|
|
Verhalen – 1724 - Lauwens huishoudens in de
fiscale declaratie (Land
van Waas)
Foto: de Sint-Pieters en Pauluskerk van Kallo, verbouwd
in 1865-1869 na eerdere verbouwingen in 1734-1740 en in 1654-1670, en een
latere bijbouw in 1975-1978 (rechts op de foto). De oudste vermelding van een
kerk dateerde van 1179 toen het patronaatsrecht aan de Sint-Pietersabdij van
Gent werd toegewezen [Foto onder Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0,
LimoWreck, 2008]. Dit
was het Oostenrijkse tijdperk en de toelichting was omstandig: "De
wethouders van de P(a)rochien geleghen
in de vrije polders van den lande van Waes ende Beveren, alsmede de dijckwetten van de zelve vrije Polders hebben aen ons,
als gecommitteerde van de selve Polders in kennen ghedaen van de missive die aen hun van wegen u(w)e
edelheden, over eenigh daghen
sijn toegesonden ten effecte
van over te bringhen hunne titels van vrijdom, het welcke wij, in voldoeninghe van
het Placaet vande Mat vanden 13 meij
1719, op den 1en juij daernaer,
hebben gedaan, sulckx dat wij betrauwen
dat u(w)e edelheden de selve noch ten onderen sijt hebbende ende ten regarde
van het 1e membre van selven briefven, appaisement sult gelieven te hebben, ende in cas de selve gedemanueert waeren souden daeraen andermaal
trachten te volcommen. (...)" Familienamen
die in deze periode als verwant werden vermeld in de streek van Mechelen die ook
voorkwamen in deze landbouwtelling: ·
te Kieldrecht Polder,
jurisdictie Kieldrecht: Lieven Praet (3 gezinsleden) en Jan Cools[1]
(4 gezinsleden, 2 paarden, 4 koeien) ·
te Kieldrecht Polder,
jurisdictie Salegem en Meijrdonck: Jan Elias (6
gezinsleden, 2 paarden, 3 koeien) ·
te Kieldrecht Polder,
jurisdictie Sint-Gillis: Marijn de Jonghe (8 gezinsleden, 2 paarden, 5
koeien) ·
polder, jurisdictie Poort
& Heerlijkheid van Calloo, gehucht "Sinte Jans Straete":
Jan Jacops[2]
(10 gezinsleden, 6 paarden, 5 koeien) ·
Verrebroek Polder,
jurisdictie Verrebroek: Mr. Lambrecht de Jonghe (3 gezinsleden) ·
Verrebroek Schoor, Extensie
en Vrasenebroek: Olivier de Jonghe (3 gezinsleden, 2 koeien) We
troffen volgende melding van families Lauwens,
Louwers en Laureys aan in de lijsten van april 1724:
|
|
Verhalen
– 1728 - Rombout Lauwers verkoopt
een huis met brouwerij (Merchtem)
Foto: de
Onze-Lieve-Vrouwekerk van Merchtem. De
zandstenen westertoren was het oudst. Hij dateerde uit de 14e eeuw. Het koor
werd in de 15e eeuw gebouwd, maar in de 18e eeuw werd het aangepast. In de 16e
eeuw werd de noordelijke kapel toegevoegd. Het driebeukig schip en de
zuidelijke kapel dateerden uit de 17e eeuw [Foto Onze-Lieve-Vrouwekerk
Merchtem onder Creative Commons licentie CC BY-SA 3.0, Geertivp, 2013 (Bron:
Wikimedia)]. Rombout
Lauwers was op 1 december 1718 in Beigem gehuwd met Liesbeth De Melio. Zijn
familienaam werd in Beigem ook gespeld als Laurijs. Rombout
Lauwers was vermoedelijk gedoopt op 22 augustus 1684 in Eppegem als zoon van Gaspar
Lauwers De
familie Van Zeebroeck was twee generaties voordien al verwant met de familie
Lauwers in de streek. Corneel Van Zeebroeck huwde op 5 mei 1669 in
Humbeek met Josine Lauwers Er
was ook een latere verwantschap: Marie-Thérèse De Wit, gedoopt op 23
september 1794 in Eppegem Sint-Clemens als dochter van Antoon Lauwers Haar
oudste broer Antoon De Wit was geboren op 11 juni 1789 in Eppegem en
overleed op 29 februari 1814 in Rijsel, Frankrijk, als soldaat van Napoleon.
Hij was als kurassier ingelijfd bij de Garde Nationale van het leger
van Napoleon in de lichting van 12 juli 1812. Antoon werd beschreven als 1m75
groot, met een ovaal aangezicht, een rond voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus,
een gemiddeld grote mond, een ronde kin, met haar en wenkbrauwen die
kastanjebruin waren. Antoon De Wit was landbouwer in Eppegem geweest en was
gedeserteerd op 31 augustus 1813. Antoon
was opgepakt en opnieuw ingelijfd in het 124e Linieregiment. Op 26
februari 1814 werd hij opgenomen in het burgerlijk hospitaal van Rijsel, waar
hij overleed op 24–jarige leeftijd. Verhalen –
1731 - "Een ketterse... nog ongerept in gevoelens en oordeel toen zij
stierf" (Ruisbroek)
Toen zijn eerste vrouw op 5 oktober 1731 overleed in
Puurs, liet de pastoor een merkwaardige aantekening achter: zij was een “ketterse”,
een toch wel grove uitlating nadat de jonge vrouw een zware doodstrijd had
gevoerd. "Zij stierf voorzien van
de sacramenten der stervenden, ze was ongeveer 4 maanden gehuwd, maar een
ketterse. Gedurende ongeveer 2 uren tevoren heb ik haar uit Godsvrucht de
eucharistie gegeven, nog ongerept in gevoelens en oordeel en daarna blies ze
tot ze de Geest gaf, begraven met gebed. Daarna de absoluten en bad het
dertigste." Marie Vervrangen was net 21 toen zij stierf en was
duidelijk niet voorbereid op een vroege dood. Zij was gedoopt op 3 februari
1710 in Puurs. Ook het tweede huwelijk was van korte duur. Willem
hertrouwde op 8 juli 1732 in Ruisbroek met Cornelia Verbruggen. Zij
overleed op 10 augustus 1733 in Ruisbroek en liet hem één dochter na, Maria
Anna De Maeyer, gedoopt op 3 augustus 1733 in de parochie Ruisbroek. Deze
dochter overleed kort na de geboorte en werd al op 5 augustus 1733 begraven, wat
ons liet veronderstellen dat zijn tweede echtgenote moest overleden zijn door
verwikkelingen bij de bevalling.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|