|
1382 –
Het gezin Lauwereyns-Blondeel en de burgeroorlog in Vlaanderen
Een
intern conflict in Vlaanderen leidde tot wat we als een toenmalige
burgeroorlog kunnen omschrijven. Deze periode had een grote impact op de
Vlaamse steden, net in de periode dat Gielis Lauwereyns in het huwelijksbootje stapte met Beatrijs
Blondeel. De wedijver tussen de steden Gent en Brugge speelde hierin een
centrale rol. Op het eerste zicht eerder banale conflicten staken het vuur
aan de lont.
Gent
genoot in die tijd een uitzonderlijk grote autonomie. Maar er was onrust in
de stad. De wevers en de vollers kwamen verschillende keren in conflict.
Bij vechtpartijen op de Vrijdagmarkt vielen daarbij onder meer in 1345 en
1349 honderden doden. Vendetta’s tussen clans resulteerden in een serie van
moorden – de slachtoffers werden veelal in de Leie gegooid. Jacob van
Artevelde had het verzet tegen de Franse koning en de Vlaamse graaf
Lodewijk van Nevers aangevoerd en een alliantie met de
Engelsen vorm gegeven, maar ook hij was door stadsgenoten vermoord op 24
juli 1345, enkele jaren voor Gielis in Brugge het daglicht zag.
Gent
bestuurde met Ieper en Brugge Vlaanderen en stuurde de Vlaamse graaf
wandelen. De pest sloeg er ongemeen hard toe in 1349. Er kwam pas enige
rust in de jaren ’60 van de 14e eeuw nadat de nieuwe
Vlaamse graaf Lodewijk van Male in 1359 koos voor een
neutraliteitspolitiek ten opzichte van Engeland en Frankrijk. En toch werd
er gemord en gemoord. De Vlaamse zilvermunt bleef ontwaarden. Er was
rivaliteit met steden als Dendermonde en Oudenaarde, en niet in het minst
met Brugge dat onmiskenbaar werd bevoordeeld ten opzichte van Gent.
De
Vrije Schippers van Gent beschikten over een monopolie op de koopvaart op
de Schelde en de Leie, en dat maakte van Gent niettemin een welvarende, en
naar men schreef “hovaardige” stad. Dat monopolie leidde tot
klachten in steden als Oudenaarde, Dendermonde en Deinze bij de Vlaamse
graaf. Het Lievekanaal verbond Gent met de havens in het Zwin en het
maakte van Gent een wereldhaven. Het Gentse laken was wereldvermaard en een
monopolie op de productie daarvan werd gehandhaafd door de Witte
Kaproenen, een gewapende stadsmilitie. Zij voerden gewelddadige
strafexpedities uit in het omliggende platteland om concurrentie uit te
schakelen.
Men
kan zeggen dat Gent daardoor lijnrecht kwam te staan tegenover een brede
coalitie van plattelanders en omliggende steden. Voorgangers in het Gentse
beleid waren onder meer Jan Hyoens en Pieter van den Bossche van de
Vrije Schippers, de rijke poorter Frans Ackermans en poorter Filips van
Artevelde, zoon van Jacob.

Kaart: voorstelling van
Vlaanderen op een kopergravure van 1612 van Karius en Blaeu (afbeelding onder Publiek
Domein).
In
juli 1379 rukten de Witte Kaproenen uit om de werken aan
een kanaal stil te leggen dat Brugge met de Leie zou verbinden in Deinze.
De
bloedige aanslag luidde een oorlog in. Steden als Aardenburg, Oudenaarde,
Dendermonde, Deinze werden aangevallen door Gent in 1380 en 1381 en Gent
zelf was tot drie keer toe vruchteloos belegerd door Brugge, Ieper en de
graaf van Vlaanderen.
Tijdens
de hongerwinter van 1382 kwam de stad in moeilijke papieren, verstoken van
graan, wol en andere koopwaar. In februari 1382 kwam Filips van
Artevelde (een nakomeling van de voormelde Jacob) als opperhoofdman aan
het roer. Hij voerde strooptochten uit doorheen oostelijk Vlaanderen, in
het Meetjesland, in het Land van Waas tot in de Dendervallei.
De
Gentse aanval op Brugge in 1382
Een
aanval van de Gentenaren op Brugge volgde in mei 1382 tijdens de Heilige
Bloedprocessie.
De
graaf en de militaire bevelhebber ridder Heulaert van Poucke moesten
zich met de schepenen van de stad verschansen. De wevers en de vollers van
Brugge weigerden deel te nemen aan de verdediging. De net nog feestvierende
en vaak dronken Brugse stadsmilitie deed een verdeelde aanval via
Assebroek. Er vielen honderden doden en de Gentse orgelkanonnen, een
geducht wapen, met de kruisbogen, zaaiden dood en verderf in de Brugse
gelederen. Er volgde een uitval van het Vlaamse ridderleger die ook in een
bloedbad eindigde. Ridder van Poucke liet het leven met
tientallen ridders.
Het
Gentse leger trok de stad in, bejubeld door de Brugse wevers en vollers die
zich afzijdig hadden gehouden. Er volgde een klopjacht op graafgezinden in
de Brugse binnenstad. Hun huizen werden geplunderd en tweehonderd
gijzelaars werden gevankelijk afgevoerd. De Gentse poort werd afgebroken en
met het bouwafval werd de slotgracht gedempt. Pieter van den Bossche
werd de Gentse militaire gouverneur van Brugge. Graaf Lodewijk van Male
was kunnen ontkomen en zocht zijn toevlucht in Rijsel en vervolgens Atrecht
bij zijn schoonzoon hertog Filips de Stoute van Bourgondië.
Wat
in Brugge gebeurde, bleef niet zonder gevolgen. Op 27 november 1382 werden
de Gentse troepen verslagen door het leger van de Franse koning Karel VI
tijdens de slag van Westrozebeke. Filips van Artevelde liet er het
leven. Het Franse leger zou vervolgens ook de stad Kortrijk in de as
leggen. De Gentenaren zouden in juli 1384 niettemin de havenstad Damme
innemen, maar de Franse koning Karel VI maakte er in augustus al een eind
aan.
Urbanisten en Clementisten
Sinds
1378 waren er twee pausen aan de macht: Urbanus VI in Rome en de
Franse tegenpaus Clemens VII in Avignon. Op 27 mei 1383 landde in
Calais een kruisvaarders leger onder leiding van de Engelsman
Henry le Despenser om de Clementisten, aanhangers van
de Franse paus, aan te vallen. De hele Vlaamse kust
van Grevelingen tot Blankenberge gaf zich over. Op 6 september 1383 werd
zowat de hele bevolking van Nieuwpoort uitgemoord door de zogenaamde “kruisvaarders”.
Men zag de stad branden vanop de wallen van Brugge. Gent werd een bolwerk
van de Urbanisten.
Vanuit
Doornik zouden Margareta van Male, de gravin van Vlaanderen, vanaf
1384 met haar echtgenoot Filips de Stoute, de hertog van Bourgondië, een
nieuw tijdperk inluiden. Het gravenpaar wist ook de Gentenaren tot hun kamp
te bewegen en stapte af van de erkenning van de Franse paus als een noodzakelijke
voorwaarde tot vrede. De Vrede van Doornik in december 1385 werd een
belangrijk keerpunt dat een nieuw tijdperk inluidde.
In
1430 zou vervolgens naast het graafschap Vlaanderen ook het hertogdom
Brabant onder Boergondische heerschappij vallen. Een verwante en naamgenoot
van Gielis Lauwereyns, zou het in 1441-1442 zelfs tot burgemeester van de
stad Brugge schoppen. Het lot van Lauwereyns families was onmiskenbaar
verbonden met dat van het huis van Boergondië.
|