Foto molen © Wilfried Nijs, 2003. - ©
Foto Hombeek P. Lauwens, 2007 - Foto's 1919 uit familiearchief (met dank aan
Raymond Lauwers, Hoembeka) - Mechelse tuinbouwveiling, 1930 onder Public
Domain (met dank aan Danny De Keyser) en © 't GROM, gepubliceerd met
toestemming (met dank aan Maarten Jakobs). – © Bewerking
foto's uit collectie in Public Domain (1880-1926) - Portret Vincent Van Gogh
onder Public Domain, 1873 (Bron: Wikimedia). - © Foto’s huizen uit private
collecties, 2006-2012. |
|
Verhalen
- 1923 - Marie-Josefien Lauwens werd
de schoonzus van Jan Baptist Van Aelst, de molenaar van De Heimolen Jan
Geens,
een zoon van Paul Geens en Marie Josefien Lauwens In hetzelfde jaar nam haar broer Theofiel
de molen over van zijn vader Jan Baptist Van Aelst. Theofiel was
geboren op 15 september 1890 in Langdorp, en was een oudere broer van Marie
Catherine Van Aelst, die geboren werd op 5 april 1902 in Langdorp. Jan Geens
zou twee jaar na het
overlijden van Marie Catherine Van Aelst op 1 februari 1935, in Langdorp
hertrouwen met Martha Weckhuysen. Merk ook dat Marie-Louise Van Aelst, een
dochter van de molenaar Theofiel, in 1944 in Langdorp huwde met Jan Van
Thielen, een zoon van Marie Liesbeth Lauwens In
1885 was de Heimolen in huur genomen door Jan Baptist Van Aelst.
Pittig detail: in het huurcontract stond dat de molenaarsvrouw brood moest
bakken voor de hertogelijke familie. Toen Marie Catherines broer Theofiel
de molen overnam in 1923, hield hij aan het traditionele ambacht, en
miste hij de technische evolutie. Het economische belang van de molen
verminderde. Zijn
zoon en opvolger, Walter Van Aelst, kon dit tij niet meer keren.
Er was een felle concurrentie met molenaars uit de streek, vooral uit Tielt
en Houwaart. Walter Van Aelst baatte daarom ook een handel in veevoeder uit.
Het malen kwam op de achtergrond en de molen kwam tot verval. De uitbating
van de molen werd stilgelegd in 1958. Walter
Van Aelst zou nog bekendheid verwerven als molenaar. Nadat hij als mijnwerker
en als dagloner in de bietenoogst in Wallonië werkte, en zelfstandig de
markten deed met een snoepkraan, werd hij molenaar op de Moedermeule in
Gelrode en leerde het ambacht aan leerling-molenaars. Eén van zijn
specialiteiten was het maken van molenscheppen, die tot ver in Nederland
bekend waren.
Afbeelding:
De Heimolen in Langdorp. De Heimolen was een staakmolen
uit 1662, gelegen aan de windmolenstraat in Gijmel/Langdorp, Aarschot, en was
in eigendom van Natuurpunt. In 1999 werd de molen volledig gerestaureerd en
terug maalvaardig hersteld, waardoor er door enkele vrijwillige molenaars
elke zondag kon gemalen worden. De molen bleef via erfenis in
familiebezit van de families Vanden Eynde, Fasbinder en Cannart
d’Hamale. De eigenaars van de molen maalden niet meer zelf, maar
gaven hem in pacht aan zelfstandige molenaars zoals Jan Baptist Van Aelst
en zijn nazaten. De laatste molenaar die om den brode maalde op de
Heimolen was Walter Van Aelst, door zijn klanten beter gekend als Den
Teires. Een achterkleinzoon van Jan Baptist, Jef Van Aelst,
was nog actief bij de restauratie van de molen. Hij emigreerde naar
verluid naar Ierland. Verhalen
- 1920 – Predikant A. Lauwers van de gereformeerde Kerken (Brussel) In de lijst van de predikanten van de
Gereformeerde Kerken in België tussen 1894 en 1978, werd tussen 22 april 1920
en 1 juni 1941 predikant A. Lauwers vermeld in Brussel. Er werd in het
archief van de classis Dordrecht van de Gereformeerde kerken melding
gemaakt van een conflict in de kerk van Brussel tussen Lauwers en dominee Couvee
tussen 1926-1927 onder de ‘bijzondere onderwerpen’. Het conflict ging naar
verluid over de uitoefening van andere geestelijke taken, in het bijzonder de
uitoefening van tucht en opzicht (…).
De geschiedenis van de Protestantse Kerk Brussel[1] De geschiedenis van de Brusselse gereformeerde kerk begon vermoedelijk
met Hendrik Voes en Jan van den Essen, twee augustijnenmonniken
die op 1 juli 1523 levend verbrand werden op de Grote Markt van Brussel. Zij
waren de eerste martelaren voor de zaak der Reformatie. Ondanks de repressie groeide de kerkgemeente in Brussel aan tussen 1578
en 1581[2],
met niet minder dan dertien predikanten. Het evangelie werd volgens
reformatorische principes gepredikt in Sint Michiel. De Spaanse inval maakte
daar een einde aan. Veel gereformeerden vluchtten over de grenzen en slechts enkele kleine
gemeenten konden zich handhaven. Het begin van de 19de eeuw, toen België en Nederland onder de
scepter van Koning Willem I van Oranje waren verenigd, was een periode van
herstel. Er werden diensten gehouden in verschillende steden. De Brusselse gemeente
kreeg de voormalige Augustijnenkerk op het de Brouckèreplein
toegewezen. Daar was de latere Koning Willem III gedoopt. De revolutie van 1830 maakte hieraan opnieuw een einde. Het interieur van
de kerk werd verwoest en de predikant Ds. Pauw vluchtte. Een groepje
Nederlanders en Duitsers, handhaafden alsnog een gemeente onder de hoede van
een Duitse lutherse predikant, L.P. Wieland Lütkemüller. In september 1842 werd Hendrik van Maasdijk predikant van de
Brusselse gemeente. De gemeente telde zowel Nederlanders als Vlamingen. In
1854 vond de gemeente aansluiting bij de Bond van Evangelisch-Protestantse
Kerken van België en werd ze van staatswege erkend. Een eigen kerk werd
gebouwd aan de Zoutkaai, het latere St. Katelijneplein[3].
|
|
Verhalen
- 1919 - Isidoor Lauwers, pionier van de
bloemkolenteelt in Hombeek De Hombekenaar Isidoor
Lauwers Hij leerde er hoe hij de landbouwgrond geschikt
moest maken voor de teelt, hoe men zaad moest winnen, en hoe de bloemkolen
konden worden veredeld door kruising. Deze kennis en ervaring kwam hem van
pas toen hij terugkeerde naar zijn gezin in Hombeek[4].
Jef Phlips kreeg
het zwaar te verduren tijdens de beurscrash van 1929, maar wist zijn kapitaal
opnieuw op te bouwen, onder andere door een succesvolle belegging in de
aandelen van de mijn van André Dumont in Winterslag. Hij werd ook handelaar
in kolen en in kustmeststoffen. Isidoor
Lauwers Schoonbroer Jef en zoon Georges Andere Hombekenaren als Keuleers, Slachmuylders
(herberg "Den Engel"), Van Dam, Goossens (herberg
"De Kroon") en Bernaerts zouden hun voorbeeld volgen en
de Kouter en andere teelvelden werden een wingebied. In
1943 werd de herberg "In het nieuwe huis" in Hombeek, tot
dan een bekende herberg met balzaal op het eerste verdiep, ouderlijk huis van
het gezin Lauwers-Phlips, gesloten wegens het slechte oorlogsbier.
1958 betekende een keerpunt toen Isidoor Lauwers
Verhalen - 1920 – Art Nouveau
huizen in Antwerpen van architect Lauwens Architect
Lauwens Geornamenteerde
tussenstijlen gingen over in de consoles van het balkon en het balkonvenster
en het gelijkvloers verdiep had een natuurstenen parement met
drielichtvensters. De ingang werd verhoogd en voorzien van een gebogen deur
met bovenlicht in een rijk uitgewerkte omlijsting[6].
De
Mechelse architect Jan Lauwens Jan
Lauwers ontwierp in 1930 de Provinciale Tuinbouwschool in Mechelen, een
afdeling van de Technische Scholen Mechelen die in 1921 was opgericht en die
in 1925 een zelfstandige provinciale school was geworden. De werken gingen
van start in 1928 en op 1 september 1930 konden de eerste klaslokalen in
gebruik worden genomen. Behalve klaslokalen omvatte het gebouw ook een
cinemazaal. Sindsdien
werd het gebouw vele malen uitgebreid en aangepast. Niettemin bleef het
hoofdgebouw van Jan Lauwens gaaf bewaard en werd het op 10 juli 1997 als
monument beschermd. Hij ontwierp nog een aantal gebouwen in deze stijl in de
Mechelse binnenstad. Jan
Lauwers Jan
Lauwers ontwierp tijdens het interbellum voornamelijk woningen, winkels en
enkele andere schoolgebouwen. Na de Tweede Wereldoorlog profileerde hij zich
als restauratiearchitect. Tussen 1951 en 1966 was hij directeur aan het Hoger
Instituut voor Architectuur en Stedenbouw in Antwerpen. Ook
op het kerkhof van Kapelle-op-den-Bos stond een grafmonument ter ere van letterkundige kanunnik
dr. Jaak Muyldermans (1855-1929) naar een ontwerp van de Mechelse architect
Lauwers, die bekend werd als de meest vooruitstrevende modernist van de
toenmalige Mechelse architecten tijdens het interbellum.
Afbeelding: Jan Lauwers |
||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
[1] Bron: geschiedenis van de gereformeerde kerk in Brussel.
[3] Op woensdag 21 oktober 1857 werd de kerk in gebruik genomen.
[4] Bronnen o.m.: Raymond Lauwers, Hoembeka, Danny
De Keyser, Mechelse Memories, 't GROM (museum Tuinbouwerfgoed,
Sint-Katelijne-Waver).
[5] Zijn naam werd zowel gespeld als Lauwens als Lauwers.
[6]
Bron: Plomteux Greet en Steyaert Rita met medewerking van
Wylleman L., ‘Inventaris van het
cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de
eeuwen heen in Vlaanderen 3NC’, Brussel – Turnhout, 1989