|
MEC
X – 000097b - GEZIN Lauwereyns – van der Borght 1539 Mechelen [*]
Hieronimus “Jerome” Lauwerens huwde omstreeks 1539 met Catharina van
der Borght => ook Lauwerens, Laureys, Lauwers, Lauwens, Laurens,
Van der Burcht. Jerome Lauwerens was geboren omstreeks 1510 in Mechelen
als zoon van Jacques Lauwereyns en N.N. [ZIE MEC IX - 000063b] (RAG, Raad van Vlaanderen, nr. 33 383, item 9). Hij was eerder gehuwd of hertrouwde met Maria De Wilde, en
mogelijk ook met Madeleine le Fevere,
en was een afstammeling van de stamlijn Lauwereyns uit het graafschap Vlaanderen. De familie van
der Borght van Huldenberghe had banden met Hombeek. Het lijkt weinig
waarschijnlijk dat Jerome het familiewapen van zijn grootvader Jerome
Lauwereyns van Watervliet nog mocht dragen. Zijn halfbroer Peter
Lauwerens , gehuwd met Elisabeth d’Onche,
had het wapen van de heer van Watervliet geërfd [ZIE MEC IX – 000063].
·
Jan
Lauwerens werd geboren omstreeks 1540 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Hij huwde omstreeks 1563 in Mechelen met
Elisabeth De Leeuw [ZIE MEC XI – 000138].
·
Gregorius
« Joris » Lauwerens
werd geboren omstreeks 1545 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Doopgetuige was Rombout Lauwers. Hij werd
onder meer vermeld in het Schepenregister
van Mechelen op 14 januari 1552 als aanpalende buur (S.A.M. Fonds G Schepenregisters
Serie I 174 f° 148v). Hij was
de stamvader van de Hombeeks-Leestse lijn [ZIE MEC XI –
000145] [*].
·
Rombout
Lauwers werd geboren omstreeks 1546 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle [ZIE
MEC XI – 000157]. Hij
huwde in oktober 1576 in Mechelen Sint-Jan met Elisabeth « Lijsbeth »
Cristeen. Zij was afkomstig van Mechelen Sint-Katelijne. Hij overleed op 4
mei 1617 in Mechelen Sint-Jan.
·
Catharina
Lauwerens werd geboren omstreeks 1547 in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle. Zij huwde in augustus 1577 in Mechelen
Sint-Rombout met Philip Cristeen, een broer van Lijsbeth Cristeen [ZIE MEC XI - 000159].
|
Jerome
kreeg de voornaam mee van zijn beroemde grootvader
Jerome Lauwereyns II kreeg dezelfde naam
als zijn bekende grootvader Jerome I Lauwereyns van Watervliet
, al kon hij diens wapenschild niet
voeren als zoon van een buitenechtelijk kind met Isabeau Laroy. Niettemin
was dit kind, zijn vader Jacques Lauwereyns wél erkend door grootvader Jerome in
1509.
 Zijn grootvader Jerome
I Lauwereyns, de heer van Watervliet, had de jonge keizer Karel
mee opgevoed aan het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen en had gediend onder drie
vorsten: Maximiliaan I van Habsburg, Filips de Schone,
en Margaretha van Oostenrijk. Hij was een welstellend man geweest in
Brugge en in Mechelen. In 1508 werd zijn stadspaleis in Mechelen verkocht
aan Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Habsburgse
Nederlanden (1480-1530), dochter van Maximiliaan I van Oostenrijk en
Maria van Boergondië, en zus van Filips de Schone.
Foto: Het stadspaleis van
Jerome Lauwereyns te Mechelen. In 1508 ging het over in de handen van
Margaretha van Oostenrijk, die er vanaf dan residentie hield.
Daarna werd het bekend als het "Paleis van Margaretha van
Oostenrijk". Schilderij: Filips de Schone omstreeks 1500
(collectie Hof van Busleyden, © laurentii.be, mei 2024).
Het leek er een beetje op
dat de geschiedenis zich herhaalde. Grootvader Jerome was zelf een
buitenechtelijk kind van Boudewijn Lauwereyns [ZIE BRUg VII – 000043].
Jerome I had zich opgewerkt tot ontvanger van Oost-Vlaanderen, nadien ridder, en werd heer van
Watervliet, Waterlant, Waterdyk, Poortvliet, Nieuwvliet
en algemeen schatbewaarder van de aartshertog Philip de Schone en
topambtenaar van het Bourgondisch-Habsburgse rijk. Bij deze
levensstijl ("vivre noblement") hoorde een het
gebruik van eigen heraldische tekens, paardrijden, de jacht, het
verwerven van heerlijkheden. Die verbondenheid met de grafelijke
ambtenarij en de titels die hij kon voeren, maakten dat hij tot de "nieuwe adel" van
die tijd behoorde.
Afbeelding: één van
de portretten van Margaretha van Oostenrijk (een kopie bevindt zich in de
collectie van het Museum van Schone Kunsten te Antwerpen) in het hof van
Busleyden te Mechelen © laurentii.be, mei 2024.
Margaretha
van Oostenrijk stelde bij het overlijden van Jerome in 1509 voor om, voor
zijn trouwe diensten, voogd te worden van de weeskinderen van Jerome. Dit
voogdijschap werd gedelegeerd aan Jan Pieters (voorzitter van de Grote Raad van
Mechelen)
en Jan van Belle (in 1490 klerk van Jerome en in 1504 gehuwd met Agnès van
Boele, kleindochter van Jerome).
Nog in
1505 verwierf Hieronimus Lauwereyns van Watervliet net
als Willem de Croij, heer van Chièvres, van Filips de
Schone alle slikken en aangeslibde zeebodems die zich bevonden tussen het
Zwartegat en de kanalen van Wulpen, Cadsant, Oostburg en Groede, met de
verplichting deze in te dijken, met het voorrecht van rechtspraak (hoge,
middelbare en lage rechtsmacht). De gronden dienden gehouden in leen van het
hof van Bourg van Brugge, met het recht om een derde van de
ingedijkte gronden in leen te houden.
Na een
ernstige ziekte, dicteerde Jerome I de avond van 21 juli 1509 zijn
testament aan Peter van Gouda en hij overleed twee weken later in
Den Haag. Hij werd begraven te Watervliet in een praalgraf. In dit
graf werd ook Marie Strabant en zijn dochter Barbara, uit een eerder
huwelijk met Jacqueline Peyaert (Pedaert), begraven. Het testament
werd geschreven op perkament in het huis van Vincent Cornelis in Voorhout
in Zuid-Holland en de getuigen kwamen uit Utrecht: Jacob Ruysch,
deken van Den Haag, Vincent Cornelis, Corneel Barthold, Willem Joannes en
Gillis Maillet (Mallet).
De executeurs van het testament waren zoon Jacques Lauwereyns , Jan van Belle en Filips van den Berghe
(gehuwd met schoonzus Katrien Peyaert, hij zetelde in de
schepenbank van Brugge).
|
|
  Catharina van der Borght was
een telg uit het geslacht van de heren van der Borght van Huldenberghe.
De familie was al verwant met van der Meeren (Vermeeren) en van
Woluwe in de 14e eeuw, familienamen die ook opduiken in het
nageslacht van Lauwereyns in de omgeving van Mechelen.
Afbeeldingen:
de familiewapen van der Borght van Huldenberghe, van Woluwe en van
Lauwereyns van Watervliet.
Verwantschap met Van Roy en Vermeeren in Mechelen
Isabella van Roy had een zus Jacqueline die in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle op 7 november 1588 huwde met Peter
Walschaerts (RAB/Mechelen (OLV) f VR 318739/15). Peter
Walschaerts zou op 4 februari 1607 hertrouwen in Mechelen
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met Catharina Bogaerts. Bovendien was de
familie verwant met Vermeeren, die aantrouwden bij de kinderen van
kleinzoon Joris Lauwereyns .
Elisabeth Clottens (Clottemans),
was op 19 september 1618 in Mechelen in de Hanswijkparochie gehuwd met
Adriaan Walschaerts, een zoon uit het eerste huwelijk Walschaerts-Van Roy.
Zij hertrouwde omstreeks 1628 in Mechelen met Philip Vermeeren. Het gezin
Vermeeren-Clottemans woonde in het Mosselstraatje in Mechelen toen
Elisabeth er in november 1638 overleed.
Afbeelding:
het familiewapen van Royen omstreeks 1473. De familie Van Roy was
aanwezig in Mechelen in de parochies Sint-Rombout,
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle en Sint-Jan, en in Hombeek, in Heffen en in
Zemst, in de 16e en de 17e eeuw. Alternatieve
schrijfwijzen in Mechelen en in Hombeek waren Van Roy, Van Roij, Van
Roeij en De Roy.
Op 16 december 1638 werden Laureys Van Roy,
Nicolaas Vermeeren en Jacques Clottens aangesteld als voogd van de kinderen
Maarten Vermeeren, toen een tienjarig kind en Cathelijne Vermeeren, toen
een tweejarig kind. De woning in het Mosselstraatje werd op 20 oktober 1645
verkocht na het overlijden van Adriaan Walschaerts door Jacques Clottemans
en Jacques Van Roy (Weeskamer Mechelen/RAB/MECHELEN(OLV) f
318743/39).
|