Voetnoten 1 2
© Foto uit familiearchief en prentbriefkaart (Public domain,
1910-1920). |
|
Verhalen - 1886 – Charles Lauwers, een mislopen liefde voor de
moeder van zijn toekomstige schoondochter (Pittem) Charles Lauwers Charles woonde op het “Goed Ter Straeten” bij
zijn ouders en had toen nog geen eigen hoeve. Charles was zich er niet bewust
van dat hij een concurrent had: Felix De Brabandere bezocht tijdens de
week regelmatig Udalie en waagde ook zijn kansen. Udalie gokte op twee
paarden. Felix had al een eigen bedrijf en kon snel trouwen, en dat gebeurde
dan ook omstreeks 1886. Charles had het nakijken. Toen het huwelijk tussen Felix en Udalie plaatsvond,
klom hij in de top van een hoge perenboom in de boomgaard van de ouderlijke
hoeve “Goed Ter Straeten” en met een zware verrekijker bespioneerde
hij de huwelijksstoet. Naar verluid voelde Charles zich verraden door Udalie[1].
Charles zou in de kennissenkring van zijn oud-liefje
Marie De Ketelaere leren kennen, met wie hij huwde in Wingene op 14
juni 1889. Charles verwierf een eigen hoeve in Egem aan de Wingene steenweg.
Die hoeve werd toen bewoond door Camiel Marreel. In 1914 kocht Charles
twaalf hectaren van Edmond Christiaens om bij zijn hoeve aan de Wingene
steenweg te voegen en hij verving tussen 1914-1918 de oude gebouwen van de
hoeve door een statige woning en stallingen. Het ging om een ruiloperatie, en
het gezin van Camiel Marreel verhuisde vervolgens naar het “Goed Ter
Straeten”. In deze jaren was Charles zoon Maurice Lauwers
Foto: Maurice Lauwers was in 1910 soldaat in het Belgische leger, met
de vermelding 'Regiment DDID 7 mats.', stamnummer 5255/121. De studiofoto in
uniform - merk het prachtige geborduurde wapen van België op de linkermouw,
de voorname witte handschoenen, de opgeblonken riemkoppel en knopen en de
netjes gecoiffeerde puntige snor - werd genomen bij fotograaf C. De
Souter-Van de Leene, 'rue Suvée 17' in Brugge. Hij bezorgde brieven en geld naar Nederland, via de
trein tot Eeklo, en dan via smokkelaars langs de streng bewaakte grens.
Maurice huurde in Zeeland een kamer en enkele hectaren land en kwam er aan de
bak als landbouwer, waardoor hij aan het interneringskamp ontsnapte. Hij had
kennis met Marie Marreel, een dochter van Camiel, en die beloofde op
hem te zullen wachten tijdens de oorlog. Na de oorlog liep de verkering evenwel
fout. De familie van Maurice verzette zich tegen een
huwelijk met een Marreel, die van arme komaf waren, en Maurice zou trouwen
met Irma De Brabandere, een dochter van zijn vaders eerste liefde
Udalie. Dit huwelijk vond plaats op 11 april 1923 in Wingene en de families
Lauwers en Debrabandere werden schoonfamilie. Deze liefdeshistories kenden ook een tragisch
gevolg: Marie Marreel stierf naar verluid van verdriet op 8 mei 1923
(overleden aan magerzucht). Maurice hoorde van het overlijden van Marie en
haastte zich naar de hoeve van haar ouders met de fiets. Hij nam afscheid van
zijn jeugdliefde en trok naar verluid met zwaar betraande ogen het dorp in,
van herberg tot herberg. Maurice was later zeer actief in het sociale leven
en werd een graag geziene dorpsfiguur. Hij werd in 1938 burgemeester van Egem
en wist de volgende wereldoorlog het dorp voor het ergste te behoeden. Maurice
Lauwers Op latere leeftijd verdwaalde vader Charles
regelmatig, en hij trok dan, stok in de hand, naar zijn geboorteplek en de
vroegere ouderlijke woonst het “Goed Ter Straeten”. Zij kenden hem
daar, en maakten er geen probleem van toen de oude Charles er “zijn” zetel
kwam opeisen. Even later werd hij er dan opgehaald door zijn oudste
kleindochter[2]. Foto onder: de Peerdestraat in
Egem omstreeks 1920.
De vader Charles Lauwers, was een zoon van de herenboeren
Frederik Lauwers |
|
Verhalen - 1880 – Anne Marie Lauwens
opgenomen in het hospitaal (Brussel) Anne Marie Lauwens Omdat zij als
dagloonster per dag, in sommige gevallen zelfs per gepresteerd uur, werd
betaald, betekende de opname in het hospitaal allicht loonverlies. Van
sociale zekerheid was nog geen sprake en dagloners waren afhankelijk van de goodwill
van hun broodheer. In de 21e eeuw werkten dagloners meestal in
vast dienstverband bij een loonbedrijf. Het aantal grote boerderijen
was evenwel beperkt. In 1880 werden slechts 3400 bedrijven van meer dan 50
hectare geteld. Ze situeerden zich in hoofdzaak in de erg vruchtbare en
minder bevolkte gebieden zoals Haspengouw, de West-Vlaamse polders en de
Condroz. Foto:
Vlaamse boeren en dagloners tijdens een rustpauze in 1865 [Bron: Foto Museum provincie Antwerpen, Auguste De Bedts - Foto
dagloners, 1865, onder Creative Commons licentie Attribution-Non Commercial-Share
alike 4.0 - International CC BY-NC-SA 4.0, (Bron: FotoMuseum Antwerpen)].
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
[1] Getuigenis van Maurice Deblaere, een timmerman, die
het verhaal deed van zijn vader die destijds als poetser (stalknaap)
werkte op de hoeve.
[2] Getuigenis van Maurice Thorré.
[3] Zie ook verhalen 1825 - Jan-Baptiste Lauwers vermist
in Gottem (Deinze); 1798 – Macharis
Lauwers, vier verschillende heersers in één leven (Tielt); 1763 - Jos Lauwers, burgemeester en
schepen van Aarsele (Tielt); 1749 - Jaak
Lauwers, schepen van Gottem (deelgemeente Deinze): Lauwers en
Lauwaert(s).