met links doopkapel en rechts trap naar doksaal.

 

Materialen. Baksteenbouw met gebruik van zandsteen voor het voorgevelparement Massangis al restauratiemateriaal. Voor het interieur: Balegemse witsteen (eerste bouwlijn) en zandsteen (hogere lagen); muren in baksteen met zandstenen parement. Geheel onder leien zadel- en lessenaarsdaken.

 

Kerk toegankelijk via 5 trappen, geflankeerd door twee afgeronde schamppalen. De westelijke gevel vertoont duidelijke invloeden van de Il Gesù-kerk in Rome - cf. Huyssens' verblijf in Rome van 1626 tot 1628 - o.m. door een tweeledige opbouw doch met verticale verhoudingen en plastische uitwerking. Hoge onderbouw met ritmerende gekoppelde hoekpilasters en pilasters met driekwartzuilen aan weerszij van de midden traveeën, alle met geprofileerde basementen en verfijnde Korinthische kapitelen; aflijnend gekornist entablement met datum van wijding "1643". Hoger opgetrokken midden traveeën met analoge opstand onder een sterk geprofileerd en gekornist hoofgestel bekroond door een gebroken driehoekig fronton tussen postamenten met siervazen en bronzen kruisbeeld uit de 19e eeuw. Flankerende vleugelstukken met sierlijke voluten met kandelaberbekroning. Portiektraveeën met composietkapitelen en fronton, doorbroken door nis met beeld van de H. Franciscus Xaverius (kopie van de jaren 1970); op archivolt van rondboogingang, opschrift "Den H. Franciscus Xaverius besonderen patroon tegen de peste / aengenomen door het magistraet der stad Brugge ten jaere 1666" en op bekronende architraaf, een versierde fries met cartouche voorzien van opschrift "D.O.M. / et / S.Francisco Xaverio / sacrum". Ter hoogte van de zijbeuken, op plint links, 17e eeuwse steenhouwersmerken o.m. te identificeren met familie Nopère (Arquennes); rondboognis ingeschreven in een geprofileerde omlijsting met schelpvormige sluitsteen onder druiplijst; rechth. venster in geprofileerde omlijsting met neuten en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles.

 

Flankerende bakstenen aanbouwen met houten poort op 5 treden in geprofileerde omlijsting met oren, sluitsteen en bekronend halfrond fronton op gegroefde consoles. Natuurstenen hoekblokken. Rechth. vensters in natuurstenen omlijstingen met oren, neuten en druiplijst. Zijgevel links met oculus; achtergevel met vensters cf. voorgevel; ijzeren harnassen voor glas-in-lood.

 

Zijgevels - zichtbaar van Hoornstraat - zijn ter hoogte van zijbeuken geleed door steunberen met natuurstenen hoekblokken. Segmentboogvensters in natuurstenen omlijstingen met druiplijst; aflijnende natuurstenen kroonlijst op modillons. Ter hoogte van de middenbeuk, geritmeerd door luchtbogen met arduinen rollaag en op natuurstenen pilaster; natuurstenen kordonlijst met steigergaten en dito kroonlijst. Op zuidelijke gevel, een metselteken van verglaasde baksteen in vorm van zespuntige ster.

 

Vierkante toren: massieve bakstenen romp aan Z.-zijde doorbroken door drie beluikte segmentboogopeningen in bepleisterde omlijsting. Klokkenverdiep van Doornikse steen is per zijde voorzien van galmgat in geprofileerde omlijsting met paneelwerk, halfrond fronton en ordonnerende pilasters. Leien tentdak met torenkap en pummel.

 

Interieur. Schip met tweeledige opstand: met cassetten versierde rondboogarcade op zuilen met composietkapiteel en achthoekige basis; in de zwikken, consoles die de met cartouches en grotesken verrijkte gordelbogen opvangen. Boven de versneden architraaf, licht getoogde vensters in geprofileerde omlijstingen met oren. Kruisribgewelf. Overgang naar apsis door bredere gordelboog; apsis omgeven door vier pilasters met kapitelen voorzien van zwaar geprofileerde voluten en acanthusbladen. Straalgewelf met rijke stucversiering. In de zijbeuken, kruisribgewelven met gewelfsleutels waarin zevenpuntige ster, aan zijgevelzijde opgevangen door pilasters; gewelven in zijkoren met uitgewerkte stucversiering en erin verwerkte Mariamonogram (noordelijk) en Christusmonogram (zuidelijk).

 

Meubilair. Schilderijen. In zijbeuken en boven doksaal, 14 schilderijen van de "15 Mysteriën van de Rozenkrans" uit de omgeving van J. Garemijn, ca. 1750. "Verheerlijking van H. Sacrament" van J. Garemijn, ca. 1740; "Kroning van O.L. Vrouw" van E. Quellinus de Jonge, XVII B; "Bewening van Christus" van J. Odevaere, 1812; "Verrijzenis" van J. Suvée (XVIII B); "Visioen van St.-Ignatius" van P. Cassiers; een drieluik met "O.L. Vrouw van de Droge Boom" van P. Claeissens, 1620; anoniem doek met "H. Domenicus die Kind geneest".

 

Altaren. Monumentaal, marmeren hoogaltaar van J. Cocx, gewijd in 1643 met beeld van H. Walburga, door Houvenaegel, 1842; boven de portalen, bustes van H. Franciscus Xaverius en H. Franciscus Borgia, en beelden van H. Louis van Gonzaga en H. Stanislas Kostka. Epitaaf van Michaël Grimaldi. N.-zijaltaar van P. Verbruggen van 1657 met twee barokportalen, beelden van H. Catherina, H. Ursula, H. Jozef met Kind, een Madonna-van-de-tuin (16e eeuw) en een beeldengroep van H. Anna en Maria (17e eeuw). Zuidelijk zijaltaar gebeiteld door P. Verbruggen in 1669 met eikenhouten deuren, en beelden van H. Petrus, H. Paulus, H. Rochtus.

 

Meubilair. Witmarmeren communiebank, door H. Verbruggen, 1695. Biechtstoelen in classicerende stijl, 1802. Eikenhouten koorbanken en communiebank uit de 18e eeuw. Barokpreekstoel van A. Quellinus de Jonge, 1670, naar iconografie van pater Hesius. Doksaal en ingangsportaal n.o.v. P. de Cocks, 1763, doch vermoedelijk pas uitgevoerd in 1834.

 

Orgel begonnen in 1735 door C. Cacheux en voltooid door J.B. Frémat in 1739; versierd met beelden van gracieuze vrouwen en Jezus op de Wereldbol.

 

Crypte, toegankelijk via poortje met opschrift "IHS / Locus sepulcralis / patrum soc. jesu / et ecclesiae sancti / Francisci Xaverii / benefactorum" in kerkhoftuin, op rechthoekig grondplan, overkluisd d.m.v. kruisgewelven op arduinen zuil; grafplaten o.m. van parochianen.

 

 

 

 

 



[1] De tekenaar Jan Beerblock werd geboren in 1739. © Foto’s uit private collectie tot 2012 – Foto binnenkerk onder Creative Commons licentie, Johan Bakker, 2011 – prent oude Walburgakerk van Beerblock, +/- 1760 (Public Domain) – Kaartbewerking © Google maps, 2012, onder gebruiksvoorwaarden. –Foto wapen Tenerife en Torres wijnhuis, gedeeld onder Creative Commons licentie CC-BT-SA 3.0, Patrik Lauwens, 2018. – Familiewapen Van Praet, scan boek d'Hooghe, 17e eeuw (Public Domain).

[2] Voornaamste bron kerkbeschrijving: inventaris Onroerend Erfgoed.