|
|
Verhalen – 1510-1595 - Lauwers in het gildeboek Aardenburg (Zeeland, NL)
In de documenten van de gildebroeders en gildezusters van het
Sint-Sebastiaansgilde uit Aardenburg tussen 1472 en 1595, werden
verschillende Lauwers-en vermeld. Sint-Sebastiaan was het schuttersgilde van
Aardenburg[1]. ·
Michiel Lauwers ·
Engel Lauwers ·
Jacquemine Lauwers ·
Floris Lauwers ·
Meester Lauwerens ·
Arnoud Lauwers ·
Pieter Lauwers ·
Clement Lauwers In de 16e eeuw was het vroegere Graafschap
Vlaanderen gesplitst in protestantse noordelijke en in Rooms-katholieke
zuidelijke gebieden. Er waren heel wat Rooms-katholieke Vlaamse inwijkelingen
in Aardenburg. Naar schatting 60% van de bevolking bestond uit Vlaamse
inwijkelingen. Ook in de vorige eeuw waren er al vermeldingen van
naamverwanten, bv. in 1459 werd Bave
Lauwerijn In de aanwezigheid van de familie in Aardenburg kwam
een kentering bij de verovering van Aardenburg door Maurits van Nassau
in 1604. Het gebied kwam toen als Generaliteitsland onder de
Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. De katholieke godsdienst werd
verboden en de gereformeerde religie werd staatsgodsdienst. Katholieken waren
ongewenst, en er vond een volksverhuizing plaats: katholieken weken uit, en
protestanten weken in. Een getuigenis vermeldde: ”door de verovering van de
Staten-Generaal waren de vorige inwoners vertrokken tot groot ongerief van de
veroveraars.” ("alsoo door het veroveren dezer stede door hare
hoog moogenden de Staten Generael
de vooriege inwoonders
alle sijn vertrocken
latende alsoo de stadt
vage ende onbewoont tot groot ongeryff
vande geene die haer alhyer hebben neer geslaegen".)
In de periode 1604-1609 bleek dat nagenoeg geen van de vroegere inwoners
terugkeerde.
In de 18e eeuw liep het aantal dan weer terug, om
dan opnieuw aan te groeien tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog
(1740-1748). In deze periode vonden we weinig sporen van Lauwers meer
in Aardenburg, op enkele vermeldingen met naamvarianten na, zoals Louwerens,
vermeld in 1731, en Jaak Lauwaart |
|
Kaart: Aardenburg in
1560, van Jacob van Deventer [© Kaartbewerking 2004 – Origineel onder Public
Domain]. Aardenburg werd beschouwd als de oudste stad van de
huidige provincie Zeeland in Nederland, in 966-1173 nog bekend als “Rodenburg”,
met sporen die teruggingen tot een fort in de Romeinse tijd (het ‘castellum
Rodanum’). De stad lag in het voormalige Graafschap Vlaanderen, in het
westelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen.
Afbeelding: een pelgrimsinsigne van de 15e eeuw met
‘zittende Maria’ herinnerde aan de Maria devotie in de Mariakerk van
Aardenburg in de collectie van het Rijksmuseum van Utrecht. Het insigne gaf
aan dat de oorspronkelijke Mariakerk over twee torens beschikte. Deze kapittelkerk was vanaf de 13e eeuw een belangrijk
bedevaartsoord. In 1625 werd de kerk zoals de Lauwers/Lauwereyns
families die nog hadden gekend [zie aanduiding op de kaart boven], gesloopt
om bouwmateriaal te recupereren voor nieuwe versterkingen rond de stad. Al van 260-274 was er
sprake van een fortificatie als kustbewaking van de grenzen van het Romeinse
Rijk. Aardenburg had toen een verbinding via de Ee(de) met de zee en zou
eerder “Rodanum” hebben geheten. In
1187 verwierf Aardenburg stadsrechten, en ook in de 13e eeuw was
er sprake van versterkingen in opdracht van Gwijde van Dampierre, de
zoon van Willem van Dampierre in wiens gevolg Odin Lauwereyns van
Diepenhede Eind 20e eeuw
fusioneerde de gemeente met Sluis, samen met Eede, Sint-Kruis, Heille en
Draaibrug tot de gemeente Sluis-Aardenburg. |
|||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||
|
|
|
[1] Bron: Aardenburg, taxatie
van Rooms-Katholieke personen, 1709-1790.
[3] De Sint-Bavokerk was in 925-959 gebouwd, waar
zich een “kapel” bevond, door de monniken van de Sint-Baafsabdij van Gent. Ze
werd in de 13e en 14e eeuw verder uitgebreid. Er was ook
een Onze-Lieve-Vrouwekerk uit dezelfde periode ten oosten van de rivier de
Eede. De ‘Mariakerk’ was de grootste (kapittel)kerk die vanaf de 13e
eeuw een belangrijk bedevaartsoord was. Er bevond zich een miraculeus
Mariabeeld dat werd bezocht door pelgrims en hoogwaardigheidsbekleders als
Engelse koningen en de Franse koning Filips IV. Dit beeld werd
in 1572 tijdens de beeldenstorm, samen met een groot deel van het
interieur, door de watergeuzen vernield. In 1625 werd de kerk zoals
de Lauwers/Lauwereyns families die nog hadden gekend, gesloopt. De latere
Heilige Maria Hemelvaartkerk of Maria Tenhemelopnemingkerk kreeg
pas in het midden van de 19e eeuw vorm, tezamen met de legende van “Maria
met de inktpot” die bij de vroegere Maria devotie nog niet aan de orde was.