Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

Voetnoten

1

2

 

© Foto uit familiearchief en prentbriefkaart (Public domain, 1910-1920).

 

Verhalen - 1886 – Charles Lauwers, een mislopen liefde voor de moeder van zijn toekomstige schoondochter (Pittem)

 

 

Charles Lauwers  was geboren op 29 augustus 1859 in Egem, een deelgemeente Van Pittem, als zoon van de herenboeren Frederik Lauwers  (1812-1897) en Melanie Coussens (1819-1900). In zijn jonge jaren had hij kennis met Udalie Maes, en elke zondag toog hij op z’n klompen naar zijn lief in Egem.

 

Charles woonde op het “Goed Ter Straeten” bij zijn ouders en had toen nog geen eigen hoeve. Charles was zich er niet bewust van dat hij een concurrent had: Felix De Brabandere bezocht tijdens de week regelmatig Udalie en waagde ook zijn kansen. Udalie gokte op twee paarden. Felix had al een eigen bedrijf en kon snel trouwen, en dat gebeurde dan ook omstreeks 1886. Charles had het nakijken.

 

Toen het huwelijk tussen Felix en Udalie plaatsvond, klom hij in de top van een hoge perenboom in de boomgaard van de ouderlijke hoeve “Goed Ter Straeten” en met een zware verrekijker bespioneerde hij de huwelijksstoet. Naar verluid voelde Charles zich verraden door Udalie[1].

 

Charles zou in de kennissenkring van zijn oud-liefje Marie De Ketelaere leren kennen, met wie hij huwde in Wingene op 14 juni 1889. Charles verwierf een eigen hoeve in Egem aan de Wingene steenweg. Die hoeve werd toen bewoond door Camiel Marreel. In 1914 kocht Charles twaalf hectaren van Edmond Christiaens om bij zijn hoeve aan de Wingene steenweg te voegen en hij verving tussen 1914-1918 de oude gebouwen van de hoeve door een statige woning en stallingen. Het ging om een ruiloperatie, en het gezin van Camiel Marreel verhuisde vervolgens naar het “Goed Ter Straeten”. In deze jaren was Charles zoon Maurice Lauwers  (1890-1962) gevlucht naar Nederland.

 

Maurice was in augustus 1914 bij het uitbreken van de Groote Oorlog opgeroepen om zijn eenheid te vervoegen. Hij was naar de fortengordel rond Antwerpen gestuurd, en had daar moeten vluchten naar Zeeland in Nederland, waar hij bleef tot in 1919. Camiel De Deyghere, de paardenbegeleider en de vertrouwensman op het “Goed Ter Straeten”, trad al die tijd op als verbindingsman.

 

Foto: Maurice Lauwers was in 1910 soldaat in het Belgische leger, met de vermelding 'Regiment DDID 7 mats.', stamnummer 5255/121. De studiofoto in uniform - merk het prachtige geborduurde wapen van België op de linkermouw, de voorname witte handschoenen, de opgeblonken riemkoppel en knopen en de netjes gecoiffeerde puntige snor - werd genomen bij fotograaf C. De Souter-Van de Leene, 'rue Suvée 17' in Brugge.

 

Hij bezorgde brieven en geld naar Nederland, via de trein tot Eeklo, en dan via smokkelaars langs de streng bewaakte grens. Maurice huurde in Zeeland een kamer en enkele hectaren land en kwam er aan de bak als landbouwer, waardoor hij aan het interneringskamp ontsnapte. Hij had kennis met Marie Marreel, een dochter van Camiel, en die beloofde op hem te zullen wachten tijdens de oorlog. Na de oorlog liep de verkering evenwel fout.

 

De familie van Maurice verzette zich tegen een huwelijk met een Marreel, die van arme komaf waren, en Maurice zou trouwen met Irma De Brabandere, een dochter van zijn vaders eerste liefde Udalie. Dit huwelijk vond plaats op 11 april 1923 in Wingene en de families Lauwers en Debrabandere werden schoonfamilie.

 

Deze liefdeshistories kenden ook een tragisch gevolg: Marie Marreel stierf naar verluid van verdriet op 8 mei 1923 (overleden aan magerzucht). Maurice hoorde van het overlijden van Marie en haastte zich naar de hoeve van haar ouders met de fiets. Hij nam afscheid van zijn jeugdliefde en trok naar verluid met zwaar betraande ogen het dorp in, van herberg tot herberg.

 

Maurice was later zeer actief in het sociale leven en werd een graag geziene dorpsfiguur. Hij werd in 1938 burgemeester van Egem en wist de volgende wereldoorlog het dorp voor het ergste te behoeden. Maurice Lauwers  maakte zich tijdens de tweede wereldoorlog zeer verdienstelijk, samen met Arsène Claus van de plaatselijke politie. 

 

Op latere leeftijd verdwaalde vader Charles regelmatig, en hij trok dan, stok in de hand, naar zijn geboorteplek en de vroegere ouderlijke woonst het “Goed Ter Straeten”. Zij kenden hem daar, en maakten er geen probleem van toen de oude Charles er “zijn” zetel kwam opeisen. Even later werd hij er dan opgehaald door zijn oudste kleindochter[2].

 

Foto onder: de Peerdestraat in Egem omstreeks 1920.

 

De vader Charles Lauwers, was een zoon van de herenboeren Frederik Lauwers  (1812-1897) en Melanie Coussens (1819-1900), was een kleinzoon van Macharis Lauwers  (1772-1835) en Françoise Verougstraete (1776-1848) en een achterkleinzoon van Joseph Lauwers  (1725-1798) en Ann Rosalie Callewaert (1735-1808). De overgrootvader was een zoon van Jacques Lauwers  (1686-1759) en Philippina Minne (1694-1767) die in andere verhalen aan bod kwamen. Dit was een voorouderlijke lijn waarvan de afstammelingen (meestal) in het voormalige graafschap Vlaanderen bleven[3].

 

Verhalen - 1880 – Anne Marie Lauwens opgenomen in het hospitaal (Brussel)

 

 

Anne Marie Lauwens  werd op 24 juni 1880 opgenomen in een hospitaal in Brussel wegens een kwetsuur aan haar linkerbeen. Zij was dagloonster, 34 jaar oud, en het ging om een bloederig gezwel [Journal de médicine, de chirurgie et de pharmacologie]. Dagloners waren arbeiders die per dag betaald werden in de land- en tuinbouw, wanneer er werk beschikbaar was. Vaak waren zij afhankelijk van één boerderij en gingen ze op loopafstand daarvan wonen, waardoor zij in Brabant ook wel ‘kortwoners’ werden genoemd.

 

Omdat zij als dagloonster per dag, in sommige gevallen zelfs per gepresteerd uur, werd betaald, betekende de opname in het hospitaal allicht loonverlies. Van sociale zekerheid was nog geen sprake en dagloners waren afhankelijk van de goodwill van hun broodheer. In de 21e eeuw werkten dagloners meestal in vast dienstverband bij een loonbedrijf.

 

Het aantal grote boerderijen was evenwel beperkt. In 1880 werden slechts 3400 bedrijven van meer dan 50 hectare geteld. Ze situeerden zich in hoofdzaak in de erg vruchtbare en minder bevolkte gebieden zoals Haspengouw, de West-Vlaamse polders en de Condroz.

 

 

Foto: Vlaamse boeren en dagloners tijdens een rustpauze in 1865 [Bron: Foto Museum provincie Antwerpen, Auguste De Bedts - Foto dagloners, 1865, onder Creative Commons licentie Attribution-Non Commercial-Share alike 4.0 - International CC BY-NC-SA 4.0, (Bron: FotoMuseum Antwerpen)].

 

 

 

 

 

 

 



[1] Getuigenis van Maurice Deblaere, een timmerman, die het verhaal deed van zijn vader die destijds als poetser (stalknaap) werkte op de hoeve.

[2] Getuigenis van Maurice Thorré.

[3] Zie ook verhalen 1825 - Jan-Baptiste Lauwers vermist in Gottem (Deinze); 1798 – Macharis Lauwers, vier verschillende heersers in één leven (Tielt); 1763 - Jos Lauwers, burgemeester en schepen van Aarsele (Tielt); 1749 - Jaak Lauwers, schepen van Gottem (deelgemeente Deinze): Lauwers en Lauwaert(s).