|
Blog – 1350
– Families Uyttersprot: falluintjes uit het sprokkelhout
|
Uit het
sprokkelhout
Zou er iets in onze genen zitten dat we hebben geërfd van onze
voorouders? Ik had een collega Lien [© foto van juni
2018] die ik best kon omschrijven als een
sprokkelaarster van kennis en vaardigheden, met de op het eerste zicht
onverklaarbare familienaam Uyttersprot. Die naam kwam ook
in het nieuws toen een verwante, de voormalige burgemeester Ilse
Uyttersprot uit Aalst gewelddadig om het leven kwam in 2020 [zie foto links, onder Creative Commons licentie CC BY 4.0, Jaronax,
2021]. Er was ook een straat in Moorsel vernoemd naar Raymond
Uyttersprot, de vader van Ilse. Hij was burgemeester van
Moorsel van 1965 tot de fusie met Aalst in 1976. In
1983 werd hij burgemeester van Aalst tot zijn overlijden in 1987.
Er waren meerdere
naamvarianten door de eeuwen heen: Uyt(t)ersprot,
Uijttersprot, Uytte(n)strot, Uyttersport, Wit(t)esprote,
Witesprost, Uyt(t)ersprot,
Uijttersprot, Uytte(n)strot, Uyttersport,
Wit(t)esprote, Witesprost, Uyste(r)pruyst, Uystpruyst, Uyttersprock, Uyttersproot, Uytterstrot, Heutterspreute, Heuster(s)preute,
… De meest oorspronkelijke schrijfvormen waren Van der Sproct en Uytersproct in
het midden van de 14e eeuw in de omgeving van Aalst.
De familienaam bleek een toponiem, een familienaam die verwees naar
de plaatsnaam Sprokt in Moorsel, Oost-Vlaanderen, bij
Aalst.
Een “Spork(t)”
was een plaats waar kreupelhout of sporkenhout groeide. Het
woord “sprokkelhout” was een afgeleide (met inversie van de “o” en de
“r”). Moorsel lag in de Denderstreek, en werd samen met gemeenten als
Baardegem, Herdersem en Meldert vaak benoemd als de Faluintjesgemeenten.
Deze voormalig zelfstandige gemeenten werden een deel van de fusie Aalst.
Ook die term “Faluintjes”
was etymologisch verwant. Het verwees naar het middeleeuwse falloerden,
wat takkenbossen of houtbussels betekende.
De takkenbossen waren samengesteld uit wilgen- en essenhout. De omgeving
stond voor deze vegetatie bekend. Ook de oorsprong van de stadsnaam Aalst
werd in die richting gezocht: de naam was een afleiding van het
Frankische alosa (els) of alisa (elzenbos).
Vanaf de 14e eeuw
werd de streek vooral bekend door de hopteelt. De paters van Affligem
hadden daar de hand in, en Aalst werd een centrum van de hophandel in de
16e eeuw.
|
Historische vindplaatsen
|
14e eeuw
|
In Aalst kwam de naam
van der Sproct/ Van der Sporct /Uytersproct eerst voor:
· Jan
Van der Sproct werd geboren omstreeks 1380
en had meerdere kinderen: Joos, Pieter, Gertrude, Jan
junior, Beatrix, Johan en Ruben.
· Zijn
vader Van der Sproct werd in de omgeving van Aalst geboren
omstreeks 1350.
De naam Van der Sporc(k)t/
Van der Sproct kwam rond deze tijd ook voor in
Noord-Brabant, Nederland als een alias.
Er leek geen onmiddellijke verwantschap met
de Vlaamse families te zijn uit de omgeving van
Aalst. Er was een etymologisch verband:
ook bij deze familie ging het om de verwijzing
naar een plaats waar sprokkelhout te vinden
was. Dat was
het Sprokt(woud) bij Griensven in De Dungen, dat
samen met Maaskantje en Rosmalen een deelgemeente werd van
Sint-Michelgestel nabij ‘s Hertogenbosch.
· Er was een melding van Godschalk van Middelroy alias
van de Sporct geboren omstreeks 1320 in de omgeving van ‘s
Hertogenbosch.
· Er was een melding van
Robert Lambrechts Hutmans alias van der Sporct,
geboren omstreeks 1340 in de omgeving van ’s Hertogenbosch in Nederland.
· Er was een melding van
Agnes van der Sporckt, geboren omstreeks 1360 in
De Dungen, Noord-Brabant, Nederland. Zij huwde met
Lambert Keelbreker in ’s Hertogenbosch en overleed in het
nabijgelegen dorp Den Dungen. Zij was een dochter van
Hendrik Uyter Hasselt en Catharina van
der Sprockt uit ’s Hertogenbosch, Nederland.
· Als
vader van de moeder werd Roelof van
der Sprockt vermeld, geboren omstreeks 1310.
De alias kwam tot in
de 17e eeuw nog sporadisch voor in
Noord-Brabant en Nederlands Limburg,
maar bleef niet als familienaam bestaan,
onder meer bij een Ida Lambrechts van
der Sprockt geboren omstreeks 1415 en bij Willem Huybrechts van
der Sprockt in 1463. Ook de een naam als Sprot kwam al
van in de 12e en 13e eeuw voor in Engeland,
Frankrijk en Spanje zonder verband met
de Vlaamse families.
|
|
15e eeuw
|
De oudste vermeldingen van
de familienaam Uyttersprot vonden we in Oost-Vlaanderen. De
naam werd er ook als Uytersprot gespeld.
· Van
Béatrice Van der Sproct,
dochter van
de hogervermelde Jan, weten we dat zij omstreeks
1415 werd geboren en overleed te Aalst. Zij was gehuwd
met Arend Coucke, geboren omstreeks 1410 in Nieuwerkerken als
zoon van Gielis Coucke.
· Willem
Uyttersprot was geboren omstreeks 1450 in Baardegem. Zijn
zoon Jan Uyttersprot huwde omstreeks 1505 met Lijsbeth Van
Praet, een dochter van Jan Van Praet en Elisabeth Van Damme, terwijl een jongere zoon
Joris Uyttersprot huwde omstreeks 1515 met Katelijne Van
Waeijenberge.
· Corneel Van
der Sproct werd geboren omstreeks 1450 in de omgeving van
Aalst. Hij had een zoon Jan die er huwde
met Josijne Van Rode,
en een dochter Lysebette die er huwde met
Joos Phelins.
· De meer oorspronkelijke schrijfvarianten
Van der Sprockt en Uytersproct kwamen ook voor bij deze personen.
|
|
16e eeuw
|
· In 1511
huwde Margriete Uyttersprot met Jan Mertens. Zij werd
geboren in Merchtem als dochter van Jan Uyttersprot en Elisabeth
Van Praet
en overleed in 1543 te Mazenzele. Haar broer
Joos vestigde zich in Moorsel.
· Béatrice
Uyttersprot werd geboren in 1512 in
Baardegem. Zij huwde Willem Plas en
overleed in 1572
te Mazenzele. Zij was een dochter van Joris
Uyttersprot en Katelijne Van Waijenberge en had een broer
Willem die zonder nakomelingen overleed.
· De
schrijfwijze Uyttersport dook op in Oost-Vlaanderen
(Moorsel)
· De
schrijfvariant UytterSproct dook op in Baardegem,
Oost-Vlaanderen, en in Opwijk, Vlaams-Brabant.
· Ook
de originele schrijfvarianten Van
der Sproct en Uytersproct kwamen voor in
Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant bij deze personen.
|
|
17e eeuw
|
Naast Uyttersprot kwam ook
de schrijfvariant Uyttersport voor in Oost-Vlaanderen,
In Moorsel, Steenhuize-Wijnhuize,
Lebbeke, Wieze, Gavere, Denderbelle (waar de
naam een enkele keer ook als “de Sport”
werd geschreven), en
de originele schrijfvariant Uytersproct kwam nog nauwelijks voor.
|
|
Hedendaagse spreiding van
de familienaam Uyttersprot
De familienaam kwam in
2008 1036 keer voor in België,
met een sterke concentratie in de omgeving van Aalst
(600+) waar we ook de oorsprong situeren.
De
schrijfwijze Uytersprot kwam slechts 18
keer voor in hoofdzakelijk het noorden van
Oost-Vlaanderen. Oudere, originele schrijfvarianten
als Uyttersproct en Van der Sproct kwamen niet meer voor.
In 2007 kwam de
naam Uyttersprot niet voor in Nederland. Dat gold ook voor
varianten als Uytersproc(k)t, Van der Sproc(k)t
en Uyt(te)rsport.

Aalst en Moorsel
Er was overigens ook een plaats Spurt in Hamme,
in dezelfde provincie. In Moorsel is er een Sint-Gudulakapel, opgetrokken
in Meldertse zandsteen, die herinnert aan de
Moorselse legende van Sint-Goedele.
Goedele (650-714) was een
dochter van de Merovingische graaf Witger van Lotharingen en
Amalberga van Maubeuge (een zus van Merovingische hofmeier Pepijn van
Landen). Zij was volgens de legende al op jonge leeftijd heel
godsvruchtig en ging elke ochtend naar de Sint-Salvatorkerk (voorloper van
de Sint-Martinuskerk) nabij Moorsel en de kaars in haar lantaarn ging
spontaan weer branden telkens de duivel ze uitblies.
Goedele werd religieuze
in het klooster van Moorsel en werd begraven in een plaats die Ham heette.
Hammenaars hielden het bij de plaats verwijzing naar hun gemeente Hamme,
maar Moorselaars waren eerder overtuigd dat het om het Hof te Hamme
ging in Herdersem.
Na de heiligverklaring
van Goedele, verhuisden haar stoffelijke resten van de kerk van Moorsel
naar de Sint-Gorikskerk (Sint-Goedele) in Brussel. Er werd zelfs een
rechtsgeding aangespannen bij hertog Karel van Neder-Lotharingen
door Moorsel vanwege de onrechtmatige toe-eigening van kerkgoederen, maar
het mocht niet baten. In die periode behoorde Aalst nog tot de zogenaamde
Brabantgouw, tot het in de 11e eeuw werd veroverd door de
(Franse) graven van Vlaanderen, terwijl de hertogen van Brabant-Lotharingen
nog twee eeuwen hun opperleenrecht over Aalst probeerden te doen gelden.
Door de
eeuwen heen wijzigde de schrijfwijze
van Moorsel: Mortsele (900)
– Mortesela (1000-1030) – Morsele (1036)
– Morcele (1040) – Mortsela (1600)
– Moorssel (1700). Etymologisch komt de samenvoeging uit
“mor”, drassige grond, en
“sele – zele”, verblijf. Moorsel zou men dus “verblijfplaats bij het moeras” kunnen noemen.
Archeologische opgravingen wijzen op
het bestaan van een Gallo-Romaanse nederzetting.
In Moorsel lag
het Sprokt aan de rand
van een vroeger moeras aan het begin van
de Eksterberg en het kasteel van Moorsel. In
de vroege middeleeuwen waren er twee heerlijkheden: Moorsel-propre
en Moorsel-kapittel (een verwijzing naar het kapittel
van Dendermonde, waarbij de abdij van Affligem
de grootste grondbezitter was).
De heerlijkheid Nieuwerkerken was één van
‘s graven propre dorpen, tussen de 14e en de 17e
eeuw eigendom van de familie van Liedekerke.
Afbeelding: houtsprokkelaarster, schilderij van
L.J.D. Crepin (Tervuren)
|