|
BRUg III – 000013 - GEZIN Lauwereyns
van Diepenhede – van Alsemberghe, 1300 Brugge
Simon
Lauwereyns (Lauwerens, Laurin, Lauwaerts, Lauwers) van Diepenhede huwde omstreeks 1300 in Brugge met
Mathilde van Alsemberghe. Simon Lauwereyns was ridder en vermoedelijk
baljuw van Gent. Simon
Lauwereyns van Diepenhede
was geboren omstreeks 1271 in Brugge als zoon van Willemar Lauwereyns van Diepenhede Catharina van Vosmaer [ZIE BRUg II - 000010]. Zijn moeder
was in 1289, na het overlijden van Willemar Lauwereyns, hertrouwd met
Willemar van Alsemberghe, en hij had
een halfzus Mathilde van Alsemberghe, geboren omstreeks 1290. Zijn
echtgenote Mathilde van Alsemberghe was een dochter van jonker Jan van
Alsemberghe.
Zijn halfzus
zou huwen met Simon van Ravensvelde, een broer van haar schoonzus
Marie van Ravensvelde, die omstreeks 1331 was gehuwd met haar
halfbroer Marc Lauwereyns .
·
Katelijne Lauwereyns werd
geboren omstreeks 1288 [ZIE MEC IV –
000015].
·
Robert
Lauwereyns van Diepenhede werd geboren
omstreeks 1300 in Brugge. Hij emigreerde naar Engeland en ging er bij de
naam Lawrence, de Engelstalige spellingvariant van Lauwereyns. Dit was
de periode waarin de Engelse koning Edward III een expeditie zond naar het
eiland Cadzand (tegen de Franse vazal Lodewijk van Vlaanderen). Het
eiland werd in november 1337 door de Engelsen bezet. Rond die tijd stak
Robert het Kanaal over en vestigde zich in Engeland.
|
1337
- Robert Lauwereyns (Lawrence) emigreerde naar Engeland
Robert Lauwereyns van Diepenhede was geboren omstreeks
1300 in Brugge als zoon van Simon
Lauwereyns (Lauwerens, Laurin, Lauwaerts, Lauwers) van Diepenhede en Mathilde van
Alsemberghe. Hij emigreerde naar Engeland en ging er bij de naam Lawrence,
de Engelstalige spellingvariant van Lauwereyns.
Dit
was de periode waarin de Engelse koning Edward III een expeditie zond naar
het eiland Cadzand tegen de Franse vazal Lodewijk van Vlaanderen.
Het eiland werd in november 1337 door de Engelsen bezet. Rond die tijd stak
Robert het Kanaal over en vestigde zich in Engeland, waar hij verwanten had
wonen vanuit de voorouderlijke lijn van zijn overgrootvader Odin
Lauwereyns van Diepenhede.
Afbeelding: 14e -eeuwse
voorstelling van de Slag van Cadzand, 1337.
In 1337 kwamen duizenden
Vlamingen om bij de Slag van Cadzand, waarin Edward III het opnam tegen
Lodewijk van Male, vazal van het Franse huis Valois.
Het eiland Cadzand was
vervolgens door de Engelsen bezet.
De keuze voor
Frankrijk of Engeland en de vrijheidsstrijd in Vlaanderen
Afbeelding: stadhuis
Brugge
Vanaf
juni 1297 kwam het graafschap Vlaanderen voor grote veranderingen te staan
na zowat 84 jaar van relatieve rust. In 1213 had het Franse leger van
koning Filips II August een spoor van vernieling getrokken door Vlaanderen,
en sindsdien was een periode van vrede en groeiende welvaart kenmerkend
geweest voor Brugge. Op de kruistochten na.
Brugge
was uitgegroeid tot een stad van 60.000 inwoners in 1297 en was buiten de
oude omwallingen uitgebreid. Men kon de stad als “vromer dan de vroomste
begijn” beschrijven, uitgaande van de religieuze kunsten, de negen
kerken, de zestien kapellen en de negentien kloosters, maar de pracht en
praal stonden in schril contrast met het leven in de arbeidswijken en de
prostitutie die welig tierde in de Sint-Niklaaswijk achter de
Augustijnenrei. Het was een stad van
schrille contrasten, met bevoorrechting van begoede poorters, vermogende
koophandelaars, heuse stadspaleizen, imposante bouwwerken als de Waterhalle
in Doornikse natuursteen, tegenover bittere armoede en achterstelling van
een grote groep van de Brugse inwoners die in de meest armzalige
omstandigheden overleefden. Dit leidde ook tot spanningen.
Nog
in 1280 werden huizen van schepenen geplunderd en afgebrand. De leiders van
de opstand werden in het openbaar onthoofd nadat Gwijde van Dampierre
de opstand met bruut geweld had onderdrukt. Tegen de achtergrond van
gebeurtenissen die culmineerden in de slag van Kortrijk in juli 1302 en wat
volgde de jaren nadien, zouden telgen van de Lauwereyns families hun heil
zoeken in Frans-Vlaanderen, in het hertogdom Brabant en zelfs uitwijken
naar Engeland en Spanje.
De
roep om rechtvaardigheid en gelijke behandeling vanuit de lagere Vlaamse
klassen stond in schril contrast met het despotisch optreden van de Franse
koning Filips de Schone die belastingen hief, ook op de Kerk, en die het in
zijn ogen te onafhankelijke Vlaanderen wilde doen buigen naar zijn macht.
De Franse koning was geenszins de ‘republikeinse’ vrijheidsdrang van
brede lagen van de bevolking genegen. Hij maakte het zijn vazallen, de
graven van Vlaanderen, bijzonder moeilijk om dit beleid toe te passen en de
belastingen zoals de Maletote van 1292 op te leggen, terwijl de Dampierres
met hun kwistzieke levensstijl en eigen belastingheffing binnen het
graafschap al niet onbesproken waren en aan geloofwaardigheid hadden
ingeboet. De Franse koning speelde een sluw spel om de heerschappij over
Vlaanderen naar zich toe te trekken. De gewone bevolking moest het ontzien.
Op
het platteland plunderden zowel het Franse leger als de Duitse huurlingen
van de graaf. In de steden kwam de onderlinge politieke strijd met
afrekeningen tussen de burgers/ambachten daar bovenop. Wie soelaas zocht
bij de Engelsen, was er aan voor de moeite toen Filips de Schone een aparte
vrede sloot met de Engelse koning Edward I op 19 juni 1299, achter de rug
om van de Dampierres. De Dampierres knielden voor de Franse koning en
gingen in gevangenschap, terwijl Jacques de Châtillon als koninklijk
gezant de touwtjes in handen nam. Hij werd als “onhandige bruut”
omschreven, met weinig inzicht in de vrijgevochten aard van de Vlamingen
die minachtend als onbeschofte, ongemanierde en opstandige laaggeborenen
werden bekeken. Het woord “Untermensch” is pas eeuwen later
uitgevonden, maar het gaf allicht het best aan hoe men de Franse visie op
de gewone Franse en Vlaamse bevolking kon omschrijven.
De
politieke omstandigheden en de verscheurende keuze voor en tegen de graven
van Dampierre of het Franse koninklijke gezag, zou de afstammelingen
van Lauwereyns-van Velthuysen tot verschillende keuzen leiden. Enerzijds
zocht Simon Lauwereyns zijn bruid in het
hertogdom Brabant, en bleef zijn zoon Robert de koning van Engeland
en de Vlaamse edelen als van Dampierre getrouw. Robert keerde terug
naar Engeland omstreeks de tijd dat de Engelse koning Edward III aanspraken
op de Franse kroon liet gelden, en hij onder meer in 1337 het eiland
Cadzand liet bezetten.
Andere
Lauwereyns-en, zoals Simons broer Marc en Simons nonkel Jan Lauwereyns en diens kleinzoon Arnold Lauwereyns
, leken
eerder partij te hebben gekozen voor het Franse koningshuis. Deze
Lauwereyns namen een ander familiewapen aan.
Een
zoon van Jan ,
generatiegenoot van voormelde Robert , moet dan
weer de Engelse aanspraken en de Vlaamse zaak genegen zijn geweest, waardoor
zijn naam gewoonweg niet werd vermeld in de Franse geschiedschrijving, zeg
maar in het overzicht van de Franse nobelen. We zitten in de nasleep van de
Brugse metten en de Slag van de Guldensporen in 1302, waarbij het belang
van de handel met Engeland vanuit het graafschap Vlaanderen op het spel
stond, en, vanaf 1337, de “honderdjarige
oorlog” tussen het Engelse huis Plantagenet/Valois en het Franse huis
Anjou voor de Franse troon.
Sterk speelde ook de sociale ongelijkheid en het vrijheidsstreven in
verschillende Vlaamse steden waar op momenten een prille voorloper van wat
wij nu als “democratie” beschouwen met wisselend succes vorm kreeg.
We proberen
de vermoede loyauteit bij Lauwereyns even schematisch voor te stellen in
het rood (Vlaamse graven) en het blauw (Frankrijk) toen de keuze zich
opdrong. Simon Lauwereyns was vermoedelijk
baljuw van Gent, terwijl de N.N. Lauwereyns vermoedelijk de Brugse baljuw Jan was die voor het eerst bij de
naam “Lauwers” door het leven
ging en ook een nieuw familiewapen introduceerde. Wat Simon Lauwereyns
betreft, vermoeden we een loyauteit aan het Franse en het grafelijk huis
(als vazallen van Frankrijk).
Schema: het was een
periode met wisselende loyauteit in het graafschap Vlaanderen. Vanaf 1294
was Filips IV van het Franse huis Capet in oorlog met Eduard I van
het Engelse huis Plantagenet, over gebied in het hertogdom
Aquitanië.
De
Vlaamse steden, met de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre, hadden
toen de zijde van Engeland gekozen en dat leidde tot invallen van de
Fransen in het graafschap Vlaanderen. Gwijde van Dampierre kwam in
gevangenschap terecht tot 1297. Toen de graaf van Vlaanderen daarop zijn
status als vazal van de koning van Frankrijk opzegde, vielen de Fransen
opnieuw Vlaanderen binnen. De Vlaamse steden vielen in Franse handen, en de
Engelse koning Eduard I trok zijn hulptroepen terug nadat hij afzonderlijk
vrede sloot met de Fransen. Gwijde van Dampierre en zijn zonen
Robrecht en Willem werden opnieuw gevangen genomen in 1300 en een Franse
landvoogd, Jacques de Châtillon, was aangesteld.
Waar
het stadsbestuur in Brugge aanvankelijk de ‘opjutter’ Pieter De
Coninck nog gevangen liet zetten in 1301, kwam er in 1302 een opstand van
aanhangers van de graaf van Vlaanderen, onder impuls van de Liebaerds
(later ook “Clauwaerts”) van Gent
die ook in Brugge de Franse Leliaards uit de stad zetten. Jacques de
Châtillon hergroepeerde zijn leger in Kortrijk om beide steden te
heroveren. Het Gentse stadsbestuur bond in, maar in Brugge volgde in mei
dat jaar de Brugse metten, gevolgd door een overwinning van de
graafgezinde Vlamingen op het Franse leger in Kortrijk in juli dat jaar.
Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd bij de Slag
bij Pevelenberg in 1304 tot zware toegevingen gedwongen, en het Franse
gezag werd hersteld.
Lodewijk
van Male I uit het huis van Dampierre zou huwen met Margaretha van
het huis van Valois, en zijn zoon Lodewijk van Male
(1330-1384) bleef trouw aan de Franse koningen van het huis Valois.
De Gentenaren
steunden in 1340 met Jacob van Artevelde de Engelse troonaanspraken
van Eduard III, die ook de Franse vloot versloeg bij Sluis. In 1341-1364,
in een strijd voor de erfopvolging in het hertogdom Bretagne, koos de
Engelse koning de zijde van Jan van Montfort (gehuwd met Johanna van
Vlaanderen) die zegevierde in de slag bij Auray in 1363 tegen het huis
van Valois.
Nog in 1346
was de slag bij Crécy uitgevochten, waarbij de Vlaamse graaf Lodewijk van
Male aan de zijde van de Franse koning had gevochten, en een Engelse
overwinning leidde tot het beleg en de verovering van Calais. Engelse
invallen vanaf 1359 in Frankrijk zouden dan weer minder succesvol blijken
en in 1360-1370 zouden de Engelsen hun aanspraken op de Franse troon
stopzetten en heel wat van hun ‘Franse’ bezittingen verliezen. De Engelsen
hadden in die periode te maken met boerenopstanden en met de vrijheidsstrijd
van Schotland. Vanaf het moment dat de Plantagenets in 1399 de macht
verloren aan het huis van Lancaster, zou het conflict opnieuw oplaaien.
|