Afbeelding met tekening

Automatisch gegenereerde beschrijving

© Laurentii.be, 2026

 

Genealogie Laurentii

Numquam solus incedes

 

Inhoud (hoofdmenu)

 

·         Blog

·         Gezinsreconstructies (per gemeente)

·         Genealogie

·         Indices (zoekfunctie)

·         Thematisch

·         Verhalen (Lauwens en Van Praet)

·         Verwante families

________________________

Verwante stamlijnenontstaan

Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij benadering

 

 Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568

 Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568

^

Afbeelding met symbool, embleem, wapen, clipart

Automatisch gegenereerde beschrijving1468 Lauwereyns van Watervliet

Afbeelding met tekst, symbool

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met tekst, logo, symbool, tekenfilm

Automatisch gegenereerde beschrijving 1300 Afbeelding met symbool, embleem, wapen, insigne

Automatisch gegenereerde beschrijving1506  1540 Lauwereyns, Lauwerens, Lauwens, Lauwers

1571 Lauwers (graafschap Vlaanderen)

1550 Lauwers (Holland)

1636 Laureinsens

image0561464 Lauwereyns van Terdeghem

^

865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)

________________________

 

 

Foto Brussel Grote Markt onder Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0, Paul Hermans, 2005 (Bron: Wikimedia) – Foto Walter Luyten uit private collectie, 2002 – © Foto straatnaambord Patrik Lauwens, 2018.

 

Verhalen - 1841 – Antoine Lauwens en een verijdeld orangistisch complot

 

 

Antoine Lauwens  was één van de vele getuigen op een proces tegen orangistische samenzweerders, dat plaatsvond vanaf oktober 1841. Antoon Lauwens was een zoon van Pierre Lauwens  en Anne-Marie Segers uit Deurne, was timmerman, en hij was op 21 januari 1837 in Brussel gehuwd met Jeanne Lagey, een dochter van Jacques Lagey en Rosa de Clerck. Hij woonde bij het huwelijk in de Sint-Pietersstraat (rue Saint-Pierre) in Brussel, niet ver van het Rogierplein, de Kruidtuin en het Martelaarsplein.

 

Al vanaf 1839 deden er geruchten de ronde dat Belgische republikeinen toenadering hadden gezocht tot orangisten tijdens de spanningen ontstaan rond het vredesverdrag tussen het pas opgerichte België en Nederland. Beide partijen zouden tijdens de verwarring gebruik willen maken om de gevestigde orde omver te werpen. Toch was er in 1841 een laatste zucht van orangisme, twee jaar na de aanvaarding van de Belgische onafhankelijkheid door koning Willem I van Nederland [zie afbeelding links, schilderij van Joseph Paelinck, 1815 (publiek domein). Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en tot hertog van Luxemburg, gevolgd door een inhuldiging in Brussel op 21 september 1815].

 

Eén en ander had te maken met machtoverdracht naar Willem II, die door de meeste orangisten in het begin van de onafhankelijkheid nog werd gezien als een mogelijke vorst van België. Het orangisme, zeg maar de “terugkeer naar Nederland” kon evenwel op weinig steun rekenen van de Belgische bevolking. Het was een minderheidsbeweging. Ook Willem II koesterde blijkbaar de idee van een eengemaakt Koninkrijk der Nederlanden, maar hij kon daarvoor niet rekenen op de Nederlandse publieke opinie en de regering [zie afbeelding links, 1842 (publiek domein). Hij voerde behalve de titel van koning ook die van groothertog van Luxemburg en hertog van Limburg. Hij raakte als prins gewond bij de Slag van Waterloo[1]].

 

 Er was een samenzwering van zogenaamde contrarevolutionairen zoals graaf generaal-majoor August Vandermeere de Cruyshoutem en ex-generaal Jacques Van der Smissen, maar deze werd ontdekt en het kwam tot een proces. Beiden hadden in de vroeger revolutionaire periode de graad van generaal verworven, en beiden hadden nog aan de zijde van de prins van Oranje gestreden.

 

Vooral Vandermeere was een omstreden figuur: hij had een actieve rol gespeeld in de Tiendaagse veldtocht, maar werd nadien met verlof geplaatst. In Parijs had hij contacten gelegd met andere ontevredenen, zoals de republikein De Potter en Max Delfosse.

 

Ex-generaal Jacques Van der Smissen was betrokken bij een orangistische samenzwering in 1831 in Antwerpen en was daarna naar het buitenland gevlucht [zie afbeelding links. Hij had een beloftevolle carrière achter de rug onder het Hollandse gezag, die een einde nam toen hij een verwonding aan zijn been opliep. Na de vrede van 1839 kreeg hij gratie en was hij teruggekeerd naar België.

 

De herdenkingsfeesten van september 1841 zagen de orangisten als een gelegenheid om wapens te bemachtigen en Leopold I te dwingen om troonsafstand te doen. Er zouden banken worden geplunderd, de Kamer van Afgevaardigden zou in brand worden gestoken en regeringsleden zouden worden uitgeschakeld. Naar verluid zouden verschillende officieren en legereenheden zich vervolgens aansluiten bij de opstand.

 

De opstand werd vervolgens uitgesteld naar oktober 1841. Een kapitein De Crehen, die eigenlijk voor de Belgische staat als spion was ingezet, rekruteerde manschappen voor de contrarevolutie. In de voorbereiding van het proces dat volgde vanaf december 1841, was Antoine Lauwens  voor het Assisenhof van Brabant één van de getuigen die deze feiten kwam bevestigen. Andere getuigen van de ronselactie waren Marie Castiniels en Jean-Jacques Adlersoons.

 

Nadat er volgens de Belgische overheid voldoende fysieke bewijzen waren verzameld, werden de eerste verdachten op 29 en 30 oktober 1841 gearresteerd. Het proces voor de Raadkamer volgde nog in december 1841.

 

Het was meteen de grootste samenzwering tegen het nieuwe Belgische staat waarmee de eerste Belgische koning Leopold I kreeg te maken [zie afbeelding links, 1856 (publiek domein). Leopold I was overigens in aanvang protestant, en dat creëerde spanningen met de Rooms-katholieke revolutionaire protagonisten]. De beklaagden werden er door het Openbaar Ministerie van beschuldigd te hebben samengewerkt aan een plan om de regering omver te werpen, de bevolking op te hitsen en te bewapenen tegen de koninklijke autoriteit, om een burgeroorlog uit te lokken en om de vernietiging en plundering van Belgische steden uit te lokken.

 

Het hele proces duurde 15 zittingen lang, onder een niet aflatende stroom van nieuwsgierige toehoorders. Het was een politiek proces. De aankopen van wapens en de opslag van munitie voor de zogenaamde contrarevolutie, waren de voornaamste onweerlegbare bewijzen. De opstand was dusdanig onbedachtzaam voorbereid, dat naar verluid vrijwel geheel Brussel op de hoogte was van wat er op til was (…).

 

Uiteindelijk werd voor het eerst een zware veroordeling uitgesproken voor een politiek misdrijf. Vandermeere en Van Der Smissen, alsook ene Van Laethem en Verpraet kregen de doodstraf, omgezet in levenslange gevangenschap. Een verzet bij het Hof van Cassatie werd onontvankelijk verklaard.

 

image004.jpg

 

Van Der Smissen zat zijn gevangenisstraf uit, tot hij op een dag in de kleding van zijn echtgenote ontsnapte uit de gevangenis van Les Petites Carmes. Hij verliet het Belgisch grondgebied met bestemming Hamburg. Vandermeere werd ziek na zijn veroordeling. Zijn straf werd op 23 februari 1843 omgezet in levenslange verbanning, en hij vestigde zich in Brazilië. Na de dood van koning Leopold I, kreeg hij overigens opnieuw de toelating om in België te komen wonen. Een andere hoofdrolspeler, De Crehen, zag zijn reputatie ernstig door het slijk gehaald. Na afloop van het proces trok hij naar Mexico.

 

Er waren een relatief groot aantal processen in deze periode, 4 op 2 jaar tijd tegenover 2 op 7 jaar tijd daarvoor, en dit was zeker een indicatie van het gevoel van ontevredenheid dat heerste tijdens en vlak na de aanvaarding van het vredesverdrag. Het zou nog even duren vooraleer de rust in het pas onafhankelijke België weerkeerde. Het zogenaamde orangisme was alle bestaansrecht ontnomen. Na 1841 zou de beweging volledig worden opgenomen in de liberale rangen, waarmee ze het antiklerikale karakter gemeen had.

 

In Brussel was het orangisme, de drang om opnieuw aan te sluiten bij de noordelijke Nederlanden, sterk in de periode 1832-1834[2]. Er was ook enige sympathie voor de Nederlandse bezetting of “courage malheureux” van de Citadel van Antwerpen tot december 1832 waarvoor Brusselaars zelfs 25.000 frank inzamelden en waarvoor Antwerpse notabelen hulde brachten aan de Nederlandse bevelhebber Chassé.

 

De plundering van eigendommen van notoire orangisten in Brussel op 5 en 6 april 1834[3], waarbij zestien gebouwen volledig en twee gedeeltelijk werden verwoest, smoorde de ambitie tot een contrarevolutie alsnog in de kiem. De Belgische revolutionairen vormden een populaire beweging, terwijl de orangisten vaak elitair en minder ‘gedragen door het volk’ waren. Het draagvlak voor het orangisme zat onder meer bij gematigd liberale aanhangers, terwijl ook republikeinen (die tegen het koningshuis waren) en antiklerikalen sympathiseerden. De motie van de Roeselaarse volksvertegenwoordiger Rodenbach van 24 november 1830, die bepaalde dat de leden van het huis Oranje-Nassau ten eeuwigen dage van de Belgische troon waren uitgesloten, stelde orangisten gelijk aan landverraders in het nieuwe België.

 

 

Blog - Walter Luyten (Berlaar, 20 oktober 1934 - Lier, 27 januari 2008)

 

 

Ik herinner me nog hoe dorpsgenoot Walter Luyten, volksvertegenwoordiger voor de Volksunie, vertelde hoe hij op audiëntie bij de Nederlandse koningin had gezegd dat hij “orangist” was. De betekenis werd me algauw duidelijk gemaakt, want Walter was een begenadigd spreker en verteller.

 

De Belgische unie zag hij als een tragische historische vergissing, en hij bewaarde de droom van een onafhankelijk Vlaanderen in een vereniging van de Nederlanden. Een naïef idealisme? Bij de verkiezingen van 11 juni 2010 was die Vlaamse onafhankelijkheid opnieuw een thema dat volop in de belangstelling stond, nadat de Vlaams verkozen premier Yves Leterme werd gefnuikt door de politici uit het zuiden van het land. Ik was het niet eens met alle standpunten die Walter Luyten innam, maar we vonden elkaar in de gemeentepolitiek begin jaren ‘90 en we hadden een vriendschappelijke verstandhouding. Zijn passie voor geschiedenis en zijn vertelkunst werkten inspirerend en hebben er zeker toe bijgedragen dat ik dit stuk van de geschiedenis kritisch en met meer begrip leerde benaderen.

 

Walter Luyten was een Vlaamse historicus en politicus. Hij was een aanhanger van de Vlaamse Beweging. Walter Luyten was van 1981 tot 1991 senator voor de Volksunie. Ook in zijn gemeente Berlaar was hij zeer lang actief en zetelde hij van 1964 tot 2006 in de gemeenteraad. In 2001 koos hij bij de oprichting resoluut voor de Nieuw-Vlaamse Alliantie.

 

Luyten was een zeer actief volksnationalist en reisde veel om contacten te leggen met andere volks nationalistische bewegingen in het buitenland. Zo voelde hij zich sterk betrokken bij de Baskische en Litouwse ontvoogdingsstrijd. Deze beide volkeren drukten dan ook hun dankbaarheid uit ten aanzien van de Vlaamse politicus.

 

Op 24 april 2007 werd Walter gehuldigd in Baskenland voor zijn jarenlange inzet voor de Baskische zaak. Bij de onafhankelijkheidsverklaring van Litouwen in februari 1991 hield Walter Luyten zijn toespraak voor het parlement in Vilnius op het moment dat dat door Sovjettanks werd belegerd. Hiervoor kreeg hij in 2006 'The Cross of Commander of the Order for Merits to Lithuania' uit de handen van president Valdas Adamkus. Walter Luyten was daarmee de enige Vlaming ooit die deze onderscheiding te beurt viel.

 

In november 2014 werd in de verkaveling “Balderdorp” in Berlaar het “Walter Luytenplein” naar hem vernoemd.

 

image008.jpgPersoonlijk kon ik de woorden van Maurits Coppieters onderschrijven. Maurits Coppieters zei ooit over hem: ”Ik ben blij dat hij in de senaat zetelt, en ik ben ook blij dat er maar één is zoals hem.  Wie ooit in contact is gekomen met Walter zal hem niet licht vergeten. Een gesprek met Walter bestond niet. Nee, je nam deel aan een dialectische queeste, met Walter als gids, die je langs gedichten, historische vertellingen en politieke uiteenzettingen bracht. En wanneer je dacht dat Walters woordenvloed het einde van zijn kunnen had bereikt, werd steevast een Vlaamse klassieker aangeheven, het sluitstuk van zijn betoog. Walter van Balder hield van de climax.

 

 

 

 

 

 

 



[1] Zie ook verhaal 1823Jan Frans Lauwens en Françoise Van Noten maakten de aanleg van de ‘Leeuw van Waterloo’ nog mee.

[2] Zie onder meer de licentiaatsverhandeling “Oranje bloeiend op de vrijheidsboom. Opvattingen en actie van de Brusselse orangisten 1830-1834” van Frank Judo, KU Leuven, departement geschiedenis, 1993.

[3] De aanleiding zou de verkoop van in beslag genomen paarden uit de stoeterij van Tervuren zijn geweest, waaronder het paard van de prins van Oranje. Daarbij zou de geheim gehouden lijst met adressen van de intekenaars/orangisten zijn gelekt.