Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

Foto molen © Wilfried Nijs, 2003. - © Foto Hombeek P. Lauwens, 2007 - Foto's 1919 uit familiearchief (met dank aan Raymond Lauwers, Hoembeka) - Mechelse tuinbouwveiling, 1930 onder Public Domain (met dank aan Danny De Keyser) en © 't GROM, gepubliceerd met toestemming (met dank aan Maarten Jakobs). – © Bewerking foto's uit collectie in Public Domain (1880-1926) - Portret Vincent Van Gogh onder Public Domain, 1873 (Bron: Wikimedia). - © Foto’s huizen uit private collecties, 2006-2012.

 

Verhalen - 1923 - Marie-Josefien Lauwens werd de schoonzus van Jan Baptist Van Aelst, de molenaar van De Heimolen

 

 

Jan Geens, een zoon van Paul Geens en Marie Josefien Lauwens , huwde op 3 februari 1923 in Langdorp met Marie Catherine Van Aelst, een dochter van molenaar Jan Baptist Van Aelst en Antoinette Wellens.

 

In hetzelfde jaar nam haar broer Theofiel de molen over van zijn vader Jan Baptist Van Aelst. Theofiel was geboren op 15 september 1890 in Langdorp, en was een oudere broer van Marie Catherine Van Aelst, die geboren werd op 5 april 1902 in Langdorp. Jan Geens zou twee jaar na het overlijden van Marie Catherine Van Aelst op 1 februari 1935, in Langdorp hertrouwen met Martha Weckhuysen.

 

Merk ook dat Marie-Louise Van Aelst, een dochter van de molenaar Theofiel, in 1944 in Langdorp huwde met Jan Van Thielen, een zoon van Marie Liesbeth Lauwens . 

 

In 1885 was de Heimolen in huur genomen door Jan Baptist Van Aelst. Pittig detail: in het huurcontract stond dat de molenaarsvrouw brood moest bakken voor de hertogelijke familie. Toen Marie Catherines broer Theofiel de molen overnam in 1923, hield hij aan het traditionele ambacht, en miste hij de technische evolutie. Het economische belang van de molen verminderde.

 

Zijn zoon en opvolger, Walter Van Aelst, kon dit tij niet meer keren.  Er was een felle concurrentie met molenaars uit de streek, vooral uit Tielt en Houwaart. Walter Van Aelst baatte daarom ook een handel in veevoeder uit. Het malen kwam op de achtergrond en de molen kwam tot verval. De uitbating van de molen werd stilgelegd in 1958. 

 

Walter Van Aelst zou nog bekendheid verwerven als molenaar. Nadat hij als mijnwerker en als dagloner in de bietenoogst in Wallonië werkte, en zelfstandig de markten deed met een snoepkraan, werd hij molenaar op de Moedermeule in Gelrode en leerde het ambacht aan leerling-molenaars. Eén van zijn specialiteiten was het maken van molenscheppen, die tot ver in Nederland bekend waren.

 

http://www.laurentii.be/images/Heimolenlangdorp.jpg

 

Afbeelding: De Heimolen in Langdorp. De Heimolen was een staakmolen uit 1662, gelegen aan de windmolenstraat in Gijmel/Langdorp, Aarschot, en was in eigendom van Natuurpunt. In 1999 werd de molen volledig gerestaureerd en terug maalvaardig hersteld, waardoor er door enkele vrijwillige molenaars elke zondag kon gemalen worden. De molen bleef via erfenis in familiebezit van de families Vanden Eynde, Fasbinder en Cannart d’Hamale. De eigenaars van de molen maalden niet meer zelf, maar gaven hem in pacht aan zelfstandige molenaars zoals Jan Baptist Van Aelst en zijn nazaten. De laatste molenaar die om den brode maalde op de Heimolen was Walter Van Aelst, door zijn klanten beter gekend als Den Teires. Een achterkleinzoon van Jan Baptist, Jef Van Aelst, was nog actief bij de restauratie van de molen. Hij emigreerde naar verluid naar Ierland.

 

 

 

Verhalen - 1920 – Predikant A. Lauwers van de gereformeerde Kerken (Brussel)

 

In de lijst van de predikanten van de Gereformeerde Kerken in België tussen 1894 en 1978, werd tussen 22 april 1920 en 1 juni 1941 predikant A. Lauwers vermeld in Brussel. Er werd in het archief van de classis Dordrecht van de Gereformeerde kerken melding gemaakt van een conflict in de kerk van Brussel tussen Lauwers en dominee Couvee tussen 1926-1927 onder de ‘bijzondere onderwerpen’. Het conflict ging naar verluid over de uitoefening van andere geestelijke taken, in het bijzonder de uitoefening van tucht en opzicht (…).

 

image011.jpg

Afbeeldingen: de Augustijner kerk in Brussel, thuishaven van de gereformeerde kerk tot 1830 en de kliniek aan de Lambermontlaan in 1914.

image013.jpg

 

De geschiedenis van de Protestantse Kerk Brussel[1]

De geschiedenis van de Brusselse gereformeerde kerk begon vermoedelijk met Hendrik Voes en Jan van den Essen, twee augustijnenmonniken die op 1 juli 1523 levend verbrand werden op de Grote Markt van Brussel. Zij waren de eerste martelaren voor de zaak der Reformatie.

Ondanks de repressie groeide de kerkgemeente in Brussel aan tussen 1578 en 1581[2], met niet minder dan dertien predikanten. Het evangelie werd volgens reformatorische principes gepredikt in Sint Michiel. De Spaanse inval maakte daar een einde aan.

Veel gereformeerden vluchtten over de grenzen en slechts enkele kleine gemeenten konden zich handhaven.

Het begin van de 19de eeuw, toen België en Nederland onder de scepter van Koning Willem I van Oranje waren verenigd, was een periode van herstel. Er werden diensten gehouden in verschillende steden. De Brusselse gemeente kreeg de voormalige Augustijnenkerk op het de Brouckèreplein toegewezen. Daar was de latere Koning Willem III gedoopt.

De revolutie van 1830 maakte hieraan opnieuw een einde. Het interieur van de kerk werd verwoest en de predikant Ds. Pauw vluchtte. Een groepje Nederlanders en Duitsers, handhaafden alsnog een gemeente onder de hoede van een Duitse lutherse predikant, L.P. Wieland Lütkemüller.

In september 1842 werd Hendrik van Maasdijk predikant van de Brusselse gemeente. De gemeente telde zowel Nederlanders als Vlamingen. In 1854 vond de gemeente aansluiting bij de Bond van Evangelisch-Protestantse Kerken van België en werd ze van staatswege erkend. Een eigen kerk werd gebouwd aan de Zoutkaai, het latere St. Katelijneplein[3]. 

 

In 1876 werd een opleidingsschool voor evangelisten geopend, en een van de eerste leerlingen was Vincent van Gogh. De stichting van een gereformeerde Kerk in Brussel was op 23 december 1894 officieel en een eigen kerkgebouw werd op 22 februari 1928 in gebruik genomen.

De eerste wereldoorlog betekende een moeilijke periode, en de gemeente stichtte alsnog een kliniek aan de Lambermontlaan in 1914.

In de jaren ’60 verhuisde men van het Sint-Katelijneplein naar de Nieuwe Graanmarkt en werd een nieuw kerkgebouw opgetrokken.

Vincent Van Gogh en de Brusselse kerk

De eerste ambitie van de schilder Vincent Van Gogh (1853-1890) was protestants dominee te worden. Na een opleiding in Nederland volgde hij in Brussel van augustus tot november 1878 opleiding. Dat was enkele decennia voor predikant Lauwers er aan de slag ging.

Daarna trok hij in bij een prediker in Wasmes (Colfontaine), waarna hij zich totaal wijdde aan zijn schilderkunst.

 

 

 Verhalen - 1919 - Isidoor Lauwers, pionier van de bloemkolenteelt in Hombeek

 

 

De Hombekenaar Isidoor Lauwers  was tijdens de eerste wereldoorlog, na de slag van Antwerpen, bijna vijf jaar geïnterneerd geweest in Nederland. Hij had er gewerkt in de groenteteelt in Loosduinen (slibgronden van de Zuiderzee) ten noorden van Amsterdam, NL, en had er de bloemkolenteelt geleerd.

 

Hij leerde er hoe hij de landbouwgrond geschikt moest maken voor de teelt, hoe men zaad moest winnen, en hoe de bloemkolen konden worden veredeld door kruising. Deze kennis en ervaring kwam hem van pas toen hij terugkeerde naar zijn gezin in Hombeek[4]. 

 

Afbeeldingen: Isidoor Lauwers  omstreeks 1919 - Het ouderlijk huis Lauwers-Phlips in Hombeek in oktober 2007. - Het gezin Lauwers-Phlips na het overlijden van Isidoor. Leonie Phlips was omringd door haar zonen Richard, Jef, Georges en Louis.

image005.gif

 

Samen met zijn schoonbroer Jef Phlips en echtgenote Leonie Phlips ("Nie van Flupses") kregen de plannen vorm, kort na nieuwjaar 1919.

Isidoor werd boer en tuinman, Leonie hielp bij het melken van de koeien en runde de herberg; Jef legde zich toe op de melkkoeien.

 

Jef Phlips kreeg het zwaar te verduren tijdens de beurscrash van 1929, maar wist zijn kapitaal opnieuw op te bouwen, onder andere door een succesvolle belegging in de aandelen van de mijn van André Dumont in Winterslag. Hij werd ook handelaar in kolen en in kustmeststoffen.

 

Isidoor Lauwers  startte inmiddels de bloemkolenteelt op een stuk land op de Hombekerkouter, langsheen de Zennedijk. Het land werd bestrooid met kalk, aangevoerd per spoor tot in het goederenstation van Hombeek en nadien met de schop uitgevoerd.

 

Schoonbroer Jef en zoon Georges  mengden vervolgens de kalk in de bovengrond en ploegden. In Sint-Katelijne-Waver werden eenruiterramen aangekocht en er werden kweekbedden aangelegd. Na de winter werd het land bewerkt met verteerd stalmest, en de teelt kon beginnen. 

 

Andere Hombekenaren als Keuleers, Slachmuylders (herberg "Den Engel"), Van Dam, Goossens (herberg "De Kroon") en Bernaerts zouden hun voorbeeld volgen en de Kouter en andere teelvelden werden een wingebied.

 

In 1943 werd de herberg "In het nieuwe huis" in Hombeek, tot dan een bekende herberg met balzaal op het eerste verdiep, ouderlijk huis van het gezin Lauwers-Phlips, gesloten wegens het slechte oorlogsbier. 1958 betekende een keerpunt toen Isidoor Lauwers  overleed en de oudste zoon Georges Lauwers  de boerderij overnam. De handel in steenkolen en meststoffen van Jef Phlips kon bij gebrek aan werkkrachten niet worden verdergezet. Isidoor Lauwers en Leonie Phlips hadden vier zonen: de hogergenoemde Georges, Richard, Jef en Louis.

 

 

image009.jpg1930: bloemkolen in Mechelen. Met paard en kar werden ze aangebracht en in treinwagons overgeladen. De Mechelse bloemkool werd ook naar het buitenland geëxporteerd.

 

image012.jpg

 

 

 

Verhalen - 1920 – Art Nouveau huizen in Antwerpen van architect Lauwens

 

Architect Lauwens  [5] ontwierp in Antwerpen diverse huizen in Art Nouveau stijl aan het begin van de 20e eeuw. Typisch voor deze huizen waren bakstenen lijstgevels, drie verdiepingen en een extra mansardeverdieping, een balkon met smeedijzeren leuningen, schouderboogvensters op afzonderlijke lekdrempeltjes, aflijnende likstenen en gestileerde topstukken.

 

Geornamenteerde tussenstijlen gingen over in de consoles van het balkon en het balkonvenster en het gelijkvloers verdiep had een natuurstenen parement met drielichtvensters. De ingang werd verhoogd en voorzien van een gebogen deur met bovenlicht in een rijk uitgewerkte omlijsting[6].

 

 

image010.jpg

Grétrystraat 54

image012.jpg

Grétrystraat 56

image016.jpg

Markgravelei 71

image017.jpg

Markgravelei 106

image018.jpg

Markgravelei 108

 

De Mechelse architect Jan Lauwens  was een modernist van het eerste uur, geboren in 1898, opgeleid aan de Mechelse academie, en was in 1927 laureaat van de ‘prijs van Rome’ geweest.

 

Jan Lauwers ontwierp in 1930 de Provinciale Tuinbouwschool in Mechelen, een afdeling van de Technische Scholen Mechelen die in 1921 was opgericht en die in 1925 een zelfstandige provinciale school was geworden. De werken gingen van start in 1928 en op 1 september 1930 konden de eerste klaslokalen in gebruik worden genomen. Behalve klaslokalen omvatte het gebouw ook een cinemazaal.

 

Sindsdien werd het gebouw vele malen uitgebreid en aangepast. Niettemin bleef het hoofdgebouw van Jan Lauwens gaaf bewaard en werd het op 10 juli 1997 als monument beschermd. Hij ontwierp nog een aantal gebouwen in deze stijl in de Mechelse binnenstad.

 

Jan Lauwers  was niet nieuw in het bouwberoep. Zijn vader was aannemer, en zijn grootvader hielp als metselaar op de werf van het Brussels Justitiepaleis. Jan Lauwers was na de Eerste Wereldoorlog vanaf 1920 betrokken bij de wederopbouw van West-Vlaanderen, onder leiding van André Dumont.

 

Jan Lauwers ontwierp tijdens het interbellum voornamelijk woningen, winkels en enkele andere schoolgebouwen. Na de Tweede Wereldoorlog profileerde hij zich als restauratiearchitect. Tussen 1951 en 1966 was hij directeur aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Stedenbouw in Antwerpen.

 

Ook op het kerkhof van Kapelle-op-den-Bos stond een grafmonument ter ere van letterkundige kanunnik dr. Jaak Muyldermans (1855-1929) naar een ontwerp van de Mechelse architect Lauwers, die bekend werd als de meest vooruitstrevende modernist van de toenmalige Mechelse architecten tijdens het interbellum.

 

image021.jpg

Afbeelding: Jan Lauwers  ontwierp in 1930 de Provinciale Tuinbouwschool in Mechelen

 

 

 

 

 

 

 

 



[1] Bron: geschiedenis van de gereformeerde kerk in Brussel.

[2] Zie ondermeer 1561 - Lauwers-Lauwerey(n)s en de inquisitie in Vlaanderen.

 

[3] Op woensdag 21 oktober 1857 werd de kerk in gebruik genomen.

[4] Bronnen o.m.: Raymond Lauwers, Hoembeka, Danny De Keyser, Mechelse Memories, 't GROM (museum Tuinbouwerfgoed, Sint-Katelijne-Waver).

[5] Zijn naam werd zowel gespeld als Lauwens als Lauwers.

[6] Bron: Plomteux Greet en Steyaert Rita met medewerking van Wylleman L., ‘Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 3NC’, Brussel – Turnhout, 1989