|

© Laurentii.be, 2026
|
Genealogie Laurentii
Numquam
solus incedes
|
|
|
|
|
Inhoud (hoofdmenu)
·
Blog
·
Gezinsreconstructies (per gemeente)
·
Genealogie
·
Indices (zoekfunctie)
·
Thematisch
·
Verhalen (Lauwens en Van Praet)
·
Verwante families
________________________
Verwante
stamlijnenontstaan
Voornaamste stamlijnen, datum ontstaan familiewapen is bij
benadering
|
Lauwens/ Lauwers Hombeek-Leest (Kleinbrabant)1568
Lauwens/ Lauwers andere van voorouderlijke lijn1568
|
^
^
|
865-1247Lauwereyns van Diepenhede (+ heren van Cadzand)
|
________________________
|

Bewerking
postkaart uit private collective: Passendale, 1903 (Public Domain, met dank
aan Maurice Thorré). - © Kaartbewerking
kasselrijen uit private collectie Laurentii.be, 2012 - Kaart Axel bewerking
onder Creative Commons licentie.
|
|
Verhalen
– 1615 - Lauwers bij de
volkstelling in Passendale in mei 1615 (Ieper)
Bij de volkstelling
van mei 1615 in de parochie Passendale, werd Jacquemine Lauwers vermeld. De volkstelling vond plaats in de Kasselrij
van Ieper, en werd opgedragen door de baljuw en de schepen der Saele. Jacquemine en haar echtgenoot Frans Mijle werden geteld,
alsook hun dienstbode Maeye Glorie.
In
dezelfde telling werd ook Joris Lauwers vermeld met zijn vrouw ("ende syn wyf"), met hun kinderen Joris , Marie ‘Maeyken’ en Johanna ‘Jeanneken’ . De zoon Joris huwde vermoedelijk in 1611 in
Langemark met Maria Rijckewaerts.
Er
was ook een melding van een vijftigjarige Joris Lauwers in 1605 op de lijst van 'weerbare mannen'
in de Kasselrij Ieper. Die lijst bevatte ook een persoonsbeschrijving [zie verhaal hierna]. Hij was twee generaties
eerder geboren omstreeks 1555. De
voornaam was niet ongewoon. In 1490, nog twee generaties eerder, was een
naamgenoot Joris Lauwers geboren in het naburige Brielen. Hij had een
dochter Maria Lauwers , geboren in 1515
in Brielen, die in 1533 in Brielen huwde met Jacques Noordman, een zoon van Michiel Noordman uit
Oostvleteren.
Uit generaties
ervoor kenden we ook Lauwers als poorters van Ieper: François
Lauwers (°1515) was poorter, gehuwd met Catherine
Rebault, en was een zoon van poorter Michiel Lauwers (°1485) en Christine Van Kemmel, en
kleinzoon van poorter François Lauwers (°1455).
Afbeelding: de kerk van Passendale in 1903, net voor die zou worden afgebroken.
De oorspronkelijke kerk werd opgericht in de 11e eeuw en onderging
verbouwingen in 1664. Op het eind van de eerste wereldoorlog werd de
nieuwgebouwde kerk volledig vernietigd.
Verhalen – 1645 - Maillaert Lauwers, soldaat van
de kasselrij te Ieper
Maillaert Lauwers werd op 21-jarige leeftijd ingeschreven op
de lijst van keurlingen (soldaten of voetvolk) in de Kanselrij van
Ieper. Het ging om een lijst van 'weerbare mannen' die werden opgeroepen door
de baljuw en de schepenen van Ieper, in dienst van zijne majesteit in het
kwartier van Bergues Sint-Winnoksbergen ("ten dienste van syne majesteyt in 't quartier van Bergen Sunte Wynocx").
Prenten:
soldaten ‘musketier’ in 1608, uitgerust met een vuurwapen en een rapier, naar
Jacob de Gheyn [onder publiek domein]. Keurlingen waren doorgaans minder goed
uitgerust, al kregen ze gelkijkaardige wapens.
Maillaert
Lauwers was vermoedelijk een zoon van Maillaert Lauwers ,
afkomstig van Langemark, en Sabine Oinot afkomstig van de "Termes
in Litsenbourch".
Keurling Maillaert was parmentier of textielbewerker in Langemark. Hij
werd bewapend met een musket en ontving een dagloon van 22 schellingen. Zijn ouders
waren blijkbaar vrij welstellend, want zij hadden, althans volgens de melding
van 1610, een meid die Margritte Françoise heette, uit Termes, knechten Paul
Gibener uit Langemark en Hans, een zoon van een Duitser gestorven in
Oostende. De keurling werd enkele jaren later opnieuw vermeld in de lijst van
weerbare mannen in Hondschoote, wonende "Zuithoeck"
(Zuidhoek) en uitgerust met een "busse"
(vuurwapen) en een "rapier".

Kaart: de kasselrijen in de 17e eeuw
in de omgeving van Ieper (centraal gelegen in het Graafschap Vlaanderen).
In
de lijst van een compagnie keurlingen van 10 juli 1637, vonden we al eerder een Lauwers terug.
Een
compagnie bestond uit een kapitein, een vaandrig of "alpheris"
met een supporteur, twee sergeanten, een tamboer of trommelslager, en
120 soldaten. De lijst werd samengesteld in opdracht van de Raad van
Vlaanderen, op bevel van de landvoogd, en de burgemeester Zeghers van
Roeselare nam de honneurs waar. Het opstellen van de lijst kaderde in de
strijd van de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden tegen de Verenigde
Provinciën en de Fransen. Deze laatsten hadden zich in 1635 immers
voorgenomen de Spaanse Nederlanden onder zich te verdelen.
De
kapitein van de compagnie was Jonkheer Hinderic de Longheville,
de vaandrig was Jonkheer Joos Lamsaen, de sergeanten heetten Mathijs
Hoed en Gherard Janssen.
Ook
Pieter Lauwers werd ingeschreven als keurling ("cuurlyng"). Zijn precieze leeftijd
of afkomst werd niet vermeld, wel dat hij werd bewapend met een "vierroer Rapiere gheestimert iijj
Lbs". Een vierroer of kortweg "roer" was een geweer
met een vuursteen, soms ook "snaphaan"
genoemd. Een rapier was een degen.
In
de lijsten van de compagnie keurlingen van 1625, opgemaakt in Roeselare, en van 1632, kwamen geen Lauwers vermeldingen (meer) voor.
Eerder, in augustus 1605 komt Joris Lauwers voor in de lijst van de weerbare mannen (monsteringrollen)
van een compagnie voetvolk in de Kasselrij van Ieper. Deze Joris Lauwers werd
met zijn gezin vermeld in de volkstelling van Passendale in 1615 [zie hoger]. Dit was net na de val van Oostende, een van de laatste bolwerken van
de hervormden in de Zuidelijke Nederlanden na de Reconquista van Farnese.
Vrijbuiters maakten van
daaruit het platteland onveilig met hun strooptochten. Het herbevolken van de
door de godsdienstoorlogen grotendeels verlaten streken, kwam terug op gang.
Slechts een fractie van de nieuwe bevolking bestond uit autochtone inwoners
of hun kinderen die er ook vóór de godsdienstoorlogen hadden gewoond. Vooral
de vele immigranten uit Picardië en Artesië vielen op. De kapitein van de
compagnie was jonkheer Jacques De Vooght, heer van Rolleghem
(Zonnebeke, waarvan een deel behoorde aan de Augustijnenabdij). In de raad
vonden we ook jonkheer Philips van Steelandt, een met Lauwers verwante
familie in Brugge. We konden aannemen dat de families Lauwers 'autochtoon'
waren in Ieper. Dit bleek ondermeer uit haardtellingen tot twee eeuwen
voordien.
Joris Lauwers , vermeld als "van
Boesynghe" (Boezinge, een gehucht) in de lijst van augustus
(en Lauwers in de lijsten van september 1606 en januari 1606), werd
beschreven als "dik behaard op het hoofd, en bruine baard", vooraan
in de vijftig, en wonende in Wyelken (gehucht bij Ieper op de weg naar
Zonnebeke). Als wapen droeg hij een roer, ook vierroer of lontroer, een
geweer met vuursteen of lont. De luitenant van de compagnie was jonkheer Jacques
Dausel, heer van Bailleul Cornaille. De sergeant van de
roerdragers was Guillaume Lahay. Hij werd ook Lahau genoemd op
24 september en op 14 oktober, en Lehault in de lijst van 22 november
1605. De soldij van Joris bedroeg 9 pond tournois per maand van 30 dagen.
|
|
Verhalen
– 1631 - Christiaen Lauwers,
soldaat onder de Heer Commandeur van Axel
Christiaen Lauwers (Lauwerss) werd vermeld in Axel als soldaat ("soldaet onder de Heer Commandeur") bij zijn ondertrouw op 15 maart 1631 in
Axel (Nederland). Hij huwde er voor de kerk op 23 november 1631 met Trijntje
Reijers. Hij was van geboorte van Middelburg, zijn echtgenote was geboren
in Amsterdam. De schrijfwijze Lauwers kwam in deze periode regelmatig voor. Zijn
familienaam werd gespeld met dubbele "s", meest waarschijnlijk een
aanduiding dat zijn vader Lauwers heette bij de voornaam (patroniem).
In hetzelfde register was er de eerdere melding van
Sara Laurens, geboren in Axel, die
er op 4 oktober 1626 was gehuwd met Lucas Pieterss, een "soldaet onder de compagnie van
Capitein Serooskercke", van geboorte van 's Gravenhage.
De
schrijfwijze Laurens kwam meer voor in Axel, bv. bij Cornelis Wage,
er gedoopt op 5 januari 1683 als zoon van Martine ‘Martijntje’
Laurens, zelf geboren in Schoondijke. De vader heette Cornelis Wage,
en hij was in Axel voor de kerk gehuwd met Martijntje op 30 maart 1682. Hij
was er eerder gehuwd geweest met Neeltje Vriens (Vrint, De Vriendt)
op 16 september 1672. Zijn eerste echtgenote was er op 14 maart 1682
overleden.
Een
andere patroniem variant in de streek was Laureyns: Josine ‘Josijntje’ Laureyns huwde op 27 april 1662 in
Zaamslag met Maarten Verhulst, een jongeman geboren in Munkzwalm in
Vlaanderen. Het koppel deed de ondertrouw op 8 april 1662 in Axel. Josijntje
was van geboorte uit Vlaanderen (van "Nissche"). Adrienne
‘Adriaentie’ Laureyns huwde op 13 mei 1665 in Axel met
Jan de Vloo. Johanna ‘Janneke’ Laureyns deed de ondertrouw met Joos
Ladthouwer (spellingvariant op '(De) Lathouwer') in Axel op 1 juni
1674.
Een
andere patroniem variant was Lauwereins: Maria ‘Maiken’ Lauwereins was van geboorte van Cadzand en huwde op 17
mei 1643 in Axel met Andries Witterman, "soldaet onder de compagnie van de Heer Capitein Lauwijck",
van geboorte van Wesel.
Nog
een variant was Laureijnssen: Jacquemine ‘Jaquemijntje’ Laureijnssen was van geboorte van Kattendijk, deed haar
ondertrouw op 5 juni 1666 in Axel met Adriaan Claes Eeckman (ook
gespeld als 'Eekeman'), die afkomstig was van Axel.
Wat te denken van Johanna Laueine, van geboorte van
Wissant, die haar ondertrouw deed op 17 september 1629 in Axel met Michiel
Fournier, geboren in Pirone nabij Rijsel (Frans Vlaanderen), "soldaet onder Capitein Viro".
Een zoveelste schrijfvariant? De vele
schrijfwijzen, en het feit dat de familienaam in de streek in die periode nog
geen vast gegeven vormde, maakte het zoeken naar verwantschappen er niet
eenvoudig op.
Verhalen
– 1636 – Michiel Lareinsens overleed in Brugge
Michiel
Laureinsens , zoon
van Michiel ,
overleed te Brugge op 8 augustus 1640. Hij was geboren te Antwerpen en was
gehuwd met Marie Pallant, dochter van Daniel. Mogelijk ging het om een
schrijfvariant van de familienaam.
De familie voerde een wapen dat gelijkaardige elementen bevat als het
familiewapens Lauwers en Lauwereyns , die
merlettes voerden in deze periode [©
Bewerking uit het boek D’Hooge, Brugge, 17e eeuw, Public Domain].

|