Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         E-boeken (pdf)

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·        Genealogie (deze reeks)

·         Indices (zoekfunctie)

·         Startpagina (Home)

·         Thematisch

·         Verhalen (chronologisch)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

[*] rechtstreekse voorouders auteur

 

 Lauwens / Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens / Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464  Lauwereyns van Terdeghem

^

image006.jpg865-1247  Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

BRUg III – 000013 - GEZIN Lauwereyns van Diepenhedevan Alsemberghe, 1300 Brugge

 

Simon Lauwereyns  (Lauwerens, Laurin, Lauwaerts, Lauwers) van Diepenhede huwde omstreeks 1300 in Brugge met Mathilde van Alsemberghe. Simon Lauwereyns was ridder en vermoedelijk baljuw van Gent. Simon Lauwereyns van Diepenhede was geboren omstreeks 1271 in Brugge als zoon van Willemar Lauwereyns van Diepenhede image006.jpg Catharina van Vosmaer [ZIE BRUg II - 000010]. Zijn moeder was in 1289, na het overlijden van Willemar Lauwereyns, hertrouwd met Willemar van Alsemberghe[1], en hij had een halfzus Mathilde van Alsemberghe, geboren omstreeks 1290. Zijn echtgenote Mathilde van Alsemberghe was een dochter van jonker Jan van Alsemberghe.

 

Zijn halfzus zou huwen met Simon van Ravensvelde, een broer van haar schoonzus Marie van Ravensvelde, die omstreeks 1331 was gehuwd met haar halfbroer Marc Lauwereyns .

 

·         Katelijne Lauwereyns  werd geboren omstreeks 1288 [ZIE MEC IV – 000015].

·         Robert Lauwereyns van Diepenhede  werd geboren omstreeks 1300 in Brugge. Hij emigreerde naar Engeland en ging er bij de naam Lawrence, de Engelstalige spellingvariant van Lauwereyns. Dit was de periode waarin de Engelse koning Edward III een expeditie zond naar het eiland Cadzand (tegen de Franse vazal Lodewijk van Vlaanderen). Het eiland werd in november 1337 door de Engelsen bezet. Rond die tijd stak Robert het Kanaal over en vestigde zich in Engeland.

 

 

1337 - Robert Lauwereyns (Lawrence) emigreerde naar Engeland

 

Robert Lauwereyns van Diepenhede  was geboren omstreeks 1300 in Brugge als zoon van Simon Lauwereyns  (Lauwerens, Laurin, Lauwaerts, Lauwers) van Diepenhede en Mathilde van Alsemberghe. Hij emigreerde naar Engeland en ging er bij de naam Lawrence, de Engelstalige spellingvariant van Lauwereyns.

 

Dit was de periode waarin de Engelse koning Edward III een expeditie zond naar het eiland Cadzand tegen de Franse vazal Lodewijk van Vlaanderen. Het eiland werd in november 1337 door de Engelsen bezet. Rond die tijd stak Robert het Kanaal over en vestigde zich in Engeland, waar hij verwanten had wonen vanuit de voorouderlijke lijn van zijn overgrootvader Odin Lauwereyns  van Diepenhede.

 

image009.jpgAfbeelding: 14e -eeuwse voorstelling van de Slag van Cadzand, 1337.

 

In 1337 kwamen duizenden Vlamingen om bij de Slag van Cadzand, waarin Edward III het opnam tegen Lodewijk van Male, vazal van het Franse huis Valois.

Het eiland Cadzand was vervolgens door de Engelsen bezet.

 

 

De keuze voor Frankrijk of Engeland en de vrijheidsstrijd in Vlaanderen

 

image006.jpgAfbeelding: stadhuis Brugge

 

Vanaf juni 1297 kwam het graafschap Vlaanderen voor grote veranderingen te staan na zowat 84 jaar van relatieve rust. In 1213 had het Franse leger van koning Filips II August een spoor van vernieling getrokken door Vlaanderen, en sindsdien was een periode van vrede en groeiende welvaart kenmerkend geweest voor Brugge. Op de kruistochten na.

 

Brugge was uitgegroeid tot een stad van 60.000 inwoners in 1297 en was buiten de oude omwallingen uitgebreid. Men kon de stad als “vromer dan de vroomste begijn” beschrijven, uitgaande van de religieuze kunsten, de negen kerken, de zestien kapellen en de negentien kloosters, maar de pracht en praal stonden in schril contrast met het leven in de arbeidswijken en de prostitutie die welig tierde in de Sint-Niklaaswijk achter de Augustijnenrei[2]. Het was een stad van schrille contrasten, met bevoorrechting van begoede poorters, vermogende koophandelaars, heuse stadspaleizen, imposante bouwwerken als de Waterhalle in Doornikse natuursteen, tegenover bittere armoede en achterstelling van een grote groep van de Brugse inwoners die in de meest armzalige omstandigheden overleefden. Dit leidde ook tot spanningen.

 

Nog in 1280 werden huizen van schepenen geplunderd en afgebrand. De leiders van de opstand werden in het openbaar onthoofd nadat Gwijde van Dampierre de opstand met bruut geweld had onderdrukt. Tegen de achtergrond van gebeurtenissen die culmineerden in de slag van Kortrijk in juli 1302 en wat volgde de jaren nadien, zouden telgen van de Lauwereyns families hun heil zoeken in Frans-Vlaanderen, in het hertogdom Brabant en zelfs uitwijken naar Engeland en Spanje.

 

De roep om rechtvaardigheid en gelijke behandeling vanuit de lagere Vlaamse klassen stond in schril contrast met het despotisch optreden van de Franse koning Filips de Schone die belastingen hief, ook op de Kerk, en die het in zijn ogen te onafhankelijke Vlaanderen wilde doen buigen naar zijn macht. De Franse koning was geenszins de ‘republikeinse’ vrijheidsdrang van brede lagen van de bevolking genegen. Hij maakte het zijn vazallen, de graven van Vlaanderen, bijzonder moeilijk om dit beleid toe te passen en de belastingen zoals de Maletote van 1292 op te leggen, terwijl de Dampierres met hun kwistzieke levensstijl en eigen belastingheffing binnen het graafschap al niet onbesproken waren en aan geloofwaardigheid hadden ingeboet. De Franse koning speelde een sluw spel om de heerschappij over Vlaanderen naar zich toe te trekken. De gewone bevolking moest het ontzien.

 

Op het platteland plunderden zowel het Franse leger als de Duitse huurlingen van de graaf. In de steden kwam de onderlinge politieke strijd met afrekeningen tussen de burgers/ambachten daar bovenop. Wie soelaas zocht bij de Engelsen, was er aan voor de moeite toen Filips de Schone een aparte vrede sloot met de Engelse koning Edward I op 19 juni 1299, achter de rug om van de Dampierres. De Dampierres knielden voor de Franse koning en gingen in gevangenschap, terwijl Jacques de Châtillon als koninklijk gezant de touwtjes in handen nam. Hij werd als “onhandige bruut” omschreven, met weinig inzicht in de vrijgevochten aard van de Vlamingen die minachtend als onbeschofte, ongemanierde en opstandige laaggeborenen werden bekeken. Het woord “Untermensch” is pas eeuwen later uitgevonden, maar het gaf allicht het best aan hoe men de Franse visie op de gewone Franse en Vlaamse bevolking kon omschrijven.

 

De politieke omstandigheden en de verscheurende keuze voor en tegen de graven van Dampierre of het Franse koninklijke gezag, zou de afstammelingen van Lauwereyns-van Velthuysen tot verschillende keuzen leiden. Enerzijds zocht Simon Lauwereyns zijn bruid in het  hertogdom Brabant, en bleef zijn zoon Robert de koning van Engeland en de Vlaamse edelen als van Dampierre getrouw. Robert keerde terug naar Engeland omstreeks de tijd dat de Engelse koning Edward III aanspraken op de Franse kroon liet gelden, en hij onder meer in 1337 het eiland Cadzand liet bezetten.

 

Andere Lauwereyns-en, zoals Simons broer Marc  en Simons nonkel Jan Lauwereyns  en diens kleinzoon Arnold Lauwereyns , leken eerder partij te hebben gekozen voor het Franse koningshuis. Deze Lauwereyns namen een ander familiewapen aan. 

Een zoon van Jan , generatiegenoot van voormelde Robert , moet dan weer de Engelse aanspraken en de Vlaamse zaak genegen zijn geweest, waardoor zijn naam gewoonweg niet werd vermeld in de Franse geschiedschrijving, zeg maar in het overzicht van de Franse nobelen. We zitten in de nasleep van de Brugse metten en de Slag van de Guldensporen in 1302, waarbij het belang van de handel met Engeland vanuit het graafschap Vlaanderen op het spel stond, en, vanaf 1337, de “honderdjarige oorlog” tussen het Engelse huis Plantagenet/Valois en het Franse huis Anjou voor de Franse troon[3]. Sterk speelde ook de sociale ongelijkheid en het vrijheidsstreven in verschillende Vlaamse steden waar op momenten een prille voorloper van wat wij nu als “democratie” beschouwen met wisselend succes vorm kreeg.

 

We proberen de vermoede loyauteit bij Lauwereyns even schematisch voor te stellen in het rood (Vlaamse graven) en het blauw (Frankrijk) toen de keuze zich opdrong. Simon Lauwereyns was vermoedelijk baljuw van Gent, terwijl de N.N. Lauwereyns vermoedelijk de Brugse baljuw Jan was die voor het eerst bij de naam “Lauwers” door het leven ging en ook een nieuw familiewapen introduceerde. Wat Simon Lauwereyns betreft, vermoeden we een loyauteit aan het Franse en het grafelijk huis (als vazallen van Frankrijk).

 

image007.jpgSchema: het was een periode met wisselende loyauteit in het graafschap Vlaanderen. Vanaf 1294 was Filips IV van het Franse huis Capet in oorlog met Eduard I van het Engelse huis Plantagenet, over gebied in het hertogdom Aquitanië.

 

De Vlaamse steden, met de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre, hadden toen de zijde van Engeland gekozen en dat leidde tot invallen van de Fransen in het graafschap Vlaanderen. Gwijde van Dampierre kwam in gevangenschap terecht tot 1297. Toen de graaf van Vlaanderen daarop zijn status als vazal van de koning van Frankrijk opzegde, vielen de Fransen opnieuw Vlaanderen binnen. De Vlaamse steden vielen in Franse handen, en de Engelse koning Eduard I trok zijn hulptroepen terug nadat hij afzonderlijk vrede sloot met de Fransen. Gwijde van Dampierre en zijn zonen Robrecht en Willem werden opnieuw gevangen genomen in 1300 en een Franse landvoogd, Jacques de Châtillon, was aangesteld.

 

Waar het stadsbestuur in Brugge aanvankelijk de ‘opjutter’ Pieter De Coninck nog gevangen liet zetten in 1301, kwam er in 1302 een opstand van aanhangers van de graaf van Vlaanderen, onder impuls van de Liebaerds (later ook “Clauwaerts”) van Gent die ook in Brugge de Franse Leliaards uit de stad zetten. Jacques de Châtillon hergroepeerde zijn leger in Kortrijk om beide steden te heroveren. Het Gentse stadsbestuur bond in, maar in Brugge volgde in mei dat jaar de Brugse metten, gevolgd door een overwinning van de graafgezinde Vlamingen op het Franse leger in Kortrijk in juli dat jaar. Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd bij de Slag bij Pevelenberg in 1304 tot zware toegevingen gedwongen, en het Franse gezag werd hersteld.

 

Lodewijk van Male I uit het huis van Dampierre zou huwen met Margaretha van het huis van Valois, en zijn zoon Lodewijk van Male (1330-1384) bleef trouw aan de Franse koningen van het huis Valois[4].

 

De Gentenaren steunden in 1340 met Jacob van Artevelde de Engelse troonaanspraken van Eduard III, die ook de Franse vloot versloeg bij Sluis. In 1341-1364, in een strijd voor de erfopvolging in het hertogdom Bretagne, koos de Engelse koning de zijde van Jan van Montfort (gehuwd met Johanna van Vlaanderen) die zegevierde in de slag bij Auray in 1363 tegen het huis van Valois.

Nog in 1346 was de slag bij Crécy uitgevochten, waarbij de Vlaamse graaf Lodewijk van Male aan de zijde van de Franse koning had gevochten, en een Engelse overwinning leidde tot het beleg en de verovering van Calais. Engelse invallen vanaf 1359 in Frankrijk zouden dan weer minder succesvol blijken en in 1360-1370 zouden de Engelsen hun aanspraken op de Franse troon stopzetten en heel wat van hun ‘Franse’ bezittingen verliezen. De Engelsen hadden in die periode te maken met boerenopstanden en met de vrijheidsstrijd van Schotland. Vanaf het moment dat de Plantagenets in 1399 de macht verloren aan het huis van Lancaster, zou het conflict opnieuw oplaaien.

 

 

 

 

 



[1] Alsemberg is een deelgemeente van Beersel in Vlaams-Brabant. Ravensveld is een toponiem in Opwijk.

[2] Zie ook het subliem geschreven boek van Joren Vermeersch, “Vlaanderens Waanzinnigste Eeuw 1297-1385”, Borgerhoff & Lambrerigts, 2023.

[3] Deze duurde eigenlijk 115 jaar en werd bevochten in verschillende fazen: 1337-1360 (o.m. door Edward III, wiens vader de eerste Engelse titelvoerder van ‘Prince of Wales’ was); 1369-1389 (o.m. Karel van het huis van Valois); 1415-1429 (de “oorlog van Lancaster”) en 1412-1431 (met Jeanne d’Arc). Merk ook dat Antoon van Cadsant, voorouder van Odin, omstreeks 1070 was aangehuwd in het voormalige Franse koningshuis Capet.

[4] Zie ook zijn huwelijk met Margaretha in Vilvoorde, de dochter van Jan van Brabant.