© Afbeeldingen
numismatiek uit private collectie. Kaartschets
bewerking onder licentie Creative
Commons CC BY-SA 3.0 / Public domain - Bron: Wikipedia. |
|
Verhalen - 1361 - Michiel Lauwers, tegeldekker,
werd aangemaand een schuld te betalen (Brugge) In een verzoek of "regest" van 15 december 1361 in Brugge, deden de schepen
Michiel Poelvoet en Clais Bave oorkonden dat gebleken was dat Michiel Lauwers Bij akte van de Brugse schepenen Willem van
Boechout en Jan Roels van 1 mei 1361 werd een huis aan de oostzijde van
de Sinte Clarenstraat bezwaard met een schuld van 6 pond 17
schillingen ten voordele van de genoemde Adam Metteneye.
Tegeldekkers, die leien of dakpannen legden,
behoorden tot de ambachten en neringen die al rond 1302 actief waren in
Brugge. In de 14e eeuw maakten leien en dakpannen hun opgang in de Vlaamse
steden. Deze
dakbedekking was heel wat veiliger dan de traditionele strodaken die tot dan
vaker voorkwamen. De ambachtsorganisatie controleerde volkomen de
productie en voorzag bij
ziekte, ongeval en zelfs ouderdom in de behoeften van haar leden via een
systeem van onderlinge bijstand. Het ambacht speelde ook politiek en militair
een rol van betekenis. Stedelijke milities in het graafschap Vlaanderen waren
georganiseerd volgens het ambacht. Weerbare mannen van hetzelfde ambacht
dienden in eenzelfde groep onder een eigen hoofdman. Het ambacht had net zoals
de gilde een strikte
hiërarchie. De meesters waren meestal kleine zelfstandigen, met een eigen
atelier of winkel. Zij hadden enkele gezellen en leerjongens in loondienst.
De grootste ambachten als de wevers en volders kenden ook nog dag- of
weekloners, mensen die slechts voor beperkte duur aangeworven werden. Een ambacht was eerder geen "gilde". Rond
1302 waren enkel de patriciërs en koopmannen verenigd in gilden, terwijl de
ambachten onder voogdij van het stadsbestuur stonden. Leden van het
patriciaat waren meestal lid van een gilde. De dekens van de ambachten,
benoemd door de stedelijke overheid, zagen toe op de naleving van de
voorschriften. Pas na 1302 kwamen de ambachten van onder de vleugels
van de koopmansgilden en uiteindelijk noemden ook zij zich gilden. |
|
Verhalen - 1411 - Het tragisch einde van
Katelijne Lauwers (Gistel)
In de parochie van Gistel
nabij Oostende, had Katelijne Lauwers Zoals
gebruikelijk was in de middeleeuwen, werd haar huis opgeëist en verkocht ten
voordele van de graaf van Vlaanderen, de hertog van Boergondië. Jaak
Christiaens had het huis gekocht. Haar
lijk werd volgens de lokale gebruiken opgehangen, want zelfmoord werd
beschouwd als een ernstig misdrijf tegenover God. De uitvoerder van deze
straf was Johan Melis, "pour avoir
faire justice et pendu a une estake fourcu Cateline Lauwers",
zoals vermeld op 11 november 1411 in de rekening. Ging
het mogelijk om Katelijne, de vrouw van Michiel Lauwers? "Meseele"
was een Oudnederlandse variant van Michiel [zie verhaal
over de Brugse tegeldekker vermeld
in 1361 hiernaast].
|
||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
|
|
[1] “Zelfmoord in het graafschap Vlaanderen tijdens de Bourgondische periode
(1385 - 1500)”. Een sociologische aanpak. Scriptie voorgelegd aan
de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte voor het behalen van de graad Licentiaat
in de Geschiedenis, Universiteit van Gent, 2007, Lowagie Hannes.