|
MEC XV – 000640 - GEZIN Lauwens – De
Mast +/-1693 Mechelen (Sint-Rombout)
Maarten
Lauwens
had een relatie met Lucie De Mast. Maarten
Lauwens werd gedoopt op 16 november 1668 in Mechelen Sint-Rombout als zoon
van Jan Lauwens en Françoise Van Beveren [ZIE MEC XIV – 000490]. Lucia Van der Mast werd vermoedelijk geboren
als dochter van Gielis Van der Mast en Magda De Cnodder in Mechelen
Sint-Rombout. Haar vader was een zoon van Gielis Van der Mast en Elisabeth
Van Roosbroeck die op 16 december 1620 in Wommelgem waren gehuwd.
·
Marie Catherine Lauwens werd gedoopt op 27 mei 1694 in Mechelen
Sint-Rombout. Doopgetuigen waren Jan Suetens en Catherine De Winter. Marie
Catherine overleed op 10 maart 1781 als begijn in Brussel op 86-jarige
leeftijd.
|
 Afbeelding: rechts familiewapen
Mast (van der Mast) uit de 14e eeuw, graafschap
Vlaanderen, omgeving Gent.
Links een variant van
de goudsmeden en poorters Mast uit Leiden uit de 15e eeuw waarin
de bladstelen naar beneden wijzen.
De familie de Jausse
de Mastaing de Jauche de Mast werden in het hertogdom Brabant al
vermeld in de 12e eeuw.
Marie Catherine Lauwens overleed
op 10 maart 1781 als begijn in het Klein Begijnhof van Brussel, 86 jaar
oud.
Prent van het Begijnhof
Sint-Catharina in Brussel uit 1780 van François Lorent [afbeelding onder publiek domein,
1780].
Marie Catherine was een tijdgenote van begijn
Isabelle De Doncker uit Sint-Maartens-Lennik die een later dat jaar op 3
oktober 1781 overleed in het Klein-Begijnhof van Brussel met het opschrift
“Veel Geluck met de Rust Uwer Ziele” [zie collectie Musea van de
stad Brussel].
Dit begijnhof was één van de laatste Brusselse begijnhoven van Brussel
(1646-1796), ontstaan uit een vrouwengemeenschap die op de hoek van de
Twaalfapostelenstraat en de Isabellestraat was ontstaan. Men richtte zich
oorspronkelijk op de opvoeding van meisjes vondelingen en de gemeenschap
kreeg in 1646 een begijnenstatuut. Begijnen leefden er in een Oratioriaans
geïnspireerde gemeenschap, niet in afzonderlijke huisjes, en moesten het
niveau hebben om les te geven in wat toen ‘armenonderwijs’ werd genoemd,
tot dit in 1658 werd overgenomen door de stad Brussel en de focus kwam te
liggen op algemeen meisjesonderwijs. Vooral kant-en borduurwerk kregen
aandacht, en ook meisjes uit welstellende kringen kregen er onderwijs.
In de periode dat Marie Catherine er verbleef, werd de kerk
herbouwd langs nieuwe straten (Warandeberg, Koningsstraat), maar Marie
Catherine maakte de inwijding van deze kerk, in 1782, net niet meer mee. De
komst van de Fransen luidde het einde in. Het klein begijnhof werd in 1796,
15 jaar na het overlijden van Marie Catherine, gesloten, en de kerk werd
verkocht en afgebroken [zie prent inval van Franse revolutionairen in
het begijnhof van Brussel, Pierre Goetsbloets, 1795, onder publiek domein,
collectie Koninklijke Bibliotheek Brussel].
Enkel de neoklassieke gevels
herinneren nog aan dit begijnhof, maar vanbinnen werd alles verbouwd door
de Generale Maatschappij van België.
|