© Foto’s Hombeek uit private collectie. |
|
Verhalen – 1914 - Marie Lauwers vond de buit van de Duitse
invallers (Hombeek) Marie Lauwers
Een
week later, op 10 september, vond met in de voormiddag nog een soldaat van
het 2e Linie. De secretaris van Hombeek, die elke morgen van
Willebroek terugkeerde, stelde met sluiswachter Staf Smets vast dat de
ogen waren uitgestoken en dat er een koord in de mond zat die aan het
achterhoofd was toegesnoerd. De Duitsers waren daarna voor een korte tijd
teruggedrongen tot Brussel. E.H.
De bruyn, de pastoor van Hombeek, keerde terug
op 15 september, en de nonnen op de 19e. Een week later stroomde het dorp vol
Belgische soldaten. Een
Engels kanon werd opgesteld tussen Hombeek en Leest en het beschoot de Duitse
voorposten. Soldaten van het 2e Linie werden ingekwartierd bij de boeren, in
de jongensschool en in het patronaat. Op 27 september beantwoordden Duitse
kanonnen het Belgisch geschut (opgesteld in het Molenveld) en raakten
daarbij de kerk. Voor
het doksaal vond een ontploffing plaats. Het volk vluchtte het dorp uit onder
het bombardement, meestal langs de Zennedijk naar Leest, Heffen en verder.
Omstreeks 14.30 uur werd Marie-Louise Vekemans gedood door schrapnel
die neersloeg op de Zennedijk. De paniek was groot. Er
ging het verhaal van een vrouw "Sie van Lekker" die in haar
onderrok met zondagse hoed over de dijk liep. Terwijl het Duitse bombardement
voortduurde tot laat in de avond, en ook Mechelen onder vuur kwam te liggen,
maakten de Duitsers loopgraven in de velden tussen de Dries en het Laar.
Op
28 september omstreeks 3 uur 's morgens zouden de laatste Belgische soldaten
Hombeek verlaten. Zij verlieten hun stellingen - loopgraven aan de spoorweg.
Rond 5 uur kwamen de Duitsers aan, aan het huis Tersago in de
Bankstraat, en om 8 uur werd het station van het Heike bezet.
Diezelfde voormiddag stichtten zij brand in het huis van Gust Jacobs
in de Bankstraat, en 's middags in de molen van De Keirsmaecker op de
steenweg naar Leest. Zeer
weinig inwoners waren in Hombeek gebleven. De Duitsers kampeerden in de
velden tussen de Kapellebaan en de Diepestraat achter de hoven van juffrouw Theresa
Moyson en dokter Jaak Van Assche. De velden stonden vol kanonnen
en wagens. Een lange stoet Duitsers trok door het dorp van Hombeek naar
Kapelle-op-den-Bos gedurende twee dagen en nachten. Zij voerden pakken en
zakken gestolen huisraad mee, meubelen en koeien. Volgens
ooggetuigen vroegen zij overmoedig of het nog ver was naar Parijs.
Afbeelding:
de Sint-Martinuskerk in Hombeek. Het nabije Leest had een Sint-Niklaaskerk.
Beide heiligen hadden hun aanhangers, met de typische Sinterklaas en
Sint-Maartensvieringen[2]. Op
20 oktober keerden de nonnen terug en op 21 oktober pastoor Mathias De
bruyn, die naar Nederland was gevlucht in augustus 1914 kort nadat zijn
onderpastoor Dierckx als aalmoezenier het Belgische leger had vervoegd.
Marie Lauwers bracht de buit terug naar de pastorij. Die bestond uit 2
kelken, 3 ciboriën, 1 monstrans die 8 van de 12 geslepen stenen ontbrak, 1
zilveren wierookvat met een schoteltje, 1 vergulde kroon van Onze-Lieve-Vrouw
die van haar kostbare stenen was ontdaan, 2 zilveren vaten voor de Heilige
Olie. De
schade in de kerk werd opgemeten: heiligenbeelden van de H. Gerardus Majella
en van H. Franciscus waren verbrijzeld, de kruisweg was beschadigd, stoelen,
doksaal, deuren en meubels waren doorboord door kleine loden ballen, de
stoelen waren stuk geslagen, de deur van de brandkast achter het altaar met
geweld ingebeukt en weggerukt. Het tabernakel, de biechtstoelen en de zijaltaren
waren opengebroken, en 16 geschilderde glasramen waren uitgeslagen. Andere waren
zwaar beschadigd. Eenzelfde
ravage vond men terug op en rond de pastorij. Die had 7 of 8 bommen te
verduren gekregen, en er was ook geplunderd. De hof was bezaaid met lege wijnflessen,
meubelen waren moedwillig beschadigd en de deuren hadden Duitse opschriften
in krijt van soldaten die er waren ingekwartierd geweest. Ook het klooster
was geplunderd, deels om de loopgraven te versterken, deels moedwillig
beschadigd: schoolmeubilair, boeken en schoolgerief, landkaarten uitgesneden,
de prenten van de "Gewijde Geschiedenis" doornageld.
Hij
werd opgevolgd door pastoor Corneel Frans De Ridder, die op 25
september 1915, op 49-jarige leeftijd, werd benoemd [zie foto rechts uit 1915]. Hij was geboren op het Kiel in Antwerpen als zoon
van Frans De Ridder en Caroline Huygens, was aalmoezenier
geweest in het Stuyvenbergziekenhuis van Antwerpen en onderpastoor in
Sint-Germanus in Tienen. Hij had een voorliefde voor heemkunde en
geschiedenis[3]. |
|
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
[2] Zie ook
verhaal 1620 –
Sint-Niklaas of Sint-Maarten? Welke heilige werd door de kinderen gevierd in
Hombeek en Leest?
[3] Naar hem werd het heemkundig
tijdschrift ‘’t Ridderke’ vermeld van de Hombeekse kring Hoembeka. Met
bijzondere dank aan Raymond Lauwers (+) die als actief lid meerdere
malen relevante informatie doorstuurde.