|
MEC XI – 000145 - GEZIN Lauwerens – van Dormael 1568 Mechelen [*]
Joris Lauwerens (Laurens,
Laurin, Lauwereyns) huwde omstreeks 1568 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Van Dormael Christina (Chrystine,
Duermans). Het gezin woonde in de Kattestraat in Hombeek[1].
Gregorius “Joris” Lauwerens was geboren omstreeks 1539 in
Mechelen als zoon van Hieronimus “Jerome” Lauwereyns en Catherine van der Borght [ZIE MEC X – 000097b]. Duermans Christina werd vermeld als weduwe van Joris in een
Schepenakte van Mechelen op 9 december 1603 [S.A.M. Fonds G
Schepenregisters Serie I 225 f° 216r]. Er was een
eerdere vermelding op 29 maart 1603 waarin werd vermeld “de kinderen
wijlen Joris” [S.A.M. Fonds G Schepenregisters Serie I 225 f°
82r].
·
Margaretha Lauwens werd geboren omstreeks 1568 in Hombeek.
Zij huwde omstreeks 1588 met Philip Vermeeren [ZIE HOM XII – 000186].
·
Maarten Lauwens werd geboren omstreeks 1569 in Hombeek.
Hij huwde omstreeks 1590 met Maria Verslaghmeulen (Verslaghmolen) [ZIE HOM XII – 000195] en hertrouwde op 3 oktober 1593 in Hombeek met Catherine Joostens [ZIE HOM XII – 000200] [*].
·
Maria Lauwens werd geboren omstreeks 1570
in Hombeek. Zij huwde vermoedelijk op 15 april 1606 in Mechelen
Sint-Rombout met Corneel Verpoorten (van der Poorten) [ZIE MEC XII – 000238].
Familie van
Joris Lauwer(en)s
Joris was geboren in Mechelen kort voor de ontploffing aan de
Zandpoort plaats vond in 1546. Deze verwoestte een aanzienlijk deel van de
stad. Hij woonde in Hombeek toen in oktober 1572 de Spaanse Furie losbrak
in Mechelen. Joris Lauwers
(Laurens, Lauwerens) kwam uit een vooraanstaande familie uit
Brugge die zich de generatie ervoor vestigde in Mechelen.
Afbeelding: de naweeën van de ontploffing aan de Zandpoort in 1546. Deze
verwoestte een groot deel van de stad Mechelen. Dit was een ingrijpende
gebeurtenis die over heel Europa het nieuws haalde (© laurentii.be, 2024
collectie Hof van Busleyden)[2].
Zijn voorouders waren afkomstig van de geïmmigreerde Brugse stamlijn
Lauwereyns naar de omgeving van Mechelen. De nakomelingen gingen
voornamelijk bij de namen Lauwers, Laurens en Lauwens. Deze omgeving
was de regio Hombeek, Zemst, Humbeek, Nieuwenrode, Kapelle-op-den-Bos,
Tisselt, Heffen-Heindonk en Leest. Daarin lag de gedocumenteerde woonplaats
van de familie sinds 1517 in de omgeving van de Lepelstraat en de
Kattestraat in Hombeek centraal, en met de Mechelse parochie
Onze-Lieve-Vrouw aan de Dijle. Tegelijk waren er relaties met de stamlijn
Haacht-Werchter vanaf de generatie van Joris Lauwers en er zijn
aanwijzingen van verwantschap met de oudere Brabantse stamlijnen
Grimbergen-Humbeek en Meise.
Van Maarten Lauwers
kennen we de afstammelingen tot in onze tijd. Van Margriet Lauwers
weten we dat zij omstreeks 1589 huwde met Philip Vermeeren en dat zij op 28
oktober 1625 in Mechelen, net als haar echtgenoot, aan een besmettelijke
ziekte overleed in het klooster van de zwartzusters in Mechelen, vier dagen
na haar echtgenoot die er op 24 oktober 1625 overleed. Merk dat Philip
Vermeeren peter was van Philip Duermans (van Dormael), gedoopt op 22
december 1605 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw als zoon van Bernard Duermans en
Liesbeth Schreven (‘s Greven). De meter was Margriet van den
Slachmeulen, een zus van Maartens eerste echtgenote.
Een achternicht van Joris, dochter van Karel Lauwereyns en Anna
Uwens [ZIE MEC XIII - 000283], Magdalena Lauwers ,
was gedoopt op 20 april 1621 in Mechelen Sint-Jan en was gehuwd met Karel de
Schiettere. Haar dochter Petronilla Charlotte de Schietere,
huwde op 31 maart 1658 met de graaf François le Cocq, heer van
Humbeek, Vulverghem, Waerde, la Motte.
Foto: het gravenkasteel in Humbeek ten zuiden van
Kapelle-op-den-Bos op de westelijke oever van het kanaal
Brussel-Willebroek, voorheen “Willebroekse Vaart” in 1555-1561.
Vanaf 1644 werd het bewoond door de familie le Cocq. © O. Pauwels,
2010, regionale beeldbank.
Dit gaf één mogelijke verklaring waarom Lauwens later de bijnaam “die
van de graaf” meekregen in Leest in de periode dat Peter Lauwers
er in 1655 huwde met Johanna Persoons. Al
leek het er in Mechelen op dat de bijnaam eerder was ontstaan als
verwijzing naar de inwijkelingen
uit het graafschap Vlaanderen die dienden in het gevolg van de
Bourgondische graaf[3].
De moeder van Barbara Muissart die huwde met Jan Lauwerens ,
was Maxelande le Cocq. Haar vader was Boudewijn Muyssart (Muissart).
Verder was ook Damien Lauwerens
in Mechelen gehuwd met Margriet Muissart [ZIE MEC X – 000065].
Damien was heer van Frelingien, thans een gemeente
in het arrondissement Rijsel in Frans-Vlaanderen.
Een andere verwante was Antoon
Lauwens die omstreeks 1564 te Werchter huwde met
Anna Vivens (Vivijs, Vevens) en
die de stamlijn Werchter zou inzetten.
Afbeelding: In een zittingzaal van het Mechelse
gerechtsgebouw bleef een glasraam bewaard van Joost Lauwerey(n)s, één tak
van de Lauwereyns familie waarvan ook Joris Lauwe(rey)ns afstamt. Dit
opmerkelijke glasraam dateert uit 1521 en behoorde tot de tak “Lauwereys de Terdeghem”
die in Gent en Mechelen resideerde.
Deze verwante familie in het Mechelse was die van de familie
Lauwereys (Lauwerijn, Lauwerin, Laurens), heren van Terdeghem[4].
Joost Lauwereys was geboren in 1489 in Mechelen als zoon
van Nicolaas Lauwereys die zelf was geboren omstreeks 1464 te
Gent. Zij waren heren van Terdeghem en Joost was in 1514 in Gent
gehuwd met Johanna de Gros. Joost was extraordinair raadsheer
van de Grote Raad van Mechelen en overleed op 6 november 1527 in Mechelen.
Een kleinzoon, Ferry Lauwereys ,
heer van Terdeghem, was gehuwd met Anne du Chasteler en
overleed op 31 december 1624 in Mechelen. Deze Ferry had een zus Margriet
Lauwereys die ook in Mechelen resideerde.
De familie waarvan Joris afstamde, werd zoals vermeld met de bijnaam
“die van de graaf” bedacht in de omgeving van Mechelen. Er was een
duidelijke verbondenheid met de graven en gravinnen van Bourgondië die vorm
gaven aan wat de verenigde Lage Landen zouden worden. Ook andere takken van
de Lauwerens/Lauwerens families lieten hun sporen na in Mechelen en
omgeving.
van Dormael
Als startpunt van de stamlijn Lauwers en
Lauwens in Hombeek en Leest, kozen we Joris Lauwers (Lauwerens,
Laurens), die in 1570 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw huwde met Christine van
Dormael (Duermans).
In een akte van 9
december 1603 in het Mechels Schepenregister, werd vermeld hoe Christine
Duermans, weduwe van Joris Lauwers, voor vruchtgebruik een stede met het
huis en de grond, ongeveer een dagwand groot, gelegen aan de Kattestraat in Hombeek, overliet aan haar dochter Margriet
Lauwers .
Margriet was gehuwd met Philip Vermeeren, en zij had een broer Maarten en
een zus Marie.
Kaart: de
Kattestraat in Hombeek
De
familie Duermans (Deurmaels, Doermaels, Dormael) werd meerdere
malen vermeld in de Onze-Lieve-Vrouw parochie van Mechelen en was er rond
de eeuwwisseling onder meer verwant met de families Vertommen (Vertonghen,
Vertongelen), Peeters, Puttemans, Somers, Van Hove, Van Winghe (Van
Win), Bosmans, Herdiers, Langneus (Langenus), Van de
Kerckhove, Van den Driessche, Willems, Van Thielen. Er waren ook
verwantschappen met van der Borght elders in Vlaams-Brabant.
|

1621 - Brandgeschilderd raam
van het familiewapen van Matheus Van Dormael.
|

1621 - Brandgeschilderd raam van het familiewapen
van de met Matheus verwante familie Van den Driessche.
|
Joris
Lauwers was niet de oudste bekende Lauwers in Hombeek. We weten meer over
zijn verwanten en voorouders. Omdat sinds het huwelijk van Joris met
Christine de afstamming gedocumenteerd is tot in ‘onze’ tijd, spreken we
van de Hombeeks-Leestse of Klein-Brabantse stamlijn.
Merk ook dat Marie van
Onderschot meter was van Maria van Dormael, een dochter van
Jan van Dormael en Katrien Boets (Boodts), bij het doopsel op
20 januari 1675 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle [zie
verwantschap in 1563].
Afbeelding:
Mechelen in 1561 op een houtsnede van Sebastiaan Münster.
Verwantschappen Van Dormael (Duermans) in Mechelen 1600-1620
 
|
Andere
generatiegenoten met de familienaam in het Mechelse
…
vonden we in diverse registers. Het ging meestal om nakomelingen van een
oudere verwante lijn in het hertogdom Brabant. In de eerste helft van de
16e eeuw waren naamgenoten vaak afkomstig uit de parochie Nekkerspoel die
in 1546 met de ontploffing aan de Zandpoortvest grotendeels werd verwoest.
·
Michael
Lauw(a)er(t)s was op 21 mei 1530 in Mechelen Sint-Jan gehuwd met Jacomine van Braendonck [ZIE MEC X – 000075]. Michael Lauwers
was geboren omstreeks 1500 in Mechelen Nekkerspoel als zoon van Maarten
Lauwers [ZIE MEC IX - 000056]. Hij
was een broer van de hierna vermelde
Gielis.
·
Willem
Lauw(a)er(t)s was op 14 november 1530 in Mechelen Sint-Jan gehuwd met Liesbeth “Lijsbeth”
Vermessien [ZIE MEC X – 000076]. Hij was
afkomstig van Leuven.
·
Gielis
Lauwers huwde op 17 juni 1537 in Mechelen
Sint-Jan met Katrien “Katelijne” Holaerts [ZIE MEC X – 000084]. Hij
woonde voor het huwelijk in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle en was geboren op Nekkerspoel in Mechelen
als zoon van Maarten Lauwers [ZIE MEC IX - 000056].
·
Johanna
Lauwers huwde in augustus 1544 in Mechelen
Sint-Jan met Peter De Voocht [ZIE MEC X - 000094], en
werd vermeld in de registers van de Weeskamer in
Mechelen in 1545. Zij was afkomstig van Mechelen
Nekkerspoel en was geboren omstreeks 1519 als dochter van Gielis Lauwers
op Nekkerspoel [ZIE MEC IX – 000058].
·
Frans
Lauw(a)er(t)s huwde op 17 september 1545 in
Mechelen Sint-Jan met Margriet van Binnebeke [ZIE MEC X – 000099].
Frans was geboren omstreeks 1516 in Mechelen op Nekkerspoel, als zoon van Gielis
Lauwers [ZIE MEC IX – 000058]. Hij
werd begraven op 24 februari 1564 in Mechelen Sint-Jan. Het koppel werd
vermeld in schepenaktes van Mechelen in 1572. De familie van Binnebeke telde onder meer metsers in de volgende eeuw.
·
Jan
Lauwers was in Mechelen gehuwd met Katelijne
Berchs in 1551. Hij was eerder gehuwd omstreeks
1540 met Margriet de Boelpaepe [ZIE GRI X – 000080] en werd geboren omstreeks 1515 als
zoon van Jan Lauwers [ZIE GRI IX – 000059].
·
Barbara
Lauwers “Bayken” was in
1559 in Mechelen gehuwd met Jan van den Plasse [ZIE MEC X – 000075c]. De
laatste familie was al in de vorige eeuw verwant
via de familietak in Huldenberg. Jan van den
Plassche werd vermeld als haar weduwnaar op
27 juni 1560 in de Schepenregisters van Mechelen [S.A.M. Fonds G Schepenregisters
Serie I 185 f° 113r]. Het koppel werd eerder vermeld in
het register van de Weeskamer van Mechelen op 5
februari 1559 [S.A.M.
Weeskamer 6 f° 122].
·
Peter Lauwerens (Lauwereys) huwde in april 1559 in
Mechelen Sint-Jan met Barbara Lambrechts ‘alias van Haecht’ [ZIE MEC XI – 000127]. Zij
was afkomstig van Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Peter Lauwerens
was geboren omstreeks 1531 als zoon van Willem Lauwerens en Petronilla Deijlaerts [ZIE MEC X – 000074]. Hij
zou op 6 februari 1563 in Mechelen Sint-Jan hertrouwen met Maria van
Onderschot [ZIE MEC XI - 000133]. De
familie van Onderschot was in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw verwant met van
Dormael (van
Duermans).
·
Rombout Lauwers (Romment) huwde in oktober 1576 in Mechelen
Sint-Jan met Elisabeth Cristeen (Lijsbeth)
(ook Lauwerijs, Kerstens) [ZIE MEC XII – 000157]. Zij
was afkomstig van Mechelen Sint-Katelijne. Rombout Lauwers was geboren
omstreeks 1546 als zoon van de hoger vermelde Jerome Lauwers en Catherine van der Borght [ZIE MEC XI - 000097] en
was een broer van Joris Lauwerens . Hij
werd begraven op 4 mei 1617 in Mechelen Sint-Jan.
·
Jan Lauwerens (Laureijs) huwde op 24 mei 1579 in Mechelen
Sint-Rombout met Anna van Laer [ZIE MEC XII - 000164]. De ondertrouw
vond plaats op 14 mei
1579. Jan Lauwers hertrouwde met Judith Cornelis en werd begraven op 14
januari 1587 in Mechelen Sint-Rombout. Hij was een broer van Joris
Lauwerens .
·
Rombout
Lauw(a)er(t)s “Reynbout” huwde op 14 april 1587 in Mechelen
Sint-Jan met Geertrui Rub(b)ens volgens een
melding in het huizenonderzoek in 1544 en bij de weeskamer van Mechelen in 1563. In het Schepenregister
van Mechelen op 10 juli 1563 [S.A.M.
Fonds G Schepenregisters Serie
I 187 f° 114r]
werd de echtgenote vermeld als Gertrude de Kempenaere alias Robbens [ZIE MEC X - 000096].
·
Roeland Lauwers (Laurens) huwde op 14 april 1587 in Mechelen
Sint-Jan met Philipotte van den Brande [ZIE MEC XII - 000183].
Getuige bij het huwelijk was Hendrik Lauwers (ook Laurin, Laureins).
De ondertrouw had plaats gevonden op 4 april
1587.
·
Rombout
Lauwers was
gehuwd met Margriet Somers alias Hillens (van Hille) op 13 oktober 1591 in Mechelen
Sint-Pieter en Paul [ZIE MEC XII - 000196]. Er was een melding in de weeskamer
van Mechelen in 1594. Hij hertrouwde op 18
januari 1603 in Mechelen Sint-Jan met Clara Van den Eynde [ZIE MEC XII - 000238].
De afstamming van Joris
Lauwerens
Gregorius
“Joris” Lauwereyns was een zoon van Jerome
Lauwerin II die omstreeks 1545 in Mechelen was gehuwd
met Catherine van der Borght. De nakomelingen van Joris hielden hun
band met de families van der Borght en van Woluwe. Jerome II
was ook gehuwd geweest met Marie De Wilde en mogelijk ook met Madeleine van
de Levere (Lefevre).
Zijn vader Jerome Lauwer(en)s II , was een
zoon van Jacques Lauwereyns .
Het kon geen toeval zijn dat hij dezelfde unieke voornaam droeg als zijn
grootvader. Jacques was als zoon van Jerome I erkend in 1509 [RAG,
Raad van Vlaanderen, nr. 33 383, item 9] en hij was als
erfgenaam vermeld in het testament van Hieronimus Lauwereyns I in 1509.
Jacques Lauwereyns was in 1512 secretaris van de Grote Raad van Mechelen,
maar kon als bastaardzoon het wapen van zijn vader niet voeren.
Afbeelding:
het gestileerde familiewapen van de tak Lauwereyns van Watervliet omstreeks
1508.
De families Lauwereyns uit de verschillende
takken onderhielden nauwe banden in de streek en er waren gemeenschappelijk
verwante families.
Dat gold ook voor nakomelingen van Lauwereyns
uit een eerdere migratie in het hertogdom Brabant. Zij bleken zich bewust
van hun gemeenschappelijke voorouders.
Dat was ook duidelijk in Hombeek en
in Mechelen, waar zij elkaar via verwante families als van der Borght,
van Dormael, van Haecht, de Greve, van Leuven en van den Broeck
troffen. Men ging de weg niet alleen. Er was soms na-ijver, maar meermaals
stelde men zich solidair op.
De teloorgang van de wijk
Nekkerspoel
Het gehucht Nekkerspoel was
het belangrijkste gehucht van Mechelen in de middeleeuwen en op deze
locatie vond men de oudste sporen van bewoning in de omgeving. Het lag in het
overstromingsgebied van de Dijle en er waren al in de tiende eeuw dijken
aangelegd onder de Luikse prinsbisschop Notger.
Het wereldlijk gezag
oefenden de Berthouts van Berlaar uit, die in 1250 een waterburcht
bewoonden in Mechelen. Via de Zandpoort gaf de Nekkerspoelswijk sinds 1270
uit op de stad. In de 13e eeuw woonden aan de Nekkerspoel
duizenden mensen, vooral ambachtslieden zoals wevers, lakenmakers,
huidvetters en volders, net buiten de stadsmuren of “extra muros”,
en landbouwers. In 1150 kreeg de wijk haar eerste kapel en in 1215 werd het
een onafhankelijke parochie.
In 1254 hadden
karmelieten in dit gehucht een klooster opgericht, en in 1255 kreeg de
parochie een eigen kerk, de Heilige Geestkerk. Pas in 1308 kwam de wijk
onder het gezag van de stad Mechelen. Toen de lakennijverheid
door een crisis ging in 1361, kwamen de inwoners in opstand. De opstanden
werden hardhandig neergeslagen en de Zandpoort werd zelfs enige tijd
dichtgemetseld om de toegang tot de stad te ontraden.
Afbeelding: oude prent van de wijk
Nekkerspoel omstreeks 1560. Het gehucht telde toen slechts enkele honderden
huizen.
De wijk kwam opnieuw in
een neerwaartse spiraal terecht in het midden van de 16e eeuw.
Nadat heel wat huizen waren verwoest tijdens de ontploffing aan de
Zandpoort in 1546, gaven protestantse opstandelingen in 1579 de doodsteek
door brand te stichten in het gehucht. De kerk ging in vlammen op en de
parochie verloor elke rol van betekenis. Wat restte, werd bij de parochie
Bonheiden gevoegd.
Pas
tijdens de industriële revolutie won de wijk terug aan belang. In 1885 zou
de wijk opnieuw een zelfstandige parochie worden en werd de
Sint-Libertuskerk gebouwd. De nieuwe patroonheilige was een heilig
verklaarde gravenzoon die door de Heilige Rombout was gered. Straatnamen
als de Kleine Nieuwendijk, de Grote Nieuwendijk, de Lakenmakersstraat en de
Borchtstraat herinneren aan het middeleeuwse verleden.
|

Afbeelding boven: het familiewapen Vermeeren / vander Meeren
in Mechelen in 1589.
|
Afbeelding rechts: het familiewapen van Dormael in
1455-1545 zoals het voorkwam in Mechelen, in Leuven – waar de familie
verwant was met van Wesemael, van der Borght, Vermeeren, van
Onderschot en de Malcot - en in Sint-Stevens-Woluwe – waar de
familie verwant was met van Coudenbergh, Terwecoren, Vandergoten,
Cuelens Ter Eycken, Zeghers/Segers, en met Pipenpoy.
In Leuven vonden we in de
16e eeuw ook verwantschappen van de familie van Dormael met de
families Devos, Mannaerts, Van Espen, Smets, Spoelbergh, Paeps/De Paepe,
Holemans, Willemaers, ‘sGreven/de Greve en Rams.
|
|
   
Afbeeldingen: familiewapens Terwecoren, Vandergoten,
van Coudenbergh en Cuelens in de 16e eeuw.
|
1572-1580 – Pieter van der
Borght verloor have en goed tijdens de Spaanse en de Engelse Furie in
Mechelen
Op 31 augustus 1572 werd Mechelen bezet door
Bernard de Merode die onder het gezag stond van Willem van
Oranje. De troepen trokken de stad in via de Nekkerspoelpoort. de Merode liet
er na een kort verblijf van vier dagen een eerder kleine troepenmacht van 1200
voetknechten en 500 ruiters achter en vervolgde dan zijn weg naar
Dendermonde.
Prent:
kleding in Mechelen in 1575, naar Braun en Hogenberg (Publiek domein).
De Spanjaarden, onder leiding van don Fernando de
Toledo, de hertog van Alva, en diens zoon don Frederik, waren in juli
1572 gestart met de herovering van de Belgische steden. Na Leuven en
Bergen, kwamen Brussel en Mechelen aan de beurt. Gedurende een maand was
Mechelen onder Calvinistisch bestuur geweest. Op 2 oktober 1572 zetten
tegenstanders van Oranje de Mechelse stadspoorten open, maar de Spanjaarden
plunderden de stad ondanks de overgave en begingen er gruweldaden die de
geschiedenis zouden ingaan als de "Spaanse Furie" van
Mechelen. Drie dagen gingen Spanjaarden, Waalse en Duitse huurknechten
wreedaardig te weer in de stad. Er was sprake van kindermoorden en van de
leegroof van kloosters. De diamanten uit de kroon van de Onze-Lieve-Vrouw
van Hanswijk waren gestolen.
De Mechelse graveur Peter van der Borght,
net zoals Catherine van der Borght verwant met Frans van der
Borght, de procureur aan de Raad van Brabant in 1480,
werd tijdens de Spaanse Furie van al zijn bezittingen beroofd. Peter van
der Borght moest in 1572 de stad ontvluchten en vond met zijn gezin opvang
bij Christoffel Plantijn, de man voor wie hij als illustrator
werkte.
Afbeelding:
"Feest op het ijs bij Mechelen", een gravure van Pieter Van der
Borght, 1559 (Publiek Domein).
Vanaf 1579 was Mechelen als het ware een eiland
tussen Calvinistische steden, en de aanvoer van levensmiddelen kwam in het
gedrang. De inwoners leden honger en velen verlieten de stad.
Op 9 april 1580 werd de stad opnieuw ingenomen
door de 'staatsen' onder leiding van Olivier van den Tympel,
de gouverneur van Brussel. Hij werd hierbij geholpen door de Engelse en
Schotse legers van kolonel Norrits en kapitein Stuart. De inname
ontaardde in een strijd met de Mechelse burgerwacht en met de
schuttersgilden, waarbij een zestigtal doden vielen. Opnieuw werden
kloosters, kerken en privé eigendommen beroofd. De gebeurtenissen zouden de
geschiedenis ingaan als de 'Engelse furie'.
Mechelen bleef tot 1585 in 'staatse'
handen tot de verovering door de Spaanse veldheer
Alexander Farnese en de val van Antwerpen in datzelfde jaar.

Afbeeldingen: de Spaanse Furie in Mechelen, 2 oktober 1572 en
de Engelse furie op 9 april 1580.
|