|
BRU XX – 002063 - GEZIN Lauwers – Dupret 1887 Brussel / Meerle
Henri Louis
William Lauwers (Lauwens) huwde op 19
april 1887 in Brussel met Jeanne Leontine Marguerite Dupret .Getuigen bij
het huwelijk waren Désiré Joseph Lemaire uit Doornik, advocaat Georges
Dupret uit Brussel, Leopold Cantillon uit Bergen (Mons), majoor bij
de Jagers-te-voet, en Clement
Lauwers uit Leuven. Er was een huwelijkscontract
bij notaris Vermeulen in Brussel op 27 maart 1887. Henri Louis William Lauwers (Lauwens) werd geboren 3 februari 1856 in Antwerpen
als zoon van Louis Marie Célestine Lauwers (Lauwens) en Thérèse Louise Adela
Lauwers [ZIE BRU XIX – 001902] [zie foto als generaal van 1923]. Jeanne Léontine Marguerite Marie
Dupret werd geboren op 4 september 1866 in Brussel als dochter van Jan
Baptist François Dupret en Nathalie Norbertine Antoinette Bruggeman.
·
Adeline Louise Norbertine Jeanne Marie
Lauwers werd geboren in Bergen (Mons) op 3 mei
1888. Zij huwde op 7 juli 1910 in Brussel met Eugène Edgar Leopold Marie
Delaunoy. Er was een huwelijkscontract bij notaris Grosemans in Brussel op 27 juni 1910 en generaal-majoor, tevens hoofd van de Burgerlijke Bescherming (directeur-generaal
bij het Ministerie van Binnenlandse
Zaken), Gabriël Wouter trad op als getuige samen met senator Engelbert Lauwers (die ook als directeur-generaal werd vermeld van zijn bedrijf,
grootvader van William). Eugène Edgar Leopold Marie Delaunoy was
geboren op 30 oktober 1880 in Sint-Joost-ten-Node,
en woonde in Elsene
waar hij dienst deed
als onderluitenant bij het 3e regiment van de Jagers-te-voet.
Hij was een zoon van Louis Delaunoy en Jeanne Marie Mennen.
·
Gabrielle Adèle Georgina Lauwers werd geboren op 10 april 1889 (tweeling).
·
Julia Maria Fernande Lauwers werd geboren op 10 april 1889 (tweeling).
·
Nestor William Cornelis Lauwers werd geboren op 8 augustus 1893 in
Poperinge.
Afstamming
en verwantschap William Lauwers
|
William Lauwers (Guillaume) werd
geboren 3 februari 1856 te Antwerpen. Hij huwde in 1899 met Jeanne
Dupret, een dochter van Dupret-Bruggeman uit Brussel. Hij
had een zus Charlotte Célestine Adèle die op 14
maart 1859 werd geboren te Antwerpen en er huwde
met apotheker Pascal Joseph Grosjean, op 6 december 1884.
|
|
|
|
|
|
Louis Lauwers was
zijn vader. Hij was in 1855 in Brussel gehuwd met Thérèse Lauwers. Hij
was geboren op 15 september 1820 in Mechelen en zijn echtgenote was
afkomstig van Brussel.
|

|
|
|
|
|
Hendrik Lauwens was
zijn grootvader. Hij was geboren op 29 december 1789 in Mechelen en was
nijveraar in de stad. Hij huwde er op 8 juli 1818 met Maria De Brouwer,
een dochter van Joseph De Brouwer en Petronilla Menu, geboren op 12 mei
1799 in Antwerpen. Hendrik had nog vier zonen geboren in Mechelen: Peter
‘Hippoliet’ was geboren in februari 1819, Gommaar was geboren in 1822 ,
Gustaaf was geboren in 1824 en Willem was geboren in 1826. Het was nonkel
Willem die als peter de voornaam doorgaf aan zijn neef, en nonkel Gommaar
huwde net als zijn broer Louis met een familienaamgenote, Maria Cornelia
Lauwers, eveneens afkomstig uit Brussel. Gommaar woonde net als zijn
broer Louis in Antwerpen.
|

|
|
|
|
|
Jan Antoon Lauwens en
Maria Barbara van Salm waren zijn overgrootouders. Jan Antoon Lauwens was
geboren op 6 september 1744 in Zemst en was omstreeks 1786 gehuwd met
Barbara van Salm die afkomstig was uit Kumtich bij Tienen. Zij
hadden een kroostrijk gezin in Mechelen, en alle kinderen werden gedoopt
in de Sint-Rombout parochie. We weten dat één van de dochter, Maria
Barbara Sophia, zich vestigde in het Antwerpse (Berchem).
Bij het doopsel van het eerste kind
Peter Lauwens werd in het parochieregister een “r” geschreven boven de
“n” in de familienaam. Bij het doopsel van het tweede kind wees vader Jan
Antoon er op dat de naam diende gespeld als LauweNs,
en dat werd ook zo genoteerd in het doopregister.
|

|
|
|
|
|
Peter Lauwens en
Catharina Pauwels waren de betovergrootouders. Zij huwden op 21 mei 1741
in Zemst, waar Peter was geboren op 16 november 1712. Catharina Pauwels
was geboren in Weerde. Zij hadden een kroostrijk gezin en de meeste
kinderen vestigden zich in Zemst, op Jan Antoon na.
|

|
|
|
|
|
Corneel Lauwens huwde
op 5 mei 1706 in Zemst met Anna Govaerts. Corneel werd gedoopt op 7 maart
1677 in Zemst als zoon van Jan Lauwens en Elisabeth Verlinden en overleed
er op 17 oktober 1748. Het was een kroostrijk gezin, waarvan één zoon
Antoon uitweek naar Bousval, deelgemeente Genepiën, Waals-Brabant.
In 1721 vermeldde een notariële
akte dat Corneel en Anna een hofstede “de Cleempoel” in Zemst verkochten
aan François Wels. Peter Lauwens en Petronilla Van Gijsel zouden het goed
terugkopen in 1736.
|

|
|
|
|
|
Jan Lauwens huwde
op 15 juli 1662 in Zemst met Elisabeth Verlinden. Jan Lauwens was gedoopt
op 25 april 1638 in de Sint-Martinuskerk te Hombeek als zoon van Maarten
Lauwens en Catharina Verschoor. Hij was handwerker in Zemst.
|

|
|
|
|
|
Maarten Lauwens huwde
op 30 juni 1626 in Hombeek met Catherina Verschoor. Hij was gedoopt op 28
april 1602 in Hombeek als zoon van Maarten Lauwens en Catharina Joossens.
|

|
|
|
|
|
Maarten Lauwens huwde op 3 oktober 1593 in
Hombeek met Catharina Joossens. Hij werd gedoopt omstreeks 1570 als zoon
van Joris Lauwerens en Christine Van Dormael, de
stamouders van de stamlijn Hombeek-Leest (die in Mechelen waren gehuwd).
|

|
|
1923 - Luitenant-generaal William Lauwers was
bevelhebber van het Belgische Rijnleger
Luitenant-generaal William
Lauwers of
Lauwens was
bevelhebber van het Belgische Rijnleger tussen 1923 en 1925 (Afbeelding).
Hij werd vermeld als militair gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen in
1914 (met de rang van generaal-majoor) en voerde van januari 1924 tot
maart 1924 het bevel over het detachement van de Ruhr, ook wel het
Belgische 'Rijnleger' genoemd [zie ook afbeelding medaille Belgisch
bezettingsleger. Er zou een variant met ‘1945’ komen bij de bezetting na
de tweede wereldoorlog].
De bezetting, die begon
op 11 januari 1923 toen Belgische en Franse legereenheden Essen bezetten,
zou eindigen tussen 15 en 24 juli 1925. De bezetting van de Ruhr vormde
één van de belangrijkste internationale gebeurtenissen in de periode
tussen beide wereldoorlogen. Het ging er om Duitsland herstelbetalingen
af te dwingen na de eerste wereldoorlog.
De
realiteit van de bezetting hield in dat Duitsers Belgische officieren
dienden te groeten, hun hoed afnemen, opzij moesten staan. Er waren Belgische
soldaten die de oorlog hadden meegemaakt, die hun rancunes uitten in
kleine pesterijen en vernederingen. Verveling bij de bezettingstroepen
uitte zich in minder fraaie aspecten als prostitutie en drugstrafiek in
cocaïne. De inkwartiering bij Duitse gezinnen leidde soms tot conflicten
met de lokale bevolking, zoals hogere energiekosten, mishandelde huisdieren,
ook al waren de ordewoorden uit Brussel om naar een goede verstandhouding
te streven. In de meeste districten waren de relaties naar behoren, maar mistoestanden
gingen over de tongen. Een strikt militair regime ging bovendien niet
altijd hand in hand met een vriendelijke behandeling van de lokale
bevolking. De schaduw van de Groote Oorlog hing over zowel de Belgen
als de Duitsers in dit gedwongen samenlevingsmodel.
In
historisch perspectief waren de bezetting en de herstelbetalingen ook een
beroerde gebeurtenis, die de opflakkering van het Duitse nationalisme
grotendeels bevorderde. Hitler verwees in "Mein Kampf"
niet geheel ontevreden naar de gebeurtenissen. De S.A. werd in deze
periode omgesmeed tot een militaire organisatie.
Hitler
stelde onomwonden: "De bezetting van het Ruhrgebied was een
kans; het noodlot bood ons hier weer eens de gelegenheid, om ons te
verlossen uit onze ellende. Want deze daad, welke op het eerste gezicht
zulk een zware ramp leek, bleek bij nadere beschouwing een prachtige en
veelbelovende mogelijkheid in zich te sluiten, om een einde te maken aan
de Duitse lijdensweg." Het pad was geëffend voor een tweede
wereldbrand.
|
|
1887 – Luitenant-generaal William
Lauwers (Lauwens) in Brussel en Meerle
Het gezin Lauwens -Dupret woonde in Brussel. In 1900 kocht
hij een huis met tuin in Meer van metser Frederik Van Camp en diens
echtgenote Johanna Bresselaers en land van Jan Peter Lenaerts en diens
echtgenote Marie-Thérèse Van der Avort.
Afbeelding: de
villa “Lauwers-Dupret” in Meerle, Hoogstraten
|
In het gehucht
Elsacker te Meerle, momenteel zelf deelgemeente van Hoogstraten,
stond aan de Chaamse Weg 38 een statig
herenhuis dat de naam “Villa Lauwers-Dupret” droeg.
Hier
woonde het gezin van generaal-majoor William Lauwers en Jeanne
Dupret. De plaats was ook bekend als het “Kasteel Elsacker”, omdat
hier vroeger het kasteel van rentmeester Wouter Van den Elsacker,
rentmeester voor de abdij van Thorn die er in 1588 woonde, zou hebben gestaan.
Omstreeks 1500 bevond zich hier naar verluid al een schrans, een
verdedigd bolwerk waar mensen in tijde van oorlog hun toevlucht zochten
met hun goed en vee. Omstreeks 1700 was het voormalige kasteel een
buitenverblijf van de rentmeesters van de abdij van Thorn. Het bleef in
bezit door de familie Van Beeck, rentmeesters van Thorn, tot aan de dood
van Magdalena Van Beeck op 5 januari 1797. Zij was weduwe van Jan Michael
Soreth, rustend kolonel van de Bataafse
republiek. Zijn naam zou verbonden blijven aan de hoeve nabij het
kasteel.
Na haar dood kwam het
goed in het bezit van Jan Petrus Eeltjens, een
familie uit Breda. Bij erfenis ging het over aan de familie
Dupret-Bruggeman uit Brussel op 12 oktober 1860. De eigendom werd
vervolgens verdeeld, en het huis kwam in 1899 toe aan William
Lauwers-Dupret die het heropbouwde in 1904 en die bij de verhuis
feestelijk werd ingehaald te Meerle.
William Lauwers werd
vermeld in 1910 naar aanleiding van een verlenging met 9 jaar van
zijn jachtrecht op gronden van de kerkfabriek en bij de opstart van de
feestzaal "Ons 't huis" waarbij gronden werden afgekocht
"van kolonel Lauwers".
William
Lauwers werd geboren op 3 februari 1856 te Antwerpen. Hij overleed op 13
november 1924 te Brussel. Hij werd begraven in het familiegraf
Lauwers-Dupret bij Sint-Salvator te Meerle.
|
Op dat moment
was hij kapitein in het Belgische leger. In 1901 werd een stuk land
verhandeld in Meer met Jozef Aerts en diens vrouw Johanna De Kort. William
Lauwers werd vermeld bij de verkoop van hout in Meer in december 1902 en
1903 [op 22
december 1902 notariaat Versteylen 18184-0497, op 22 december 1903
notariaat Versteylen 18185-0584]. In 1902 werd grond verhandeld in Meerle bij
Meer van Marie Vermouden en Caroline Willemse, een stuk heide met Corneel
Aerts en diens vrouw Petronilla Van Hoof, en gronden met landbouwers Jacob
Eelen en diens vrouw Cornelie Van Aelst. Op 21
september 1905 gaf hij volmacht aan zijn echtgenote bij de aankoop van een
stuk land [notariaat
Versteylen, S/A N 51-52].
Hij was toen majoor bij de grenadiers en kon het beheer van onroerend goed
niet alleen af. Op 10 augustus en op 2 november 1907 trad hij alsnog op om
één en ander te regelen. Een huis met gronden werd aangekocht aan de
Hulschenbosch in Meer, van Antoon en Henri
Huybrecht.
Bij een
volgende regeling waren de betrokken partij Henri Boeren en zijn echtgenote
Adrienne Verschueren, landbouwers op de Elsakker in Meerle. Nog op 12 oktober 1907
was in Meer bouwland aangekocht van bakker Jules Kerven en dienst
echtgenote Caroline Verschueren en dezelfde dag werd bouwland verhandeld
met Johanna Van Boxel, weduwe van Constant
Havermans. Bij het huwelijk van dochter Adeline op 27 juni 1910 is William
Lauwers luitenant-kolonel bij het 9e Linie regiment.
België was niet afdoende voorbereid op de Duitse
inval. Men had geen recente oorlogservaring, de uitrusting van het leger
kreeg politiek weinig aandacht – de dominante katholieke partij
beschouwde het leger als een “oord van verderf” -, en men ging er van
uit dat de internationale status van neutraliteit zou stand houden, zoniet
moest het leger enkel stand kunnen houden tot er vanuit geallieerde landen
hulp zou arriveren. Niettemin was er geïnvesteerd in modernisering van het
leger: twee fortengordels, snel vurende kanonnen en mitrailleurs. Een
nieuwe militiewet van 1913 zou de troepensterkte verhogen zodat een
veldleger van 340.000 manschappen kon worden opgeroepen. Toen de oorlog
uitbrak, raakte men slechts aan 190.000 manschappen en waren de middelen ontoereikend.
Het was “te weinig, te laat”. De Belgen moesten het, theoretisch,
proberen uit te houden tot augustus 1914, defensief, en onvermijdelijk
gekoppeld aan een terugtrekkende strategie. In november 1914 sprak men nog
van 30.000 inzetbare manschappen. De rest was gesneuveld, gewond,
gedeserteerd, gevangen of geïnterneerd in het neutrale Nederland.
Alsnog zou het resterende Belgische leger
evolueren tot een te duchten, weliswaar kleine, militaire speler die
succesvol deelnam aan het bevrijdingsoffensief in het najaar van 1918. Tactische samenwerking, specialisatie,
verantwoordelijkheid tot de lagere niveaus, een betere communicatie, een
betere bewapening waren elementen die het verschil maakten met het leger
van 1913 [afbeelding
rechts: Belgische grenadier in 1914-1918, de eenheid waar William Lauwers
diende vanaf 1910. De ‘beremuts’ werd vervangen door een kwartiermuts].
Luitenant-generaal William
Lauwers of Lauwens was
bevelhebber van het Belgische Rijnleger tussen 1923 en 1925 . Hij werd
vermeld als militair gouverneur van Oost- en West-Vlaanderen in 1914 (met
de rang van generaal-majoor) en voerde van januari
1924 tot maart 1924 het bevel over het detachement van de Ruhr, ook wel het
Belgische 'Rijnleger' genoemd [afbeelding: prent van Jagers-te-voet voor de Groote
Oorlog].
De
bezetting, die begon op 11 januari 1923 toen Belgische en Franse
legereenheden Essen bezetten, zou eindigen tussen 15 en 24 juli 1925. De
bezetting van de Ruhr vormde één van de belangrijkste internationale
gebeurtenissen in de periode tussen beide wereldoorlogen. Het ging er om
Duitsland herstelbetalingen af te dwingen na de eerste wereldoorlog. De
bezetting stuitte op passieve weerstand, burgerlijke ongehoorzaamheid en
enkele pogingen tot sabotage door de Duitse bewoners. Op 30 juni 1923 werd
een bomaanslag gepleegd op een trein met Belgische militairen en er kwamen
tien Belgen om het leven. Eén van de gearresteerde saboteurs was NSDAP-lid
Albert Leo Schlageter. Hij werd geëxecuteerd. Elf jaar later zou het
Rijnland onder Hitler worden herbewapend.
William
Lauwers overleed op 13 november 1924 in Brussel. Hij werd begraven in
het familiegraf Lauwers-Dupret bij Sint-Salvator in
Meerle.
|