|

© Laurentii.be, 2026
|
Genealogie Laurentii
Numquam
solus incedes
|
|
|
|
|
Inhoud (hoofdmenu)
·
Blog
·
Gezinsreconstructies (per gemeente)
·
Genealogie
·
Indices (zoekfunctie)
·
Thematisch
·
Verhalen (Lauwens en Van Praet)
·
Verwante families
________________________
Verwante
stamlijnenontstaan
Voornaamste
stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering
|
Lauwens/ Lauwers
Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568
Lauwens/ Lauwers
andere van voorouderlijke lijn1568
|
^
^
|
865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)
|
________________________
|

© Foto's
heemkundig museum Kontich, uit private collectie, 2006 (originelen onder
Public Domain - met dank aan Lucien Lauwers). - Foto’s: studio opnamen uit
private collectie (originelen onder Public Domain, 1907-1912). - Foto’s Blindekens
uit private collectie (originelen onder Public Domain, 1904-1908).
|
|
Verhalen
- 1927 - August Jan Lauwers, "De Rog"
(Kontich)
Augustin Jan Lauwers
huwde in 1873 in Kontich met Marie-Louise
Verhaegen. Hij was geboren op 30 maart 1850 in Kontich als zoon van Jan
Frans Lauwers en Rosalie Mattheusen, was metser van
beroep en had als bijnaam "De Rog".
Hij trok als metser bijna altijd te voet naar het
werk, en verplaatste zich daarbij met een stok. Zijn bijnaam “De
Rog” als zoon van een visverkoper, zou hij te danken hebben aan het feit
dat hij, omstreeks 1927 met zijn stok de rokjes van de jonge meiden placht op
te heffen. Die wandelstok had een leeuwenkop, en wordt nog steeds bewaard in
het heemkundig museum van Kontich.
|

|
Afbeeldingen: porseleinen
aankleedpoppen, “mannekens” of “mannequins” en een houten
“lollepot” - Deze diende om, onder de rokken, de dijen van de
vrouwen te verwarmen -, in
het heemkundig museum van Kontich.
|

|
Ook Gust-Jans echtgenote
was een volkse figuur. Zij was de dochter van Laurent Jan Verhaegen, koperslager-winkelier
afkomstig van Boom, en Paulina Van Rompaey, de herbergierster van het
café "De Koperen" in de Molenstraat in Kontich.
Tragische ongevallen: verdaan in de waterput,
vermoord, dodelijk overreden, door een sleepriem een halve arm verloren…
Marie-Louise Verhaegen werd zelf vermeld als naaister. De oudste dochter Marie
Pauline Lauwers huwde
in 1871 in Antwerpen met de schilder Frans Jozef Franck, die in 1927 in
Berchem overleed aan de "loodziekte". De oudste zoon Laurent
August runde een
wasserij in Kontich, tezamen met zijn echtgenote Marie Magda Stuyck.
De tweede dochter Eulalie Marie-Louise huwde in 1902
met een brouwersgast, Jan Baptist Van De Putte. Hij overleed in 1924
en Eulalie, zelf herbergierster in Kontich, hertrouwde in 1927 met een
scheeptimmerman, Désiré Timmermans.
Eulalie verloor haar tweede
echtgenoot op 12 april 1941. Zij kwam zelf om het leven op 28 februari 1942
in tragische omstandigheden. Er werd vermeld dat zij zich "had
verdaan thuis in de waterput".
Een volgende zoon Gust-Karel
Lauwers huwde in 1916
met Marie-Louise Busschots. Hij was diamantbewerker. Een volgende zoon
Hendrik Corneel overleed op
jonge leeftijd, waarop een volgende zoon dezelfde naam meekreeg. De tweede Hendrik
Corneel Lauwers huwde in 1910
in Hove met Maria Janssens. Hij was hovenier en maakte de eerste
wereldoorlog mee als soldaat.
Een volgende dochter, Jeanne Marie , huwde in 1909 in Kontich
met een spoorwegwerkman, Jan Frans Storms. Na diens overlijden
hertrouwde zij met Louis Laureys. Jeanne Marie was diamantbewerkster
en kwam op 30 juli 1964 in tragische omstandigheden om het leven, vermoord
door een onbekende. Haar tweede man was al in 1957 overleden.
Een volgende dochter was Cornelia Lauwers , die in 1912 in Antwerpen
huwde met Jules Van De Vorst, een "artsenijbereider" of
apotheker. Na diens overlijden in 1927, bleef zij tot 1931 ongehuwd en
hertrouwde toen met een NMBS-bediende afkomstig uit Ronse, Firmin De
Sutter. Zij was dienstmeid en huisvrouw, en overleed in 1955. Haar tweede
echtgenoot kwam om het leven in 1971, "dodelijk overreden".
Een volgende dochter, Emerence Lauwers ,
huwde in 1920 in Kontich met Ward Gordts, een diamantslijper die
"door een sleepriem een halve arm was verloren". Een
volgende zoon was Jacob Jozef Lauwers die in 1925 te Kontich huwde met Anne
Louise Mijlemans. De jongste zoon Frans Adolf Jozef, was
diamantversteller. Hij huwde in 1920 in Kontich met Elisabeth Peeters.
|
|
Verhalen
- 1907 - Alfons Lauwers, winnaar
van de Ronde van België te Sint-Truiden
Wielrenner Alfons
Lauwers werd geboren
op 27 april 1885 in Wezemaal. Hij was profwielrenner van 1913 tot 1914 en
boekte zijn mooiste successen bij de 'onafhankelijke'. In 1907 won hij
de tweede rit van de Ronde van België in Sint-Truiden. Zijn vader zou de overwinningen van zijn
zoon niet meemaken [zie verder].
In
1908 won hij de Ronde van België, en in 1912 was hij Kampioen van België op
de weg. Hij overleed in 1964.
Hendrik
Alfons Lauwers (1885-1964)
was gehuwd met Pelagie Lauwens (1891-1961). Alfons was een zoon van landbouwer
en werkman Frans Lauwers (1850-1907) en Isabelle Van Rillaer (1855-1910)
uit Wezemaal. Zijn moeder was een dochter van Willem Van Rillaer en Jeanne
Catherine Van de Zande uit Wezemaal. Zijn vader was afkomstig uit Gelrode
en was een zoon van Jan Baptist Lauwers (1818-1895) en
Ann Catherine Vermaelen (1812-1886). Hij had een broer Victor
Lauwers [zie
foto rechts] die op 15 december 1913 in Herent
huwde met Marie Alberte Raemaekers.
De
overgrootouders van Hendrik Alfons waren Jan Lauwers (1758-1819)
en Petronilla De Meyer (1785-1855) uit Rotselaar. Zijn betovergrootvader
Peter Frans Lauwers (1766-1836) was
gehuwd met Anne-Marie Briers (1780-1851) en was afkomstig van Rotselaar.
Peter Frans was een zoon van Antoon Lauwers (1717-1786) en Jeanne Marie Van Langendonck
(1727-1795) uit Wezemaal, een kleinzoon van Hendrik Lauwers en Jeanne
Verheijen uit Wezemaal en een achterkleinzoon van Antoon Lauwers en Anna
Tossée uit Wezemaal.
Verhalen - 1908 - Achiel Lauwers, proost van de "Blindekens"
in Brugge
Priester Achiel Lauwers werd tot
rector van het Klein Seminarie in Brugge benoemd op 28 december 1908. Hij
kreeg een deeltijdse functie van proost van Onze-Lieve-Vrouw van Blindekens
toegewezen, en dat verschafte hem een passende woning in de stad.
Achiel werd geboren in Ingelmunster op
31 augustus 1864 als jongste broer van (dokter) Emiel Lauwers . Zijn broer was geboren op 24 mei 1858 in
Ingelmunster, was een Vlaams arts/chirurg en cultuurflamingant, was een vertrouweling
van Albrecht Rodenbach en was met Hugo Verriest oprichter van het
tijdschrift "De Nieuwe Tijd".
Achiel Lauwers werd onder
meer bekend van zijn commentaren op Rerum Novarum. Hij was in 1890
leraar geworden in het Kleinseminarie van Roeselare en had in die stad de Gilde
der Ambachten en een vakschool opgericht.
In 1904 werd hij naar Brugge
overgeplaatst, werd er proost van de bestaande Gilde der Ambachten en begon
met de oprichting van vakbonden. Hij werd een belangrijke speler in het
christelijke kamp tegen het opkomende socialisme en tegen de christendemocraten
van priester Fonteyne. Hij was ook de stichter van de Brugse ‘vakschool’,
en legde de basis voor de onder zijn opvolger in het arrondissement Brugge
tot bloei gekomen christelijke arbeidersbeweging.
Hij overleed in Brugge op 28 december
1910, 56 jaar oud. Bij zijn uitvaart sprak pater Rutten (1875-1952) en
dit lokte heel wat belangstelling.
|

|
Afbeeldingen: priester Achiel
Lauwers, rector van het Klein Seminarie in Brugge (links) en Hugo
Verriest (rechts), mede-oprichter van “De Nieuwe Tijd”.
|

|
|