|
ANT
V – 000020 - GEZIN Lauwers – N.N. +/- 1380 Brugge/Antwerpen / Mechelen
Jan Lauwers (Laurin, Lauwereyns) huwde N.N.
Meysse (Meisse, van Meise). Hij was een zoon van Lauwers Gregorius “Joris”,
vermeld in 1364 als poorter van Brugge [BRUg IV – 000018] en werd zelf
vermeld als poorter in Antwerpen in 1391.
·
Geert
Lauwerens werd geboren omstreeks 1380 [ZIE MEIse VI
– 000026].
·
Halewijch
Lauwerens was geboren omstreeks 1383 te Antwerpen.
Zij huwde omstreeks 1415 in Antwerpen met Jan Tops, een zoon van Alaert
Tops [ZIE ANT VI -
000027].
o
Dochter Liesbeth
Tops huwde omstreeks 1442 met Cornelis Adriaenssens (zoon van
Adriaan Huyghesone en Elisabeth Bertelsmeeusdr) en
hertrouwde omstreeks 1456 in Antwerpen met Gijsbrecht Hendrickxz. Zij
overleed omstreeks 1459.
o
Gertrude
Tops.
·
Jan
Lauwers werd geboren omstreeks 1385.
·
Goswin
Laureyns werd
geboren omstreeks 1390. Hij huwde met Nn.
o
Maillard Laureyns
werd
geboren omstreeks 1420. Hij huwde omstreeks 1452 met Margriet de Graeve
(le Comte). [generatie VII]
§ Catharina Laureyns werd geboren omstreeks 1452. Zij huwde
Johannes de Grave, zoon van Johannes de Grave, overleden op
29 september 1498 in Ieper. [generatie VIII]
§ Nicolaas Laureyns werd
geboren omstreeks 1460. Hij huwde de Wallins. [generatie VIII]
·
Joos
Laureyns werd geboren in
1489. Hij huwde Johanna de Gros, vrouwe van Gethe en Rotselaar, in 1514 en was bijzonder raadsheer van de Grote Raad van Mechelen. Omstreeks
1523 voerde hij de titel heer van
Terdeghem. Johanna de Gros had een naamgenote die in deze période was gehuwd met Thomas de
Pleines, overleden op 8 maart 1531 in Mechelen.
Zij overleed op 17 september 1539 in Mechelen. Zij was een dochter van
Ferry de Gros en Philipotte Wielandt. De grootvader gaf zijn voornaam mee aan de eerstgeboren zoon van Joos en Johanna. [generatie IX]
·
Jan
Lauwens
werd geboren omstreeks 1397 te Walem, Mechelen [ZIE ANT VI – 000030].
·
Rombout
Lauwens
werd geboren omstreeks 1400. Hij werd in 1425
vermeld als poorter van Antwerpen.
·
Margaretha Lauwens werd geboren
omstreeks 1403 [ZIE MEC VI – 000031].
|
 Afbeeldingen: links het
familiewapen Raes omstreeks 1430, rechts
het familiewapen de Gros in 1475. De familie was verwant met de
familie van Royen in 1415 en Catharina
Lauwereyns ,
een dochter van Peter
Lauwereyns en
Elisabeth d’Onche, was op 9 februari 1549 gehuwd met Jean de Gros,
een broer van Johanna de Gros. Catharina was op dat moment weduwe
van Wulfard van Borssele. Jean de Gros was burgemeester van
Brugge en was op dat moment weduwnaar van Catharina van der Aa.
 Afbeeldingen:
het wapen
van de heren van Magny in 1531 links en het wapen van Berthout van
Berlaer tussen 1310-1399 rechts. Het lijkt in niets op het wapen dat de
gemeente Berlaar voerde in 2024, maar de overeenkomsten in kleuren van het
oude wapen met het stadswapen van Mechelen zijn niet toevallig, gezien
Berlaar tot de heerlijkheid Mechelen behoorde.
1372 - Het streven naar
inspraak van de Brabantse steden tijdens het leven van Jan Lauwers
In het hertogdom Brabant verenigden katholieken
en liberalen zich in een poging om het hertogelijk gezag aan banden te
leggen. Op 18 februari 1372 verenigden vierenveertig Brabantse steden zich
in een coalitie om het zgn. “Hof van Kortenberg” opnieuw te
installeren.
Afbeelding: het “charter van
Kortenberg” uit 1312. Deze oorkonde wordt bewaard in het Stadsarchief
van Leuven (afbeelding onder publiek domein).
Deze
raad was al eens opgericht in 1312, toen hertog Jan II Brabant bestuurde
tot zijn overlijden in 1313, in de periode dat ook in het graafschap
Vlaanderen de steden meer zeggenschap op eisten. In essentie keek de raad
er op toe dat de hertogelijke besluiten rechtvaardig waren en correct
werden uitgevoerd door de hertogelijke officieren.
De
heroprichting van de raad sloot aan bij het Vriendschapsverdrag gesloten in
februari 1372 onder het motto “goede eendrachtecheit ende gestadege
vrienscap”. Het leek niet voor
niets op de leuze “Eendracht maakt macht” die echode in 1789-1790
tijdens de Brabantse omwenteling en die in 1830 werd verbonden aan
de oprichting van de staat België.
Ook
in Brabant was er iets als een democratisch streven van de lokale
gemeenschappen om inspraak te krijgen, en oude rechten te vrijwaren, in wat
centraal werd beslist.
Afbeelding: een tweede exemplaar
van het “charter van Kortenberg”, bewaard in het Felix Archief te Antwerpen
(afbeelding onder Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0
International license, Christiaan Janssens, 2019).
In essentie was de
machtsbasis van het hertogdom Brabant een vereniging van drie machten: de
hertog van Brabant, de adel en een sterke coalitie van machtige steden. De
steden waren als het ware de hoeksteen van de macht en vormden tegelijk een
tegenwicht voor de macht van de hertog en de adel.
Dat
machtsevenwicht was niet altijd zo vanzelfsprekend in het graafschap
Vlaanderen en in het Prinsbisdom Luik in de 13e en in de 14e
eeuw.
In
heel wat Europese regio’s, ook binnen het Heilig Roomse Rijk, leefde
daarnaast binnen de steden ook het streven naar medezeggenschap bij de
ambachten en bij burgers in het beleid van de stad. Een stadsbestuur dat
die vragen minder gunstig gezind was, kon allianties aangaan met andere
steden, met de adel of met een hogere kerkelijke of wereldlijke macht om
het ‘gepeupel’ in het gareel te houden. Van de andere kant kon een
hogere kerkelijke of wereldlijke macht ook proberen om stadsbesturen in het
gareel te houden door aansluiting te zoeken bij belangengroepen als de
ambachtsgilden. Ook militair was de interne of externe vrede niet
onbelangrijk omdat de gilden gewapende milities op de been brachten.
Na
1302 hadden in grafelijk Vlaamse steden als Brugge en Gent de ambachten
overigens al rechten verworven om ouderlingen in het stadbestuur aan te
stellen. Zover kwam het toen nog niet in het hertogdom Brabant. In deze
periode in het Prinsbisdom Luik hadden steden als Luik, Huy en Sint-Truiden
(grenzend aan het hertogdom Brabant) in deze periode het recht verworven om
gewapende troepen te vormen, en er waren revoltes van gewapende
ambachtsmilities in Leuven, ’s-Hertogenbosch, Brussel en Antwerpen. In Brussel
had dit zelfs geleid tot een eerste “democratische regering” tussen
1303-1306.
In
de geschiedenis waren er voorbeelden van verschillende types allianties te
vinden. Tussen steden waren er charters of overeenkomsten bekend waarin men
elkaar beloofde om oproer bij de ambachten in een andere stad niet te
steunen, een tendens die vanaf de 15e eeuw geleidelijk aan zou
keren. In 1242 al, verbonden Antwerpen en Mechelen er zich toe om een
revolte van textielwerkers in beider steden niet te ondersteunen. Verbannen
vollers en wevers in één van de twee steden, werden ook in de andere
toegang ontzegd en het huisvesten van
verbannen textielwerkers werd bestraft. Die alliantie zou zich in juni 1249
overigens uitbreiden tot elf steden in het hertogdom Brabant en het
Prinsbisdom Luik.
Wat
het hertogdom Brabant betrof, groeiden de belangrijkste steden in welvaart
en bevolking vanaf de 13e eeuw. Dat was merkbaar in Leuven en in
Brussel, en in aanvang iets minder in Antwerpen – dat nog tot zijn volle
glorie moest komen als principale havenstad -, in Tienen, Zoutleeuw, Nijvel
en ’s-Hertogensch. Bij de kleinere spelers behoorden ook Brabantse steden
als Lier, Herentals, Turnhout, Jodoigne, Vilvoorde, Zichem, Halen,
Aarschot, Incourt, Gembloux, Henegouwen, Tervuren, Overijse, Merchtem,
Kapelle-op-den-Bos, Genappe, Landen, Dormaal, Diest, Bergen-op-Zoom en
Steenbergen.
 Afbeelding:
gouden lam zonder jaartal van Johanna van Brabant en Wenceslaus van
Bohemen (1355-1383), een hoogwaardige munt geslagen in Vilvoorde in de
periode 1357-1371 waar zich de burcht van Wenceclaus bevond tussen 1375 en
1775 (uit private collectie, © laurentii.be, 2024). De Bastille-achtige
burcht zou een lugubere rol spelen in de heksenvervolging van Elisabeth
Lauwers in 1600.
Het
hertogdom Brabant lag als een wig tussen het graafschap Vlaanderen met in
het verlengde het Franse koninkrijk, en het Heilig Roomse Rijk. Dat maakte
het hertogdom een belangrijke regio zowel op militair als economisch vlak,
nauw in het oog gehouden door de Europese grootmachten van die tijd.
Keizer
Karel IV van het Heilig Roomse Rijk bewerkstelligde in 1352 niet voor niets
een huwelijk tussen zijn halfbroer Wenceclaus van Bohemen als graaf,
later hertog, van Luxemburg en de dochter van hertog Jan III van Brabant,
op het moment dat Brabant en Limburg al in een persoonlijke unie waren
verenigd (sinds 1288).
De
graaf van Vlaanderen verklaarde vervolgens Wenceclaus de oorlog en
veroverde in 1356 de stad Antwerpen. De stad zou pas in de daarop volgende
eeuw terug in de schoot van het hertogdom Brabant belanden.
De
lijst van belangrijke Brabantse steden zou worden aangevuld met Diest en Breda,
terwijl anderen als Orp-Jauche, Oirschot en Dormaal minder van belang
bleven. Allianties tussen steden bleken bovendien belangrijk om invloed uit
te oefenen op wie als hertog van Brabant zou fungeren, terwijl de adel en
hogere machten deze successie zelf probeerden te regelen. In 1313 kwam zo
een alliantie op de been onder het motto “omme trouwe ende omme
vriendschap”, waarbij de loyauteit aan de toenmalige minderjarige
hertog op het voorplan trad.
Tot
slot viel ook op dat de charters of overeenkomsten vaak het belang van de
handel voorop stelden en de rechten van koophandelaars veilig stelden. Er
werd al “globalistisch” gedacht, en de wereld en het wereldbeeld
werden in de volgende eeuwen alleen maar groter.
|