|
ANT XIII - 000279 - GEZIN Van Den Bossche - Lauwens 1613 Antwerpen
Jacques Van den Bossche huwde in 1614 in
Antwerpen Sint-Jacob met Margriet Lauwens ‘Mayken’. De ondertrouw
had plaats gevonden in 1613 in de parochie Sint-Jacob. Margriet Lauwens was
gedoopt op 26 september 1588 in Mechelen Onze-Lieve-Vrouw als dochter van Peter Lauwens en Johanna Tambuysers [ZIE HOM XII -
000187]. Jacques Van den
Bossche was gedoopt in mei 1590 in Mechelen Sint-Rombout als zoon van
Livien Van den Bossche en Sibille Van Caster. Maria Verpoorten was zijn
doopmeter.
Hij trad in 1609 op als peter van Jacques
Lauwens , een zoon van Peter Lauwens en Elisabeth De Grauwe.
Foto: de Antwerpse Sint-Jacobskerk in 2018. Deze werd gebouwd tussen 1491
en 1656 werd ontworpen door Herman, Domien en Herman de jonge de
Waghemakere en Rombout Keldermans [foto onder
Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0, Lieven Smits, 2018]. De toren bereikte slechts een derde van de voorziene hoogte (140m).
Tijdens de beeldenstorm in 1566 en in 1581 waren heel wat kunstwerken
vernield – die hebben ook Jacques en Margriet niet gekend – maar het
kunstpatrimonium breidde volop uit na de calvinistische periode. Het
interieur bleef ongeschonden tijdens de Franse revolutie eind 18e
eeuw, maar door bombardementen in 1944 gingen de meeste brandgeschilderde
ramen verloren.
In de 20e eeuw werd de kerk
gerestaureerd en werden muurschilderingen bloot gelegd uit de 16e
eeuw die Jacques Van den Bossche en Margriet
Lauwens nog moeten hebben gekend. De
kerk werd in de periode dat zij er woonden aangedaan door bedevaarders op weg
naar Santiago de Compostella, die tussen 1431 en 1476 eerder een gasthuis
op dezelfde plek aandeden, of een gelijknamige kapel die tot de bouw van de
parochiekerk aan Sint-Jacob was gewijd.
|
1454 –
Laurent van den Bossche, de eerste Mechelse beiaard
Een voorouder, Laurent van
de Bossche, bouwde in 1454-1455, kort na de start van de torenbouw in
1452, de behuizing van de grote en de kleine beiaard van Sint-Rombout in drie
lagen, voorzien van kappen, en werd daartoe vergoed door Jan den Domme
(Doms). In 1556 was er al een reeks van 18 klokken, voornamelijk
gegoten door de familie Waghevens. In 1648 telde de Sint-Romboutstoren al
26 klokken.
De oude beiaarden
werden in 1642-1679 hergoten door Pieter Hemony uit Amsterdam. Men maakte
werk van een zgn. Hemonybeiaard, en het werd een werk van lange adem
[zie prent
Mechelse beiaard van de Sint-Romboutstoren, 18e eeuw, onder
publiek domein].
De Mechelse beiaardier
Jef Denyn (1862-1941) zou het beiaardspel van Sint-Rombout tot nieuwe
hoogten brengen, in navolging van zijn vader stadsbeiaardier Pierre Denyn
(1823-1894).
|