|
LON XXI – 002083 - GEZIN Lauwens – Moortgat 1891 Londerzeel [*]
Jan Frans Lauwens huwde op 27 augustus 1891 in Londerzeel
met Marie-Louise Moortgat. Bij het huwelijk trad Eduard Moortgat, een
24-jarige broer van de bruid, op als getuige. Hij was werkman in
Londerzeel. Andere getuigen waren Jos en Pieter Van Esbroeck,
32-jarige en 30-jarige blokmakers uit Londerzeel,
en Vital De Hertogh, een 50-jarige stoelmaker uit
Londerzeel.
Foto: Jan Frans en Marie-Louise bij hun gouden
huwelijksbruiloft in augustus 1941 in Nieuwenrode.
Marie-Louise Moortgat zou een jaar later overlijden, op 9
december 1942 tijdens de Tweede Wereldoorlog, in Kapelle-op-den-Bos.
Jan Frans Lauwens was geboren op 21 juni
1865 in Tisselt als zoon van Hendrik Lauwens en Marie Anne Segers [ZIE TISs XX – 001942]. Zijn vader Hendrik was op 24 april 1862 in Tisselt
hertrouwd met Marie Anne Segers nadat zijn eerste echtgenote Marie
Catherine Van Kerckhoven op 31 augustus 1859 in Tisselt was overleden. Er
was één kind in het eerste huwelijk, halfbroer Jan Baptist Lauwens ,
die enkele weken na de geboorte was overleden op 2 september 1859, twee
dagen nadat de moeder was overleden. Dat maakte Jan Frans de oudste zoon
nadat twee voorgaande eerdere kinderen in het tweede huwelijk kort na de
geboorte waren overleden in 1863 en 1864. Jan Frans Lauwens was 26 en
werkman, woonachtig in Breendonk, toen hij huwde. Zijn ouders waren
overleden in 1884 en in 1880 in Tisselt en maakten het huwelijk niet meer
mee.
Marie-Louise Moortgat was geboren op 13
september 1865 als dochter van Peter Jan Moortgat (geboren
in Steenhuffel omstreeks 1831, van de brouwersfamilie Moortgat)
en Marie Thérèse De Schouwer (geboren te Londerzeel omstreeks
1839). Zij werkte als dienstmeid in Brussel toen zij huwde. Er was een
voorhuwelijks kind dat erkend werd bij het huwelijk. Het gezin woonde in
Londerzeel en in Nieuwenrode.
Jeanne Moortgat overleed op 9
december 1942 in Kapelle-op-den-Bos drie maanden na haar 77e
verjaardag. Jan Frans Lauwens was bijna acht jaar weduwnaar toen
hij op 85-jarige leeftijd op 15 september 1950 overleed in Nieuwenrode.
·
Marie
Jeanne Lauwens werd geboren op 13 mei 1889 in
Londerzeel. Marie Jeanne was geboren als voorhuwelijks kind met de
naam Moortgat, en werd gewettigd bij het huwelijk in 1891. Zij huwde
op 14 oktober 1908 in Londerzeel met Jozef Schelkens [ZIE LON XXII – 002170].
·
Jan Frans
Lauwens werd geboren op 14 juli 1892 in
Londerzeel. Hij huwde op 20 november 1920 in Kapelle-op-den-Bos met Jeanne
Delphine Bulens [ZIE KAP XXII –
002218].
·
Marie
Thérèse Lauwens werd geboren te Londerzeel op
25 mei 1894 in Londerzeel. Zij huwde op 3 mei 1917 in Nieuwenrode met Karel
Daelemans [ZIE KAP XXII – 002315].
·
Lodewijk
Lauwens werd geboren op 1 maart 1897 in
Londerzeel. Hij huwde op 13 september 1919 in Kapelle-op-den-Bos met Marie
Louise Peeters [ZIE KAP XXII –
002325].
·
Frans
Lauwens werd geboren te Londerzeel op
24 april 1899 in Londerzeel. Hij huwde op 21 december 1921 in Nieuwenrode
met Katrien Philomène Van Roy [ZIE
KAP XXII – 002222].
·
Jules
Lauwens werd geboren op 15 mei 1901 in
Nieuwenrode na de eeuwwisseling. Hij huwde op 15 oktober 1929 in Wolvertem
met de zes jaar jongere Adolphine Wijns [ZIE KAP XXII – 002276].
·
Jozef Domien Lauwens werd geboren op 2 juni 1903 in
Nieuwenrode. Hij huwde op 12 november 1927 in Grimbergen met Colette
Stevens [ZIE GRI XXII –
002253].
·
Frans
Emiel Lauwens werd geboren op 9 maart 1907 in
Nieuwenrode. Hij huwde op 25 juni 1932 in Kapelle-op-den-Bos met Marie
Elisabeth Van Keer [ZIE KAP XXII –
002293]. [*]
Wie-is-wie op deze familiefoto
Lauwens-Moortgat van augustus 1941?
Foto: genomen op zondag 31 augustus 1941,
bij het 50-jarig gouden huwelijksjubileum van Jan Frans Lauwens en
Jeanne Marie-Louise Moortgat. Het koppel was gehuwd op 27 augustus 1891 in
Londerzeel en het gezin woonde in Londerzeel en in Nieuwenrode, een
deelgemeente van Kapelle-op-den-Bos.
Jan Frans Lauwens was 26 jaar oud toen hij huwde, Marie-Louise
was enkele maanden jonger, geboren op 13 september 1865 in Londerzeel als
dochter van Peter Jan Moortgat en Marie-Thérèse De Schouwer. Jan
Frans Lauwens werd geboren te Tisselt op 21 juni 1865 als zoon van Hendrik Lauwens en
(zijn tweede vrouw) Marie-Anne Segers.

1 Lauwens Pieter Lodewijk °
Kapelle-op-den-Bos op 23 februari 1924 (zoon van 21 en 22)
2 Lauwens Maria Joanna °
Nieuwenrode op 11 maart 1922 (dochter van 23 en 24) 
3 Lauwens Jan Frans °
Kapelle-op-den-Bos op 5 november 1925 (zoon van 15 en 16) 
4 Lauwens Frans Filemon °
Kapelle-op-den-Bos op 24 augustus 1920 (zoon van 21 en 22) 
5 Van Humbeek Rachel °
Londerzeel op 13 februari 1912 (echtgenote van 6)
6 Schelkens Frans °
Londerzeel op 2 februari 1910 (zoon van 27 en 28, echtgenoot van 5)
7 Keymolen Pieter Jan Hendrik ° Londerzeel 31 mei 1908 (echtgenoot van 29)
8 Daelemans Jan Jozef °
Nieuwenrode op 30 maart 1921 (zoon van 34 en 35)
9 Daelemans Julius René Marie ° Nieuwenrode op 4 april 1923 (zoon van 34 en 35)
10 Lauwens Jean Louis ° Meise
op 24 december 1926 (zoon van 23 en 24) 
11 Schelkens Jan ° Londerzeel
op 22 juni 1914 (zoon van 27 en 28)
12 Cleymans Jan (echtgenoot
van 33)
13 Lauwens Frans Emiel °
Nieuwenrode op 9 maart 1907 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 14) 
14 Van Keer Maria Elisabeth °
Kapelle-op-den-Bos op 18 oktober 1905 (echtgenote van 13)
15 Lauwens Jan Frans °
Londerzeel op 14 juli 1892 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 16) 
16 Buelens Joanna Delphina °
Leest op 26 januari 1888 (echtgenote van 15)
17 Lauwens Julius °
Nieuwenrode op 15 mei 1901 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 18) 
18 Wijns Adolphina °
Wolvertem op 1 april 1907 (echtgenote van 17)
19 Lauwens Jozef Domien °
Nieuwenrode op 2 juni 1903 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 20) 
20 Stevens Coleta ° Grimbergen
op 27 november 1905 (echtgenote van 19)
21 Lauwens Lodewijk °
Londerzeel op 1 maart 1897 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 22) 
22 Peeters Maria Ludovica °
Kapelle-op-den-Bos op 16 mei 1897 (echtgenote van 21)
23 Lauwens Frans °
Londerzeel op 24 april 1899 (zoon van 31 en 32, echtgenoot van 24) 
24 Van Roy Catharina Philomena ° Nieuwenrode op 5 oktober 1897 (echtgenote van 23)
25 Lauwens Irene °
Grimbergen op 15 maart 1928 (dochter van 19 en 20) 
26 Lauwens Mariette °
Grimbergen op 25 maart 1929 (dochter van 19 en 20)
27 Schelkens Jozef °
Steenhuffel op 26 september 1883 (echtgenoot van 28)
28 Lauwens Maria Joanna °
Londerzeel op 13 mei 1889 (dochter van 31 en 32, echtgenote van 27) 
29 Schelkens Maria Louiza Carolina ° Londerzeel op 14 mei 1911 (dochter van 27 en 28,
echtgenote van 7)
30 Keymolen Maria Josepha °
Londerzeel op 14 november 1936 (dochter van 7 en 29)
31 Lauwens Joannes Franciscus ° Tisselt op 21 juni 1865 (echtgenoot van 32) 
32 Moortgat Johanna Maria Ludovica ° Londerzeel op 13 september 1865 (echtgenote van
31) 2
33 Daelemans Joanna Ludovica °
Nieuwenrode op 8 juni 1918 (dochter van 34 en 35, echtgenote van 12)
34 Lauwens Maria Theresia °
Londerzeel op 25 mei 1894 (dochter van 31 en 32, echtgenote van 35) 
35 Daelemans Karel °
Nieuwenrode op 8 augustus 1917 (echtgenoot van 34)
36 Lauwens Jan Marcel °
Kapelle-op-den-Bos op 23 januari 1928 (zoon van 21 en 22) 
37 Lauwens Mariette Joanna °
Nieuwenrode op 17 november 1932 (dochter van 23 en 24) 
38 Lauwens Jan Frans °
Nieuwenrode op 9 juli 1930 (zoon van 17 en 18) 
39 Lauwens Ludovica José °
Nieuwenrode op 23 januari 1935 (dochter van 17 en 18) 
40 Lauwens Jan Jozef Judith °
Kapelle-op-den-Bos op 21 augustus 1937 (zoon van 13 en 14) 
41 Daelemans Louis (zoon
van 34 en 35)
42 Lauwens Willem Lodewijk °
Mechelen op 20 september 1935 (zoon van 13 en 14) 
43 Lauwens Nathalia Joanna °
Nieuwenrode op 19 maart 1928 (dochter van 23 en 24) 
44 Lauwens Livien Marie Frans ° Mechelen op 29 juni 1936 (zoon van 13 en 14) 
45 Lauwens Francina Catharina ° Nieuwenrode op 30 januari 1930 (dochter van 23 en
24) 
46 Cleymans Marie Thérèse (dochter
van 12 en 33)
47 (boven
41, ongenummerd:) Lauwens Jan Frans Lodewijk ° Mechelen op
22 april 1933 (zoon van 13 en 14) 
|
1891 – Het gezin Lauwens-Moortgat en
twee wereldoorlogen in België (Londerzeel)
Jan Frans Lauwens en Marie-Louise Moortgat zouden twee grote
oorlogen meemaken. Toen de Eerste Wereldoorlog aanbrak in 1914, waren zij
50’ers en Marie-Louise had in januari 1913 haar moeder verloren toen die
omkwam bij een ongeval met een stoomtram van Londerzeel [zie verhaal hierna]. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waren zij
70’ers. Drie zonen uit dit gezin zouden vechten aan
de IJzer tussen 1914 en 1918. Zij werden vermeld als
Vuurkruisers, soldaten die zgn. “frontstrepen” of diensten aan
de IJzer volbrachten.
Marie-Louise was 53 toen de oorlog in 1914
uitbrak, en 75 toen het scenario zich herhaalde in 1940.
Jeanne Moortgat overleed in december 1942 tijdens de Duitse
bezetting. Haar man Jan Frans zou de “tweede” bevrijding wel nog meemaken.
Afbeelding:
oprukkende Duitse soldaten in 1914 en in 1940. Het is moeilijk te vatten
welke impact een inval, en de bezetting, door een ander land heeft op het
moreel van de bevolking. In de foto’s valt het déjà-vu effect bijzonder op.
Het lijkt wel hetzelfde draaiboek met andere figuranten (zie
genummerde voorbeelden), alsof de geschiedenis zich herhaalt.
W.O. I -
Op 4 augustus 1914 viel Duitsland het neutrale België binnen. De
Eerste Wereldoorlog was een feit geworden. In de maanden daarna werd
Nederland overspoeld door vluchtelingen (volgens schattingen meer dan
1.000.000) die vanuit België de grens overtrokken. Drie zonen, Jan
Frans, Frans en Lodewijk Lauwens uit
het gezin Lauwens-Moortgat en een Leestse achterkozijn, Alfons
Lauwens ,
zouden vechten aan de Ijzer in 1914-1918.
W.O. II - Hoewel Duitsland al in maart van 1939
Tsjecho-Slowakije had bezet, begon de Tweede Wereldoorlog 'officieel' op 1
september 1939 met de Duitse aanval op Polen. 2 dagen daarna verklaarden
Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. In januari 1940
kende het opperbevel van het Belgische leger de ware Duitse bedoelingen. Op
10 mei 1940 om vier uur 's morgens viel het Duitse leger België binnen. De
vlucht naar Frankrijk, Nederland en West-Vlaanderen bracht 400 000 mensen
op de been. België werd bezet. Op 28 mei gaf België zich officieel over.
Pas in september 1944 marcheerden geallieerde troepen Brussel binnen.
Eerste
helft 20e eeuw: een periode van grote veranderingen
De eerste helft van de twintigste eeuw was
een periode van grote veranderingen in het leven van een doorsnee gezin. In
1936 waren er bijvoorbeeld al 600 000 gezinnen die een radio bezaten; in
1950 waren er dat al 1,5 miljoen. In 1936 werden werknemers verplicht zich
te verzekeren voor pensioen, ziekte en invaliditeit; datzelfde jaar werd de
wet op de betaalde vakantie gestemd.
Na de oorlog deden nieuwe
consumptiegewoonten, zoals het gebruik van elektrische keukenapparatuur hun
intrede. Sommige gezinnen overwogen zelfs de aanschaf van een auto. Na de
tweede wereldoorlog lag de gemiddelde sterfteleeftijd rond de 65 jaar.
Tussen 1914 en 1950 nam de kindersterfte met bijna 60 % af.
1913 – Marie-Louise Moortgat verloor
haar moeder bij een dodelijk ongeluk met de stoomtram te Londerzeel
|
In
de ochtend van 7 januari 1913 werd de weduwe Marie-Thérèse Moortgat-De
Schouwer nabij de halte van Londerzeel-Dorp overreden door de stoomtram
die van Grimbergen kwam. De vrouw woonde samen met haar kleinkind Marie-Jeanne
Lauwens .
Het was een verschrikkelijk ongeluk. Marie-Thérèse was doof en had de
tram niet horen aankomen. Zij verloor beide benen en zou het ongeluk niet
overleven. Enkele buren hadden het zien gebeuren.
|
De politiecommissaris van Londerzeel hoorde eerst
om 8.10 uur 's morgens Pieter Jan De Bondt, een elektricien uit Laken, van
geboorte van Londerzeel, die de politie kwam verwittigen dat de vrouw door
de tram was overreden. Op dat moment was het slachtoffer nog ter plaatse.
Commissaris Theo Turf (zie afbeelding) spoedde zich naar
de plaats van het ongeval, nabij de halte van Londerzeel, aan een privaat
weg die toegang gaf tot de woning van het slachtoffer. De man trof er de
tram aan, en kon enkel "bestatigen daar hare holleblokken,
kousen en lichaamsdelen op en spoorweg verspreid liggen".
Hector Van Assche, een bloemenkweker uit
de Brusselsestraat te Londerzeel, was op het moment van het
ongeval een 150 meter van de privaat weg in gesprek met
Katrien Eeckelaers. Hij zag het ongeluk gebeuren en getuigde: "Ik
stond met Eeckelaers Catharina te klappen
op eenen afstand van ongeveer 150 meters van den privaten weg.
Den stoomtram naderde en gaf eensklaps een nood-gefluit; ik
hoorde ook het geroep van den machinist. Dit trok mijne aandacht en zag in
die richting. Juist op den oogenblik zag ik de weduwe Moortgat-De
Schouwer op omtrent 5 à 6 meters afstand van de tramlijn en dezelve, uit
den privaten weg komende, naderen. Onmiddellijk begreep ik het gevaar voor
die vrouw, daar zij aan doofheid lijdt. Inderdaad hoorde de vrouw het
noodgefluit en geroep niet, kwam aldus op de tramlijn waar zij door
den aanstoomenden trein verrast werd. De vrouw werd aldus ten
gronde geslingerd en onder de wielen verpletterd. Den machinist heeft het
mogelijke gedaan om het ongeval te vermijden. Hij stopte onmiddellijk, doch
voor den trein stilstond was het te laat. Ik moet doen opmerken dat, toen
ik het gefluit en geroep hoorde, de weduwe Moortgat-De Schouwer nog slechts
twee meters van de tramlijn en 5 à 6 meters van
het aanstoomend machien verwijderd was."
Ook Katrien Eeckelaers, een huisvrouw die te
Londerzeel woonde aan het Pluimennest, van geboorte van Tisselt,
getuigde: "Als gebuur is het mij bekend dat de vrouw inderdaad
aan hevige doofheid lijdend is." Ook Philomène Verhertbruggen,
herbergierster aan Pluimennest (echtgenote van Vijvermans, van geboorte van
Wolvertem) getuigde: "Ik was in mijne woning en hoorde een hevig
gefluit van den aankomende tram, het was een gefluit alsof iemand in gevaar
was. Een oogenblik later zag ik nabij den weg den tram stilstaan,
en ik hoorde zeggen dat de weduwe Moortgat door den tram overreden was. Als
gebuur was het mij bekend dat de vrouw zeer doof was." De
doofheid van de weduwe Moortgat werd ook bevestigd door buur en landbouwer
Peter Vertongen.
Afbeelding: de
stoomtram Londerzeel-Brussel. Pas in 1930 werd de lijn geëlektrificeerd.
De trammachinist was Frans Rinson, van
geboorte van Wolvertem, maar ook woonachtig te Londerzeel.
Ook hij moest getuigen: "Ik bestuurde den tram aankomende te
Londerzeel-West om 8.10 ure. Achter het machien hingen
twee opene transportwagens voor koopwaren, en daarachter twee
rijtuigen voor reizigers. Toen ik met den trein den weg naderde waar ik de
vrouw, die ik niet erkende, zag aankomen, gaf ik noodgefluit om ze te
verwittigen. De vrouw scheen het gefluit niet te hooren en
naderde meer en meer de tramlijn zonder te zien of er geen gevaar voor haar
was. Ik herhaalde het gefluit, riep zoo hard ik kon, doch de vrouw hoorde
niet. Ik gaf tegenstoom aan mijn machien, en het was evenwel te laat;
de vrouw stapte op de lijn waar zij door het machien gevat werd.
Voor ik er in gelukte mijnen trein stil te houden, was de vrouw overreden.
Ik moet erbij voegen dat de rails zeer glad waren en het moeilijker was den
trein onmiddellijk of op korteren afstand stil te houden."
De stoker Peter Van Aken, geboren en wonende te
Wolvertem, stond aan de zijde van Frans Rinson: "Ik stond
bij den machinist en zag de vrouw uit den weg komen in de richting van de
tramlijn. De vrouw zag naar den grond en zag niet of er gevaar op de lijn
was. De machinist, de vrouw ziende naderen, gaf tot twee maal toe een hevig
noodgefluit, riep en zwierde met de hand, doch niets hielp. Eindelijk gaf
de machinist contre-vapeur doch de rails waren zeer glad, en voor hij
er in gelukte den trein stil te houden, was het te laat. De vrouw werd door
het machien gevat en overreden. Ik had
den frein gesloten."
Afbeelding: de
stoomtram in Meise, op weg naar Londerzeel.
Marie-Jeanne Lauwens was
huishoudster, geboren te Londerzeel op 13 mei 1889 en woonachtig te
Pluimennest, verklaarde dat haar grootmoeder Marie-Thérèse die morgen
alleen de woning had verlaten om naar de markt te gaan. Marie-Jeanne woonde
bij haar grootmoeder in, die "goed bij hare verstandvermogens"
was, "doch leed aan doofheid" zoals zij onderschreef in
het proces verbaal. Marie-Jeanne had het gefluit of geroep niet gehoord,
maar trok dit daarom ook niet in twijfel. De overleden Marie-Thérèse werd
naar haar woning gebracht, en dokter Leon De Keersmaeker uit
Londerzeel deed de nodige vaststellingen.
|
Afbeelding: blijkens een uurregeling van de stoomtram uit
1908,
werd geen aankomst op 8:10h voorzien in Londerzeel-West. Was de tram
later dan het voorzien uur en had Marie-Thérèse De Schouwer zich daarom
misrekend? Op 19 oktober 1877 had het federaal bestuur de wens geuit het
station Londerzeel-West te sluiten, omdat er een nieuw station
Londerzeel-Oost zou worden geopend. Dat besluit werd tegen
gedraaid in 1888-1890, en dus deed het station Londerzeel-West nog
altijd dienst in 1913. Tussen 1898 en 1904 werd de tramspoorlijn
bovendien nog uitgebreid.
|
Op 11 mei 1908 had een tram van Londerzeel in het
gehucht Mutsaart bij Strombeek in een dichte mist een aanrijding gehad met
de tram van Brussel met veel materiële schade, een vijftiental gekwetsten
en de machinist van de tram Londerzeel was daarbij gekneld geraakt tussen
de ketel en het voorstuk van de tram. Op 6 oktober 1908 was er al een
dodelijk ongeval geweest met de stoomtram, aan de spoorwegovergang
van Ursene, waar de bareelwachter naar verluid “verwaarloosd had de
baan af te sluiten”. Toen was dokter Petrus Van Assche omgekomen,
terwijl hij met zijn sjees (paardenkoets) de ziekenronde deed.
Van Assche was sinds 1876 burgemeester van Londerzeel en was
provincieraadslid [zie foto van omstreeks 1906]. Zijn koetsier verloor daarbij een been. Op 28
oktober ontspoorde de tram van Londerzeel tussen Grimbergen en Strombeek en
er vielen een tiental lichtgewonden. Op 19 maart 1911 kwam een tram in
aanvaring met een kar en het paard en de voerder uit Malderen raakten
daarbij ernstig gekwetst.
Nog in december 1914, werden vader en
dochter Thomas ernstig gewond toen hun gespan in aanrijding kwam met de
tram. Naar verluid was het paard geschrokken, en het kwam met vader Thomas
onder de tram terecht. De dochter werd in de gracht geslingerd. Jan Baptist Rinson was
stoker op deze tram.
|