© Foto Carlton Colville van Evelyn Simak,
2010, onder Creative Commons Attribution Share-alike license 2.0 CC BY-SA 2.0 - Bewerking op historische
kaart Zeeland, 16e eeuw - Kaart onderaan: bewerking onder
gebruikerslicentie op kaartgegevens © 2018 GeoBasis-DE/BKG © Google. |
|
Verhalen - 1436 - Jan Lauwens uit Zierikzee, NL, emigreerde naar Engeland Bij stamboomonderzoek naar de
naam Lummis in Engeland, stelde men dat de oorsprong van de naam niet
zeker was. Een mogelijke continentale oorsprong vond men in 1436, toe John
Lowenesse van "Cirice" (Zierikzee) in Zeeland genaturaliseerd
werd in dit land. Hij woonde op dat
moment in Carlton Colville, in Engeland. De Zeelander (vermoedelijk
een Vlaming) die in Carlton Colville kwam wonen en er genaturaliseerd werd
in 1436, wiens naam gespeld werd als Lowenesse, was mogelijk een
voorvader van de familie die in Engeland hun naam spelden als Loveness
een eeuw later. Men was tot de conclusie gekomen dat zijn naam origineel
gespeld werd als Jan Lauwens Jan Lauwens was vermoedelijk
een Bruggeling of Gentenaar die de economische achteruitgang, de
oorlogsdreiging, de conflicten – de Vlaamse steden stonden op hun autonomie
tegenover de Bourgondiërs - en de onlusten in de regio was ontvlucht. De
teloorgang hield verband met het bondgenootschap dat de hertogen van
Bourgondië aangingen met de Fransen, waarbij de alliantie met Engeland een
einde nam. Dat had geresulteerd in het verdrag van Arras in 1435[2]. Vermoedelijk keerde een zoon, Robert
Lauwers Dezelfde bronnen vermeldden drie personen met de naam Jan Lauwens De geschiedenis van de stad
Zierikzee ging terug op een nederzetting uit de negende eeuw. De Hollandse
graaf Dirk IV bouwde er in 1048 een burcht en Willem II verleende de plaats
in 1236 stadsrecht. Visserij en vrachtvaart op de landen van West- en
Noord-Europa brachten de stad in de veertiende eeuw tot bloei. Een kreek, die
uitmondde in de Gouwe, het water dat Schouwen en Duiveland scheidde, vormde
een natuurlijke haven. Zierikzee was lid van de Hanze
en had, net als andere Nederlandse handelssteden, op het Scandinavische
schiereiland Schonen (Skåne) een eigen "wit" stukje
grondgebied waarop het recht van Zierikzee gold. De schippers en kooplui
verbleven hier soms enkele maanden voor de haringvangst en de jaarmarkten. Er waren vanaf 1550 overigens nauwe
contacten tussen Zierikzee en de omgeving van Tisselt/Willebroek in het
hertogdom Brabant, bij het graven van het kanaal tussen Brussel en de Rupel[5]. In 1595 werd begonnen met de
aanleg van een nieuwe haven, maar dat kon het verval van Zierikzee in de 17e
eeuw niet stuiten. Het aantal inwoners liep sterk terug. Tegen 1800 was
Zierikzee een vrijwel dode stad geworden, waardoor mogelijk zo'n groot aantal
historische gebouwen bewaard zijn gebleven.
|
|
Kaart: Zierikzee in
de 16e eeuw
Kaart: situering van
Carlton Colville nabij Lowestoft in het zuiden van Engeland, waar Jan
Lauwens
|
||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||
|
|
|
[1] Bron:
"The origin of the name Lummis",
eerst gepubliceerd in "Suffolk roots".
[4] Doordat bijna alle kerkelijke doop-, trouw- en begraafregisters van
Zierikzee in 1940 in Middelburg waren verbrand (alleen het R.K. Trouwboek
1761-1810 bleef bewaard), werd een genealogisch onderzoek in Zierikzee en
andere plaatsen ernstig bemoeilijkt. De naam Lauwens kwam ook voor als voornaam
en als patroniem "zoon van Laurens". Dat maakte de
duiding als familienaam soms onzeker, want deze "familienaam" kon dan
van generatie tot generatie wisselen. Een voorouder van de familie van de
Hordijk (dijk op de grens van Rotterdam en IJsselmonde en Barendrecht)
heette bijvoorbeeld Adriaan Jacobsz (Hordijk) in 1592, Adriaen Cornelisz
(aen den Hordyck) in 1614 en Lodewijck Lauwens, jongeman van de
Hordijk in Ijsselmonde, in 1621 - wiens naam in 1660
dan weer werd gespeld als Lodewijck Laurens Hordijk. In het geval
van onze emigrant uit 1436, ging het om een uitgeweken West-Vlaming die de
familienaam van vader op zoon verderzette. Het was onduidelijk of er een
verwantschap was met de Lauwens-en vermeld in 1395 in Zierikzee.
[5] Met het graven van het kanaal tussen Brussel en de Rupel
werd gestart in 1550 in Willebroek door Jan de Locquenghien,
burgemeester van Brussel. In 1554 werd het sas van Tisselt gebouwd door 11
timmerlieden van Brussel voor de som van 17.000 gulden. Maria van
Hongarije, landvoogdes der Nederlanden, beval kort daarna de doorsteek
van de Rupeldijk. Dit gebeurde onder het toezicht van Simon Maertens,
burgemeester van Zierikzee.