|
ZEM
XIV – 000473 - GEZIN
Lauwers – Van Dijck 1659 Zemst/Weerde
Joos Lauwers huwde
op 13 september1659 in Zemst Sint-Pieter met Catherine Van Dijck. Getuigen
bij het huwelijk waren Willem Spruyt, schoonbroer van de bruidegom, en nonkel
Antoon Meijsmans. Joos Lauwers was gedoopt op 1 mei 1629 in Zemst
Sint-Pieter als zoon van Jan Lauwers en
Elisabeth Van Reeth [ZIE HOM XIII - 000268]. Catherine werd gedoopt op 14 november 1630
in Zemst. Catherine overleed op 11 november 1674 in Weerde, net voor haar
44e verjaardag, drie jaar na de geboorte van haar jongste kind.
·
Catherine
Lauwers werd
gedoopt top 15 december 1660 in Weerde Sint-Maarten. Doopgetuigen waren
Gielis Haesendonckx namens nonkel Hendrik Lauwers en tante
Catherine Lauwers .
·
Hendrik
Lauwers werd
gedoopt 17 december 1662 in Weerde Sint-Maarten. Doopgetuigen waren Hendrik
De Wilde en tante Clara Lauwers . Hij huwde op 13 januari 1689 in Eppegem
Sint-Clemens met Maria Bosmans (Van den Bossche) [ZIE EPP XV – 000623].
·
Mathijs
Lauwers werd
gedoopt op 12 oktober 1665 in Weerde Sint-Maarten. Hij huwde op 10 juli 1692 in Weerde
Sint-Maarten met Catherine Daems [ZIE ZEM
XV – 000637].
·
Anna
Lauwers werd
gedoopt top 20 maart 1668 in Weerde Sint-Maarten.
·
Willem
Lauwers werd
gedoopt op 2 januari 1671 in Weerde Sint-Maarten.
|
De stamlijn Lauwers in Weerde (bij Zemst)
Dit gezin wordt soms beschouwd als de stamouders
van de tak Lauwens/Lauwers in Weerde, maar het is niet de eerste melding
van naamgenoten in Weerde. Zo weten we dat Robert Lauwers , een telg uit een andere voorouderlijke lijn uit
een eerdere generatie, op 16 juli 1625 in Weerde was overleden. Robert was
geboren omstreeks 1602, was ongehuwd en ongeveer 23 jaar oud toen hij er
overleed. Robert was een generatiegenoot van Maria Lauwers , gedoopt als dochter van Maarten Lauwers en
Margriet Verslachmeulen op 4 juli 1603 in Hombeek Sint-Maarten. Maria was
op 3 september 1623 in Hombeek Sint-Maarten gehuwd met Maarten Bosmans (Van
den Bossche) en dit gezin had zich ook in Weerde gevestigd. Maria
Lauwers was een tante van de hoger vermelde Joos Lauwers.
De parochiekerk van Weerde Sint-Maarten aan de
Dorpsstraat in Weerde, zoals het gezin Lauwers-Van Dijck ze heeft gekend,
bestaat niet meer. Toen de Groote Oorlog in 1914 uitbrak, werd de
vorige classicistische kerk uit de 18e eeuw vernield [zie foto] – die
was ook al van nà de periode dat Joos en Catherine er woonden -
en ze werd vanaf 1925 vervangen door een neogotische kerk
[zie ook foto: onteigening van het
huis Slachmuylders naar aanleiding van de uitbreiding van de kerk in 1925]. Enkel de westtoren bleef bewaard en die had nog
een bouwlaag die terugging tot de oorspronkelijke kerk.
De kerk bevatte in 2025 nog een 16e-eeuws
gotisch Mariabeeld en een schilderij dat Jezus met Martha en Maria
verbeeldt uit de 17e eeuw als herinnering aan de periode dat het
gezin in Weerde ging wonen.
Weerde was een zelfstandige gemeente aan de
Zenne, tussen de dorpen Zemst en Elewijt, tot de gemeentelijke herindeling
van 1977. De dorpsnaam ontstond in de 12e eeuw al als aanduiding
van een doorwaadbare plaats aan de Zenne (een ‘Wert’ in het Frankisch).
Zowel burgerlijk als kerkelijk was Weerde van oudsher afhankelijk van
Zemst. De ridders van Weerde uit de 13e eeuw waren leenmannen
van van der Aa, een jongere tak van de Berthouts. Eeuwen later
tussen 1575-1781 vormden de parochies van Weerde, Zemst en Eppegem
eigenlijk één verenigde parochie.
Aan het einde van de 16e eeuw was de
eerdere kerk bijna volledig verwoest en de ruïne bood een toevlucht aan
enkele gezinnen die er met hun koeien en kalveren overnachtten. Tot in 1605
herstellingen werden uitgevoerd. Er bleven gaten in het dak en het duurde
nog tot 1614 voor er opnieuw een mis werd gelezen. Het herstelde gebouw was
de kerk waarin tussen 1660 en 1671 de kinderen van Joos en Catherine werden
gedoopt. In deze periode woonden er een 45-tal huishoudens, met gemiddeld
anderhalve koe en één rund per gezin, één paard per vier gezinnen, en 6
ploegen voor alle gezinnen.
In de periode dat Joos en Catherine er woonden,
sprak met over Weerde-aan-de-Zenne als deel van wat men de Brabantse
Kouters noemde. De dorpskern lag als het ware op een eiland tussen de
Zenne en de Afleidingszenne. Een deel van de parochie werd toen al afgescheiden
door de Zenne.
In de 21e eeuw liggen de E19 an haar
afritten (‘afrit 11’) als een bijkomende wig tussen delen van het
oorspronkelijke dorp.
|