|
ZEM XVIII – 001692 – GEZIN Druwé – Lauwers
1812 Weerde
Jan
Baptist Druwé huwde op 4 augustus 1812 in Weerde met Marie Josepha
Lauwers .
Haar 42-jarige broer Wouter Lauwers was getuige bij het huwelijk, herbergier
in Weerde, samen met de Zemstse smid Jan Geeraerts, 32 jaar, cellier (beheerder
van een wijnkelder) Peter Peeters, 25-jaar, en dagloner Jan Verrijken, 31
jaar, uit Weerde. Zij was gedoopt op 13 maart 1784 in Weerde Sint-Maarten
als dochter van Mathijs
Lauwers en Martine Winnestock [ZIE MEC XVII – 001175].
Jan Baptist Druwé was dienstbode bij het
huwelijk. Hij was gedoopt op 25 maart 1778 in Elewijt als zoon van Jos
Druwé en Petronilla Coen.
|
 Afbeeldingen: Pierre de
la Rue (1455-1518) was een geestelijke, componist en zanger, zoon van
Johan de la Rue (de Rue) en Geertrui de la Haye. Als Vlaams
polyfonist werd zijn naam ook vervlaamst tot Peter Van Straeten. Hij werd vermeld in de Brusselse
Sint-Goedelekerk (1469-1470), in de Gentse Sint-Jacobskerk (1471), in
Nieuwpoort (1472-1477), als lid van de Onze-Lieve-Vrouw broederschap van
’s-Hertogenbosch (1492) en de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouwekerk (1516). Het
afgebeelde familiewapen de (la) Rue werd gevoerd in het prinsbisdom
Luik in 1480. Sporen van deze familie gingen in het Prinsbisdom Luik terug
tot de 13e eeuw (Bütgenbach).
Sporen van de familie Druwé (Druez, Drué)
gingen tot 1530 terug tot de Denderstreek in de omgeving van Geraardsbergen
(Overboelare) en Lierde (Deftinge) in het graafschap Vlaanderen – dit was
deel van het Land van Aalst onder de baronie Boelare tot de
Franse tijd – en tot in Henegouwen.
In de 15e eeuw kwam de naam de Ruwe
(de Rue) al voor in het graafschap Vlaanderen (onder meer de hoeve Macienberg
in Oostkamp, 1480, aangehuwd met de Clercq) en sporadisch in het
hertogdom Brabant (onder meer Nijvel, 1415, Armory de (la) Rue,
gehuwd met Jeanne d’Enghien)
en het Prinsbisdom Luik (Willem Borgnar de Rue, burgemeester van
Bütgenbach, overleden in 1446).
Afbeeldingen: boven een wapen der Straeten in het
graafschap Vlaanderen, behorend aan de ridder heer Ter Straeten in
Brugge in de 11e eeuw en aan Berthulf der Straeten,
raadgever van graaf Boudewijn IV van Vlaanderen (987-1035), daarna een
variant van der Straeten van een kleinzoon van Berthulf, ridder
der Straeten uit 1080 in Sint-Andries, en daaronder een wapen uit
dezelfde periode dat elementen van de voorgaande wapens combineerde.
Merk de combinatie met twee Franse lelies die een
loyauteit aan het Franse koningshuis uitdrukten in het 15e-eeuwse
wapen rechts.
|