Foto Brussel Grote Markt onder Creative Commons
licentie CC BY-SA 3.0, Paul Hermans, 2005 (Bron: Wikimedia) – Foto Walter
Luyten uit private collectie, 2002 – © Foto straatnaambord Patrik Lauwens,
2018. |
|
Verhalen
- 1841 – Antoine Lauwens en een verijdeld orangistisch complot Antoine Lauwens
Er was een samenzwering van zogenaamde
contrarevolutionairen zoals graaf generaal-majoor August Vandermeere de
Cruyshoutem en ex-generaal Jacques Van der Smissen, maar deze
werd ontdekt en het kwam tot een proces. Beiden hadden in de vroeger
revolutionaire periode de graad van generaal verworven, en beiden hadden nog
aan de zijde van de prins van Oranje gestreden. Vooral Vandermeere was een omstreden
figuur: hij had een actieve rol gespeeld in de Tiendaagse veldtocht, maar
werd nadien met verlof geplaatst. In Parijs had hij contacten gelegd met
andere ontevredenen, zoals de republikein De Potter en Max Delfosse.
Ex-generaal Jacques Van der Smissen
was betrokken bij een orangistische samenzwering in 1831 in Antwerpen en was
daarna naar het buitenland gevlucht [zie afbeelding links. Hij had een
beloftevolle carrière achter de rug onder het Hollandse gezag, die een einde
nam toen hij een verwonding aan zijn been opliep. Na de vrede van 1839 kreeg
hij gratie en was hij teruggekeerd naar België. De herdenkingsfeesten van september
1841 zagen de orangisten als een gelegenheid om wapens te bemachtigen en
Leopold I te dwingen om troonsafstand te doen. Er zouden banken worden geplunderd,
de Kamer van Afgevaardigden zou in brand worden gestoken en regeringsleden
zouden worden uitgeschakeld. Naar verluid zouden verschillende officieren en
legereenheden zich vervolgens aansluiten bij de opstand. De opstand werd vervolgens uitgesteld
naar oktober 1841. Een kapitein De Crehen, die eigenlijk voor de
Belgische staat als spion was ingezet, rekruteerde manschappen voor de
contrarevolutie. In de voorbereiding van het proces dat volgde vanaf december
1841, was Antoine Lauwens Nadat er volgens de Belgische overheid
voldoende fysieke bewijzen waren verzameld, werden de eerste verdachten op 29
en 30 oktober 1841 gearresteerd. Het proces voor de Raadkamer volgde nog in
december 1841.
Het hele proces duurde 15 zittingen
lang, onder een niet aflatende stroom van nieuwsgierige toehoorders. Het was
een politiek proces. De aankopen van wapens en de opslag van munitie voor de
zogenaamde contrarevolutie, waren de voornaamste onweerlegbare bewijzen. De
opstand was dusdanig onbedachtzaam voorbereid, dat naar verluid vrijwel
geheel Brussel op de hoogte was van wat er op til was (…). Uiteindelijk werd voor het eerst een
zware veroordeling uitgesproken voor een politiek misdrijf. Vandermeere
en Van Der Smissen, alsook ene Van Laethem en Verpraet
kregen de doodstraf, omgezet in levenslange gevangenschap. Een verzet bij het
Hof van Cassatie werd onontvankelijk verklaard.
Van Der Smissen zat zijn gevangenisstraf uit, tot hij op een dag
in de kleding van zijn echtgenote ontsnapte uit de gevangenis van Les
Petites Carmes. Hij verliet het Belgisch grondgebied met bestemming
Hamburg. Vandermeere werd ziek na zijn veroordeling. Zijn straf werd op
23 februari 1843 omgezet in levenslange verbanning, en hij vestigde zich in
Brazilië. Na de dood van koning Leopold I, kreeg hij overigens opnieuw
de toelating om in België te komen wonen. Een andere hoofdrolspeler, De
Crehen, zag zijn reputatie ernstig door het slijk gehaald. Na afloop van
het proces trok hij naar Mexico. Er waren een relatief groot aantal
processen in deze periode, 4 op 2 jaar tijd tegenover 2 op 7 jaar tijd
daarvoor, en dit was zeker een indicatie van het gevoel van ontevredenheid dat
heerste tijdens en vlak na de aanvaarding van het vredesverdrag. Het zou nog
even duren vooraleer de rust in het pas onafhankelijke België weerkeerde. Het
zogenaamde orangisme was alle bestaansrecht ontnomen. Na 1841 zou de beweging
volledig worden opgenomen in de liberale rangen, waarmee ze het antiklerikale
karakter gemeen had. In Brussel was het orangisme, de drang
om opnieuw aan te sluiten bij de noordelijke Nederlanden, sterk in de periode
1832-1834[2].
Er was ook enige sympathie voor de Nederlandse bezetting of “courage
malheureux” van de Citadel van Antwerpen tot december 1832 waarvoor
Brusselaars zelfs 25.000 frank inzamelden en waarvoor Antwerpse notabelen
hulde brachten aan de Nederlandse bevelhebber Chassé. De plundering van eigendommen van
notoire orangisten in Brussel op 5 en 6 april 1834[3],
waarbij zestien gebouwen volledig en twee gedeeltelijk werden verwoest,
smoorde de ambitie tot een contrarevolutie alsnog in de kiem. De Belgische revolutionairen
vormden een populaire beweging, terwijl de orangisten vaak elitair en minder
‘gedragen door het volk’ waren. Het draagvlak voor het orangisme zat
onder meer bij gematigd liberale aanhangers, terwijl ook republikeinen (die
tegen het koningshuis waren) en antiklerikalen sympathiseerden. De motie van
de Roeselaarse volksvertegenwoordiger Rodenbach van 24 november 1830,
die bepaalde dat de leden van het huis Oranje-Nassau ten eeuwigen dage van de
Belgische troon waren uitgesloten, stelde orangisten gelijk aan landverraders
in het nieuwe België. |
|
Blog - Walter Luyten (Berlaar, 20 oktober 1934 - Lier, 27 januari 2008) Ik
herinner me nog hoe dorpsgenoot Walter Luyten, volksvertegenwoordiger
voor de Volksunie, vertelde hoe hij op audiëntie bij de Nederlandse koningin
had gezegd dat hij “orangist” was. De betekenis werd me algauw duidelijk
gemaakt, want Walter was een begenadigd spreker en verteller. De Belgische
unie zag hij als een tragische historische vergissing, en hij bewaarde de
droom van een onafhankelijk Vlaanderen in een vereniging van de Nederlanden.
Een naïef idealisme? Bij de verkiezingen van 11 juni 2010 was die Vlaamse
onafhankelijkheid opnieuw een thema dat volop in de belangstelling stond,
nadat de Vlaams verkozen premier Yves Leterme werd gefnuikt door de
politici uit het zuiden van het land. Ik was het niet eens met alle
standpunten die Walter Luyten innam, maar we vonden elkaar in de
gemeentepolitiek begin jaren ‘90 en we hadden een vriendschappelijke
verstandhouding. Zijn passie voor geschiedenis en zijn vertelkunst werkten
inspirerend en hebben er zeker toe bijgedragen dat ik dit stuk van de
geschiedenis kritisch en met meer begrip leerde benaderen.
Luyten was een zeer actief
volksnationalist en reisde veel om contacten te leggen met andere volks
nationalistische bewegingen in het buitenland. Zo voelde hij zich sterk
betrokken bij de Baskische en Litouwse ontvoogdingsstrijd. Deze beide
volkeren drukten dan ook hun dankbaarheid uit ten aanzien van de Vlaamse
politicus. Op 24 april 2007 werd Walter gehuldigd
in Baskenland voor zijn jarenlange inzet voor de Baskische zaak. Bij de
onafhankelijkheidsverklaring van Litouwen in februari 1991 hield Walter
Luyten zijn toespraak voor het parlement in Vilnius op het moment dat dat
door Sovjettanks werd belegerd. Hiervoor kreeg hij in 2006 'The Cross of
Commander of the Order for Merits to Lithuania' uit de handen van
president Valdas Adamkus. Walter Luyten was daarmee de enige Vlaming ooit die
deze onderscheiding te beurt viel. In november 2014 werd in de verkaveling
“Balderdorp” in Berlaar het “Walter Luytenplein” naar hem
vernoemd.
|
||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||
|
|
|
[1] Zie ook verhaal 1823 – Jan
Frans Lauwens en Françoise Van Noten maakten de aanleg van de ‘Leeuw
van Waterloo’ nog mee.
[2] Zie onder meer de
licentiaatsverhandeling “Oranje bloeiend op de vrijheidsboom. Opvattingen en
actie van de Brusselse orangisten 1830-1834” van Frank Judo, KU Leuven,
departement geschiedenis, 1993.
[3] De aanleiding zou de verkoop van in
beslag genomen paarden uit de stoeterij van Tervuren zijn geweest, waaronder
het paard van de prins van Oranje. Daarbij zou de geheim gehouden lijst
met adressen van de intekenaars/orangisten zijn gelekt.