|
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||
[1] Zie index op heraldiek.
[2] Odin Lauwereyns van Diepenhede was een nakomeling van de heren van Cadsant, met name van Laurens van Cadsant, via voorouders Lauwereyns in kust West-Vlaanderen en Engeland – waar de naam gelijkaardig werd uitgesproken, maar als Lawrence werd gespeld.
[4] Met dank voor toegezonden informatie van Rigo Hinderyckx.
[5] © Bewerking heraldische presentaties uit o.m. Gailliard, 1859-1866 – Museum van de Potterie, 1775 (Public Domain, met dank aan Rigo Hinderyckx) – © werkgroep wb-stamboom bidprenten (Public Domain, rond de eeuwwisseling) – © Stamboomschema Laurentii.be.
[6] Parochiale kerk van Melle. Met dank aan de werkgroep wb-stamboom-bidprenten.be.
[7] Schepen van Brugge tot 1789, en proost van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed in Brugge op 23 september 1765 in opvolging van Antoine Triest. In deze periode nam de Edele Confrérie de beslissing een nieuw pronkstuk te laten maken voor de kapel: een tabernakel waarin de kostbare relikwie van het Heilig Bloed zou worden bewaard. Hij woonde in een herenhuis in de Kuipersstraat en was ook lid van de Brugse loge La Parfaite Egalité. Lauwereyns bleef proost van de Confrérie tot 27 september 1766, datum waarop hij werd opgevolgd door schepen van het Vrije Jan Veranneman de Gentbrugge de Watervliet (1733-1808). Datzelfde jaar werd hij proost van een ander godsdienstig genootschap, de Edele Confrérie van Onze Lieve Vrouw van den Drogen Boom. Charles Lauwereyns was ook Rozenkruiser. De Brugse Rozenkruisers werd geleerd dat zij de rechtstreekse opvolgers waren van de bouwers van de tempel van Salomo en van de Tempeliers van Jacques de Molay. De verheffing in de adelstand geschiedde in 1719 in Parijs, FR.
[8] Museum van de Potterie, Brugge. Datering +/- 1775, Brugge.
[9] Zijn zoon François-Xavier Lauwereyns de Diepenhede et de Roosendaele (1758-1824) werd priester in 1782, licentiaat in de rechten in 1786. Voor hij proost werd van het O.-L.-V.-kapittel was hij kapelaan van de Sint-Walburgakerk.
[10] GAILLIARD,
Inscriptions funéraires et monumentales de
la Flandre Occidentale avec
des données historiques et généalogiques. Arrondissement de
Bruges, I, vol. 2: Eglise de
Notre-Dame, Brugge, 1866, p. IX-XI; ID., Bruges
et le Franc, III, Brugge, 1859, p. 420).
[11] Parochiale kerk van Melle. Met dank aan de werkgroep wb-stamboom-bidprenten.be.