|
BRUg
VIII – 000057 - GEZIN Lauwereyns – Peyaert, 1486 Brugge/Mechelen [*]
Lauwereyns
Hieronimus (Jerome)
huwde omstreeks 1486 te Brugge met Jacoba Peyaert (Jacqueline).
Hieronimus Lauwereyns werd geboren omstreeks 1453, vermoedelijk te
Aardenburg, NL, als zoon van Boudewijn Lauwereyns (Bavo)
[ZIE BRUg VII – 000043]. Jacqueline Peijaert
werd geboren als dochter van ridder Matheus Pijnaerts. Zij overleed op 4
mei 1504 en kreeg een grafsteen in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van
Watervliet. Jerome had huizen in Brugge en in Mechelen.
Hij was ridder
van het Gulden Vlies in 1502, gouverneur van de prinsen Karel (latere
keizer Karel V) en Ferdinand (latere koning van Duitsland), kanselier en
schatbewaarder van Filips De Goede. De namen van polders in Watervliet
herinneren aan hem en zijn kinderen: Sint-Jeronimuspolder,
Sint-Laureinspolder, Sint-Barbarapolder, Kleine-Juffrouwpolder.
·
Mathias Lauwereyns werd geboren omstreeks
1486 te Brugge, heer
van Watervliet, Waterland (vanaf 1501), gehuwd met Françoise
Ruffault, een dochter van Jan Ruffault, heer van Neufville, en
Marie Carlin [ZIE BRUg IX - 000061].
o Marc Lauwereyns , heer van Watervliet, overleed
zonder nageslacht in 1588. Hij was geletterd en auteur van “Inter
nobiles doctissimus, inter doctos nobilissimus” en vond zijn
laatste rustplaats in Calais.
o Guy Lauwereyns , heer
van Klinckerlant en van Watervliet, was in 1588
burgemeester de la Commune du Franc, en was hetzelfde jaar overleden
en begraven in Saint-Maurice te Rijsel. Hij was gehuwd
met Françoise de Deurnagele, dochter van Jan de Deurnagele,
heer van Vroylant. Zijn echtgenote overleed in mei 1610 en werd
begraven te Gent.
o Jan Lauwereyns , celibatair overleden
in Cambray.
·
Barbara Lauwereyns werd geboren omstreeks 1487. Zij was vrouwe
van Waterland, en overleed in 1501.
·
Marc Lauwereyns werd geboren op 17 mei
1488 te Brugge. Hij was in 1512 kanunnik van Sint-Donaat, in 1515 coadjutor
van deken Goedgebuer, en deken van Sint-Donaat te Brugge tussen 1519-1540.
Hij was bevriend met Erasmus tussen 1517-1527 (die bij hem te gast was in
1517, 1519 en 1520), Thomas Morus, de Poolse prelaat J. Dantiscus, Bazelse
hoogleraar J. Grynaeus (1531). Hij overleed op 4 november 1540 te Brugge
Sint-Donaat.
·
Peter Lauwereyns werd geboren op 7 maart 1489 te Brugge [ZIE BRUg IX - 000063].
·
Marie Lauwereyns werd geboren omstreeks
1490 in Brugge. Zij huwde in 1510 in Dismas met ridder Jean de Berghes,
ridder van het Gulden Vlies en raadsheer, en ging bij de naam Vrouwe van
Waterdijck.
Afbeelding: het wapen van Jean III van Bergen
(1452-1532), heer van Walhain, als ridder in de orde van het Gulden
vlies, bewaard in de Sint-Romboutkathedraal te Mechelen (uit de
tentoonstelling in het Hof van Busleyden, mei 2024 © laurentii.be).
Lauwereyns
Hieronimus hertrouwde omstreeks 1506 te Brugge met Maria de Strabant de
Haye [ZIE BRUg VIII – 000058] en was mogelijk al eens eerder
gehuwd met van Yedeghem Catharina. Bovendien had hij in Mechelen een
relatie met Isabeau Laroy (Van Roy, De Roy) gehad met wie hij een
zoon had die in zijn testament werd erkend. Hij overleed op 1 augustus 1509
in Gent en kreeg een grafmonument in de door hem gestichte
Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Watervliet. Daarin werden nadien ook
echtgenote Marie Strabant en Barbara, een dochter uit het eerste huwelijk,
bijgezet.
Kinderen
Lauwereyns-Strabant
·
Philibert Lauwereyns , overleden zonder nageslacht
·
Karel Lauwereyns . Hij was naar verluid kinderloos
overleden in 1552, al werd een natuurlijke zoon erkend met dezelfde naam.
Deze huwde Claudine de Hooghelande, weduwe van
Peter Gouput, dochter van Corneel de Hooghelande en
Katrien de Ramecourt. Hun zoon was hoofdman van een compagnie
Duitsers en had geen nakomelingen.
·
Philipotte Lauwereyns , overleden in 1542, gehuwd met Roland
van Berchem, zoon van Gielis van Berchem, raadsheer van
Mechelen en heer van Laere (overleden in 1534).
Er was ook een buitenechtelijk
kind met Isabelle Laroy (De Roy, Van Roy), gewettigd in 1509:
·
Jacques Lauwereyns werd geboren omstreeks 1479, en werd
in 1509 erkend in het testament van Hieronimus. In 1512 was hij secretaris
van de Grote Raad van Mechelen [ZIE
MEC IX - 000063b] [*].
Zijn moeder Isabella van
Roy had een zus Jacqueline die op 7 november in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle
op 7 november 1588 huwde met Peter Walschaerts (RAB/Mechelen (OLV) f VR 318739/15). De familienaam dook ook op bij de nakomelingen
van Jacques.
Peter Walschaerts zou op 4
februari 1607 hertrouwen in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle met
Catharina Bogaerts. Bovendien was de familie verwant met Vermeeren, die
aantrouwden bij de kinderen van kleinzoon Joris Lauwereyns .
|
Blog - 1480 - "Man met Romeinse munt" van Hans
Memling: Hieronymus Lauwereyns?
In juni 2016 maakte het schilderij "Man
met Romeinse munt" deel uit van een expositie in het Rockoxhuis in
de Keizerstraat in Antwerpen. Het hing er te leen uit de collectie van
het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen tijdens de
renovatiewerken.
Er is een academische
discussie over wie nu eigenlijk de afgebeelde persoon is op het
schilderij.
Eén theorie houdt
het op de Bruggeling Hieronymus Lauwereyns . "Man
met Romeinse munt" werd geschilderd door Hans Memling, een
bevriende stad- en tijdsgenoot van Hieronymus, omstreeks
1479-1480. Daar waren meerdere redenen voor: de familie Lauwereyns
verzamelde Romeinse munten, had banden met Italië via verblijven in
Bologna, en het schilderij bevatte een onmiskenbare verwijzing naar het
familiewapen. Dit verklaarde de munt, de Italiaanse kleding en
de achtergrond, een verwijzing naar het familiewapen - kenmerkend voor de
portretkunst van Hans Memling. Het landschap bevatte niet toevallig de
afbeeldingen van zwanen en een (laurier)boom of laurierbladeren,
elementen uit het meest gekende familiewapen van de familie Lauwereyns .
Hieronymus was
geboren omstreeks 1453 en was op het moment van het portret, dus 26 tot
27 jaar oud. Allicht was de verwijzing naar dit familiewapen ook een
knipoog naar de geschiedenis. Hieronymus Lauwereyns was een
buitenechtelijk kind, mocht het wapen van zijn vader niet voeren, en zou
zijn eigen familiewapen creëren als (eerste) heer van Watervliet.
Hans Memling
Hans Memling was vermoedelijk geboren tussen 1430 en 1440, in het
Duitse Seligenstadt aan de Mainz, bij Frankfurt, overleed in Brugge op 11
augustus 1494, en werd begraven op de begraafplaats van de
Sint-Gillisparochie waar hij woonde. Zijn naam werd ook gespeld als
Memlinc, Memlinck, Mamlinc, Memmelinge, Memmeling en Memelingen. Als zijn voornaam wordt
ook wel Jan genoemd en, naar de plaats waar hij werkte, Hans van
Brugge. Zijn moeder Luca Styrn was eerst gehuwd met Henricus
Appel. Haar tweede man was Hamman Momilingen, de vader van de
kunstschilder.
Uit stijl- en gevarieerde kleurverwantschap met Stefan Lochner leidde
men af dat Memling langs een verblijf in Keulen naar Vlaanderen afzakte,
vóór 1451, het sterfjaar van Lochner.
Vermoedelijk tussen 1451 en 1465, toen hij zich te Brugge kwam
vestigen, genoot Memling een opleiding bij die andere meester der Vlaamse
Primitieven Rogier van der Weyden, in Brussel. Op 30
januari 1465 werd hij ingeschreven in de Poortersboeken van
de stad Brugge. Op dat moment was hij niet onbemiddeld, want de Poortersmelding kostte
hem 24 schellingen en dat was toch het maandloon van een handwerker. Op
dat ogenblik was Brugge de geliefde verblijfplaats van het Bourgondisch
Hof, centrum van internationale handelscompagnieën en bedrijvig in de
geldhandel. In 1467 werd hij ingeschreven in het Brugse St. Lukasgilde.
Hij gaf daar de portretkunst een nieuwe wending door de traditionele
donkere achtergrond te vervangen door een interieur of een landschap. In
1473 trad hij toe tot de gerenommeerde Broederschap van O.L.V.
ter Sneeuw. Daarmee bereikte hij een aanzienlijke sociale status en
behoorde hij meteen tot de hoogst bereikbare top als ambachtsman.
Memling bezat in 1486 2 stenen huizen in de Sint-Jorisstraat, waar
hij woonde, en met een poort uitgevend in de Jan Miraelstraat. In
1466 was één van die huizen al in zijn bezit. Hij kon er zelfs tot twee
leerlingen onderdak geven. Hannekin Veranneman en Paschier van der
Mersch waren er een paar van. Hij behoorde toen tot de 10% rijkste
burgers van Brugge en tot de 875 inwoners, die minstens 1 pond belasting
moesten inbrengen voor het bekostigen van de oorlog tussen Maximiliaan van
Oostenrijk en Frankrijk. De daaropvolgende economische crisis zou hem
echter wel financieel duperen. Zijn vrouw, Tanne de Valkenaere,
stierf in 1486. Ze liet hem de minderjarige Hannekin, Neelkin en Claykin
achter. Bij zijn dood op 11 augustus 1494 had Memling blijkbaar niet genoeg
geld om in de kerk van de Sint-Gillis-parochie begraven te worden, zoals
gebruikelijk bij de hogere Brugse kringen.
|
Het gebruik van het atmosferisch perspectief en het steeds herhalen
van het schoonheidsideaal van bepaalde figuren, opvallend bij de
Madonnafiguur, werd zelfs uitgezuiverd bij de talloze
portretten. Heel typisch hierbij was de aandacht voor het afbeelden
van heraldiek en totaal nieuw was het plaatsen van personages in een
landschap. Memling werkte voornamelijk voor een burgerlijke
clientèle.
Portret van een onbekende Dame en
het rechterluik van de Madonna van Nieuwenhove, allebei
uit het Oud Sint-Janshospitaal te Brugge, de Portinariportretten uit
het Metropolitan Museum of Art in New
York, Portret van een man in het Koninklijk Museum
voor Schone Kunsten in Brussel, een Portret van een
onbekende jonge man in het Musée des Beaux-Arts
te Montréal en een Portret van een jonge Man uit de Gallerie dell'Accademia
van Venetië getuigden hiervan. Ook de Portretten van het
echtpaar Moreel in het Museum voor Schone Kunsten in
Brussel, Benedetto Portinari in het Uffizi
van Florence en het Portret van een Man in het
Mauritshuis te Den Haag ontstonden volgens eenzelfde concept. Het
portret van “Man met Romeinse munt” hoorde thuis in deze reeks.
|
In vergelijking met andere schilders uit de 15e eeuw was
van Memling opvallend veel werk bewaard gebleven. Bovendien was van een
aanzienlijk deel de opdrachtgever bekend. Daaruit viel op te maken dat
Memling voornamelijk werkte voor een burgerlijke clientèle. Daaronder
waren Bruggelingen, maar ook een fors aantal Italianen en Spanjaarden.
Dit waren rijke kooplieden die zich graag lieten portretteren. Voor hun
portret kozen zij de schilder die hun waardige persoonlijkheid het meest
treffend kon neerzetten. In veel romantische teksten over
Memling werd diens aimabele persoonlijkheid breed uitgemeten en werd
gesuggereerd dat Memling de kunst verstond om mensen zo te portretteren
dat zij er intelligent, nobel en aantrekkelijk uitzagen, zonder daarbij
de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen. Omstreeks 1480
trouwde hij met Anne de Valkenaere; in die tijd kocht hij drie huizen,
waaruit bleek dat hij rijk was geworden. Tot de vele opdrachtgevers in
Brugge behoorde burgemeester Maarten van Nieuwenhove. Memling
portretteerde hem op een diptiek (tweeluik), tegenover een
'Madonna met kind' (1487, Memlinc Museum, Brugge).
Enkele argumenten op
een rij
(1) De
vader van Hieronymus Lauwereyns (Laurinus, Laurin, Laurijns)
voerde een familiewapen met drie zwanen en een laurierboom. Hieronymus
had een zoon Matthias Lauwereyns (gehuwd met Françoise Ruffault te
Brugge, geboren in 1486) uit zijn eerste huwelijk met Jacqueline Pedaert,
en was zelf geboren in 1453 als ‘bastaardzoon’ van Boudewijn
Lauwereyns en een
onbekende vrouw (“concubine”). De familie Lauwereyns droeg een
familiewapen met zwanen en een laurierboom in voorgaande en volgende
generaties in Brugge. De ooievaar links in het schilderij en de witte
ruiter die één zwaan vervangt, konden een knipoog zijn naar de betwiste
afkomst van de geportretteerde.
(2) Heel
typisch voor de schilderkunst van Memling was de aandacht voor het
afbeelden van heraldiek en totaal nieuw was het plaatsen van personages
in een landschap. Men had deze kenmerken ook proberen te associëren met
de Italiaan Bembo, waarbij men de zwanen - het derde werd
gewisseld door een ruiter op een wit paard - uit het oog
verloor. Het was geen toeval dat de zwanen en de boom voorkwamen op de
achtergrond. Ook de laurierbladeren konden worden beschouwd als een
verwijzing naar de familienaam.

(3) Lauwereyns
was een bemiddelde en vooraanstaande Brugse familie die in dezelfde
kringen verkeerde als schilder Hans Memling. Hieronymus was trésorier-generaal
of algemeen schatbewaarder van Filips de Schone en hij was de
voogd van diens kinderen Karel (later keizer Karel V) en Ferdinand
(latere koning van Duitsland), en hij oefende diverse functies uit aan
het Habsburgse hof. De familie had de middelen en het aanzien om een
portret te laten schilderen door Memling.
(4) Hieronymus,
heer van Watervliet, was een tijdgenoot van schilder Hans Memling. Hij
was behalve van Matthias, ook de vader van Marcus, de deken van de
Sint-Donaatskathedraal.
Afbeelding: Sesterties van keizer Nero (54-68 n. Chr.). Op het
schilderij werd een soortgelijke sesterties afgebeeld.
(5) Zijn
kleinzoon Marcus Laurinus was gekend als numismaat met een
voorliefde voor Romeinse munten. Hij breidde de overgeërfde collectie
munten uit. Vanaf zijn jeugdjaren had hij een passie van het verzamelen.
Hij wijdde er zijn ganse leven aan en bleef ongehuwd. Hij legde een
uitgebreide collectie oude munten aan en nam zich voor een geschiedenis
van de Oudheid te schrijven, op basis van munten en epigrafische teksten.
Om dit te realiseren
deed hij beroep op Hubertus Goltzius en financierde hij zijn reizen. Van
1558 tot 1560 trok Goltzius door Europa om er munten te kopen voor Marcus
en om van duizenden munten tekeningen te maken. Er zouden tweemaal zes
volumes worden gepubliceerd, de ene gewijd aan de Griekse, de andere aan
de Romeinse munten. Om dit te realiseren financierde Marcus in 1562 een
drukkerij die door Goltzius zou geleid worden. In 1563 verscheen een
eerste volume, gewijd aan Julius Caesar. In 1566 (het jaar van de Beeldenstorm) een tweede, gewijd aan de munten onder de
consuls. Het derde volume was gewijd aan keizer Augustus. In 1573
verscheen een eerste volume over Griekse munten. Naast het werk van Marcus
Laurinus, drukte Goltzius nog negen andere boeken die tot de
humanistenliteratuur gerekend worden. De drukkerij bleef zwaar
verlieslatend en kostte Marcus een fortuin.
(6) Waarom
het schilderij niet in handen van de familie bleef? In 1578 kwam een
Calvinistisch bestuur aan de macht in Brugge. Aan Marcus Laurinus
werd bevolen zijn buitenverblijf, voor de poorten van Sint-Kruis, te
slopen. Op 24 februari 1580 werd hij door dit bestuur uit Brugge
verbannen. Hij nam zijn collecties mee, maar onderweg naar Oostende werd
hij beroofd. Hij reisde verder naar Calais waar hij, helemaal berooid, op
14 maart 1581 overleed.
Nabij Calais was
Marc Lauwerijn overvallen door Engelse of Staatse troepen uit Oostende en
beroofd. Het handschrift Smetius kwam in handen van een Engelse hopman en
werd meegenomen naar Engeland. In Engeland zou het te koop aangeboden
worden aan van der Does, die het met de hulp van de Leidse
bibliotheek aankocht. Van der Does zou het in druk geven, een uitgave
onder het beheer van Lipsius, waarbij drukker Frans Raphelingius 500 pond
kreeg betaald. In het jaar 1587, toen het werk van Smetius naar de
bibliotheek van de Leidse hogeschool overkwam, had van der Does
ook Griekse en Latijnse werken aangekocht uit de verzameling van
hoogleraar Vulcanius, voor de som van 355 pond.
(7) Familieleden
studeerden in Italië. Kleinzoon Marc Lauwereyns via erfopvolger
zoon Matthias, studeerde bv. in Bologna, wat een voorliefde voor
Italiaanse kleding verklaart. Als welgestelde Bruggelingen kon men zich
deze bovendien veroorloven. Het zwarte gewaad, aan de hals met een veter
gestrikt, was typisch voor de Italiaanse mode in de 15e eeuw.
(8) Er waren
onmiskenbare fysiologische gelijkenissen met een andere gekende
afbeelding van Hieronymus Lauwereyns, met name het beeldhouwwerk
van zijn grafmonument in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van
Watervliet in 1509. Het grafmonument werd gerestaureerd na de Franse
bezetting in 1794, waardoor er alsnog onduidelijkheid was over de
nauwkeurigheid van de voorstelling.
|
Het dient gezegd
dat deze denkpiste ook met de nodige scepsis werd onthaald. Naast
de eerder in voetnoot vermelde reacties, was er ook deze van Ludo
Vandamme op 27 september 2011:
“Ben inderdaad met
de familie Lauwerin aan de slag, en kan bevestigen of stellen dat:
1. Jelle Haemers
en Tims Soens, die inderdaad de meest actuele stand van het
wetenschappelijk onderzoek geven, stilzwijgend voorbijgaan aan deze
'hypothese'.
2. Van de familie
Lauwerin (Laurin) slechts één wapenschild bekend is (zie ons
handschrift De Hooghe op www.historischebronnenbrugge.be;
zie ook op het nog niet eerder geïdentificeerde geschilderde portret
van Matthias Laurin, zoon en erfopvolger van Hiëronymus in een
Oost-Europese verzameling.
3. Het een
welbekend fenomeen is dat genealogen hun gegevens pogen te linken aan
'bekende' families, ook al moeten ze daartoe hun 'sérieux' op het spel zetten. “
Pascal Eernaert maakte op 29 september 2011 wat reacties
over met de vermelding “Hieronder vindt u de weerslag van een aantal
mails die naar aanleiding van uw suggestie binnenkwamen. U hebt in elk geval een debat geopend … “.
|

Betwisting details
Voorgaand detail van het schilderij gaf aan dat het hier niet om drie
zwanen, maar om twee zwanen en een ruiter op een wit paard ging.
De afgebeelde man droeg een zwarte mantel en kap die zijn donker haar
extra beklemtoonde. Hij poseerde vóór een rivierlandschap waarover de
schemer viel. De boom was eerder een palmboom dan een
laurierboom. Dit element was hoogst ongebruikelijk in een noordelijk
Europees landschap, en was mogelijk een verwijzing naar de Passie van
Christus.
De man die op de oever een wit paard bereed, was mogelijk een allusie
op Revelaties van de H. Johannes (6,2) die door middeleeuwse
exegeten werd beschreven als de victorieuze Christus. Het motief wais dan consistent met de zwanen, waarbij de
zwanenzang werd geassocieerd met de Passie van Christus. Mogelijk had Memling het martelaarschap in het
Nieuw Testament in het achterhoofd. De munt was een antieke afbeelding
van keizer Nero (54-68), de vervolger van de christenen in Rome (Tacitus, Annalen XV,44).
|
Conclusie
Voorlopig konden
we geen uitsluitsel geven. De oorspronkelijke denkpiste m.b.t.
de heraldische kenmerken (laurierboom en de drie zwanen) was
ook betwistbaar.
|
|
© Eigen foto's "Man
met munt", expositie Rockoxhuis, Antwerpen, 2016. Foto munt uit
private collectie. Heraldisch embleem: gestileerde tekening van Liesbet
Lauwens, 2014. Foto grafmonument in de
Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk van Watervliet van (c) Roel
Renmans, juli 2010, gepubliceerd met toestemming in de context
van dit artikel.
|
 Afbeeldingen:
de familiewapens Peyaert in 1488 (links) en de Strabant in 1530
(onder publiek domein, bron: genealogie Gerard Van Waes).
Foto
links: gipsen replica van het standbeeld van
Margaretha van Oostenrijk in het Hof van Busleyden, mei 2024 © laurentii.be.
Het originele standbeeld stond lange tijd in het midden van de Grote Markt
van Mechelen.
Foto
onder: Het stadspaleis van Jerome Lauwereyns te
Mechelen. In 1508 ging het over in de handen van Margaretha van Oostenrijk,
die er vanaf dan residentie hield. Vandaag de dag is het bekend als het
"Paleis van Margaretha van Oostenrijk" of het gerechtshof
van Mechelen.

Jerome
Lauwereyns, de heer van Watervliet
Boudewijn
Lauwereyns had
omstreeks 1453 een minnares van wie Jerome
Lauwereyns afstamt, geboren in Brugge.
Jeromes Lauwereyns was een bastaardzoon, ontvanger van Oost-Vlaanderen,
nadien ridder, en werd heer van Watervliet, Waterland, Waterdijk,
Poortvliet, Nieuwvliet en algemeen schatbewaarder van de aartshertog Philip
de Schone en topambtenaar van het Bourgondisch-Habsburgse rijk. Door
tegenstanders werd hij afgunstig als een "inhalige en spilzuchtige parvenu" beschreven, maar hij was
vooral ambitieus en hield er een adellijke levensstijl op na ondanks zijn
bescheiden afkomst. Bij deze levensstijl ("vivre noblement") hoorde een het gebruik van eigen heraldische
tekens, paardrijden, de jacht, het verwerven van heerlijkheden.
Die verbondenheid met de grafelijke ambtenarij en de titels die hij kon
voeren, maakten dat hij tot de "nieuwe
adel" van die tijd behoorde.
Afbeelding: het grafmonument van Jerome Lauwereyns en Marie
Strabant in de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk te Watervliet. Tussen hen
werd dochter Barbara afgebeeld. Het oorspronkelijke graf werd tijdens de
Franse bezetting van 1794 vernietigd, en dit is een (niet altijd
nauwkeurige) met gips gemouleerde reconstructie op basis van de gevonden
gisanten fragmenten.
Jerome
Lauwereyns huwde Jacqueline Peyaert, dochter van ridder Mathieu Pedaert (Peyaert),
heer van Hamme en Clichthove. Na haar overlijden op 4 mei 1504,
hertrouwde hij Marie Strabant. Jerome Lauweryens was in 1477 in navolging
van zijn vader klerk van de algemeen ontvanger van Vlaanderen. Roeland le
Fevere bewerkstelligde dat hij in 1486 werd benoemd tot ontvanger van
de kasselrij van het Brugse Vrije, een functie waarin hij zich niet
populair maakte bij de Brugse bevolking.
In
1488 kwamen de Vlaamse steden in opstand tegen de landsheer Maximiliaan van
Oostenrijk en Jerome werd gearresteerd met le Fevere, Lanchals en
Mathieu Pedaert. Die laatste, zijn schoonvader, werd op 5 maart 1488
gearresteerd en uitgeleverd aan Gent en hij werd er met Lanchals
terechtgesteld. Jerome werd uit al zijn functies ontzet, maar werd in 1489
opnieuw benoemd tot ontvanger van het Brugse Vrije, tot 1498. In 1497 was
hij ook grafelijk ontvanger geworden van Sluis, en in 1498 werd hij
algemeen-ontvanger van de beden van Vlaanderen, om in 1499
trezorier-generaal te worden van domeinen en financiën.
In
1501 werd hij door Filips de Schone verheven in de adelstand en kreeg hij
van de aartshertog het recht om op de Sint-Christoffelpolder de
heerlijkheid Watervliet te stichten. Samen met de verwante familie de
Baenst was hij vanaf 1498 in de inpoldering gaan investeren. In 1505
pachtte hij ook de heerlijkheid Poortvliet in Zeeuws-Vlaanderen. Zijn
dochter Barbara kreeg het achterleen Waterland in haar bezit bij haar
huwelijk, waardoor zij vrouwe van Waterland werd en zijn dochter
Marie verwierf zo Waterdijk waardoor zij vrouwe van Waterdijcke
werd. Hij liet de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in Watervliet bouwen, en
tussen 1504 en 1509 werden de fundamenten gelegd voor de Sint-Jacobskerk in
Waterdijk.
Na een ernstige ziekte, dicteerde hij de avond
van 21 juli 1509 zijn testament aan Peter van Gouda en hij overleed
twee weken later in Den Haag. Hij werd begraven te Watervliet in een
praalgraf. In dit graf werd ook
Marie Strabant en zijn dochter Barbara, uit het eerste huwelijk, begraven.
Het testament werd geschreven op perkament in het huis van Vincent Cornelis
in Voorhout in Zuid-Holland en de getuigen kwamen uit Utrecht: Jacob
Ruysch, deken van Den Haag, Vincent Cornelis, Corneel Barthold, Willem
Joannes en Gillis Maillet.
De executeurs van het testament waren zoon Jacques Lauwereyns, Jan van
Belle, de echtgenoot van Agnès Boele, dochter van halfzus Marie
Lauwereyns , en Filips van den Berghe die gehuwd was
met Jeromes schoonzus Katrien Peyaert, en die zetelde in de schepenbank van
Brugge.
De band met Margaretha van Oostenrijk
Jerome Lauwereyns diende drie vorsten:
Maximiliaan I van Habsburg, Filips de Schone, en Margaretha van Oostenrijk.
In 1508 werd zijn stadspaleis in Mechelen verkocht aan Margaretha van
Oostenrijk, de landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden (1480-1530),
dochter van Maximiliaan I van Oostenrijk en Maria van Boergondië, en zus
van Filips de Schone.
Er was de melding van een geschil met een
bastaardzoon van Jerome en Isabelle Laroy, Jacques [erkend in het testament als Lauwereyns]. Deze gebouwen zouden opgaan in het hertogelijk
paleis in Mechelen.
Margaretha van Oostenrijk deed een voorstel om,
bij het overlijden van Jerome in 1509, voor zijn trouwe diensten, voogd te
worden van de weeskinderen van Jerome. Dit voogdijschap werd gedelegeerd
naar Jan Pieters (voorzitter van de Grote Raad van
Mechelen) en Jan van Belle (in
1490 klerk van Jerome en in 1504 gehuwd met Agnès van Boële,
kleindochter van Jerome).

Afbeelding:
poppenspel aan het hof van Margaretha van Oostenrijk ( hof van Savoye),
geschilderd zo’n 400 jaar na de gebeurtenis (uit de collectie Hof van
Busleyden, © laurentii.be, mei 2024).
Het liedboek van Lauwerijn van Watervliet
Omstreeks
1505 werd het "Liedboek" gepubliceerd van Jerome
Lauwereyns van Watervliet. Het was een bundel van 63 Franstalige chansons, motetten en wereldlijke
Nederlandstalige polyfone liederen, tussen 1495 en 1507 samengesteld.
Het leek vooral de bedoeling om de liederen uit zijn geboortestreek te
bewaren voor het nageslacht.
|
Ic
weet een molenarinne
Van herten alzoo fijn
In alle dese landen
En mach gheen scoender
zijn.
Rijck God wou zij mij malen:
Goet cooren zal ic huer halen
Wil zij mijn molenarijnne zijn.
|
Ic
weet een molenarinne
Van herten alzoo fijn
In alle dese landen
En mach gheen scoender
zijn.
Rijck God wou zij mij malen:
Goet cooren zal ic huer halen
Wil zij mijn molenarijnne zijn.
|
Een
driestemmige tekst uit het "Liedboek van Lauwerijn van
Watervliet" en de Duitse vierstemmige versie gebruikt door Arnold von
Bruck
(vermoedelijk "van
Brugge", 1500-1554), een polyfonist van de Vlaams-Oostenrijkse
school die werkte in dienst van het Habsburgse Hof in Wenen.
|
|