Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247 Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

HOM XIX– 001767 – GEZIN Peeters-Lauwers 1828 Hombeek

 

 

image014.jpgJacques Peeters huwde op 25 juni 1828 in Hombeek met Thérèse Lauwers . Thérèse Lauwers was geboren op 13 juli 1799 in Hombeek als dochter van Jan Lauwers  en Anne-Marie Goossens [ZIE HOM XVIII - 001598]. Getuige bij het huwelijk was Louis Peeters, 44-jarige landbouwer uit Hombeek en broer van de bruid.

 

Jacques Peeters was handwerker en landbouwer. Hij was geboren op 10 januari 1800 in Hombeek als zoon van Frans Peeters en Jeanne Marie Ceuleers. Het gezin Peeters-Lauwers woonde in Hombeek. Jacques Peeters overleed op 8 januari 1891 in Hombeek, 90 jaar oud. Thérèse Lauwers overleed er eerder op 2 juni 1887, 87 jaar oud.

 

·         Pieter Jan Peeters werd geboren op 10 juli 1829 in Hombeek [generatie 20]. Hij was landbouwer in Hombeek en huwde op 26 april 1869 in Willebroek met Jeanne Jacqueline Daems, geboren op 28 maart 1820 in Willebroek als dochter van Jan Adriaan Daems en Liesbeth Moens, en weduwe, landbouwster in Willebroek. Hij overleed op 13 maart 1905 in Hombeek.

·         Marie Josepha Peeters werd geboren op 17 november 1830 in Hombeek [generatie 20].

·         Rosalie Peeters werd geboren op 28 augustus 1832 in Hombeek [generatie 20].

·         Willem Peeters werd geboren op 13 mei 1834 in Hombeek [generatie 20]. Hij huwde op 27 januari 1872 in Hombeek met Marie-Thérèse Baetens en hertrouwde op 28 februari 1903 in Hombeek met Pauline Van der Borght (afkomstig van Wolvertem). Hij overleed op 7 september 1908 in Hombeek.

·         Marie Sophie Peeters werd geboren op 4 juni 18936 in Hombeek [generatie 20].

·         Jan Frans Peeters werd geboren op 24 april 1838 in Hombeek [generatie 20]. Hij was zaalwachter en nachtwachter in Mechelen, en huwde op 18 februari 1863 in Zemst een eerste maal met Amelie De Roeck, en een tweede maal op 14 oktober 1879 in Hombeek met Marie Amelie De Roeck. Zijn eerste echtgenote was op 8 mei 1870 in Mechelen overleden, zijn tweede echtgenote op 4 augustus 1883 in Mechelen, kort na de bevalling van hun dochter Marie Celine Peeters (die kort daarna op 14 september overleed) [generatie 21]. Jan Frans Peeters huwde een derde maal op 24 februari 1887 in Zemst met Marie Louise Lauwers [1] [generatie 20]. Het gezin woonde in Halfgalg 7 in het gehucht Geerdegem in Mechelen.

·         Louis Peeters werd geboren op 31 januari 1840 in Hombeek [generatie 20].

·         Marie Apollonia Peeters werd geboren op 10 januari 1842 in Hombeek [generatie 20].

·         Frans Leonard Peeters werd geboren op 17 maart 1844 in Hombeek [generatie 20]. Hij was winkelier en huwde op 29 november 1883 in Antwerpen met Colette Didden. Zij was dienstmeid, geboren op 19 maart 1856 te Zichem, deelgemeente Scherpenheuvel-Zichem, als dochter van Jan Baptist Didden en Eleonore Maria Cools.

 

 

Colette Didden, dienstmeid uit Zichem

 

 

Colette Didden was het vijfde kind in een gezin van 10 [generatie 20], geboren in 1856 als dochter van Jan Baptist Didden en Eleonora Maria Cools. Zij werd wees toen zij 10 jaar oud was en beide ouders in dezelfde week kwamen te overlijden. Zij huwde op 29 november 1883 in Antwerpen met Frans Leonard Peeters, een zoon van Jacques Peeters en Thérèse Lauwers  uit Hombeek [generatie 19].

 

 

8 generaties Didden uit Averbode en Zichem

 

De stamboom Didden ging terug tot het midden van de 15e eeuw in het Hageland, en er was geen aangetoonde verwantschap met de familie Diddens uit Mechelen en Leest[2]. Bij de oudst bekende stamvader Matthijs Didden, vonden we ook de schrijfwijzen Dillen en Diden terug.

 

·         [generatie 12] Matthijs Didden werd geboren omstreeks 1580 in Zolder. Hij was knecht op de abdij van Averbode en huwde Agnes Hendrix omstreeks 1610. Hij werd begraven op 8 oktober 1663 aan de abdij van Averbode onder prelaat Beckers, aan de kloostergang langs de noordkant.

o   [generatie 13] Mathias Didden werd geboren als oudste kind omstreeks 1610 in Zolder. Hij was knecht op de abdij van Averbode, huwde op 20 mei 1642 in Averbode met Lucie Dirickx en het gezin kreeg 6 kinderen. Hij overleed in 1661 in Averbode, 51 jaar oud, en werd begraven naast de abdijkerk onder prelaat Vaes.

§  [generatie 14] Mathias Didden werd geboren als zesde kind op 8 december 1655 in Zichem. Hij huwde op 28 december 1681 in Averbode met Maria Van Houtemboer. Zijn echtgenote was bij haar huwelijk kloostermeid en was afkomstig uit Messelbroek. Hij overleed jong op 27 mei 1687 in Messelbroek, op 31-jarige leeftijd.

·         [generatie 15] Antoon Didden werd geboren als enig kind op 16 juni 1682 in Messelbroek als zoon van Mathias Didden en Maria Van Houtemboer. Hij huwde in Zichem met Maria Wilants en overleed op 7 maart 1745 in Zichem, 62 jaar oud. Maria Wilants overleed er bijna een jaar eerder op 18 mei 1744, 60 jaar oud.

o   [generatie 16] Maarten Didden werd geboren als oudste kind op 9 februari 1712 in Zichem als zoon van Antoon Didden en Maria Wilants. Hij huwde op 21 januari 1744 in Zichem met Anna Pauline Fonteyn. Het gezin kreeg zeven kinderen, waarvan één doodgeboren. Hij overleed op 20 maart 1775 in Zichem, 63 jaar oud. Zijn echtgenote overleed op 10 oktober 1792 in Zichem, 72 jaar oud.

§  [generatie 17] Willem Didden werd geboren als 5e kind op 27 maart 1756 in Zichem als zoon van Maarten Didden en Anna Pauline Fonteyn. Hij huwde met Angeline Massenier en overleed op 17 juli 1829 in Zichem, 73 jaar oud. Het gezin kreeg 8 kinderen, waarvan er twee doodgeboren werden.

·         [generatie 18] Marie Katrien Didden werd geboren als zesde kind op 24 april 1788 in Zichem als dochter van Willem Didden en Angeline Massenier. Zij kreeg ongehuwd twee kinderen: Jan Baptist Didden en Jan Frans Didden. Zij overleed op 15 december 1864 op 76-jarige leeftijd.

o   [generatie 19] Jan Baptist Didden werd geboren op 12 februari 1814 in Zichem als buitenechtelijk kind van Marie Katrien Didden. Hij was dagwerker, later veldwachter, en huwde op 18 februari 1847 in Zichem met Eleonora Maria Cools, eveneens dagwerkster. Het gezin woonde in de Kloosterstraat in Zichem en kreeg tien kinderen. Hij overleed op 7 september 1866 in Zichem, 52 jaar oud. Zijn echtgenote, die afkomstig was uit Tongerlo, overleed er een week later op 14 september 1866, 39 jaar oud.

§  [generatie 20] Colette Didden werd geboren op 19 maart 1856 in Zichem. Zij huwde op 29 november 1883 in Antwerpen met winkelier Frans Leonard Peeters, een zoon van het gezin Peeters-Lauwers  uit Hombeek. De meest kinderen uit het ouderlijk gezin bleven in Zichem en Scherpenheuvel. We weten dat ook haar jongere zus Petronella Melanie Didden naar Antwerpen verhuisde bij haar huwelijk met Peter Louis Van Apers omstreeks 1890.

 

 

Scherpenheuvel-Zichem

image015.jpg

Afbeeldingen: Scherpenheuvel heeft al eeuwen een bijzondere spirituele aantrekkingskracht op bedevaarders. Aan het begin van de 21e eeuw was het nog steeds het belangrijkste bedevaartsoord in België.

 

Afbeelding: aandenken aan een bedevaart uit 1929, uit de nalatenschap van mijn grootvader Frans Emiel Lauwens [3]. Typische elementen van de legende van Scherpenheuvel, zoals de boom en het beeld, werden hierin voorgesteld.

 

image006.jpg

 

 

Over de geschiedenis van Scherpenheuvel[4]

 

image017.jpgDe geschiedenis van Scherpenheuvel gaat terug tot in de middeleeuwen. In de 12e eeuw situeerde de streek zich nog in het Kolenwoud. De streek werd slechts traag ontgonnen voor landbouw tot de 16e eeuw.

Tussen Zichem en Diest bevond zich een eik in een kruisvorm. De eik was eerder al een plek van verering, en er waren opmerkelijke verhalen in de overlevering - zoals een man die door een hevige wind werd opgepikt en nooit meer werd teruggezien[5]. Vermoedelijk was er al sprake van een heidense verering van de plek (met druïden en de geneeskrachtige maretak), alvorens deze een christelijke betekenis kreeg, want volgens de overlevering waren er priesters die deze aanbidding oorspronkelijk afdeden als bijgeloof en afgoderij[6].

Vanaf de 12e eeuw waren geloofsverkondigers als Elysius en Amandus er al actief met kerstening. In de 14e eeuw was er nog sprake van gebruiken uit het 'heidens' geloof en zelfs in de 19e eeuw waren er nog meldingen van 'oude gebruiken'.

Volgens de legende vond een schaapsherder omstreeks 1500 het Mariabeeldje op de grond, en toen hij het wilde meenemen naar huis, bleek hij aan de grond genageld. Pas toen het beeldje werd teruggehangen, kon de herder zich opnieuw verplaatsen[7]. Het nieuws van het wonder verspreidde zich snel en pelgrims trokken naar het beeld van Maria op de "scherpe heuvel" bij Zichem.

Het oorspronkelijk beeldje verdween in 1580 tijdens de Tachtigjarige oorlog bij de inval van de geuzen. Het werd in 1587 vervangen door het Mariabeeld dat er in 2018 nog stond. In 1598 waren er honderden verhalen van genezing van koorts en hoofdpijn onder Ierse soldaten die dienden onder Willem Stanley. De Ieren waren in die periode in Scherpenheuvel gelegerd.

In 1602 werd de oude eik geveld en werd een houten kapel opgericht door de Zichemse pastoor Godfried van Thienwinckele ter ere van Onze-Lieve-Vrouw, en in 1604, na een miraculeuze genezing in 1603[8], een grotere in steen, op initiatief van de aartshertogen. Die kapel werd in september 1604 opnieuw geplunderd door Noordelijke troepen, maar Jezuïeten brachten het beeldje in veiligheid. Twee maanden later werden de calvinisten verjaagd uit de Zuidelijke Nederlanden door het Spaanse leger.

In 1609 lieten de aartshertogen Albrecht en Isabella de bouw van de huidige basiliek starten, als dank voor de verdrijving van de calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden. Scherpenheuvel kreeg eerder stadsrechten in 1605[9], werd in 1620 omwald en ommuurd, en de kerk werd ingewijd in 1627. Aartshertog Albrecht zou de voltooiing niet meer meemaken, maar aartshertogin Isabella kwam te voet van Diest voor de inhuldiging.

 

De vorsten verbleven tijdens hun bezoek tegenover de basiliek in het (nog bestaande) huis "Het Gulden Vlies". De zandsteen van de zijkapellen werd in het nabijgelegen Langdorp gedolven. Na de pestepidemie in 1629 in Scherpenheuvel, was de toevlucht tot Maria als genezeres een belangrijk gegeven in de verering. Hier zou de oorsprong van de "Kaarskensprocessie" liggen. In deze periode waren de kloosterlingen van het, inmiddels verdwenen, Hof der Oratoren de behoeders van de kerk. In 1661 was er al sprake van een schuttersgilde met handbogen, en datzelfde jaar maakte Koenraad Lauwers een gravure van Scherpenheuvel[10].

 

Verhalen van wonderbaarlijke genezing bleven verbonden aan het bedevaartsoort. Bijvoorbeeld op 5 mei 1790, tijdens de processie van de Keulenaren, kon een blinde het daglicht zien. Oudtestamentische figuren als Mozes, Jesaja, Ezechiël, David, Jeremia en Daniël waren gebeeldhouwd en kregen een plaats in de kerk, als "profeten van de komst van Jezus". In 1797 werd de kerk opnieuw geplunderd door de Fransen, begin 18e eeuw werden de erediensten hersteld, in 1872 werd het Mariabeeld gekroond en in 1922 kreeg de kerk de status van basiliek ('basilica minor").

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Marie-Louise Lauwers was geboren op 22 oktober 1859 in Zemst als dochter van Jan Baptist Lauwers (overleden op 20 november 1883 in Zemst, zoon van Joos Lauwers en Marie-Thérèse Muyldermans) en Lucie Meysmans (overleden op 25 april 1868, dochter van Peter Jan Meysmans en Marie-Thérèse Van den Heuvel), landbouwers in Hombeek. Zij was landbouwster in Zemst.

[2] Zie 1540 - Een stamlijn Diddens uit Leest

[3] Zie gezin Lauwens-Van Keer, 1932.

[4] Bronnen geschiedenis Scherpenheuvel: Duerloo, Luc & Marc Wingens (2002) "Scherpenheuvel: Het Jeruzalem van de Lage Landen" Leuven, Davidsfonds, Laurens De Keyzer (1997) "Wees gegroet Maria: Mariaoorden in de Lage Landen" Antwerpen: Icarus
Numan, Philips (1606) "Miracles Lately Wrought by the Intercession of the Glorious Virgin Marie at Mont-aigu"  (In 1975 heruitgegeven door The Scolar Press, Londen) Philippen, Jos (1987) "Die früheste Ausstrahlung von Scherpenheuvel in das Rheinland” In: “Maria Kevelaer im Bild" Kleve: Kreis Kleve. - Met bijzondere erkentelijkheid aan het stamboomonderzoek Herman Didden. -
De Ware Vrienden van het Archief, bewerking Burgerlijke Stand Mechelse deelgemeenten 1796-1910. © Foto's uit private collectie, 2015-2018. - © Bedevaartsvaantje uit collectie Laurentii.be, 1929.

[5] In de 14e eeuw beschreven door Van Velthem. Hij schreef ook over de "verering van eiken tussen Zichem en Diest". In de 19e eeuw ging het ondermeer om het kweken van maretak in appelbomen.

[6] Zie ook "Bydragen tot de geschiedenis van Diest en omstreken - Historische oogslag op het steedje Scherpenheuvel", Drukkerij Ad Havermans, 1845. Isaac Le Long uitte bedenkingen in de 16e eeuwse "Spiegel Historiael", tegen godsgeleerden als Justius Lipsius in, maar Isaac werd bestempeld als een reformant ("Een Hollander! Een hervormingsgezinde!").

[7] Volksverhaal opgetekend door Philips Numan, griffier van de aartsbisschop van Mechelen in 1604 in "Historie van de Mirakelen". Het boek werd gepubliceerd in het Nederlands, Frans, Spaans en Engels en dit trok pelgrims over heel West-Europa.

[8] Naar verluid werden in 1603 bij Cathérine du Bus uit Rijsel, Frankrijk, boze geesten uitgedreven toen zij een stukje hout van de eik doorslikte. Naar verluid zouden op de lippen van het beeldje ook bloed zijn opgeweld "om de zonden van de afvallige Nederlanders uit te boeten". In mei-juni 1602 was er al een melding dat de blinde Zichemse Petronella Ridders; echtgenote van Lambert Baudewyns, haar zicht had teruggewonnen. Er waren in deze periode meldingen van bedevaarders die hun krukken achterlieten na een genezing. Toen de eik werd geveld, werden uit het hout Mariabeeldjes gekerfd die tot nieuwe mirakels en verering leidden, zoals in het Jezuïetencollege van Luxemburg. Daar heette zij "Troosteres van de bedroefden" zoals mocht blijken uit een bedevaartvaantje van 1642 naar Kevelaer in Duitsland. Die plaats won aan belang voor Noord-Nederlandse en Duitse katholieken, al bleven er wel processies uit Maastricht en Keulen.

[9] Scherpenheuvel moest een katholiek bolwerk worden als tegenhanger van Willemstad in de Noordelijke Nederland (Contrareformatie).

[10] De gravure was opgenomen in de "Sacrae Brabantiae" van A. Sanderus en gaf een opgerichte wip of "vogelroede" weer aan de Diestse Poort. Zie ook verhaal uit 1661.