© Stamboomschema Laurentii.be, 2016 – Afbeelding schilderij Jan-Willem d’Alvarado y Bracamonte uit private collectie (Public Domain, 1703). |
|
Verhalen – 1695 - Dismas Rochtus en Joanna
Lauwers, pachters in Lippelo Dismas
Rochtus huwde op 10 mei 1695 in Lippelo met Jeanne Lauwers Kort
na zijn huwelijk, op 14 juli 1695, huurde Dismas van de kerk van Lippelo. Hij
betaalde hiervoor de tienden. De overeenkomst, die liep van 1695 tot 1697,
beschreef niet precies wat dit inhield, maar vermeldde dat de regeling was
zoals die van de vorige huurder Hendrik Van Keer[2]
("gelijck Hendrick Van Keer die hier voorens in hueringhe heeft
gebruijckt'). Dismas
betaalde 92 gulden per jaar en voor het oproepen van de kerkgeboden moest hij
nog eens éénmalig 30 stuivers afdragen. Daarnaast was Dismas jaarlijks 45
gulden schuldig aan Christiaen Delis van Antwerpen voor "het
verloop der rente die den selven is heffende tot laste van dese kercke".
De kerk had het land gehypothekeerd en liet de rente betalen door de pachter. Als
één van de erfgenamen van Frans De Maeijer (De Mayer) en Greet
De Vos werden ze op 28 februari 1697 ontgoed van
een stuk land van 175 roeden in Lippelo, verkocht aan Joos Van Keer[3] en Marie Heijvaert. Volgens
het 'Register vande landen, bempden ende bosschen liggende onder de
parochie van Lippeloo' uit 1699 pachtte Dismas toen 250 roeden[4] van 'de Achterste Velt', 452 roeden van het 'Bussers Bosch' van de weduwe van Peter Aerts[5], 208 roeden met daarop
een hofstede van Gielis Lauwers
Afbeelding: Jan-Willem d ‘Alvarado y
Bracamonte, burggraaf van Hof-te-Melis in Lippelo en heer van
Opdorp omstreeks 1703. Dankzij een deel van de erfenis van Theresia
van Maerselaer, gekend als zuster Ursuline, en haar erfgenaam d
‘Alvarado, kreeg Opdorp in 1732 haar eerste kerk. Jan Willem d' Alvarado mocht zich vanaf 1701 burggraaf noemen. Op
1 mei 1699 stuurde Andreas d ‘Alvarado een brief aan notaris Frans Van
Nijen in Lippelo waarin hij deze opdracht gaf om een aantal van zijn
pachters te bezoeken en hen te sommeren hun achterstallige pacht onmiddellijk
te komen voldoen in Brussel. Dat was blijkbaar niet de gewoonte van d
‘Alvarado, want hij voegde toe dat "hij tegenwoordich wort genootsaekt
te doen t'gene hij tot nu toe nijet en heeft gedaen". Notaris
Van Nyen klopte de dag daarop om 8 uur 's ochtends
aan bij Dismas en Jeanne om hen de boodschap over te brengen, en Dismas
antwoordde dat hij "sal naer Brussele commen int eerste
vande toecommende weke om te rekenen ende betaelen". Een belofte die Dismas hield. Kort
nadien overleed Andreas d ‘Alvarado. Zijn neef Jan d 'Alvarado erfde
en vernieuwde op 15 oktober 1700 de pachtovereenkomsten. Bij
de vernieuwing van de pachtovereenkomsten, werden volgende landerijen
vermeld: 404 roeden land en 268 roeden beemd genaamd 'de Coolis' tegen de beek van Lippelo, 364 roeden land 'op de Lanckschaeve, daer den wintmolen op
staet' en 403 roeden land gelegen in 'het
Schauwbroeck'. De pacht liep 6 jaar, tegen 124 gulden per jaar 'ende twee steenen
van het beste vlas'. Daarnaast moesten Dismas en Jeanne alle verdere
lasten dragen: 'bedes, subsidies,
logementen, wage ende schipvrachten'. Bijkomende
voorwaarde was dat Dismas voor het onderhoud moest instaan (“naer behooren sal moeten onderhauden alle de straeten
ende wegen aende selve goederen gelegen met oock het onderhauden van de draijboomen en alle boomen aldaer ter straete staendt").
Ook mocht hij 'geen de minste aerde steken t'sij tot onderhaut der straeten oft anderssints'.
Bij overtreding moest hij de schade vergoeden. Ook het onderhoud, en het
uitgraven van 'sijn grachten, beken ende waterloopen'
hoorde erbij. Vruchtbare grond was een kostbaar goed, en daarom vermeldde de
akte ook dat uitgegraven grond niet mocht worden gehouden door de pachter,
maar dat Dismas deze "aen den verhuerdere sal doen verkerren".
In tijden van tegenslag, zoals bij "heircracht oft hagelslag"
konden Dismas en Jeanne wel kwijtschelding van pacht vragen. Dit verzoek
moest binnen twee maal 24 uur toekomen bij de verhuurder, anders "sal sijnen pretensien van qijtscher
vervallen sijn" of zou zijn aanspraak tot kwijtschelding vervallen,
zoals de overeenkomst stipuleerde. Uit
een telling van december 1699 door de meier en schepenen, wisten we ook dat
Dismas en Jeanne het volgende bezaten: "twee peerden, vier koijen (koeien),
een rent en een cnapper". Dismas werd ook vermeld in 1701 en 1702
als 'bedesetter' in Lippelo. Een bedesetter was degene die
belastingen inde, en het was in essentie synoniem met 'burgemeester'. Schema:
verwantschappen tussen de families Lauwers en Rochtus
Jeanne
Lauwers Op
7 mei 1728 deed Dismas afstand van zijn roerende goederen aan zijn zoon Gielis
Rochtus. De akte vermeldde: "Op heden den sevensten
maij 1728 compareerde voor Sr Joannes van
Langenhove meijer, Geeraert
Verhaevert ende Jan Verheijden schepenen der bancke
ende prochien van Malderen, Liezele ende Lippeloo,
in propren persoone
Dismas Roctus, pachter ende inwoonder der voorseijde prochie van Lippeloo, weduwnaar van wijlen
Joanna Lauwers, van de welcke hij behouden heeft
vijf kinderen zonder twee inden geestelijcken
staet, welcke comparant uijt
vrijen ende liberen wille heeft verclaert
bij desen over te laeten ende te cederen alle zijne
mobilaire effecten zoo van beesten, meubelen, graenen,
labeur, mestrecht als andersints breeder gespecificeert in de
twee annexe staeten van taxatie daer over geschiedt
door drij schepenen der voorseijde bancke te weten Geeraert
Verhaevert, Cornelis van Grootven ende Geeraert Lemmens…." Het totaal van
Dismas' bezittingen werd gewaardeerd op 1059 gulden en 4 stuivers. Hij
diende zijn zussen Anna Rochtus en Maria Rochtus en zijn broers
Josef Rochtus en Corneel Rochtus uit te kopen voor hun
kindsdeel, zijnde 211 gulden en 16 stuivers, te betalen "tusschen heden ende Baemisse eerstcommende". Dismas Rochtus bewerkte in totaal
11 hectare land, gelegen in 'het Herbroeck', 'Haertbos', 'Herthooren',
'Herstraete', 'Spoerrestraete' (of 'Sporckstraet'), 'Molenvelt' en op 'de Lanckschaeff', 'de
Lange Hooren' en 'de Corte Hooren'. Zijn veestapel bestond uit
"een swerte merrie, eenen grijsen ruijn, een veulen, twee
roije koeijen, twee swerte
koeijen, een rooij versch
(vaars), een calf en derthien
hinnen met den haen".
Mogelijk maakte hij ook op bescheiden schaal wijn: de akte vermeldde dat hij
"twee wijnstuycken" had. Ook
werd vermeld dat Dismas zijn drie getrouwde kinderen een huwelijksgeschenk
had gegeven, zoals "aan Marie Roctus als sij
is komen te trauwen (in 1727) 179 gulden en
4 stuijvers". Dismas
Rochtus overleed op 14 september 1733 in
Lippelo, 65 jaar oud. Hij was toen al 20 jaar weduwnaar. Kort na zijn
overlijden werden op 7 november 1733 voor notaris Jan Van Langenhove
in Lippelo de onroerende goederen onder de kinderen verdeeld bij "vriendelijck accordt".
De dochters Anna, geboren op 6 januari 1697, en Marie, geboren op 7 mei 1699,
kozen ieder de helft van een stuk land van drie dagwanden op 'het
Heirbroeck' in Lippelo. Dit land was "vrije, suijver
ende onbelast, vuijtgenomen dat het zelven
leensubject is onder den leenhove te Melis". Zij kregen een
geldbedrag van 48 gulden, zijnde het restant van een obligatie van 100 gulden
ten laste van Antoon Van Keer. De zonen Gielis, geboren op 27 april 1702,
en Josef, geboren in 1711 (kort voor het overlijden van Jeanne Lauwers)
ontvingen ieder de helft van een behuisde hofstede met schuur, stallen,
bijgebouwen en "plantagien op de heijde" ter grootte van een halve bunder. Deze
hofstede lag tegen de heide van Lippelo en de Abdij van Boneff, en op de
gronde rustte een cijns van 8 stuivers per jaar aan het leenhof van Melis. Zoon
Corneel, geboren op 25 januari 1710, kreeg een dagwand land op 'het Heirbroeck' en een beemd ter grootte
van een half gemet gelegen tegen 'de Doode Beke'. Dit laatste goed was "vrij eijgen goedt behoudelijck den commer van twee stuijvers s’jaers aenden kercke van Puers
ende van 4 stuijvers s’jaers
aenden Heijlige Geest aldaer". Alle gronden waren verpacht, en de
kinderen zetten deze pacht voort. Zij genoten evenredig van de pachtgelden,
met dien verstande dat Josef en Gielis ieder 25 gulden extra ontvingen om een
kostuum te laten maken of "een cleedt het
gene wijlen hunnen vader heeft begeirt’". Andere
kinderen uit het huwelijk van Dismas Rochtus en Jeanne Lauwers werden niet
vermeld in 1733. Dochter Katrien, geboren op 25 september 1700, was
overleden op 13 december 1715, 15 jaar oud. Dochter Liesbet, geboren
op 24 mei 1703, was eveneens overleden. Josine, geboren op 13 maart
1706, was overleden op 18-jarige leeftijd op 2 november 1724. Zoon
Gielis was op 20 januari 1729 in Lippelo gehuwd met Katrien Scheirs,
de dochter van de burgemeester van Lippelo, Nicolaas Scheirs. Hij zou op
30 april 1741 in Opdorp hertrouwen met Maria Van Den Eijnde. Dochter
Maria was op 13 mei 1727 in Puurs gehuwd met Adriaan Seghers, schepen
in Puurs. Corneel huwde op 17 februari 1740 in Londerzeel met Liesbeth
Willems. Josef huwde op 19 januari 1741 in Aartselaar met Christina
Van Den Wouwer. Na haar overlijden op 19 augustus 1746 in Hemiksem,
hertrouwde hij op 10 januari 1747 in Wilrijk met Anna Schoesetters[7]. |
|
Rondtrekkende
legers De
daaropvolgende jaren, werd het gezin Rochtus-Lauwers herhaaldelijk
vermeld omdat zij rondtrekkende legers voedsel en onderdak moesten bieden.
Verschillende gewapende conflicten hadden gevolgen voor de inwoners van
Lippelo: de Spaanse Successie Oorlog vanaf 1702, de inval van de troepen van
de Franse koning Louis XIV in de Zuidelijke Nederlanden, de tegenaanval van
het zogenaamde 'Haagse Verbond' van Engeland, de Noordelijke
Nederlanden, Oostenrijk en enkele Duitse vorsten. In
1706 veroverde de alliantie de Zuidelijke Nederlanden, en de oorlog duurde onverminderd
voort tot 1711, het jaar waarin de Oostenrijkse keizer Jozef I overleed en de
Engelsen vredesonderhandelingen met de Fransen aanvatten. Dit zou resulteren
in de Vrede van Utrecht[8],
waarbij de streek werd toegevoegd aan Oostenrijk.
Blog – 1709 - Een verhaal van de
verwante Rochtus familie: Adriaan Rochtus werd gegeseld in Lippelo
Afbeelding:
fragment van een "geseling" voorgesteld door Pieter Breugel de Oude
in zijn prent "Justitia" [Fragment prent Pieter Breugel de Oude uit
private collectie (Public Domain, 1559)]. Rob
wist hierover: "Na lang zoeken bleek de aanleiding voor deze aframmeling
te vinden in de procesbundels van het Oud Gemeente Archief van Lippelo. Het
blijkt dat Adriaen in 1702 de hond van schaapherder Dirick Roomans had
doodgeschoten. Hij moest een schadevergoeding van 18 gulden betalen, maar
weigerde dit. Het proces sleepte zolang aan dat de proceskosten opliepen tot
meer dan 200 gulden. Ook deze weigerde Adriaen te betalen. Uiteindelijk werd
Adriaen in 1708 veroordeeld tot 'verbanning
uijt des majesteijts
lande'. Maar in 1709 keerde hij stiekem terug, werd opgepakt en in het
openbaar gegeseld. Daarna werd hij in het gevang geworpen, waar hij medische
verzorging kreeg van dr. Ivens. Deze deponeerde zijn rekening bij Adriaens
nicht Catharina Rochtus (zij was gehuwd met molenaar Gillis
Verhavert), maar die weigerde te betalen. Gevolg was een nieuw proces,
waarvan ik de afloop nog niet weet (werd uiteindelijk doorverwezen naar de
Raad van Brabant). “ Tussendoor
liep er dan nog een proces, want tijdens de afwezigheid van Adriaen hadden zijn
kinderen een voogd nodig. Hiervoor werd Gillis van Overloop
aangewezen, gehuwd met een halfzus van Adriaen, maar deze had hier geen zin
in. Rob vond de familie interessant: zij waren meermaals betrokken bij
processen wegens belediging, mishandeling, oplichting, het doodschieten van
duiven van een schepen, verzet tegen de landheer. En toch waren ze welvarende
landbouwers. Rob
bleek een enthousiast genealoog: "Een mooi neveneffect van al het
opzoekwerk wat gedaan wordt door die ontelbare amateur-genealogen is dat op
die manier de geschiedenis van een streek genoteerd wordt a.d.h.v. het leven
van de 'gewone man'. Bovendien gaan, naarmate er meer geregistreerd wordt,
steeds meer van die familiehistories op elkaar aansluiten en krijg je op den
duur een soort totaaloverzicht van de bevolking in een bepaalde streek
tijdens een bepaalde periode." |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
[1] Zijn ietwat ongebruikelijke
voornaam kwam van Griekenland en verwees naar 'de goede moordenaar' die
berouw toonde toen hij samen met Jezus en 'de slechte moordenaar' Gestas
werd gekruisigd.
[2] Deze Hendrik Van Keer
was geen onbekende. Hij was geboren op 14 december 1651 in Lippelo als zoon van
Louis Van Keere en Marie De Mayer [generatie
9] en was
er op 24 juni 1680 gehuwd met Katrien Aerts. Zie ook genealogie verwante
familie Van Keer.
[3] Joos Van Keer was een jongere broer van Hendrik
Van Keer, zonen van Louis Van Keere en Marie De Mayer [generatie
9]. Zie
ook genealogie verwante familie Van Keer. Joos Van
Keer was een rechtstreekse voorouder van mijn grootmoeder Elisabeth Van Keer.
[4] In de streek kwamen 400
roeden overeen met 1 bunder, en 100 roeden met 1 dagwand. De grootte van een
roede, verschilde echter van plaats tot plaats: in Mechelen 0,003091 ha, in
Puurs: 0,003144 ha, in Duffel 0,00263504 ha.
[5] Vermoedelijk een verwante van
de hogervermelde echtgenote van Hendrik Van Keer.
[6] Gielis Lauwers was in Lippelo gehuwd met
Anna De Mayer.